Advertentie

't Is een Scandi!

Robert Van der Meiren

28-07-2020 63 reacties Discussie
Hoe komt het toch dat de Scandinavische misdaad- en romanliteratuur bij ons vaak zoveel succesrijker is dan het werk van eigen bodem?

Lezeres Anneke Gieling ‒ https://www.hebban.nl/!/anneke-8 ‒ bezorgde mij onlangs een artikel uit de Volkskrant van 17 juli 2020, getiteld ’t is een Scandi!. Daarin gaat de Nederlandse thrillerauteur Peter Römer op zoek naar een antwoord op de vraag waarom Scandinavische thrillers in ons taalgebied zoveel succesrijker zijn dan de eigen Nederlandse en Vlaamse (1). “Het spannende boek is de hoeksteen van het vaderlandse boekenvak,” schrijft hij, en hij vraagt zich af wat er mis is met het Nederlandse misdaadboek: “wat is dat met die Scandinavische thriller: lezen we liever een Noor dan een schrijver uit de Achterhoek? En waar zit ‘m dat dan in?”

Of het spannende boek écht wel de hoeksteen van het boekenvak is laat ik even in het midden (Peter Römer is immers zélf misdaadauteur), maar afgezien daarvan komt hij tot enkele opmerkelijke bevindingen die wel ‒ of juist níét ‒ de oorzaak van dit onevenwicht kunnen zijn.

Ik vat het artikel hier niet samen, en bespreek het ook niet. Het is interessant, dat zeker, en wie meer wil weten moet die krant maar eens opsnorren, maar mij zette het artikel vooral aan het denken. Ten eerste vroeg ik mij af welk beeld we krijgen als we met dezelfde vraagstelling naar het veel grotere vakgebied van de romanliteratuur kijken. En de tweede vraag die ik mij stelde was waarom Peter Römer een andere ‒ en naar mijn mening toch logische ‒ mogelijkheid uit de weg gaat: zijn de Vlaamse en Nederlandse auteurs wel goed genoeg? En als ze dat niet zijn, waar ligt dat dan aan?

Laten we eerst kijken naar de demografische cijfers… Vlaanderen en Nederland tellen samen ongeveer 24 miljoen inwoners, en voor Scandinavië (inclusief IJsland en Groenland) ligt dat aantal op ca. 25,3 miljoen (2). Met enige goodwill kunnen we dus wel zeggen dat beide taalgebieden inzake inwoneraantallen min of meer in balans zijn.

Hoe kunnen we nu enigszins meten in welke mate de Scandinavische literatuur wel of niet succesrijker is dan de Nederlandstalige? Peter Römer heeft het in zijn artikel uitsluitend over de thriller en komt amper tot concrete data omdat hij in dat vakgebied niks heeft om Scandinavië en Nederland tegen elkaar mee af te wegen. Maar als we naar de romanliteratuur kijken, dan hebben we wél een uitstekende graadmeter tot onze beschikking: de Nobelprijs voor Literatuur.

Het resultaat van de optelsom is verbijsterend: sedert het ontstaan ervan werd de Nobelprijs voor Literatuur vijftien keer toegekend aan schrijvers uit het Scandinavische taalgebied, en nul keer aan een in het Nederlands schrijvende auteur (de Vlaming Maurice Maeterlinck won de prijs in 1911, maar hij schreef in het Frans).

Waar ligt dat aan? Dat de Nobelprijs een Zweeds-Noorse aangelegenheid is kan misschien een klein rolletje spelen, maar volstaat bij lange niet om het immense onevenwicht te verklaren. Moeten we dan toch het hoofd buigen en toegeven dat onze auteurs gewoon niet goed genoeg zijn?

De cijfers liegen in elk geval niet: Nederlandse en Vlaamse schrijvers worden internationaal overduidelijk minder geapprecieerd dan (bijvoorbeeld) hun Scandinavische collega’s. Maar moeten we de “schuld” daarvoor uitsluitend bij de auteurs zelf leggen? Want er zijn de auteurs, maar er is ook het werkmateriaal waar ze het allemaal mee moeten doen: de taal.

Is het Nederlands wel een goede verteltaal, vraag ik mij daarom af. Beschikt de Nederlandse taal wel over dezelfde narratieve kwaliteiten en expressieve spierkracht als (bijvoorbeeld) de Scandinavische talen? Kan, met andere woorden, het internationaal tekortschieten van onze auteurs in eerste instantie niet te wijten zijn aan het Nederlandse idioom?

De vraag is moeilijk door onszelf te beantwoorden: we zouden in deze zaak dan tegelijk rechter en partij moeten spelen, en dat botst met de objectiviteit… een kip kan ook niet oordelen over de kwaliteit van het ei dat ze zelf heeft gelegd (lachen is toegestaan).

Mijn (zeer persoonlijke) conclusie: ik denk dat we absoluut niet moeten of mogen twijfelen aan de literaire bekwaamheden van onze auteurs, maar helaas moeten ze hun vak uitoefenen met een taal die wellicht minder geschikt is om er op de internationale literaire scène hoge ogen mee te gooien.

Ik hoop oprecht dat ik ongelijk heb! 

***
(1) Römer heeft het eigenlijk alleen maar over de Nederlandse boekenmarkt, maar in Vlaanderen is de toestand niet anders en dus veralgemeen ik naar het hele Nederlandse taalgebied.
(2) Wie op internet gaat zoeken zal gemakkelijk andere aantallen vinden: geen twee websites geven dezelfde cijfers. 
Plaats een nieuwe opmerking

Reacties op: 't Is een Scandi!