Hebban vandaag

Lezen /

'Don’t drive home the wrong way' van San Bos

Hij ligt op dit moment in de schappen: 'Je moet wat', het debuut van San Bos. Lees nu op Hebban Kort 'Don’t drive home the wrong way', het vernuftig geschreven openingsverhaal van de bundel.

Over Je moet wat:
Licht van toon, met een vleugje ironie. De verhalen van San Bos bieden in enkele pagina's een inkijkje in een heel mensenleven. En hoewel je meestal blij bent dat dat leven het jouwe niet is, is San Bos in staat om de lezer onmiddellijk aan haar personages te binden. Aan de vrouw die dichter bij de donornier van haar man komt dan de bedoeling was. Aan de man die zich laat marineren door zijn Vlaamse vriendin. En aan de schoonmaakster die door de spullen van haar opdrachtgevers gaat. San Bos zet haar verhaalfiguren kort in de spotlights, maar de lichten reiken veel verder dan de laatste zin. Je moet wat is een sterk debuut, van een schrijver van wie wij nog veel gaan horen.

Don’t drive home the wrong way

Eigenlijk was het een vermoeden, zeker was ik niet. Ik had het erover met Thisja.
‘Op een onbewaakt moment vraag je het gewoon en kijk hem dan recht aan,’ zei ze.
‘Een onbewaakt moment?’
‘Ja, als je staat te koken en hij komt erbij staan, of in de badkamer als hij tandpasta op zijn borstel doet. Dan.’
Ik had er geen zin in. Ik bedoel, ik wilde het wel weten maar ik wilde niet dat Pete bij me wegging. Zijn naam staat op mijn arm getatoeëerd, River is twee en Rover net vier, we hebben een hypotheek, een hond. Ga ik bij hem weg als hij ja zegt? Stapt hij op als hij bekend heeft? Ik nam me voor het te vergeten, maar ik het vergat het niet. Ik wilde er niet over beginnen, zeker die avond niet. We zaten op de bank en keken naar de aftiteling van een film waar we halverwege in waren gevallen.

Een paar jaar geleden had hij iets met een ander. Een of ander mokkel dat tijdelijk de telefoon opnam in de taxicentrale waar hij werkt. Hij bracht steeds bloemen voor me mee en cadeautjes. Lief. Het ging echt lekker tussen ons. Op een dag ging ik onverwachts langs op de zaak.
Ik wilde weg. Alles heeft hij eraan gedaan om me terug te krijgen, alles. Negen maanden later kwam River.
Dat hij nu de cadeautjes en bloemen achterwege liet snapte ik wel. Hij werkte over, neuriede, maar snauwde mij en de kinderen af. Thuis sms’te hij de hele tijd. Liep rond met zo’n vreemde grijns op zijn gezicht. Die avond, toen ik er zeker niet over wilde beginnen, zaten we op de bank.
‘Ik ben met iemand anders naar bed geweest,’ zei ik ineens. Ik hoorde het mezelf zeggen.

Eerst bleef hij rustig.
‘Met wie?’ vroeg hij.
‘O, met iemand,’ zei ik.
‘Met iemand… met wie, vraag ik je. Ken ik hem?’ Toen begon hij te schelden. Ik zat daar maar op die bank. Pete liep rond en werd grof. Hij veegde het kleed van tafel waarop nog borden en een fles ketchup stonden.
Door iets in zijn bewegingen, die op een vreemde manier voorzichtig waren, en iets in zijn stem die schreeuwde, maar niet zo hard dat de kinderen wakker werden, wist ik het. Ook al schold hij, er zat iets van opluchting in zijn kwaadheid. Het was een zuiver westaan- quitte-geluid. Die avond sliep hij op de bank.

De volgende ochtend begon hij er meteen over. Of ik die gozer nog zag. Ik zei dat het eenmalig was geweest. Of ik ervan genoten had. Ik zei nee, in de hoop nog iets goed te maken. Hij sloeg een paar keer hard met zijn vuist in zijn hand.

Op het werk vroeg Thisja hoe het ging.
‘Heb jij dat ook weleens,’ zei ik, ‘dat je in een vergadering zit en denkt: ik kan er niets meer bij hebben. Dan komt er nieuw werk op tafel. Vierhout kijkt rond. Je denkt: als hij het aan mij vraagt, zeg ik nee. Hij legt uit wat het werk inhoudt en je denkt: wat een pleurisklus. Dan kijkt hij in jouw richting en voor hij je iets vraagt, zeg je: “Oké, ik doe het.”’
‘Nee,’ zei ze.

Die avond was Pete op tijd thuis, hij sms’te nog vaker. De kinderen keken tv terwijl ik kookte. Na het eten aten we ijs, dat de kinderen mochten versieren met nootjes en gekleurde balletjes.
Ook die nacht sliep hij op de bank.

Vrijdagavond kwamen zijn ouders eten. Ze hadden cadeautjes meegebracht voor River en Rover. Pete haalde Chinees en we dronken er donker bier bij. Af en toe keek Pete naar me. Keurde hij me? Was ze jonger? Knapper? Leuker? Ging hij bij me weg? In de keuken liet ik een pak vla vallen; alles zat onder.
We speelden kaart met z’n vieren. Om elf uur gingen zijn ouders weg. Ik deed nog een poging om te zeggen dat het niet waar was. Dat ik nooit met een ander was geweest. Pete keek op zijn mobieltje, hij hoorde me niet. Om half twee kroop hij naast me in bed.

In het weekend deden we rustig aan. Pete belde een visafspraak af. Ik deed de boodschappen. Ik had geen lijstje gemaakt. Verse groente, dacht ik, en ik gooide twee zakken chips in mijn karretje. De spruitjes in de aanbieding zagen er klein en niet fris uit. Ze hadden aardbeien. Ik zocht de beste doos uit, waar ze rood en romig in het bubbeltjesplastic lagen. Er botste een dikke vrouw tegen mij aan. Ze zei niets.
Terug nam ik een omweg. Hoe zou het zijn als ik naar mijn moeder reed en nooit meer naar huis zou gaan? Ik zat al op de snelweg.
Don’t drive home the wrong way,’ zong een man op de radio. Bij de eerste afslag keerde ik om.
Thuis had Pete foto’s van de kinderen opgehangen. De lijstjes hadden meer dan een jaar in de kast gelegen. Ik was er blij mee. We lieten met z’n allen de hond uit, wat we nooit deden. Ik had iets lekkers meegenomen voor ’s avonds bij de koffie, we lachten om een tv-programma met bloopers. Pete keek niet één keer op zijn mobiel. Tegen enen gingen we naar bed. We vreeën.

De volgende dag was ik vrij. Ik moest het huis schoonmaken, maar er kwam niets uit mijn handen. Ik dronk koffie, rookte een sigaret. Thisja belde.
‘Dus alles is weer oké tussen jou en Pete?’
‘Alles pais en vree.’
We hingen op, ik staarde een poosje voor me uit.
In de gang, op weg naar de keuken voor nog een kop koffie, trok ik de deur van de gangkast open. Ik zag de strijkplank, de stofzuiger en de grote vakantiekoffer staan.
Ik vroeg me af of al mijn kleren in die koffer pasten.

 



Over de auteur

Jean-Paul Colin

176 volgers
21 boeken
17 favoriet
Auteur


Reacties op: 'Don’t drive home the wrong way' van San Bos

 

Gerelateerd

Over

San Bos

San Bos

San Bos (1965) schreef korte verhalen voor o.a. De Revisor, KortVerhaal, NRC Handelsblad, Trouw, Bulkboek, Ballustrada en Schrijven Magazine. Ze won diverse prijzen. Ook was zij redacteur voor www.sho...