Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview James Patterson

Hij is een schrijfkanon dat sneller schrijft dan de lezer kan lezen. Hij schrijft boeken voor mannen en boeken voor vrouwen. Prachtige thrillers wisselt hij af met matige thrillers en in elk boek zweeft hij tussen Kunst en Kitsch. Hij heeft zo veel ideeën dat hij medewerkers in dienst moet nemen om samen zijn verhalen mee uit te werken. Hij is een van de vier best verkopende auteurs ter wereld. Meer dan 100 miljoen exemplaren gingen er van zijn boeken over de toonbank. James Patterson, de onbetwiste koning van het snelle schrijven. Maar wat weten we eigenlijk van de invloed die vrouwen op zijn werk hebben gehad?

Mannen en vrouwen
Om te zien is Patterson (1947) een echte Amerikaan. Stevig, gebruind, toegeknepen ogen, een geconcentreerde blik. Stuurs ook, hard, een jager en visser. Zo op het oog een mannenman met een voorliefde voor een goed glas aan de bar met vrienden. Het is de erfenis van zijn vader’s genen. Daar staat tegenover dat de kleine James opgroeide in een gezin met voornamelijk vrouwen. De tegenstelling tussen de harde hand van zijn vader die zijn geest kneedde en het zachtaardige milieu waarin hij opgroeide verklaren de twee totaal verschillende thrillerseries waarmee hij zoveel succes heeft. Want daar is de serie rond de zwarte rechercheur moordzaken Alex Cross, de hoofdpersoon in keiharde, gewelddadige en razendsnelle verhalen. En daar is ook de serie rond de Women’s Murder Club, waarin Patterson probeert een vrouwelijke doelgroep te bedienen door middel van vrouwelijke hoofdpersonen, vrouwvriendelijke dialogen, romantiek en soap-achtige scènes. Hier is een schrijver aan het werk met een gespleten ziel, een harde en een zachte kant.

Vrouwen in de familie
James Patterson werd geboren in 1947 in Newburgh, New York, een grauwe en hardvochtige ruwe stad aan de Hudson, beter bekend als de “Little Apple”. Hij denkt met gemengde gevoelens aan zijn jeugd terug. “Ik groeide op in een huisgezin met voornamelijk vrouwen: grootmoeder, moeder, drie zusters, twee poezen en een zeer dominante vader. Hij werkte eerst als sociaal werker en later bij de verzekeringen. Hij was keihard, het buigen of barsten type. Wie niet horen wilde, moest voelen. Onbuigzaam voor zichzelf, maar ook voor mij en de anderen. Het schiep een enorme afstand. We waren nooit echt heel close met elkaar. En toch…toch was het net als met alle vaders en zonen, toch was hij mijn vader en rolmodel, al haatte ik zijn strengheid. Ik was veel closer met mijn oma en mijn zusters. Mijn oma Isabelle was de sleutelfiguur in mijn leven. Zij was degene die altijd: je kan alles in het leven bereiken wat je wilt. Naar haar luisterde ik. Bij haar wilde ik graag zijn.”

Vrouw als voorbeeld
Nadat hij klaar was met zijn studie Engelse Literatuur aan het Manhattan College en hij een blauwe maandag had gewerkt in een kliniek voor geestelijk gehandicapten in Cambridge Massachussets, ging Patterson in 1971 aan de slag als copywriter voor het Thompson agentschap. “Ik ging ernaar toe en sprak met een vrouw die een vriend van een vriend was. Ze was grappig, droeg een spijkerbroek en sportschoenen. Ze had een grote Vietcong vlag aan de muur en ze verdiende heel veel geld en ik dacht: okay, zo kan het dus ook. Lange tijd heb ik haar in gedachten gehad, als er in het werk iets stokte of als ik mijn identiteit dreigde te verliezen temidden van alle populaire types die in de reclamewereld rondliepen en de een na de andere loze kreet debiteerden. Dan dacht ik aan die Vietcong vlag, die sportieve meid die zich van niemand iets aantrok en die juist daarom zo aardig was gebleven.”
Uiteindelijk kreeg Patterson de verantwoordelijkheid voor enkele van de allergrootste klanten van het agentschap, zoals Kodak en Burger King. Maar het was geen werk dat hij tot in lengte van dagen wilde blijven doen. “Het was voor dat moment prima, maar ik was er totaal niet emotioneel bij betrokken. Ik wilde mensen waar voor hun geld geven. Ik wilde advertenties maken waar alle mensen met plezier naar zouden kijken, maar er waren te veel restricties.”
In zijn vrije tijd schreef Patterson aan zijn eerste boek The Thomas Berryman Number (1976). Nadat meer dan 30 uitgevers het boek hadden geweigerd, werd het alsnog gepubliceerd. Terwijl hij zijn baan bij Thompson aanhield, begon hij nu in hoog tempo boeken te schrijven, zowel fictie als non-fictie. Zijn werkdrift was het directe gevolg van de problemen in zijn privé-leven.

Zorg om Jane als stimulans
“Ik was destijds erg verliefd op een vrouw, Jane genaamd. Maar het was een trieste en zenuwslopende relatie, want ze werd ernstig ziek In haar hersenen ontwikkelde zich een tumor. In 1983 overleed ze. Tegelijkertijd schoot ik in mijn advertentiewerk helemaal naar de top. Ik werkte dag en nacht om mijn gedachten te verdringen. Ik wilde geen minuut voor mezelf. Ik ging niet op vakantie. Ik wilde geen moment alleen zijn. Ik stortte me helemaal op het advertentiewerk en ik schoot als een steen uit een katapult omhoog.”
Patterson werd in 1990 uiteindelijk voorzitter van de Raad van Bestuur, een positie die hij tot 1996 aanhield. Hij was op dat moment al een bestsellerauteur door boeken als Along, came a spider (Slaap, kindje slaap,1993), Kiss the girls (Meisjes plagen,1995), Jack and Jill (Pak me dan als je kan,1996). Maar ondanks al het succes was Patterson doodongelukkig.
“Een paar jaar na de dood van Jane, had ik een relatie met een vrouw van wie ik wist dat ik er niet bij wilde blijven. Mijn mooiste relatie was tot op dat moment nog steeds met Jane geweest. En ik zat te overdenken wat mijn prioriteiten waren. Ik was verzand in een sleur van thuiskomen, aan mijn boeken schrijven, mijn advertentiewerk afmaken en kort slapen. In die volgorde.”

Susan, nieuwe liefde
“Op een gegeven moment bedacht ik me dat ik aan een relatie toe was die wel werkte. Dus ging ik veel uit, heel veel zelfs, en ontmoette ik de jaren daarna dan ook behoorlijk wat vrouwen, totdat ik eindelijk Susan tegenkwam.”
Met Susan bleek het wonderwel te klikken. James en Sue trouwden en kregen een zoontje Jack dat inmiddels in de peuterleeftijd is. Het huwelijk en Patterson’s besluit om met het advertentiewerk te stoppen vielen bijna samen. Het maakte zijn leven niet minder druk, want de productie van zijn thrillers nam ongekende vormen aan. Patterson is een eenmans-denktank met een ongekende energie. Hij werkte rond 2001 aan acht boeken tegelijk, waaronder de spannende Alex Cross-thriller Rozen verwelken, een eerste kinderboek, een heuse liefdesroman, Suzanne’s Diary for Nicholas en bovendien First to die (De eerstverlorene), het eerste deel van de Women’s Murder Club met inspecteur Lindsay Boxer in de hoofdrol.
“Op de een of andere manier voel ik me het beste als ik aan meerdere dingen tegelijk werk. Het geeft me telkens weer frisse ideeën als ik van het ene verhaal naar het andere overstap. Het is prettig om na de ruwe wereld van Alex Cross, naar de veel gevoelsmatiger opererende Lindsay Boxer en haar vriendinnen over te stappen. Op die manier kan ik mijn mannelijke en mijn vrouwelijke kant in gelijke mate aan bod laten komen.”

Suzannes’s dagboek
In de boeken van Patterson komen tal van sterke vrouwen voor: Nana Mama in de Alex Cross boeken, hoofd van de familie en duidelijk geïnspireerd door Patterson’s oma. Verder privé-detective Annie Fitzgerald in Cradle and All en natuurlijk de vier vrouwen die deel uit maken van zijn serie de Women’s Murder Club. “Ik houd in het algemeen meer van vrouwen dan van mannen” zegt Patterson, “Daarom schrijf ik er graag over.”
Hoewel Patterson verklaart dat hij zelden werkelijk bestaande mensen in zijn boeken verwerkt, maakt hij een duidelijke uitzondering in Suzanne’s Diary for Nicholas, waarin hij een liefdesverhaal beschrijft vanuit het perspectief van twee vrouwen.
De directe aanleiding voor het schrijven ervan was het feit dat Patterson’s vrouw Susan een dagboek bijhoudt voor zijn zoontje Jack. Maar qua inhoud wordt in Suzanne’s Diary in nauwelijks verholen bewoordingen zijn relatie met zijn te vroeg overleden geliefde Jane beschreven. “Die liefde heeft een diepe impact op me gehad. Het heeft tot ver over mijn veertigste verjaardag geduurd, voordat ik iemand vond waar ik weer van durfde te houden. Maar om misverstanden te voorkomen, Suzanne’s Diary is niet mijn persoonlijk liefdesverhaal. Ik heb er natuurlijk wel uit geput, maar het is een universeel verhaal. Een verhaal dat een ieders verlangen naar liefde weerspiegelt. Verder zit er een andere universele wijsheid in die van mijn oma afkomstig is. Zij vertelde me het volgende verhaal. Ze zei:”Stel je eens voor dat het leven een spel is waarbij je met vijf ballen jongleert. Die ballen hebben namen: werk, familie, gezondheid, vrienden en integriteit. En jij houdt al die ballen in de lucht. Maar op een dag kom je tot de ontdekking dat “werk” een rubberbal is. Als je hem laat vallen, stuitert hij terug. De andere vier ballen: familie, gezondheid, vrienden en integriteit zijn daarentegen van glas. Als je er een laat vallen, is hij onherstelbaar beschadigd of misschien zelfs wel helemaal kapot, aan gruzelementen. En jongen, als je deze les van de vijf ballen op zekere dag ten volle begrijpt, heb je het begin gevonden van balans in je leven.”

Vrouwelijke speurders
In De eerstverlorene, het eerste deel uit de Women’s Murder Club, staat Lindsay Boxer voor de taak een zeer gewelddadige moordenaar op te sporen die het voorzien heeft op pasgetrouwde stellen. Lindsay krijgt tegen haar wil een nieuwe partner toegewezen, maar ze zoekt voornamelijk hulp bij haar drie goede vriendinnen: een patholoog-anatoom (Claire Washnurn), een misdaadjournaliste (Cindy Thomas) en een hulpofficier van justitie (Jill Bernhardt). Met z'n vieren zijn de speurende dames ijzersterk. Maar als rasverteller weet Patterson als geen ander dat het razend moeilijk is om vier belangrijke dames evenveel ruimte in een boek te geven. Het zou het verhaal onnodig ophouden. Daarom laat hij in het derde deel van de Women’s Murder Club, De derde aanslag een van de vriendinnen op tragische wijze om het leven komen. Het is een uiterst emotionele scène (altijd goed voor de ‘kijkcijfers’) en bovendien hoeft Patterson zich in zijn komende thrillers om minder personages zorgen te maken. Overigens is de toonzetting van alle delen uit de Women’s Murder Club-serie beduidend anders dan in Patterson’s andere boeken. Er wordt veel aandacht besteed aan typisch vrouwelijke zaken. De dialogen zijn doorspekt met details en belangstelling voor dagelijkse beslommeringen. Relaties, romantiek en een meisjes-achtige toon maken duidelijk dat de schrijver zich intens heeft proberen in te leven in de emotionele wereld van de vrouw. En met succes. Een jeugd lang tussen de vrouwen, heeft duidelijk vruchten afgeworpen. Patterson zegt daarover: “Het klinkt gek, maar ik heb nog steeds het geroezemoes van de conversaties van mijn moeder, oma en zussen in mijn hoofd. Vergis je niet, het vrouwelijk denken en discussiëren is voor mij een soort indoctrinatie geweest, ik heb jaren lang niets anders meegemaakt. Nu, als volwassene heb ik meer vrouwelijke dan mannelijke vrienden. Ik houd van de manier waarop vrouwen praten.”

Laura
Niet alleen Pattersons’s oma en zusters hebben model gestaan voor zijn romanfiguren. Patterson heeft de familie van zijn donkere held Alex Cross, intelligent, welbespraakt, een goede vader, rechtstreeks ontleend aan een zwarte kokkin Laura die hij kende. Zij kwam voor Patterson werken nadat zij bij haar man was weggelopen. “Zij was een schat van een vrouw en een hele goede moeder. De sfeer die ik bij haar thuis aantrof heb ik meegenomen naar het gezin van Alex Cross. Overigens, de warmte die ik bij Laura en haar familie meemaakte, heb ik in mijn eigen familie in wezen nooit gehad. Ik hoop dat in mijn eigen situatie beter te doen. Ik ben tegenwoordig meer thuis. Ik wil samen met Sue mijn kleine jongen zien opgroeien en dat is iets wat veel vaders me niet na kunnen zeggen. Op de een of andere manier rond dat dingen af. Het voelt heel erg goed aan.”

Verwacht het onverwachte
Patterson had en heeft zoveel ideeën voor boeken die hij verwezenlijkt wil zien dat hij begin 2000 in zee ging met co-auteur Andrew Cross (en enkele andere schrijvende medewerkers). Hoewel Cross als geen ander de stijl-kenmerken van Patterson kan kopiëren: bondig taalgebruik, snelle acties, snelle voortgang van het verhaal, is aan sommige boeken te merken dat Patterson’s schrijvershand ontbreekt. De meester zelf is als geen ander in staat om prachtige trefzekere beelden op te roepen die je als lezer graag terugleest. Zo beschrijft Patterson een district in San Francisco dat “zo grimmig is dat zelfs de zon er niet over straat durft.” Een district waar je niemand op straat ziet: “Mensen van de nacht verdwijnen snel in het donker.” Of neem: “Het was een dag die zo uit een kinderkleurboek kon zijn gescheurd. Felgele zon. Fluitende vogeltjes en overal de zoete geur van de zomer.”
Kortom, Patterson is een vakman in taal, toonzetting en verteltrant. Zijn taalgebruik geeft de actie extra vaart mee. Korte hoofdstukken (van soms maar 1 pagina), korte zinnen, korte woorden, korte dialogen. Kortom, filmtaal in boekvorm. Er is haast, dus niet te veel details. De actie moet door. Tempo, is het sleutelwoord. Patterson kan echt schrijven. Hij is een rasverteller. Hij kent niet alleen de smaak van het grote publiek, nee, hij is de vleesgeworden smaak van het grote publiek. Zijn doel is, net als met zijn reclamewerk, mensen entertainen, blij maken. “Ik ben er op uit om de lezer een fijne tijd te geven. Ik geef de mensen een ritje in een draaimolen op de kermis. En wat ik verder nog ga schrijven? Wat voor soort boeken? Verwacht van mij altijd het onverwachte.”

Femme fatale
Met zijn co-auteur Andrew Cross schreef Patterson ook een fantasy roman en in 2006 kwam van hun hand het zomerse Lifeguard (Zomer van verraad) op de markt. Een thriller waar vrouwen opnieuw een grote rol in spelen. Lifeguard is de papieren versie van Baywatch, de wereld van strandwachten en visioenen van in oranje badpak geklede hulpverleensters die lenig en beeldschoon in slow motion over het strand voortwarrelen. Het ademt de sfeer van zon, zee, zonebrand en een goede kans op seks met surfslanke meisjes. Hoofdpersoon is Ned Kelly. Het leven lacht hem toe. Hij is strandwacht op het schitterende strand van Palm Beach. Hij heeft een adembenemend mooi meisje ontmoet waar hij gek op is. Een duur meisje, want Tess woont in een vijfsterren hotel en houdt van kaviaar en exclusieve cocktails. Om alle luxe voor zijn vriendin te kunnen bekostigen, begeeft Ned zich op het criminele pad. Maar er gaat iets mis. Tess wordt in haar hotel vermoord en Ned is de hoofdverdachte. Alleen FBI-agente Nellie, die tijdelijk door Ned gegijzeld wordt, gelooft in zijn onschuld.

En zo zet Patterson hier opnieuw een deel van zijn ervaringen en tevens levensvisie op papier: de vrouw in de rol van femme fatale, een verleidster die een man in het ongeluk kan storten, maar aan de andere kant de vrouw in de rol van hulpverleenster, de enige redding om te overleven. Het is een thematiek die in veel van de boeken van Patterson aanwezig is.
Als je kijkt naar de rol die vrouwen in het leven van Patterson gespeeld hebben en nog steeds spelen, lijkt het niet vreemd te veronderstellen dat het thema nog vaak zal terugkeren.
Niet voor niets zegt Patterson: “Vrouwen zijn nu eenmaal leuker, begripvoller, slimmer, vergevingsgezinder en, ja natuurlijk, ook mooier dan mannen. Ik schrijf spannende boeken. Ik kan niet zonder hen.”



Over de auteur

Kees de Bree

90 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview James Patterson

 

Over

James Patterson

James Patterson

James Patterson (Newburgh, Orange County, 1947) is een Amerikaans auteur van een groot aantal thrillers, zowel in een serie als losstaand. Minder bekend in Nederland is dat hij ook een groot aantal b...