Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Anna, Lies en Wil van Gogh

Bij de naam Van Gogh gaan de gedachten vrijwel direct naar Vincent. Logisch, hij heeft de wereld nogal een erfenis achtergelaten. Vervolgens komt Theo, zijn broer, wellicht omhoog uit ons collectieve gedachten, maar daar blijft het voor veel mensen bij. Dat Vincent (en dus Theo) ook nog drie zussen (en een jongere broer) had, is niet heel bekend. Met het verschijnen van ‘De zussen Van Gogh’ van kunsthistoricus en auteur Willem-Jan Verlinden (45) gaat daar verandering in komen. We present you: Anna, Lies en Wil van Gogh.

In de literatuur over Vincent komen de zussen sporadisch voor, mede omdat Vincent hen zelden of helemaal niet geschilderd heeft. Maar, gelukkig, waren de zussen Van Gogh net zulke brievenschrijvers als Vincent en Theo. Brieven aan familieleden, vrienden en kennissen waar Verlinden dankbaar gebruik van heeft kunnen maken op het moment dat hij in de levens van de zussen dook. Er zijn honderden brieven van hun bewaard gebleven. Zoals in het voorwoord staat: Helaas is niet alles bewaard gebleven en ook is niet elke brief even relevant. Het deel dat echter wél bewaard is, bevat veel interessante persoonlijke details over hun levens.


'Ze konden het zelf vertellen'

‘Ik dacht heel lang dat ik een algemeen boek zou maken waarbij  ik veel gebruik zou moeten maken van algemene feiten. Met af en toe een persoonlijk verhaal of een gebeurtenis als brug tussen de thema’s. Maar door al die briefwisselingen werd het een ander verhaal; ze konden het zelf vertellen,’ legt Verlinden uit. Daarvoor hoefde hij “slechts” honderden brieven door te lezen, waardoor puzzelstukjes over de levens van de zussen, en hoe hun verhouding zich tot hun oudere, steeds bekender wordende broer verhield, op z’n plaats vielen. ‘Het verveelde me nooit en de brieven bleven altijd boeien.’ De zussen schrijven niet allemaal zoals Vincent, die als schrijver volgens Verlinden ‘op eenzame hoogte staat’. Maar ‘uit de brieven blijkt zeker de liefde voor elkaar, voor het Brabant uit hun jeugd, het belang van de ontwikkeling van het volwassen worden en het opdoen van ervaringen en indrukken, vaak buitenshuis en buiten de veilige kring van het gezin.’ In de brieven wordt de verbondenheid tussen de broers en zussen onderling weerspiegeld, maar zeker ook met hun ouders. ‘We zijn elkaar tot steun en blijven altijd bij elkaar door te schrijven, waar iedereen ook heen gaat, was de mening van hun moeder Anna.’

Ze repte met geen woord over het wangedrag van haar oudste broer, die zich als een draak gedroeg. In haar brief heeft ze het wel over de fijne kerst die ze samen hebben gehad. Aan Theo vertelt ze in een brief wel hoe het zit.

En zoals dat gaat tussen ouders en kinderen (toen, maar ook vandaag de dag nog) vertelden de kinderen niet alles aan hun ouders, blijkt. Want wat de dochter voor haar ouders verzweeg, schreef ze wel uitgebreid naar haar broer Theo. Zoals de brief die Anna in 1875 haar ouders in de kerstperiode vanuit Engeland (daar woonde Vincent op dat moment en daar kwam Anna op bezoek vanuit Welwyn) schreef. ‘Ze repte met geen woord over het wangedrag van haar oudste broer, die zich als een draak gedroeg. In haar brief heeft ze het wel over de fijne kerst die ze samen hebben gehad. Aan Theo vertelt ze in een brief wel hoe het zit. “Ze moesten eens weten.” Pa en moe Van Gogh leven in de veronderstelling dat Vincent hun dochter in Engeland tot grote steun is en Anna besluit hen in die waan te laten. Onder andere hierdoor, zie je dat heel veel van die brieven puur menselijk zijn.’

Samen staan ze, als vrouwen in hun tijd, voor een belangrijke ontwikkeling in de maatschappij waarin de positie van vrouwen verandert. Ieder van hen laat op haar eigen manier van vrouw zijn zien.

Londen was de stad die Verlinden op het idee bracht voor dit boek. ‘Ik kwam oudste zus Anna heel concreet in Londen tegen, waar zij in 1874 een tijd met Vincent samenwoonde, door de stad wandelde, tentoonstellingen bezocht en andere mensen ontmoette.’ De Engelse hoofdstad, maar ook de brieven van Vincent en andere familieleden uit die tijd, waren voor Verlinden aanleiding om juist daar research te doen voor zijn eerste boek over Van Goghs Londense jaren, Hoe ik van Londen houd (2013). Hij schreef het samen met Kristine Groenhart.  De zussen bleken interessant, ‘omdat ze alle drie zo verschillend zijn. Samen staan ze, als vrouwen in hun tijd, voor een belangrijke ontwikkeling in de maatschappij waarin de positie van vrouwen verandert. Ieder van hen laat op haar eigen manier van vrouw zijn zien.’


Fascinerend tijdsbeeld

Verlinden heeft er voor gekozen de levens van de zussen tegen de maatschappelijke achtergrond van die tijd te plaatsen en schetst daarmee een fascinerend tijdsbeeld van de turbulente ontwikkelingen tijdens de tweede helft van de negentiende eeuw. Een tijd ‘waarin de positie van de vrouw veranderde, educatiemogelijkheden toenamen, maar ook de trein en later de auto z’n intrede deden. De negentiende eeuw is een interessante periode, maar veel mensen denken die periode wel te snappen. Maar eigenlijk snappen we er geen bal van. Het was zo’n andere, hardere periode dan onze tijd. Die je alleen kunt doorgronden als je er ook echt induikt. Sommige situaties of omstandigheden uit het heden laten zich juist door ontwikkelingen of veranderingen uit de tijd waar ik het in het boek over heb, verklaren. Maar het is wel belangrijk om de historische context goed in de gaten houden wanneer je in 2016 over begrippen of ontwikkelingen uit die negentiende eeuw praat.’

Hiermee doelt Verlinden zeker ook op de geestelijke erfenis van de Van Gogh-familie, want wie een beetje in de familiegeschiedenis duikt, merkt al snel op dat veel familieleden geestelijk leden of zoals Verlinden het prachtig verwoordt ‘dat er in de familie factoren aanwezig zijn die duiden op geestelijke ongesteldheid.’ Twee van de drie broers schoten zichzelf dood (Vincent en de jongere broer Cor, die naar Zuid-Afrika was geëmigreerd, meevocht in de oorlog, krijgsgevangen werd gemaakt en zelfmoord pleegde), maar ook de familie van moeder van Gogh blijft niet buiten beschouwing. Hun oom (de broer van moeder Anna) pleegde ook zelfmoord, ze hadden een geestelijk beperkte tante en hun opa is gek en schuimbekkend heengegaan, hij had de snotterziekte opgelopen, dit meldt althans de burgerlijke stand als doodsoorzaak. Een door runderen overdraagbare ziekte die ervoor zorgde dat hij binnen elf dagen overleed. Een van zijn broers getuigt ervan in de familiekroniek.

Maar alle geestelijke gezondheidsgevallen staan op zich, zijn verschillend en ‘wij kijken met onze 21ste ogen naar 19-de eeuwse situaties. Inmiddels weten we veel meer over de geestelijke gezondheid en weten we dat beter onder woorden te brengen. Toen waren het containerbegrippen, waar alles maar in gestopt werd, maar we mogen zeker herhalen wat de zussen en ook Vincent, maar ook andere familieleden er zelf over zeiden in de brieven aan elkaar en de documenten voor het nageslacht.’

Door hun manier van schrijven hebben ze hun karakters vormgegeven, schrijft Verlinden in zijn voorwoord. Anna, de moederkloek, de vrome oudste dochter, die hun moeder verpleegde en zelf ook een toegewijd moeder en grootmoeder bleek te zijn; Lies, de theatrale tweede zus, die zich de nagedachtenis van haar beroemde broer op latere leeftijd meer en meer toe-eigende, onder ander door over hem te schrijven en te dichten; en tot slot de jongste zus Wil, de lievelingszus van Vincent, die ook het meest op hem leek.


Kwetsbaarheid van de geest

Wils ‘zwakke plek lag net als bij Vincent in de kwetsbaarheid van de geest.’ Zusje Wil belandde in 1902 uiteindelijk een psychiatrische inrichting, nadat ze ‘rare brieven begon te schrijven. Waarschijnlijk is ze door vriendinnen naar het ziekenhuis gebracht, waar ze oorspronkelijk zes weken zou blijven. Maar de situatie verergerde; ze was onhandelbaar, sprak en at niet en uiteindelijk bleef ze de rest van haar leven in de inrichting.’ Dat zou nog bijna veertig jaar het geval zijn. ‘Er wordt gekozen voor een constructie waar hun vader in 1880 al naar gezocht had voor zoon Vincent toen hij zoveel problemen met hem had. Hij had van een kliniek in Geel, vlakbij Turnhout, net over de grens met België, gehoord. De essentie van de behandeling daar, was dat je in een familiaire constructie behandeld zou worden, waar de nadruk juist werd gelegd op wat een patiënt nog wel kan en waar de structuur van een zo gewoon mogelijk huisgezin werd aangeboden. Geel was nu ver weg, dus uiteindelijk kwam Wil in Ermelo-Veldwijk terecht, waar ook vanuit deze gedachte patiënten werden behandeld.’

Alle correspondentie ten spijt; geen van de Van Goghs rept in hun brieven over belangrijke nieuwsfeiten, maatschappelijke verschuivingen en overige belangrijke gebeurtenissen buiten hun eigen gezin. Alleen tante Mietje van Gogh (zus van hun vader Dorus) hield zich daar mee bezig. ‘Zij is de geschiedschrijfster van de Van Goghs en schreef drie schriftjes.’ Zij schrijft over zaken van ‘nationaal belang, zoals de intrede van de telegraaf en de postzegel, de nieuwe Grondwet van 1848, de commotie rond het uitkomen van Max Havelaar in 1860, het koningshuis, landelijke cholera-epidemieën en verschillende landbouwcrisis.’


De tuin in Etten

De cover, tot slot, is een onmiskenbare Van Gogh. Hij schilderde Herinneringen aan de tuin in Etten in Arles in 1888. Het schilderij is een terugblik op een belangrijke periode voor Vincent, namelijk zijn tijd in Etten, waar zijn carrière als kunstenaar voor het eerst een serieuze wending lijkt te nemen. Hij beeldt hierop de mensen af die hij twee jaar na zijn vertrek uit Nuenen het meeste mist: zijn moeder en jongste zus Willemien en dat tegen de achtergrond die daar diepe indruk op hem heeft gemaakt, de tuin. Het waren juist Moe en Wil die hierin heel actief waren. ‘Hij heeft het uit zijn hoofd geschilderd,' vertelt Verlinden. ‘Paul Gauguin had hem aangespoord om op zijn gevoel af te gaan en niet persé de exacte kopie van die tuin van toen in Etten te willen schilderen. Tot nu toe werkte Vincent alleen met de concrete beelden die hij zien kon, na kon tekenen of eerder had bestudeerd.’

Hoe Anna Cornelia (*1855), Elisabeth Hubertina (Lies, *1859) en Willemina Jacoba (Wil of Willemien, *1862) eruit zouden hebben gezien als hun grote broer ze geschilderd zou hebben, zullen we nooit te weten komen, maar omdat de dames zich fervent lieten fotograferen in plaatsen waar zij op dat moment studeerden, werkten of net waren gaan wonen, zoals: Leeuwarden, Dordrecht, Breda, Leiden of Soesterberg, weten we gelukkig wel hoe ze eruit hebben gezien. Zo’n portretje werd aan thuis of aan elkaar gestuurd en maakte het wellicht makkelijker niet meer altijd als compleet gezin met name op hoogtijdagen bij elkaar te zijn. Jammer genoeg is er nooit een foto van Anna, Lies en Wil gemaakt waar zij samen opstaan. Gelukkig is er nu het boek waarin ze alle drie de harten van ieder die het leest doen smelten.


Hebban Leesclub

Er is momenteel een leesclub gaande rond het boek De zussen van Gogh. Daar kun je met een eigen exemplaar nog bij aanhaken. Auteur Willem-Jan Verlinden beantwoordt vragen van zijn lezers in deze leesclub.

Ga naar de leesclubpage van De zussen van Gogh



Over de auteur

Victoria Farkas

148 volgers
8 boeken
3 favoriet
Auteur


Reacties op: Anna, Lies en Wil van Gogh

 

Gerelateerd

Over

Willem-Jan Verlinden

Willem-Jan Verlinden

auteur (45) 'de zussen Van Gogh' (2016) en 'Hoe ik van Londen houd' (2013).

Hebban Spots

De zussen van Gogh

34 volgers

Welkom bij de leesclub rond het boek De zussen van Gogh van Willem-Jan Verlinden (Uitgeverij Ambo|Anthos). Onze hashtag is #hebbanleesclub. Deze leesclub is afgesloten met een gemiddelde waardering...