Hebban vandaag

Interview /

Arjen Lubach: meer respect voor thrillerschrijvers

Hij schrijft romans, columns, scenario’s, is verantwoordelijk voor de rapservice van Koefnoen. Hij presenteert op radio en tv, treedt op in het theater en had zelfs een top 40-hit. Arjen Lubach is cabaretier en winnaar van het televisieprogramma De Slimste Mens en een van de bedenkers van Recensiekoning om, volgens eigen zeggen, gratis producten te ontvangen. Een rasechte duizendpoot met een indrukwekkend cv. Toch zou een Lubach-thriller er nooit komen, vertelde hij nog niet zo lang geleden in een interview. Maar, zo luidde de kop boven het artikel: ‘Ik zou best een goede thrillerauteur zijn.’

Alleskunner Arjan Lubach schreef tóch die thriller, hoewel hij deze zelf liever “een spannend boek” noemt. Maar IV is een volbloed thriller in de traditie van Dan Brown, met een vleugje vaderlands complotdenken à la faction-specialist Tomas Ross. Maar voordat we het daar over gaan hebben, roep ik Arjen eerst even ter verantwoording. 

Je hebt wel wat uit te leggen aan de thrillerlezers hier. 

Arjen moet lachen. ‘Over dat ik nooit een thriller zou schrijven… Ik was al benieuwd hoe snel die zou komen, maar ik verwachtte ’m niet direct als eerste vraag in mijn eerste interview over IV. Ik weet eigenlijk niet meer zo goed waarom ik dat heb gezegd, misschien is het een beetje uit zijn verband getrokken. Aan de andere kant: zo permitteer ik mezelf de luxe om op alles terug te kunnen komen wat ik ooit heb gezegd.’

Zo makkelijk komt hij er natuurlijk niet mee weg. ‘Het genre spreekt me niet aan,’ zeg je in datzelfde interview op Recensieweb.

‘Dat is in die zin misschien ook wel zo, dat ik niet vooral thrillers lees. Ik denk trouwens dat het ook voortkwam uit het feit dat het interview net na Magnus kwam, het boek dat toch wel een beetje mijn grote doorbraak is geweest (hij won hiermee de Dioraphte Jongerenliteratuur publieksprijs, red.). Daar was ik zo trots op en toen heb ik waarschijnlijk ook wel gedacht: “dit is wat ik doe, dit is wat ik blijf doen”.’

Dat kunnen we misschien nog wel begrijpen. Maar waarom nu dan toch een thriller schrijven? 

‘Allereerst omdat ik mijn collega-schrijvers wel eens hoorde zeggen: “als het misgaat kan ik altijd nog een thrillertje schrijven”. Dat dacht ik zelf ook wel eens, maar eigenlijk vond ik dat ook best wel arrogant. Want is het wel zo makkelijk om een thriller te schrijven? Ik wist dat ik daar alleen maar achter zou komen door het te proberen. Het is een heel eigen metier, weet ik nu. Het uitdenken van de puzzel, het achterhouden van informatie, het werken naar een plot. Ik vond dat erg leuk om te doen, maar ook best moeilijk. In een roman kan ik mezelf een hoofdstuk verliezen in een overpeinzing of een sfeer, bij een thriller werk dat dus niet. Het verhaal moet verteld worden en moet doorgaan. Ik heb veel meer respect gekregen voor thrillerschrijvers. Ik denk er niet meer zo makkelijk over als ik toen deed.’

Het uitdenken van de puzzel, het achterhouden van informatie, het werken naar een plot. Ik vond dat erg leuk om te doen, maar ook best moeilijk.

Toch zijn het niet deze vragen waarom de 33-jarige creatief wat ongemakkelijk heen en weer schuift op de lederen bank in de lobby van Hotel V. De plek die we hebben gekozen omdat het verhaal zich onder andere in dit deel van Amsterdam afspeelt.  Waar collega Tomas Ross, we noemen hem nog maar een keer, meestal niet kan wachten om zijn complottheorie achter een nieuw boek breed uit te meten in de media, daar is Lubach extreem huiverig. 

‘Ik wil het daar eigenlijk niet over hebben,’ zegt hij op het moment dat ik hem mijn eerste inhoudelijke vraag stel over IV. Die vraag parkeren we maar even. Eerst maar even over het verhaal dan. IV begint met de dood van een oude wetenschapper in Amsterdam. Hij heeft een intelligente puzzel achtergelaten voor zijn enige dochter, de geniale wiskundige Elsa. De uitkomst van deze speurtocht kan grote consequenties hebben voor de Nederlandse staat zoals we deze al jaren kennen. Elsa, geholpen door een oude vriend van haar vader, een populaire tv-wetenschapper en een jonge studente, stuit op een spoor dat teruggaat naar de tijd van politicus Thorbecke en koning Willem III. Een gedegen geconstrueerd what if-scenario ontvouwt zich. 

Terug naar het schrijven. Wat heb je nu als het grote verschil ervaren tussen het schrijven van een roman en een thriller? 

‘Voor een roman zoek je eerst meer een sfeer en ga je kijken naar de hoofdpersoon, wat hij heeft beleefd, naar de filosofische bespiegelingen van zijn bestaan en naar zijn omgeving. Bij IV wilde ik een verhaal vertellen met een wortel in de Nederlandse geschiedenis dat zou leiden tot een grote ontknoping met een impact op de huidige staatsinrichting. Een gewoon figuur die betrokken raakt bij iets groots. Je bedenkt je personage bij het verhaal in plaats van een verhaal bij je personage, zoals in Magnus.’

En het is de eerste keer dat je hoofdpersoon een vrouw is. 

‘Dat is eigenlijk wel grappig. Ik had het verhaal eerst geschreven met een man in de rol die Elsa nu heeft. Maar dat werkte niet. Er ontstond een soort gekke erotische spanning tussen hem en de studente die hem helpt, terwijl hij een vrouw en kind in Frankrijk had zitten. Dat maakte hem ineens erg onsympathiek en dat zat het verhaal vreselijk in de weg. Mijn agent zei toen “Waarom geen twee stoere vrouwen?”. Dat deed ik en het werkte ineens allemaal wel. Die erotische spanning was er niet meer, maar er kwam een soort van vrouwelijke kameraadschap voor in de plaats.’

Verkoopt een knappe vrouwelijke hoofdpersoon ook niet gewoon veel beter?

‘Kijk, thrillerschrijven is effectschrijven. Dat maakte het schrijven van IV voor mij ook zo interessant, want dat deed ik hiervoor nooit. Mijn romans schrijf ik altijd puur voor en vanuit mezelf, daar probeer ik juist niet aan de doelgroep te denken. Bij het schrijven van IV heb ik – zeker in het begin – juist wel heel erg vanuit de lezer gedacht. Zo heb ik gezorgd dat het mooi weer is, het speelt zich af in de zomer, dat het een aantrekkelijke hoofdpersoon heeft en een onderwerp waar we allemaal wel iets van vinden, met een vleugje vakantie erin. Ik heb het naarmate het boek vorderde losgelaten, om uiteindelijk niet zo’n kleurloos modelboek te schrijven, want dat werkt natuurlijk ook niet. Ik kan me ook wel goed voorstellen dat dat wat ik nu doe helemaal niet vernieuwend is binnen het genre, maar dat is het wel voor mij persoonlijk en voor mijn lezers.’ 

IV speelt zich af in een kleine 48 uur. Is dat ook een bewuste keuze? 

‘De werktitel van IV was Gisteren om deze tijd was er nog niets aan de hand. Ik wilde het verhaal eigenlijk in een tijdbestek van één dag laten afspelen, maar dat was echt te kort. Er moest iets meer tijd zijn om alles geloofwaardig in kwijt te kunnen.’ 

Heb je veel research moeten doen?

‘Ik weet uit persoonlijke interesse vrij veel van de Nederlandse geschiedenis. Ik wist wel wie Thorbecke was en wat hij met de grondwet heeft gedaan. Maar ik heb me er natuurlijk nog wel wat meer in verdiept en bijvoorbeeld de brievenboeken van Thorbecke gelezen. En Wikipedia is natuurlijk een dankbare bron om dingen na te zoeken. In mijn ogen is een boek geslaagd als ik moet lachen, als ik een keer geëmotioneerd ben en als ik iets leer. Als ik dat in één boek terugvind, dan vind ik het een tof boek. Als mensen hetzelfde met mijn boek hebben, dan vind ik dat alleen maar leuk.’ 

Ik noemde hem al eerder, Dan Brown. Zonder IV nu direct een De Da Vinci code-kloon te noemen, vertoont Lubachs thrillerdebuut qua opzet, plot en ritme de nodige overeenkomsten met het werk van de Amerikaanse bestsellerauteur. Maar ook de vergelijking met Tomas Ross’ werk is snel gemaakt als je het in de sfeer van complottheorieën zoekt waarbij het Koninklijk Huis betrokken is. Ik besef dat we ons langzaam maar zeker op glad ijs gaan begeven.

‘Ik heb tien jaar geleden natuurlijk ook De Da Vinci code gelezen,’ vertelt Lubach. ‘Ik begrijp de vergelijking ook wel. IV is misschien wel familie van De Da Vinci code-achtigen. En Ross, kijk, ik noem hem niet voor niets ook in de verantwoording van mijn boek. Daar voelde ik me wel een beetje toe verplicht. Niet dat hij er patent op heeft, maar Tomas Ross is toch een beetje de godfather van dit specifieke genre.’

Arjen Lubach blijft op zijn qui-vive en maakt nog eens duidelijk hoe belangrijk hij het vindt dat er inhoudelijk niets over zijn complottheorie uitlekt. Hij snapt ook dat het lastig gaat worden om dit vol te houden. 

Na Magnus had ik drie boeken geschreven met een introspectieve hoofdpersoon. Ik was een beetje bang dat als ik weer een roman zou schrijven het een beetje een herhaling van zetten zou gaan worden. Ik moest gewoon een heel ander boek schrijven.

‘Ik heb het niet geschreven omdat ik maatschappelijke debatten wil losmaken. Liever niet zelfs, want dan gaat het over de dingen in het verhaal die ik liever geheim wil houden. Dus als het straks allemaal ontploft in talkshows, dan ben ik eigenlijk helemaal niet zo blij. Dan is het misschien wel een eer dat het over je boek gaat, maar dat is nu net niet de bedoeling.’

Het zal misschien niet ontploffen, maar het gaat gebeuren. Ik waarschuw Lubach dat mensen gaan praten over die dingen waarover hij het niet wil hebben en dat hij daar niets aan kan veranderen. Je kunt het boek niet bespreken zonder – al is het maar dunnetjes – ook de “verboden onderwerpen” aan te snijden. 

‘Maar dat wil ik niet!’ Hij lacht. ‘Nee, ik weet ook wel dat ik dat niet kan voorkomen, maar als het aan mij ligt… Kijk, van mij hoor je het niet. Ik zal niet bij een interview op de tv of op de radio zeggen dat ik een boek wilde schrijven over dat onderwerp. Maar ik kan niemand de mond snoeren.’ 

Opmerkelijk genoeg verschijnt er van Tomas Ross zelf ook een boek in april waarin hij zijn complotdenken los laat op de twijfels in de bloedlijn van de Oranjes. 

‘Ik las dat ook laatst,’ zegt Lubach. ‘Maar toen had ik mijn boek al geschreven.’ 

Wanneer vind je zelf dat je geslaagd bent? 

‘Met dit boek? Nu al. Ik heb gevonden dat ik dit boek moest schrijven en ik ben er trots op zoals het er nu ligt. Dat ligt met kunst altijd een beetje ingewikkeld. Je maakt wat je wilt. Ik maak ook theaterstukken. Zo kan het gebeuren dat er in een zaaltje in Zee-land bejaarden zitten die er niets van begrijpen en bij hetzelfde stuk in de Kleine Komedie de zaal ontploft. Daar heb je geen grip op. Datzelfde zal gebeuren met dit boek. Er zullen mensen zijn die het verslinden en er zullen mensen zijn die er niks aan vinden.’ 

De veelzijdigheid van Lubach komt vaak ter sprake tijdens ons gesprek. Boeken, theater, televisie, internet. Voelt hij een drang om steeds weer met nieuwe dingen bezig te zijn?

‘Het is een natuurlijk een ding. Na Magnus had ik drie boeken geschreven met een introspectieve hoofdpersoon. Ik was een beetje bang dat als ik weer een roman zou schrijven het een beetje een herhaling van zetten zou gaan worden. Ik moest gewoon een heel ander boek schrijven. Het schrijven van IV was geen herhaling (lacht).’ 

Waar ben je het meest trots op? 

‘Sowieso op mijn boeken. Dat is een individuele prestatie. Ik sluit mezelf een zomer op en schrijf een boek. Met angst en zweet over mijn hele lijf stuur ik dan een stuk op naar een vriendin die meeleest. Ik ben dan echt opgelucht als ik positieve feedback krijg. Dat is anders met tv. Daar wordt over alles vergaderd, dingen worden van tevoren getest. Dat is een heel ander proces.’

Hoe ziet dat schrijf- proces eruit? 

‘Bij IV begon het met die experimentele fase op zoek naar het ideale boek. Toen kwam het verhaal en daarvoor heb ik me anderhalve maand afgezonderd in een hotel in Rome. Ik heb in die periode niemand gezien. Na het ontbijt ging ik weer naar boven om te schrijven en kwam alleen het hotel uit voor lunch en diner. Mijn romans schreef ik altijd meer tussen de bedrijven door. Dan kon ik ’s avonds gerust ook naar het theater. Bij IV moest het allemaal echt kloppen, dat is een puzzel die moet worden opgelost. Er was concentratie bij vereist. Er staan levens op het spel. Bij romans is de puzzel vaak minder complex. Daar kun je zeggen “Dat is nu eenmaal zoals mijn hoofdpersoon het voelde”. Ik heb bij IV veel gehad aan opmerkingen van de eerste lezers. Ik had mijn lezers met de eerste versie wat onderschat, denk ik. Toen ik dat hoorde, kon ik het beter en moeilijker maken.’

Is het schrijven van een thriller je bevallen? 

‘Ja, heel erg. Ik sluit nu ook zeker niet meer uit dat ik ooit nog een thriller ga schrijven. Mijn volgende boek zal waarschijnlijk weer een roman zijn, ook omdat ik eerst wil weten hoe de mensen reageren op IV. Maar ik heb ook al ideetjes voor een roman liggen. Daar kan ik weer aan de slag met de mooie zinnetjes die ik voor deze thriller heb laten liggen. Ik vind overigens niet dat stijl bij thrillers ondergeschikt is aan de plot, maar het taalgebruik moet de plot niet in de weg staan.’

Toch is er ook in deze thriller ruimte voor bijzondere zinnetjes en verborgen grappen.

‘Een van mijn favoriete films is Back to the Future waarin ze een overval plegen op een trein. De machinist vraagt dan aan “Doc” Brown: “Is this a robbery?”, waarop Brown zegt: “No, a science expirement!”. Mijn personage Van Eck gebruikt deze zin wanneer hij een Mini Cooper kaapt. Zo’n zin moet ik dan recyclen, vond ik. Het is dan mijn kleine eerbetoon aan de film.’

Wat vind je nu het allerleukste van alle dingen die je doet? 

‘Die vraag krijg ik natuurlijk wel vaker, maar ik heb eigenlijk nooit een goed antwoord. Het klopt gewoon wat ik nu doe. Stel dat je mij tien miljoen zou geven en ik zou nooit meer hoeven werken. Wat zou ik dan doen? Dan zou ik waarschijnlijk boeken schrijven, met vrienden in het theater spelen, voor televisie dingetjes verzinnen en muziek maken. Eigenlijk precies hetzelfde wat ik nu doe, alleen dan met veel geld op de bank. Ik zou nooit de woorden “ik ben heel gezegend” in de mond nemen, maar daar komt het wel een beetje op neer.’

Eerder gepubliceerd in Crimezone Magazine nr. 3 / De foto's zijn van Kenny Nagelkerke.



Over de auteur

Sander Verheijen

855 volgers
431 boeken
22 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Arjen Lubach: meer respect voor thrillerschrijvers

 

Gerelateerd

Over

Arjen Lubach

Arjen Lubach

Arjen Lubach (Lutjegast, 1979) is een Nederlandse auteur, televisiepresentator en cabaretier. Daarnaast is hij columnist, freelance tekstschrijver en filmscenarist. Hij is onder meer bekend ...

Overig

Hebban Debuutprijs Winnaars

op 21 januari 2015 door Hebban Crew 7 boeken 7 volgers 0 reacties