Hebban vandaag

Interview /

Bette Westera: 'Tiril is het kind dat ik graag wilde zijn'

door Lindy (Hebban Crew) 2 reacties
Bette Westera is auteur van het Kinderboekenweekgeschenk 'Tiril en de toverdrank'. Hebban sprak haar over haar (kinder)dromen, de Noorse mythen, nieuwsgierigheid en beeldvorming: 'Nieuwsgierigheid is een fijne eigenschap. Je wordt erdoor uitgenodigd om verder te kijken dan je neus lang is en zelf op onderzoek uit te gaan.'

Tiril en de toverdrank

Bette Westera, geïllustreerd door Pyhai

Rond haar tiende verjaardag ontdekt Tiril dat ze iets heel bijzonders kan: van gedaante veranderen, net als haar lievelingsgod Loki. Het is 872, het jaar waarin koning Harald Haardos het Hoge Noorden bijna heeft weten te verenigen tot één koninkrijk. Met de beste bedoelingen, geloven de ouders van Tiril. Maar hun dorpsgenoten denken daar anders over. Die eindigen liever op de bodem van de fjord dan dat ze zich overgeven aan de soldaten van Harald Haardos. Volgens Tiril is er maar één manier om het dorp van Haralds goedheid te overtuigen: een klinkend heldendicht waarin de edelmoedigheid van de koning wordt bezongen. Maar niemand in het langhuis kan dichten. Tiril besluit samen met haar vriendje Thialfi naar de onherbergzame wereld van de Joekels te reizen, op zoek naar een toverdrank die zelfs van de eenvoudigste schapenboer een dichter maakt. Daar heeft ze haar goddelijke gave al snel hard nodig…

'Ik ben altijd heel benieuwd hoe mijn eigen verhalen aflopen. Om dat te weten te komen moet ik wel doorgaan met schrijven.'

Je hebt een prachtige schrijverscarrière met vele onderscheidingen, zoals de Gouden Griffel en de Woutertje Pieterse Prijs. En nu mocht je dit jaar ook nog het Kinderboekenweekgeschenk schrijven. Hoe reageerde je op dat verzoek?

Blij verrast. Ik zei meteen ja. En ik begon ook bijna meteen na te denken over hoe ik het zou gaan aanpakken, want ik had maar vijf maanden de tijd. Dat is heel weinig voor een heel boek. Van eerste idee tot eindversie ben ik vaak wel anderhalf jaar bezig. Dan doe ik natuurlijk ook andere dingen tussendoor, maar toch.

Je koos ervoor om de Noorse mythen als uitgangspunt te nemen voor dit verhaal, waarin het meisje Tiril net als Loki van gedaante kan veranderen (en worden wat ze wil). In hoeverre moest je je verdiepen in de verhalen van de Noorse goden voor je begon met schrijven?

Ik kende ze een beetje, maar ben de mythen over Odin, Thor en Loki opnieuw gaan lezen (in Noorse mythen van Kevin Crossley-Holland en Jeffrey Alan Love, vertaald door Margaretha van Andel en uitgegeven bij Lemniscaat). Omdat ik graag ook gedichten wilde schrijven heb ik de mythe gekozen waarin Odin uit het spuug van alle andere goden samen een nieuwe god kneedt: Kvasir, de god van de wijsheid en de dichtkunst. Een mooie combinatie vind ik dat.

Ik heb een paar jaar Noors gestudeerd en ben vaak in Noorwegen geweest. Ik voel een warme band met dat koude land. Meer dan met bijvoorbeeld Griekenland, dat ook mooie mythen kent. Maar ik ben daar zelf nooit geweest. Het zou moeilijk zijn om dan de goede sfeer te pakken te krijgen.

Jouw jeugdige hoofdpersonen zijn, net als Tiril, vaak nieuwsgierig en avontuurlijk. In hoeverre lijken ze op hoe jij zelf als kind was?

Over worden wat je wil gesproken: Tiril is het kind dat ik graag wilde zijn toen ik een jaar of tien was: nieuwsgierig, impulsief, avontuurlijk, vindingrijk, eigenwijs en dapper. Ik was wel eigenwijs en vindingrijk, maar niet impulsief, avontuurlijk en dapper. Nieuwsgierig was ik gelukkig ook, en dat ben ik nog steeds. Ik ben altijd heel benieuwd hoe mijn eigen verhalen aflopen. Om dat te weten te komen moet ik wel doorgaan met schrijven.

Nieuwsgierigheid is een fijne eigenschap. Je wordt erdoor uitgenodigd om verder te kijken dan je neus lang is en zelf op onderzoek uit te gaan. Ik begon kort na de Amerikaanse verkiezingen aan Tiril en de toverdrank. Alles draaide bij die verkiezingen om beeldvorming. Wie nieuwsgierig is vraagt zich af: kloppen die beelden wel? Tiril doet in het verhaal hetzelfde. Ze vraagt zich af of het beeld dat zij en haar ouders van de nieuwe koning Harald voorgeschoteld krijgen wel klopt. Is koning Harald echt zo’n bruut als hun dorpsgenoten beweren of is dat een eenzijdig beeld? Moeten ze zich tegen hem blijven verzetten of hebben ze er misschien juist baat bij om zich over te geven?

'Ik heb mijn eigen beelden, maar ik weet uit ervaring dat de beeldenrijkdom van een illustrator veel groter is.'

Wat waren jouw eigen kinderdromen eigenlijk? Wist je altijd al dat je later schrijver wilde worden?

Ik las als kind veel, maar had niet bedacht dat achter al die boeken die ik las schrijvers zaten, en al helemaal niet dat je van schrijven je beroep zou kunnen maken. Ik wilde juf worden. Eenmaal op de PABO (toen Pedagogische Academie geheten) ontdekte ik dat ik het leuker vond om lessen te bedenken dan te geven. In dat laatste was ik helemaal niet zo goed, behalve als ik verhalen mocht vertellen. Ik ging lesmateriaal schrijven, werkvormen bedenken en die met leerkrachten uitproberen. Uiteindelijk ben ik schrijver geworden, maar dat was niet mijn kinderdroom.

Je schrijft zowel jeugdproza als gedichten en in dit Kinderboekenweekgeschenk combineer je beide met elkaar. Welke van de twee geniet jouw voorkeur om te schrijven en waarom?

Ik houd van de combinatie. Als ik een jaar of langer bezig ben geweest met gedichten, zoals voor Doodgewoon of Uit elkaar, heb ik daarna zin in een doorlopend verhaal. Zit ik daar eenmaal lekker in dan kan ik daar niets bij hebben, behalve zo af en toe een paar gedichten of een vertaling op rijm, dat is fijn voor de afwisseling. Het is ook heel goed om een verhaal waaraan ik bezig ben af en toe even weg te leggen en tussendoor iets anders te gaan doen. Om even afstand te nemen en aan iets anders te werken. Als ik dan verder ga met het verhaal zie ik waar de knelpunten zitten, waar het nog niet helemaal klopt, hoe het verder zou kunnen gaan, enzovoort.

Je werkt veel samen met illustrator Sylvia Weve, maar koos bij dit verhaal voor Pyhai. Hoe was die samenwerking?

Ik wilde graag samenwerken met iemand van de nieuwe generatie. Iemand met wie ik nog nooit gewerkt had. Ik kende Pyhai's werk en dacht al snel aan haar. Ze bleek erg van Scandinavië en van de mythen uit het hoge noorden te houden. Ik had er dus meteen al alle vertrouwen in dat ze de sfeer goed zou weten te treffen. Ik zeg nooit tegen de illustrator wat er op een tekening te zien moet zijn, behalve als dat voor het verhaal heel belangrijk is. Ik heb mijn eigen beelden, maar ik weet uit ervaring dat de beeldenrijkdom van een illustrator veel groter is. Pyhai's Minkels zagen er heel anders uit dan de Minkels die ik in mijn hoofd had. Veel leuker, met grote oren en rare neuzen. Zo grappig had ik ze zelf nooit kunnen bedenken.

Blijft er voor jou nog wel iets te dromen over? Zijn er doelen die je als auteur nog hebt?

Ik kijk nooit heel ver vooruit. Ik wil wel graag blijven schrijven. Voorlopig heb ik nog ideeën genoeg. Samen met goeie muzikanten liedjes maken is nog wel een droom. Ik doe het al wel af en toe, maar ik zou het best vaker willen doen. O ja, ik wil ook graag een vrolijke, verhalende kinderpodcast maken, samen met mijn dochter en haar man, die componist, sounddesigner en (podcast)producent is. We zijn bezig met een pilot. Daarmee hopen we partijen te vinden om mee samen te werken, zodat we meer afleveringen kunnen gaan maken. Er komen natuurlijk ook liedjes in.

'Neem de tijd, je hoeft nog lang geen definitieve keuze te maken. Ontdek eerst maar eens wie en wat je al bent.'

Welk advies zou je kinderen willen geven die misschien nog niet zo goed weten wat ze later willen worden?

Neem de tijd, je hoeft nog lang geen definitieve keuze te maken. Ontdek eerst maar eens wie en wat je al bent. Waar word je blij van? Waar word je boos van? Wat doe je graag? Wat kun je goed? Wat vind je belangrijk in het leven?

Welke boeken uit je eigen jeugd hebben een blijvende indruk op jou achtergelaten? Kun je er drie noemen en vertellen waarom?

Torenhoog en mijlen breed van Tonke Dragt. Vanuit een glazen koepel onderzoeken aardebewoners Venus, 'waar wouden zijn, als vuur zo heet, torenhoog en mijlen breed.' Gevaarlijk dus, die vreemde wereld. De jonge onderzoeker Edu verlaat de koepel tegen alle veiligheidsregels in zonder ruimtepak. Hij ontdekt een wonderschone wereld, met wezens die elkaars gedachten kunnen lezen. Niet het vreemde zelf, maar de angst voor het vreemde blijkt het meest bedreigend. Zoals Edu is wil ik ook zijn: nieuwsgierig, dapper, onderzoekend en open voor alles wat anders is.

Het schaap Veronica van Annie M.G. Schmidt. Daaruit werden we vroeger voorgelezen tijdens lange autoritten. Sommige passages ken ik nog steeds uit mijn hoofd. Sterk rijm, strak metrum en veel humor door de combinatie van karakters: een schaap, twee dames en een dominee. We hebben mijn vader er op zijn sterfbed uit voorgelezen.

De gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren. Het mooiste jeugdboek over de dood dat er bestaat (al ben ik op mijn eigen Doodgewoon ook heel trots). Het boek is er voor mij het bewijs van dat je voor kinderen over elk onderwerp – hoe beladen het voor volwassenen ook is – kunt schrijven.

Kinderboekenweek 2021: Worden wat je wil

Het maakt niet uit wie je bent of waar je vandaan komt, goed bent in rekenen of juist in tekenen, vier jaar oud bent of al tien jaar, ieder kind kan worden waar het van droomt. Beroepen als astronaut, dokter of kok… kinderen spelen vaak na wat ze willen worden. Of ze worden geïnspireerd door hun idolen of helden: een bekende zangeres, voetballer of YouTuber. Kinderboeken zijn een onuitputtelijke bron om over beroepen na te denken of te fantaseren. Tijdens de Kinderboekenweek 2021 kun je alles worden wat je wil en alvast dromen over later!


Auteursafbeelding: © Maikel Thijssen



Over de auteur

Lindy (Hebban Crew)

772 volgers
399 boeken
7 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Bette Westera: 'Tiril is het kind dat ik graag wilde zijn'

 

Gerelateerd

Over

Bette Westera

Bette Westera

Bette Westera is een Nederlandse kinderboekenschrijfster. Sinds 1997 verschenen ...


Gesponsorde boeken