Hebban vandaag

Listmania /

De zee als inspiratie

door Jet Steinz
Met kanonschoten werd de intocht van SAIL afgelopen woensdag ingeluid. Ruim 600 schepen meren tijdens dit publieksevenement in en rond de Amsterdamse IJhaven aan. Van plan om SAIL te bezoeken? Of duik je liever in verhalen over vissers en schepen? Jet Steinz tipt mooie zeeverhalen!

Drie kwartier duurde het gisterenavond, om met de pont achter het Centraal Station in Amsterdam naar de overkant van het IJ te komen — normaal gesproken een tochtje van twee minuten. Sinds woensdag is SAIL, het grootste gratis toegankelijke nautische evenement van Europa, in volle gang: tot en met zondag varen ruim 600 schepen door het Noordzeekanaal, en de Amsterdamse wateren en de gebieden daaromheen (niet alleen de IJhaven, waar de schepen aanmeren, maar ook de grachten in de binnenstad) worden overstroomd door bootjes en mensen.

Mooi, feestelijk, indrukwekkend — jazeker. Maar het is ook wel érg druk. En wel héél warm. En je ziet niet eens zo veel, als je in de menigte staat. Eigenlijk heb je het, na een paar boten voorbij hebben zien komen, wel een beetje gehad. Is het niet veel fijner om te lezen over schepen, dan van een afstandje te kijken hoe ze door anderen de haven in worden gevaren? Om te verdrinken in een verhaal dat zich afspeelt op een boot? Om je mee te laten voeren in de avonturen van vissers en zeemannen?

Voor liefhebbers van schepen, die SAIL toch liever aan zich voorbij laten gaan, is er op literair gebied gelukkig een hoop te beleven. Aan Rites of Passage van William Golding bijvoorbeeld, dat in 1980 bekroond werd met de Booker Prize en samen met Close Quarters (1987) en Fire Down Below (1989) een trilogie vormt over een gedenkwaardige zeereis van Engeland naar Australië aan het begin van de negentiende eeuw. Er ontstaan al snel spanningen tussen de bemanningsleden en de passagiers van het zeilschip (waaronder een arrogante edelman en een jonge predikant), en het verhaal geeft op die manier niet alleen een mooi inkijkje in het leven op een schip, maar laat daarnaast op onthutsende wijze zien waartoe mensen in staat zijn.

Ook Ship of Fools (1962) van Katherine Anne Porter speelt zich op het water af. Op een Duits cruiseschip, dat in 1931 van Mexico naar Europa vaart, bevindt zich een bont gezelschap: onder meer een adellijke Spaanse vrouw, een dronken Duitse advocaat, een gescheiden Amerikaanse en twee Mexicaanse katholieke priesters hopen in het vooroorlogse Duitsland hun geluk te vinden. Tijdens de reis leren ze zichzelf en elkaar kennen — en geen van hen zal de Duitse kust onveranderd bereiken.

Een klassieker is Jules Vernes Vingt mille lieues sous les mers (1870), een sciencefictionroman die begint met een door de Amerikaanse regering uitgezette expeditie. De leden van het team zijn op zoek naar een mysterieus zeemonster dat over de hele wereld aanvallen pleegt op schepen, maar wanneer het tot een treffen komt blijkt de boosdoener geen beest te zijn, maar een boot die je niet zo snel op SAIL zult tegenkomen: een onderzeeër. De expeditieleden worden door kapitein Nemo, die de duikboot heeft gebouwd en Nautilus genoemd heeft, (gedwongen) meegenomen op een lange, onderzeese reis die niet zonder gevaren is.

Even claustrofobisch, maar op een andere manier, is A Supposedly Fun Thing I'll Never Do Again van David Foster Wallace (1997), waarin Foster Wallace op hilarische wijze verslag doet van de week die hij, op uitnodiging van het tijdschrift Harper’s Bazar, doorbracht aan boord van een luxe cruiseschip. Hij beschrijft alles wat hij ziet, ruikt, hoort en proeft, van de absurde badkamer in zijn hut tot de passagiers die in kuddes op excursie gaan in de havens waar wordt aangelegd — op zo’n manier dat je nooit meer een cruiseschip van binnen hoeft te zien.

Ook de ikpersoon van Anton ValensVis (2009) is uitgenodigd om zeven dagen op het water door te brengen, maar die boot is heel wat minder luxe: het is een viskotter, waarop de verteller, een jonge, werkloze kunstschilder, de bemanning helpt met het vangen en ‘strippen’ van vis en zo wordt ondergedompeld in het rauwe zeemansleven.

Het ultieme zeeverhaal is toch wel Treasure Island (1883) van Robert Louis Stevenson, een negentiende-eeuwse avonturenroman die talloze malen werd verfilmd. Hoofdpersoon is Jim Hawkins, een dapper jongetje dat in de herberg van zijn ouders een schatkaart vindt en met een stel piraten naar de de Caraïben reist. Voor velen werd Jim een held, en het boek zelf een bron van inspiratie.

Voor nog meer verhalen van of op zee stelde de redactie van Hebban een handige boekenlijst samen.



Over de auteur

Jet Steinz

715 volgers
295 boeken
3 favoriet
Auteur


Reacties op: De zee als inspiratie