Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Debutant Haro Kraak: 'Ik verlies al mijn onzekerheid als ik schrijf'

door Daphne van Rijssel 2 reacties
Waarom stel je je in godsnaam zo kwetsbaar op met de schepping die je de wereld instuurt? Een vraag die debutant Haro Kraak tot waanzin drijft. Zijn debuutroman 'Lekhoofd', over een jongen die geluiden kan proeven en letters en cijfers in kleuren ziet (en dat bestaat echt!), verschijnt in september bij Atlas Contact. Op Hebban vertelt Kraak over zichzelf en over zijn boek én lees je alvast een fragment!

Even voorstellen...

'Ik ben 29, man, blank, hoogopgeleid, gezond en heb nog tal van andere privileges, zo kom ik uit het Gooi, dus dan weet je het wel: dat boek heeft zichzelf geschreven. In mijn paspoort staat dat ik 1 meter 80 ben, maar dat is helaas niet waar. Ik woon in Amsterdam-Oost zonder huisdier maar met vriendin, werk als verslaggever en tv-recensent bij de Volkskrant, bezit een gitaar die ik niet meer bespeel, een racefiets waar ik één keer per week op zit en heb een boek geschreven over een jongen die geluiden kan proeven en letters en cijfers in kleuren ziet. Dat is een zeldzame aandoening die echt bestaat en synesthesie heet, wat een samenvloeisel van de zintuigen betekent. Zelf heb ik dat niet, maar ik heb wel ooit mijn cijfers 1 tot en met 10 aan een kleur gelinkt – de 4 is natuurlijk geel – en zo kwam ik op dit onderwerp (maar daarover zo meer). Hoofdpersoon Noah groeit op in een verkrampt oudgeld-gezin en heeft geen vrienden, totdat hij Teun ontmoet, een excentriekeling met wie hij samen op een ontdekkingstocht van de zintuigen gaat. Lekhoofd heet de roman, dat vergeet ik er weleens bij te zeggen.’

Hoe ben je aan het onderwerp van dit debuut gekomen?

'Ik had al een tijdje een verhaal over een dysfunctioneel gezin in mijn hoofd. Schaamte, de schijn ophouden, perceptie en het vraagstuk of contact met een ander werkelijk mogelijk is, waren thema’s die me bezighielden, merkte ik tijdens het schrijven; ik vermoed dat een jeugd lang blowen en de Matrix kijken me een quasi-filosofische solipsist hebben gemaakt. Maar het verhaal was niet compleet, het voelde onaf. Toen ik op een dag op de universiteit langs een prikbord liep zag ik een a4’tje met daarop de tekst: 'Zijn deze letters en cijfers in de juiste kleur volgens jou?' Interessant, dacht ik, want ik heb daar dus ook zo mijn gedachten over. 'Doe mee aan een onderzoek naar synesthesie', stond erbij. Dat deed ik niet, maar ik onthield het onderwerp wel, en ergens in een afgelegen deel van mijn brein bleef het rondjes lopen, totdat ik tijdens een nacht tobben over mijn verhaal opeens de twee aan elkaar koppelde. Als je een verhaal wil schrijven over een jong persoon die de grenzen van de perceptie en de zintuigen gaat ontdekken, die worstelt met schaamte en de vraag in hoeverre je gevangen zit in je eigen hoofd, dan is synesthesie het ultieme psychologische decor, bedacht ik, want daarmee ervaar je de wereld letterlijk anders dan anderen. Het geheim is bovendien de drijvende kracht van veel fictie en hiermee had mijn hoofdpersoon zijn geheim, net als de anderen om hem heen.'

Waarom ben je überhaupt gaan schrijven?

'Ik weet niet anders dan dat ik, sinds ik een bewustzijn heb, wilde schrijven. Tekenen was bij ons thuis het hoogst haalbare, creatief gezien. Maar mijn vader, moeder en broer konden dat beter dan ik. Schrijven ging mij goed af, zo simpel is het. Achter het blauwe scherm van Word Perfect schreef ik verhaaltjes en met Paint maakte ik strips. Op mijn achtste stuurde mijn vader stiekem een stukje genaamd ‘Haro Kraaks Dagboek’ naar de Achterpagina van NRC, waarin ik het alfabet en mijn leven uitlegde. Het werd geplaatst en de kick van die triomf heeft me vermoedelijk aan het schrijven gehouden. Toen ik iets ouder was ging ik websites bouwen en stukjes over skateboarden en graphic design schrijven. Gelukkig heb ik die sites later allemaal weer vakkundig verwijderd, want het was extreem gênant.

'Zodra ik begin ben ik ervan overtuigd dat het nuttig is wat ik doe, dat ik orde in de wereld schep en dat de zinnen zo tot mij komen zoals ze moeten zijn.'



Eenmaal in de puberteit is het schrijven een beetje gestopt – wederom geef ik het blowen de schuld. Maar mijn goede vriend Derk en ik schepten toen al op dat we goede boeken gingen schrijven later, of in ieder geval schrijver zou worden (we hielden allebei ons woord). Als student heb ik het schrijven weer opgepakt, zowel journalistiek als fictie, en kwam ik erachter waarom ik zo gelukkig word van schrijven (hoewel het uitstellen van schrijven ook iets is waar ik tamelijk goed in ben en wat mij een zeker genot verschaft). Zodra ik begin ben ik ervan overtuigd dat het nuttig is wat ik doe, dat ik orde in de wereld schep en dat de zinnen zo tot mij komen zoals ze moeten zijn. Goed schrijven is helder denken en het is enorm bevredigend om een gedachte zo nauwkeurig mogelijk te formuleren, beter dan toen die in je hoofd zweefde. Ik verlies al mijn onzekerheid als ik schrijf. Sterker, zolang ik schrijf kan er geen betere uitkomst zijn dan het werk dat op dat moment onder mijn handen verschijnt. Even is er geen twijfel, en geen lezer ook. Zelfs als het niet lukt, als ik walg van de zinnen die ik produceer, zelfs dan overheerst het gevoel dat er met schrijven iets vastgelegd en gecreëerd wordt, iets wat er daarnet nog niet was, en nu nooit meer verloren zal gaan.

Afgezien van dit al heb ik ook een haast ongezonde, esthetische liefde voor letters. Ik zoom tijdens het schrijven altijd ver in op de tekst, puur omdat ik de vorm van de letters zo mooi vind. Daarna zoom ik uit en dan blijkt de vorm van de pagina – de speelse alinea’s, de ruime marges, een witregel her en der – ook al zo mooi te zijn. Ter geruststelling: dit heb ik niet alleen bij de letters die ik zelf in een volgorde heb gezet.'

'Uiteindelijk hunkeren we allemaal naar een beetje erkenning.'



Wat wil je ermee bereiken?

'Ik wil er genoeg endorfine mee opwekken in mijn brein zodat ik een gelukkig leven kan leiden. Omdat ik nogal een pessimist en een neuroot ben moet ik dus veel schrijven. Als mensen mijn werk lezen en er leuk op reageren helpt dat ook, want uiteindelijk hunkeren we allemaal naar een beetje erkenning, vooral van de juiste mensen, en het zou helemaal mooi zijn als dat boek nog eens onthouden wordt door wat lui. Rijk verwacht ik er niet mee te worden, maar de mogelijkheid dat een boek een bestseller wordt bestaat altijd, dus zie ik het publiceren van een roman als het kopen van een lot voor de loterij, de kans is miniem maar zeker niet nihil.'

Ben je een moeilijke of een makkelijke schrijver? Zit je dagen over een zin te denken of floept alles er in een keer uit?

'Ik schrijf makkelijk of ik schrijf niet. Als ik langer over iets nadenk wordt het niet per se beter. Natuurlijk loopt het niet altijd even soepel en dan kan blijven zitten en jezelf dwingen te tikken helpen om in een ritme te komen. Ik herlees ook vaak fragmenten van boeken waarvan ik weet dat de toon me op het juiste spoor zet. Bij deze roman waren dat onder meer boeken van Maartje Wortel, Peter Middendorp, Jaap Robben, Thijs de Boer en Esther Gerritsen – allemaal schrijvers die van klare, heldere taal met een sterke cadans houden.

Je moet jezelf nooit helemaal leegwringen. Van Hemingways boek A Moveable Feast (Dag en nacht feest ) (jaja, een literaire verwijzing!) heb ik geleerd dat je moet stoppen met schrijven als je nog weet waar het verhaal naartoe gaat. Dat werkt bij mij. De volgende dag ga je dan ontspannen en zelfverzekerd door met een scène waarvan je de afloop al weet. Mijn beste stukken heb ik in een roes geschreven, niet van de alcohol of drugs, maar in een staat die ik de writers’ high noem, een gevolg van die endorfine dus, als dat het inderdaad is.

Toen ik dit boek in Kaapstad aan het schrijven was kwam mijn vriendin mij opzoeken. Ze zei dat ze me nog nooit zo gelukkig had gezien – ik ben normaal gesproken behoorlijk rusteloos en gespannen. Toen zat ik dus midden in mijn langstdurende en meest intense writers’ high. Het gevaar daarvan is dat je niet erg kritisch meer bent op je eigen werk, net zoals verliefdheid kan verblinden. Maar dat is nog altijd beter dan het tegenovergestelde: dat je alles kut vindt wat je geschreven hebt, een gemoedstoestand die bij mij toeslaat als ik grondig aan het herschrijven ben. Ik ben er dan ook achter gekomen dat Hemingways uitspraak (de laatste verwijzing, beloofd) ‘The only kind of writing is rewriting’ voor mij niet opgaat.'

'Waarom moest dit boek geschreven worden? Dat moest niet! Rot op, zeg.'



Waarom denk je dat de wereld op jouw debuut zit te wachten?

'Dat denk ik niet. De vraag die me bij elke schrijver, ook bij mezelf, tot waanzin drijft is precies deze: waarom stel je je in godsnaam zo kwetsbaar op met de schepping die je de wereld instuurt? Bij mezelf schrijf ik het toe aan een mengeling van narcisme, verteldrang, letterliefde en een vorm van cognitieve dissonantie: je weet dat mensen het gaan lezen, maar tijdens het schrijven weet je elke gedachte daaraan te onderdrukken. Ik geloof niet zo in termen als ‘noodzaak’ of een ‘dialoog aangaan met de wereld’. Waarom moest dit boek geschreven worden? Dat moest niet! Rot op, zeg. Ik kan me daar echt over opwinden, schrijvers die het schrijverschap oppompen tot iets mythisch, over personages praten alsof het vrienden zijn, en die alleen in zeer specifieke toestand kunnen schrijven, bijvoorbeeld met de juiste vulpen (Ja, dit is een sneer naar al die schrijvers uit Kijken in de ziel, alleen Grunberg zei zinnige dingen in die serie).

Deze houding is deels een gevolg van mijn neiging alles wat pretentieus, gezwollen en mythologiserend is te willen onttoveren. Maar ik geloof ook dat schrijven begint met de wil om te schrijven en niet met het verhaal dat je wil vertellen, want dan zou elke schrijver na het eerste verhaal klaar zijn. Veel schrijvers variëren inderdaad een heel oeuvre lang op één thema, maar dat heeft te maken met een wereldbeeld, niet met noodzaak. Naast stijl en verteldrang is het wereldbeeld van de schrijver dan ook zijn belangrijkste eigenschap. Een schrijver moet een goede observator zijn en het leven kunnen ontleden. Ik schrijf omdat ik precies in die bezigheid zo veel genoegen schep. Als gevolg dwing ik de wereld mijn werk op, maar de wereld kan dat werk met gemak negeren, en zal dat dan ook in een overweldigende meerderheid gaan doen. Zelfs als mijn debuut het bestverkochte boek van het jaar wordt, zijn er nog altijd veel meer mensen niet mee bekend dan wel – ergens een ontzettend geruststellende gedachte.'

Sneak Preview

Benieuwd naar Haro's debuutroman Lekhoofd ? Het boek verschijnt pas in september bij uitgeverij Atlas Contact, maar je kunt hier alvast een fragment lezen!

Naar de voorpublicatie

Meer voorpublicaties lezen? Je vindt ze allemaal hier terug. Houd Hebban deze week in de gaten voor meer exclusieve fragmenten uit nog te verschijnen debuutromans.



Over de auteur

Daphne van Rijssel

1278 volgers
290 boeken
18 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Debutant Haro Kraak: 'Ik verlies al mijn onzekerheid als ik schrijf'

 

Gerelateerd

Over

Haro Kraak

Haro Kraak

Haro Kraak (1986) studeerde sociologie en journalistiek in Amsterdam. Als verslaggever van de Volkskrant is zijn ster rijzende en schrijft hij over media, populaire cultuur en literatuur. Hij publicee...