Advertentie

Hebban vandaag

Boek van de week /

Het bestand

Lange tijd werd er geheimzinnig gedaan over het nieuwste werk van Arnon Grunberg. ‘In verband met het wetenschappelijk onderzoek in het Grunberg Lab kunnen er geen mededelingen worden gedaan over de inhoud van dit boek', meldde de flaptekst. Sinds vorige week ligt 'Het bestand' in de boekhandels. Wij zetten het boek deze week centraal én delen uit!

Vorige week presenteerde Arnon Grunberg Het bestand in de Oude Lutherse Kerk in Amsterdam. Dat er voordien zoveel mysterie rondom zijn nieuwste werk hing had alles te maken met een groot lezersonderzoek, waarbij 350 proefpersonen het boek alvast lazen terwijl hun hersenactiviteit werd gemeten door middel van elektroden. Het doel van dit experiment was om te onderzoeken of aan de hersenactiviteit van lezers bepaalde emoties af te lezen zijn. Een dergelijk onderzoek is nog niet eerder uitgevoerd.

Ook Grunberg zelf werd tijdens het schrijven van Het bestand met een EEG gemonitord. Uit die scan kwamen geen bijzondere pieken of dalen, wat volgens de schrijver komt doordat de emotie tijdens het schrijven niet zo hevig is. De passages uit het boek bedenkt Grunberg op andere momenten, legt hersenonderzoeker Ysbrand van der Werf uit, "tijdens het douchen of tijdens het eten bijvoorbeeld. Om het creatieve proces te meten, zou je dus de hele dag via elektrodes de hersenactiviteit moeten meten.”

Alhoewel nog niet alle onderzoeksresultaten bekend zijn, blijkt uit het experiment al wel dat lezers na het lezen van een fragment uit Het bestand hoger scoren op negatieve emoties zoals boosheid en walging.

Over dit boek:
'In die betere wereld was je niet gedetermineerd, ook niet geslachtelijk, desgewenst kon je jezelf iedere dag opnieuw vormgeven en er verschillende, zelfs tegenstrijdige identiteiten op nahouden. Het gevaar bestond dat je sporen naliet, maar als je een beetje bedreven was kon je de sporenzoekers misleiden of het achterlaten van sporen voorkomen. Voor wie wilde was het verleden een illusie.'

Bestaat er een mooiere, volmaaktere werkelijkheid dan de fysieke werkelijkheid zoals wij die kennen? Voor Lillian, een 'oosterse prinses in een betrekkelijk doorsnee meisjeslichaam', is daar geen twijfel over mogelijk: het ware leven is online - daarbuiten bestaat slechts sociaal wenselijk gedrag.
De vernieuwing ofwel wedergeboorte van de mens zal in die betere werkelijkheid worden bewerkstelligd, maar eerst moet de oude mens verdwijnen. Onder het toeziend oog van haar mentor Banri Watanuki komt Lillian als receptioniste bij het cybersecuritybedrijf BClever stapje voor stapje dichter bij haar ideaal: leven zonder lichaam, niets meer zijn dan pure intelligentie; het dierenrijk verlaten.

Uit Het bestand :
Na haar werk fietst ze naar een winkel in Den Haag waar ze twee cupcakes koopt. Eigenlijk gaan die cupcakes tegen haar principes in, maar samen met Banri mag ze zondigen. Als ze weer op straat staat beseft ze dat twee cupcakes een beetje schraal is, zo groot zijn die cupcakes niet, ze gaat terug de winkel in en koopt er vier bij. De verkoopster maakt een opmerking die smalend bedoeld lijkt te zijn, maar Lillian zwijgt. Ze fietst naar Sebs woning. Ze moet zoeken om zijn bel te vinden, er staat geen naam bij, maar ze vertrouwt op haar geheugen. 6B, dat is zijn appartement. Daar heeft hij haar aangeraakt, en door die aanraking heeft ze ontdekt dat ze mensenallergie heeft. Ze belt, er komt geen reactie. Ze belt nog een keer, nu langer. ‘Hallo,’ zegt hij via de intercom. Ze vermoedt in ieder geval dat hij ‘hallo’ heeft gezegd, ze kon het nauwelijks verstaan. Ze hoorde een menselijke stem, maar verder was alles mogelijk. ‘Het is Lillian,’ roept ze, bang als ze is dat de kwaliteit van de intercom te wensen over- laat. ‘Mag ik boven komen?’ Geen antwoord.
Ze drukt de bel weer in, houdt hem lang ingedrukt om aan te geven dat ze zich niet laat afschepen. Ze is hier nu en ze gaat niet weg. Ze wil die cupcakes afgeven, dat op zijn minst. Weer geruis, weer iets wat op Sebs stem lijkt. ‘Ik heb cupcakes bij me,’ roept ze, ‘mag ik binnenkomen? Het is Lillian.’
Hij opent de deur voor haar. Ze neemt de lift naar de zesde verdieping. Seb staat voor zijn appartement, hij draagt geen schoenen, hij heeft sportsokken aan. Ze geeft hem een hand. Seb is nat, ze weet niet of hij net een douche heeft genomen of dat het zweet is. Zo warm is het niet, maar sommige mensen transpireren snel. ‘Ik heb cupcakes voor je meegebracht,’ zegt ze nog een keer, al was het maar omdat het een veilige mededeling is. ‘Ik zag je een tijd niet op het werk, ik dacht: ik kom eens langs.’
Hij kijkt haar aan alsof hij niet weet waar ze het over heeft. Werk? Langskomen? Het zijn woorden die hem niets lijken te zeggen. Ze drukt hem de zak met cupcakes in de hand. ‘Ik weet niet of je van cupcakes houdt,’ zegt ze, ‘anders kun je ze weggeven of aan de katten voeren.’
Seb komt tot leven. Hij laat haar binnen, neemt haar direct mee naar zijn werkruimte, die hij zorgvuldig afsluit. Zelf gaat hij op een kantoorstoel zitten, hij biedt haar een witte klapstoel aan. Uit de zak haalt hij een cupcake, hij kijkt er even naar en begint dan bedachtzaam te eten. Seb geeft de zak zwijgend aan haar terug. ‘Ze zijn eigenlijk allemaal voor jou,’ zegt ze, ‘maar ik wil er ook wel een. Heb je net gedoucht?’ Ze neemt er een die met blauw glazuur is versierd. Ze moet denken aan bepaalde getallen, en geeft de zak weer aan Seb. Zijn cupcake is op, hij haalt een tweede tevoorschijn en begint ook die te eten. Hij eet geconcentreerd, alsof er niets anders is dan hij en de cupcake, alsof zij er niet is.
‘Ik heb je gemist op het werk,’ zegt ze, ‘heb je een paar dagen niet bij de lunch gezien. Ik had niemand om mee te praten.’
‘Praatten wij dan zoveel met elkaar?’
‘Dat niet,’ antwoordt ze. Ze glimlacht, ze is opgelucht dat hij iets heeft gezegd. Nu zal de rest vanzelf gaan. Hij verslindt een derde cupcake en mompelt vervolgens: ‘Genoeg, ik moet me niet volstoppen. Ik mag van de bedrijfsarts niet op kantoor komen, ik zou te hard hebben gewerkt. Ik moet uitrusten. Maar dat is onzin. Ik heb geen rust nodig. Ik weet zo ongeveer alles. Daarom mag ik niet meer komen.’
‘Wat naar,’ zegt ze. Hij heeft de zak weer aan haar gegeven. Misschien is hij bang dat hij zich niet kan inhouden als de zak op zijn schoot ligt, dat hij zal blijven eten zoals zij vroeger paprikachips at. Als een machine.
‘Ze zijn bezig me over te nemen,’ zegt hij, ‘daar komt  het op neer.’  Hij glimlacht zoals je glimlacht na onprettige mededelingen, met een zeker verdriet maar toch berustend. Zoals wanneer  een  dokter  in het ziekenhuis zegt: ‘Het spijt me, maar uw oom is net overleden’, dan glimlach je treurig, want dat is normaal, dat is gepast.
‘Ik weet te veel, en ik ben onbestuurbaar, dus hadden ze geen keus.’
Seb kijkt naar zijn computers. Hij heeft zich een paar dagen niet geschoren. Door de stoppels lijkt hij ouder, minder jongensachtig.
‘Misschien een domme vraag,’ zegt Lillian zo opgewekt mogelijk, ‘maar jij bestuurt jezelf dus niet meer?’
Seb wrijft over zijn wang. ‘Ze zijn bezig me over te nemen,’ antwoordt hij. ‘Dat gaat niet van de ene dag op de andere, ze maken je langzaam rijp voor de overname. Ze rukken op, ze zijn overal, ze weten alles, en plotseling laten ze dat ook blijken. Hier in deze ruimte kunnen we nog redelijk ongestoord praten maar zelfs dat weet ik niet zeker meer. Ik heb hoofdpijn. Ze zijn bezig. Ze graven in mijn hoofd.’
Seb spreekt vrijwel emotieloos. Een weerman die over het weer spreekt, zo praat hij over zijn hoofd. Het blijft wisselvallig met een grote kans op neerslag, ze blijven in zijn hoofd graven. En met de laatste twee cupcakes in haar hand beseft ze dat ze van de onbestuurbare jongen tegenover haar houdt, ze weet niet wat dat is, deze liefde, en hoe het precies gekomen is dat zij van hem moest houden terwijl ze toch een behoorlijk zware mensenallergie heeft. De enige verklaring die ze heeft is dat hij Banri Watanuki is, haar vriend en haar gids, en dat hij onbestuurbaar is; de onbestuurbare mensen hebben haar altijd al aangetrokken. Ze is allergisch voor de mens, maar van alle mensen toch het minst voor de onbestuurbare gevallen en van alle onbestuurbare gevallen het minst voor hem.

Kans maken op dit boek? Wij zijn heel benieuwd welke emoties bovenstaand fragment uit Het bestand  bij jou oproept. Doe mee met de giveaway en misschien ben jij wel één van de vijf winnaars!



Over de auteur

Daphne van Rijssel (crew)

2 volgers
0 boeken
0 favorieten


Reacties op: Het bestand

 

Gerelateerd

Over

Arnon Grunberg

Arnon Grunberg

Arnon Grunberg (1971) is een gevierde en vaak bekroonde romanschrijver. Zijn deb...