Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Het geheime plekje van Judith Visser

Ze is 34 jaar oud en heeft een geheel eigen status en signatuur in het hedendaagse thrillerlandschap. Ze wordt zelden in één adem genoemd met Simone van der Vlugt, Saskia Noort en Esther Verhoef. Ze wordt niet vergeleken met Suzanne Vermeer of Loes den Hollander. Ze heeft haar eigen verhaal maar ook haar eigen idealen. Ze werd genomineerd voor een Gouden Strop (in 2008 voor Stuk) en afgelopen jaar voor de Meest Sexy Vegetariër van het Jaar-verkiezing van Wakker Dier. Ze won tot tweemaal toe de Prijs voor het Beste Rotterdamse Boek. Natuurlijk hebben we het hier over Judith Visser. Een elfje in de boze boekenwereld, maar gewapend met een zieke geest op afroep en een verrekt snelle pen weet ze veel lezers aan zich te binden.

Ik zocht haar op in haar woonplaats Rockanje en we spraken over het plakken van rode stickers, hooligans en sekspoppen en de grote roman die ze ooit over de Tweede Wereldoorlog hoopt te schrijven en we belandden verrassend op Judiths geheime plekje in de duinen.

Deze week verschijnt Zeemansbruid, Judiths vijfde, zevende of achtste thriller, want het is een heel gegoochel met de genres waarin ze schrijft. Want hoe zit dat nu precies?
Judith: ‘De eerste twee, Tegengif en Tinseltown zijn aanvankelijk niet als thriller verschenen, maar later wel in een thrillerjasje uitgegeven. Als je die meetelt, en ook Ysabella, dat deze zomer opnieuw is uitgebracht, dan zitten we nu op acht.’

Haar uitgeverij maakt het nog bonter. Zij besloten twee van haar eerdere thrillers deze zomer in een nieuwe vormgeving als young adult-thriller uit te gaan geven. Eigenlijk is dat ook niet zo gek, want Stuk en Trip hebben een jongere hoofdpersoon en Judith weet zich knap te verplaatsen in de belevingswereld van jongvolwassenen.
Judith: ‘Je kan daar heel diepzinnig over doen en zeggen “O, wat knap”, maar je kunt even makkelijk zeggen dat ik misschien een beetje ben achtergebleven. Dat ik gewoon nog denk als iemand van zestien, haha!’

Maar alle gekheid op een stokje. Na twee omgetoverde thrillers voor een jongere doelgroep, wordt er nu wel van haar verwacht dat ze twee spannende romans voor young adults gaat schrijven. Sterker nog, as we speak is ze bezig met haar volgende, of moeten we zeggen eerste YA-thriller.
Judith: ‘In november moet ik het al inleveren. Hasta la vista gaat het heten. Ik heb nu de eerste drie hoofdstukken geschreven en het wordt wel heftig hoor! Maar dat heb ik mijn uitgeefster nog niet verteld. Dat ziet ze vanzelf als ze het heeft gekregen. En dan sta ik erop dat het zo blijft. Dat is juist leuk.’

Ook al schrijft ze nu dus voor een jonger publiek, er verandert voor Judith tijdens het schrijven niet veel.
Judith: ‘Ik heb niet zozeer mijn publiek voor ogen als ik schrijf. Ik ben mijn eigen publiek. Ik probeer te schrijven wat ik zelf graag lees. Dat heb ik al die boeken hiervoor ook gedaan, en dat spreekt dus ook de jongeren aan. Waarom zou ik dat dan veranderen? Maar ik probeer wel altijd mezelf te verbeteren.’

En word je ook beter?
Judith: ‘Ehm. Dat weet ik eigenlijk niet. Ik vind Stuk en Oversteken nog steeds mijn beste thrillers en die zijn al weer van een aantal jaar geleden. Maar dat komt omdat ik dat best goed gevonden vond, van mezelf. Ik vond de plot van deze boeken vrij clever.’

Is dat zoveel anders bij Zeemansbruid en Time-out?
Judith: ‘Daar gaat het allebei om een psychopaat. Dat is anders. Vooral bij Oversteken vond ik de clou gewoon, eh… stoer. Het is eigenlijk mijn enige liefdesverhaal dat ik tot nu toe heb geschreven over een vrouw die haar man heeft verloren. In haar dromen kan ze toch bij haar overleden man zijn en ze raakt verslaafd aan dat onderbewuste. En net als je dat als lezer gelooft, komt er een twist en blijkt alles anders te zijn. Ik was daar echt trots op toen het zo helemaal klopte. Sommige schrijvers zeggen dan dat ze geen favoriet hebben, alsof ze moeten kiezen tussen hun kinderen, maar dat vind ik onzin. Je hebt natuurlijk altijd een favoriet boek. Bij mij is dat Oversteken.’



Wat mij zo fascineert is Judiths enorme drang en doorzettingsvermogen om maar te kunnen schrijven. Toen haar eerste boek, Tegengif, verscheen – en dat was bij een kleine uitgeverij in Groningen – werd ze fulltime schrijfster. Een klein beetje gedwongen, want ze werd ontslagen bij het bedrijf waar ze op dat moment als receptioniste werkte. Ik stuur aan op die prachtige anekdote waar ik tegenaan liep tijdens mijn research naar de thrillerschrijfster. Judith werd namelijk ontslagen omdat ze alle uitgaande post voorzag van een reclamesticker voor haar net verschenen debuut.
Judith: ‘Als je debuteert dan wil je gewoon alle aandacht op dat boek hebben. En dan ga je stickers plakken, enzo. Dat zou ik nu nooit meer doen. Maar ik was er daar iedere dag wel een uur mee bezig. Ik werkte bij IBM en weet je wel hoeveel post daar uitgaat? Ik plakte overal felrode stickers op met Tegengif. Dit boek moet u gelezen hebben! . Maar vergeet niet, het was echt een hele kleine uitgeverij. Daar hadden ze geen marketingmensen. Het was een eenmansbedrijfje, een beetje een norse man… Tenminste, toen was hij nog niet nors, maar nu wel als hij mij ziet. Maar ik dacht toen echt: met die stickers wordt het vast een bestseller. Ach… ik wist nog niks toen.’

Maar het werd geen bestseller.
Judith: ‘Nee, maar dat had het wel kunnen zijn. De eerste druk was binnen een week uitverkocht. Maar het heeft vier weken geduurd voordat de tweede druk kwam. Er was in het begin echt veel media-aandacht, maar het boek was niet te verkrijgen! En toen het boek er eenmaal was, was de hype weer overgewaaid. Ik denk wel eens…’

Maar toch wist ze als fulltime schrijfster te overleven.
Judith: ‘Ik heb de eerste paar jaar echt heel zuinig geleefd. Maar ik heb ook niet zo veel nodig. Die vrijheid was me veel meer waard dan bijvoorbeeld een paar dure merkschoenen. Daar heb ik niks mee. Ik leefde gewoon heel simpel en ik schreef mijn boek. Dat was echt heel mooi.’

Dat mooie idyllische plaatje is dit jaar wel behoorlijk veranderd. Judith moet produceren. Na Zeemansbruid, dat deze week verschijnt, staan er ook nog twee YA-thrillers op de planning.
Judith: ‘Mensen vonden één boek per jaar al veel. Nu zijn het er drie. Ik kan me wel voorstellen dat het moeilijk is om met een schrijver getrouwd te zijn. Maar Michael kan er gelukkig goed mee omgaan. Hij kent geen stress. Ik kan de hele dag flippen over mijn boek, en dan is hij nog steeds heel relaxt. Het belangrijkste is om discipline te hebben. Nou, en daar ga ik al, ik heb last van concentratiestoornis waardoor ik alleen maar met de hand kan schrijven. Dan duurt het schrijven van een eerste versie zo on-tiege-lijk lang. Maar het gaat niet anders.’

Judith schrijft haar boeken dus met de hand, in kleurige Hema-schriftjes. Daarin staat ze niet alleen. Ook Carry Slee schrijft haar boeken nog steeds old fashioned met pen en papier.
Judith: ‘Ja dat hoorde ik laatst. Ik was daar echt verbaasd over. Maar zij zal vast een assistent hebben die het voor haar in de pc zet. Ik doe dat zelf. Het is echt een handicap dat ik niet kan schrijven op een notebook. Ik ben wel jaloers op al die schrijvers die op Twitter vertellen dat ze zoveel woorden hebben getikt. Dat kan ik dus niet. Ik weet wel dat ik na dertig pagina’s ongeveer duizend woorden heb geschreven. En dat terwijl ik heel snel kan tikken. Maar als ik alleen maar naar het scherm staar, zonder dat er iets uitkomt, dan is het met de hand schrijven toch nog sneller.’

Maar Judith kan overal schrijven. Voor het schrijven met pen en papier heb je alleen nog licht nodig. Een bijkomend voordeel. Zo zette ze toevallig die week een foto op Facebook van haar geheime plekje in de duinen van Rockanje.
Judith: ‘Dat plekje kan ik je straks wel laten zien. We moeten wel een beetje door de bushbush, maar het is dan ook een geheim plekje. Ik schrijf daar overigens niet heel vaak. Deze week toevallig, omdat er schilders in ons huis rondliepen. Dan kan ik echt niet schrijven, maar het was gelukkig mooi weer.’

Judiths nieuwste thriller heeft als titel Zeemansbruid en wijkt als boek volledig af van haar eerdere werk. In dit boek is de hoofdrol niet weggelegd voor een alterego van de schrijfster. In drie van haar vorige boeken draait het om Kim, een succesvol schrijfster van misdaadromans. Haar personage heeft behoorlijk wat autobiografische trekjes. Zeemansbruid is wat dat betreft veel meer een politieroman. Hier is de hoofdpersoon een jonge vrouwelijke rechercheur die op een heel bizarre zaak terechtkomt, waar we ook te maken krijgen met real dolls, levensechte sekspoppen.

Bij Tegengif bezocht Judith prostituees, ze wist bij het schrijven van Trip precies waar de verachtelijke hondengevechten plaatsvonden en ze kon uit haar persoonlijke verleden putten voor wat betreft voetbalhooligans.
Judith: ‘Als je over de prostitutie schrijft, dan moet je toch wel in die wereld geweest zijn. Maar ik heb zelf nooit hondengevechten bezocht, dat wou ik mezelf niet aandoen. Ik heb wel met iemand gesproken die daar veel bij was en dat vond ik al erg genoeg. Hij vond het allemaal niet erg wat daar gebeurt. Ik moest me heel erg inhouden om niet boos te worden, ik wilde natuurlijk zo veel mogelijk weten hoe het daar ging. Maar toen ik wist waar ze werden gehouden heb ik wel de politie ingelicht. Maar die hebben niks gedaan.’

Maar een real doll heeft ze nog nooit in het echt gezien.
Judith: ‘Nee, maar dat zou ik zo graag willen. Het is toch bizar. Ze zijn levensecht. Gedetailleerd echt. Alles. Dat is toch doodeng. Voor Zeemansbruid heb ik mijn research dus vooral online moeten doen. Ik mocht wel een dag meelopen met de recherche in Rotterdam. De chef daar heeft me heel goed geholpen.’

Maar waarom real dolls, Judith?
Judith: ‘Het was gewoon het uitgangspunt van Zeemansbruid. Zoals hondengevechten dat was voor Trip en prostitutie voor Tegengif. Het begint daarmee en dan bedenk ik daar een verhaal omheen.’

Voor Manuscripta probeerde Judith ook een echte real doll mee te krijgen, maar dat mislukte op het laatste moment.
Judith: ‘Er is in Nederland maar één iemand van wie bekend is dat hij een real doll heeft. Maar toen hij hoorde waarover het boek precies ging, weigerde hij mee te werken. Hij vond het een belediging voor zijn pop. “Necrofilie!” Hij had nog wel een andere pop, die ik wel mocht meenemen, maar dat was een raar ding! Die kon maar in één houding: op haar knieën. Dat was zo ordinair, dat wilde ik zelf niet. Die pop kon je niet eens aankleden…’

Waar we in haar eerdere hoofdpersonages veel van Judith zelf te zien krijgen, daar ligt de hoofdpersoon van Zeemansbruid, toch ietsje verder af van de schrijfster.
Judith: ‘Dat klopt. Ik zou me eigenlijk nog eerder in Faye, die in het verhaal heel erg teruggetrokken leeft, kunnen verplaatsen dan in hoofdpersoon Ursula, de rechercheur. Ik vond het heel moeilijk om een boek over een rechercheur te schrijven. Je moet je heel erg vasthouden aan de protocollen van hoe het daar gaat. Dat belemmerde me best wel, eigenlijk. Achteraf vind ik het toch leuk dat ik het eens gedaan heb, maar ik heb wel besloten dat dit een eenmalig uitstapje was. Ik ga in mijn volgende volwassen boek weer lekker terug naar Kim, want die kan van alles meemaken, je kunt het zo gek niet bedenken. Dat ligt mij toch beter. ’

Was het dan niet de bedoeling van Ursula een seriepersonage te maken?
Judith: ‘Dat wilde de uitgever natuurlijk wel. Maar voor mij is dat niet zo vanzelfsprekend. Het is me nu gelukt, tenminste, ik vind dat het me gelukt is en ik weet niet of dat de volgende keer weer het geval is. Met Kim wel. Die zit gewoon in mijn hoofd.’

Gaat ze dan toch uit van haar hoofdpersoon en niet van het onderwerp?
Judith: ‘Nee, het begint echt bij het onderwerp. Bij Time-out, mijn laatste boek, wilde ik bijvoorbeeld een verhaal schrijven over een lesbische psychopaat. Dat was het uitgangspunt. En dan bedenk ik of dat kan met Kim, of niet. In Trip heb ik Kim uiteindelijk wel een heel klein bijrolletje gegeven, ze was de nicht van hoofdpersoon Amber. Vraag me niet waarom ik dat heb gedaan, want dat weet ik echt niet meer. Ik koos daar voor een meisje van zeventien omdat ik haar wilde laten logeren bij iemand, haar neef in dit geval. Want ik wilde er ook iets over hooligans in verwerken.’

Voor Judith is de plaats waarin het boek zich afspeelt niet echt van groot belang. Het is een decor voor het verhaal. Toch spelen bijna al haar boeken zich dicht bij huis af, in Rotterdam of de nabije omgeving.
Judith: ‘Ik gebruik bestaande plaatsnamen omdat dat het echter maakt. Ik wil dat mensen zich kunnen verplaatsen in de omgeving. Het zal altijd in de buurt blijven, hoewel ik in mijn nieuwe YA-thriller, Hasta la vista, een gedeelte van het verhaal laat afspelen op het Spaanse eiland Menorca. Ook als ik lees maakt het me eigenlijk niet uit waar het verhaal zich afspeelt. Het gaat er meer om dat ik het voor me kan zien.’

Want, zo wisten we al, Judith is een heavy reader. Ze leest gemiddeld twee boeken per week, maar hypes zijn niet aan haar besteed.
Judith: ‘Ik laat me adviseren door mijn eigen favoriete schrijvers, bijvoorbeeld Jeffrey Archer. Nadat ik hem ontdekt had, ging ik boeken kopen waarover hij enthousiast was. Dat blijkt een goede methode. Hypes laat ik aan me voorbij gaan. Ik heb Vijftig tinten grijs niet gelezen en dat zal ik ook niet doen. Ik heb gehoord dat het slecht geschreven is, dan hoeft het voor mij sowieso niet.’

Judith vertelt dat ze een groot liefhebber is van boeken die zich afspelen in de Tweede Wereldoorlog en dat ze daar ooit nog eens zelf een boek over zou willen schrijven.
Judith: ‘Ooit wil ik dat wel als thema gebruiken, maar ik ben daar nog niet klaar voor. Er is al zoveel over geschreven, dus ik vind dat als je daarvoor gaat je er echt rijp voor moet zijn. Ik ben nog niet op dat punt. Ik wil het goed doen. Je moet respectvol om kunnen gaan met het onderwerp. Als ik dat nu zou doen, dan zou het te simpel zijn. Het wordt een jarenproject voordat ik met iets goeds kom, in plaats van dat ik er nu een te eenvoudige thriller over zou schrijven. Daarvoor is het onderwerp te belangrijk, te beladen. Als ik er heel veel jaren voor uittrek kom ik ooit met een dikke roman over de Tweede Wereldoorlog. Of misschien combineer ik het met mijn time travel-idee.’

Judiths interesse voor de Tweede Wereldoorlog komt niet helemaal uit de lucht vallen. Ze droomt er zelfs over. Judith heeft veel last van nachtmerries, en als je haar volgt op Twitter zul je met enige regelmaat flarden van haar dromen tegen kunnen komen.
Judith: ‘Als je elke nacht nachtmerries hebt, dan wordt dat een deel van je leven. Het is verschrikkelijk. Ik heb officieel elke nacht last van nachtmerries. Heel vaak gaan ze over de Holocaust. Ik droom dan levensecht dat ik in een kamp zit. Niet een keer, maar het is een terugkerend gebeuren. En weet je wat heel eng is, en dat heb ik misschien wel drie keer per week, dat ik wakker word en geen idee heb wie of waar ik ben. Dan zie ik iemand naast me liggen en ik heb geen idee wie het is. Dat duurt een paar seconden en dan weet ik weer “oh ik ben Judith en dat is Michael, mijn man”, maar dat is zo beangstigend.’

Zijn de nachtmerries dan ook een inspiratiebron voor haar boeken?
Judith: ‘Als ik ooit een boek over de Tweede Wereldoorlog schrijf, dan komt dat zeker daar vandaan. Oversteken gaat natuurlijk wel over dromen, maar niet over die van mij. Ik zou heel graag willen dat ik lucide dromen zou hebben, die kun je sturen. Dat kan ik niet en dat komt dus weer door het gebrek aan concentratievermogen. Ik kan niet eens mediteren. Mijn dromen zorgen ervoor dat ik ’s morgens echt twee uur nodig heb om wakker te worden. Dus als ik een vroege afspraak heb, dan zet ik de wekker twee uur eerder. Die tijd heb ik nodig anders functioneer ik niet, ik kan dan niet naar buiten. Die nasleep is heftig.’

Dat Judith een open boek is, blijkt niet alleen uit haar tweets over haar dromen. Ze vertelt me dat ze in interviews nog wel eens dingen terugleest die ze anders bedoeld had. Bij de verschijning van Stuk bijvoorbeeld.
Judith: ‘In Stuk speelt de hoofdrolspeelster met het idee om zelfmoord te plegen. Een journalist van de Metro vroeg me hoe ik me daarin had verdiept. Ik vertelde dat ik er natuurlijk best vaak over na heb gedacht over hoe dat zou zijn. Staat er de volgende dag een kop boven het interview “Judith Visser denkt elke dag aan zelfmoord”. Mijn oma kreeg zowat een beroerte.’

Gevolgd door onze drie honden, trekken we even later de bushbush van Rockanje in en eindigen we het interview op het geheime schrijfplekje van Judith, met een prachtig uitzicht op de zee.



Over de auteur

Sander Verheijen

41 volgers
271 boeken
19 favoriet


Reacties op: Het geheime plekje van Judith Visser

 

Gerelateerd

Over

Judith Visser

Judith Visser

Judith Visser (1978) debuteerde in 2006 met Tegengif, waarmee zij de award voor het Beste Rotterdamse Boek won. Het boek bereikte een achtste druk. Hierna schreef zij nog negen andere b...

Judith Visser

Judith Visser

Judith Visser (1978) debuteerde in 2006 met Tegengif, waarmee zij de award voor het Beste Rotterdamse Boek won. Het boek bereikte een achtste druk. Hierna schreef zij nog negen andere b...