Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

In het spoor van Robert Langdon en Sophie Neveu

‘Geschiedenis wordt geschreven door overwinnaars', zo zei Dan Brown ooit in een interview. Hoe accuraat is de geschiedenis nu werkelijk? De Amerikaanse bestsellerschrijver slaat de spijker op zijn kop, maar is nu zelf onderwerp van kritiek. Waren eerder al het Vaticaan en Opus Dei ten strijde getrokken tegen het verhaal van Brown, ook uit wetenschappelijke hoek komt er meer en meer kritiek op de zogenaamde research van de thrillerschrijver.
Frankrijkspecialist Frantour organiseert sinds begin dit jaar complete Da Vinci Code arrangementen om de vele fans van het boek van Brown de kans te geven om kennis te maken met het Parijs van Robert Langdon en Sophie Neveu. Op het programma natuurlijk Het Louvre, La Ligne Rose en de Saint Sulpice, maar ook het kasteel van Sir Leigh Teabing, even buiten Parijs, zou vereerd worden met een bezoekje.
Een bus gevuld met dertig enthousiaste Dan Brown-fans ging op weg naar Parijs om zelf wel even te kijken wat er waar is en wat niet in de populairste thriller aller tijden.


Musée du Louvre

Op de eerste excursiedag stond dan ook een bezoek aan één van de grootste en rijkste musea ter wereld op het programma. Musée du Louvre, dat een zeer belangrijke plek inneemt in het boek van Dan Brown. Het Louvre is gevestigd in een van oorsprong middeleeuws kasteel dat door de koningen van Frankrijk werd gebruikt. In 1793, tijdens de Franse Revolutie, werd het gebouw een museum en het is daarmee ook nog een van de oudste musea ter wereld.

Begeleid door twee erg goede Nederlandse gidsen gingen we op weg door het Louvre. Beide gidsen, Margot en Agaath, hebben zich behoorlijk ingelezen en ingeleefd in het verhaal van Brown. Met dit verhaal als leidraad worden we door het museum geleid en worden we getrakteerd op een groot aantal boeiende verhalen over de rijke (Franse) geschiedenis, het museum zelf en het werk van Leonardo Da Vinci in het bijzonder.

Onze gids Margot Schmitz vertelt dat dit de eerste keer is dat ze een Da Vinci Code-rondleiding doet voor Nederlandse toeristen. ‘Ruim anderhalf jaar geleden begon de gekte hier in het Louvre,' zo verklaart de spontane gids. ‘Aan de voet van de omgekeerde piramide zat een Amerikaanse vrouw op haar knieën. Wij dachten dat ze niet goed geworden was, maar ze was aan het bidden! We vonden het nogal een vreemde gewaarwording en natuurlijk vroegen we aan haar waarom ze dat deed. Heb je The Da Vinci Code dan niet gelezen ? was haar reactie. Ik ben mij daar direct in gaan verdiepen en heb inmiddels vele toeristen uit vele landen door Parijs geleid in het spoor van Robert Langdon.'

Toch moest Margot ons direct al bij de glazen piramide, de hoofdingang van het museum dat eind jaren tachtig werd gebouwd in opdracht van president Mitterand, vertellen dat Brown ruim gebruik heeft gemaakt van “dichterlijke vrijheid”. Want anders dan de Amerikaan ons doet laten geloven bestaat deze glazen piramide niet uit exact 666 panelen, het getal van Satan, maar uit ‘slechts' 673 ruiten. Margot: ‘Ik ben natuurlijk zelf gaan tellen, maar uiteindelijk hebben we het bij de architect nagevraagd. Geen magische getallen dus, hier...'

Een eerste tegenvaller, want Dan Brown laat ons in zijn voorwoord overduidelijk weten dat alle beschrijvingen van kunstwerken, architectuur, documenten en geheime rituelen in De Da Vinci Code waarheidsgetrouw zijn. Niet helemaal de waarheid dus, maar zouden we hem kunnen betrappen op meer ‘verzinsels'?

We vervolgen onze weg door het prachtige kunstmuseum richting de Grande Galerie van de Denon-vleugel waar de grote Italiaanse kunstenaars zich bevinden. In deze vleugel werd in het boek het levenloze lichaam van de conservator van het Louvre, Jacques Saunière, aangetroffen. De beschrijving van deze ruimte in het boek is ook met de nodige vrijheid op papier gezet. Margot: ‘Allereerst zul je hier niet de ijzeren hekken aantreffen waarmee de ruimte kon worden afgesloten. Maar ook de werkkamer van Saunière (de gids wijst naar een grote deur aan het begin van de galerie) zit niet daar waar Brown zegt dat het zit. Achter deze deur zit gewoon een andere galerie.'

We lopen door de Grande Galerie en stoppen bij de Madonna of The Rocks , het kunstwerk dat Leonardo Da Vinci schilderde tussen 1483 en 1486, waarin volgens de theorieën allerlei heidense symbolen verstopt zouden zitten. In De Da Vinci Code speelt Madonna in de grot een belangrijke rol, want conservator Saunière gebruikte dit kunstwerk voor het verstoppen van zijn ‘laatste boodschap'.

Even een fragment uit De Da Vinci Code: ‘Langdon verwonderde zich over Saunières briljante schuilplaats. Madonna in de grot was opnieuw een toepasselijke schakel in de keten van symboliek van die avond. Elke keer leek Saunière zijn voorliefde voor de duistere en schalkse kant van Leonardo Da Vinci verder te benadrukken.'

Over het schilderij vertelt Brown dat Da Vinci de opdracht kreeg van een organisatie dat de Broederschap van de Onbevlekte Ontvangenis heette. Madonna in de grot zou worden geplaatst in de San Francesco-kerk in Milaan, maar uiteindelijk werd het schilderij geweigerd door de Broederschap. Er zouden teveel heidense boodschappen in verwerkt zijn. Niet veel later schilderde Da Vinci een tweede versie van het schilderij waarbij iedereen in een wat conventionelere houding zat. Dit schilderij hangt nu in de National Gallery in Londen.

Voordat we onze weg vervolgen naar de Mona Lisa ( La Giaconda ) stoppen we nog even halverwege de Grande Galerie om door het raam naar buiten te kijken. Margot vertelt ons dat dit de plek moet zijn waar Langdon en Neveu zich opsluiten in het toilet en een zendertje in een stuk zeep op een vrachtwagen mikken. Er is geen toilet te bekennen...

We bereiken Da Vinci's meesterwerk, de Mona Lisa, misschien wel het meest bekende olieverfschilderij ter wereld. In 1503 begon de Italiaanse kunstenaar met het schilderij waaraan hij drie à vier jaar werkte. Een aantal jaar geleden werd de Mona Lisa van haar centrale positie in Salle des Etats van de Grande Galerie verplaatst naar een zaaltje aan het einde van galerie. Binnenkort zal de Mona Lisa weer op haar oude plek te bewonderen zijn.

Hopelijk op tijd voor de verfilming van De Da Vinci Code waarvoor, zo vertelde Margot, het Louvre inmiddels officieel toestemming heeft gegeven. De eerste en laatste keer dat het museum een filmploeg toeliet was in 2001.

Holy Blood, Holy Grail

De theorieën die Brown beschrijft in De Da Vinci Code zijn niet helemaal door hem zelf bedacht. De theorie over Maria Magdalena en de Heilige Graal werd al in 1982 uitgebreid op papier gezet door de onderzoekers Michael Baigent, Richard Leigh en Henry Lincoln (Holy Blood, Holy Grail). Opmerkelijk is dat Brown zijn bronnen in het boek onvermeld laat – op een fragment na waarin Sir Leigh Teabing het boek uit de kast haalt. De oplettende lezer kan in Leigh Teabing wel twee namen terugvinden van de auteurs van Holy Blood, Holy Grail, waarbij Teabing een anagram is voor Baigent. Inmiddels heeft Brown een gedeelte van zijn bronnen gepubliceerd op zijn website.

Pikant detail is dat de heren Baigent, Leigh en Lincoln zélf inmiddels (gedeeltelijk) zijn teruggekomen op hun theorie. Margot: ‘Een paar jaar terug hebben de schrijvers toegegeven dat ze zich flink in de maling hebben laten nemen en dat ze zelf niet meer 100% overtuigd zijn van wat ze destijds hebben geschreven.'

De overeenkomsten tussen De Da Vinci Code en Holy Blood, Holy Grail zijn zo duidelijk dat Michael Baigent en Richard Leigh eind vorig jaar naar de rechter stapten. Leigh zei in reactie aan The Telegraph: ‘Het is niet zo dat Dan Brown een aantal ideeën heeft gebruikt, zoals een aantal andere auteurs dat in het verleden ook hebben gedaan. Hij heeft de volledige architectuur van ons boek – de complete puzzel – overgenomen en daar een fictieve thriller omheen geschreven. Dat kan dus niet en dan is het helemaal niet van belang of onze theorie nu goed of fout is. We hebben jaren geïnvesteerd in research en het schrijven van Holy Blood, Holy Grail.'


De vluchtroute naar Château (de) Villette

Na de boeiende rondleiding door het Louvre zouden we met de touringcar de vluchtroute van Langdon en Neveu ‘naspelen'. Onder leiding van gids Agaath kregen we gedurende onze rit door Parijs allerhande informatie over de stad en de links met het boek.

Via Rue de Rivoli rijden we langs allerlei plaatsen die in het boek een rol spelen: de Amerikaanse Ambassade en het station, Gare Saint-Lazare, waar Sophie Neveu de Franse politie op een dwaalspoor probeert te zetten. We rijden tussendoor ook nog even langs het Ritz, het luxe hotel waar Robert Langdon verblijft tijdens zijn avonturen in de Franse hoofdstad.

Vervolgens stond het Château de Villette op het programma. In het boek het kasteel van Leigh Teabing en in werkelijkheid eigendom van een Chinees-Amerikaanse dame die veel geld heeft verdiend met het kopen en verkopen van huizen voor Hollywoodsterren. Olivia Hsu Decker kocht het kasteeltje in 1999 en kwam er bij toeval achter dat Château Villette in De Da Vinci Code was gebruikt. Blythe, de vrouw van Dan Brown, bleek uiteindelijk wel onder valse voorwendselen het landgoed te hebben bezocht.

De kou zorgde voor een wijziging in het programma en in plaats van een wandeling door de tuin van het château werden we geleid door verschillende ruimtes in het kasteel zelf. Na de bezichtiging van Château de Villette gingen we met de touringcar terug naar Parijs.

La Ligne Rose

De laatste dag stond een stadswandeling op het programma. Dwars door Parijs – op de historische eerste nulmeridiaan – liggen 135 bronzen plaatjes met de inscriptie ARAGO. ‘De rode lijn' is twaalf kilometer lang en is als kunstwerk ter ere van de Franse astronoom en staatsman François Arago ontworpen door de Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets. Aan de hand van La Ligne Rose zouden we van het Louvre wandelen naar de kerk Saint Sulpice.

Een fragment uit De Da Vinci Code waarin Robert Langdon het spoor van La Ligne Rose volgt: ‘Hij draaide zich recht naar het zuiden en volgde met zijn ogen het verlengde van de lijn tussen de schijven. Hij zette zich weer in beweging en volgde het spoor, waarbij hij naar de stoep bleef kijken. Toen hij langs de hoek van de Comédie Française kwam, passeerde hij opnieuw een bronzen schijf onder zijn voeten. Ja!

Langdon wist al jaren dat er in de straten van Parijs honderdvijfendertig van deze bronzen merktekens te vinden waren, ingebed in trottoirs, binnenplaatsen en straten, en dat ze een noord-zuidas door de stad vormden. Hij had de lijn eens gevolgd vanaf de Sacré-Couer naar het zuiden de Seine over, helemaal naar het oude Observatoire. Daar had hij ontdekt wat de betekenis van de heilige route was.


De oorspronkelijke eerste lengtecirkel.
De eerste nulmeridiaan die er had bestaan.
De oude rose ligne van Parijs.

Nu haastte Langdon zich de Rue de Rivoli over en hij wist dat hij bijna bij zijn bestemming was.'

Helaas, ook hier moeten we bekennen dat – hoe knap ook bedacht – we wederom enkele ‘waarheden' van Brown met een korreltje zout moeten nemen.

Okee, La Ligne Rose loopt niet recht onder de omgekeerde glazen piramide (La Pyramide Invesée) maar dat scheelt slechts enkele tientallen meters. Zoals ook het laatste stuk van de lijn – dat eindigt in Saint Sulpice – niet exact op de nulmeridiaan van de ARAGO schildjes ligt.

Onze wandeling eindigde in de kathedraal, de op twee na grootste kerk van Parijs, waar we de koperen lijn konden volgen tot aan de Egyptische obelisk, waar Silas dacht dat de broederschap de sluitsteen zou hebben verborgen. Nu vertoont de obelisk sporen van vernieling door fans van De Da Vinci Code die stukjes steen mee naar huis nemen als herinnering. Ronduit belachelijk! De indrukwekkende kathedraal maakte indruk.

Brown in De Da Vinci Code over de Saint Sulpice: ‘Men zegt dat de Eglise Saint Sulpice de meest zonderlinge geschiedenis heeft van alle Parijse bouwwerken. De kerk, die op een ruïne van een oude tempel voor de Egyptische godin Isis is gebouwd, heeft een plattegrond die tot op de decimeter overeenkomt met die van de Notre-Dame. Het heiligdom is het toneel geweest van de doop van markies de Sade en Baudelaire, en van de bruiloft van Victor Hugo. Het aangebouwde seminaire heeft een goed gedocumenteerde geschiedenis van onorthodoxe praktijken en was eens de clandestiene ontmoetingsplek voor allerlei geheime genootschappen.'

Het bezoek aan de Saint Sulpice was het laatste onderdeel van De Da Vinci Code reis alvorens we keurig naar huis werden gebracht door de reisorganisatie van Frantour.

Is Dan Brown een leugenaar?

De toenemende kritiek op Brown wordt natuurlijk mede ingegeven door de extreme populariteit van De Da Vinci Code. Er zou o zoveel niet kloppen in zijn boek. Na ons bezoek aan de Franse hoofdstad, is het bewijs voor een aantal punten wel geleverd. Maar waar hebben we het over? Het feit dat we een fictief verhaal van een thrillerschrijver bijna als reisgids kunnen gebruiken door een stad die zoveel historie herbergt... Ik vind dat nogal wat. Ook alle lof voor Frantour dat er met verve in geslaagd is een weekend samen te stellen in de geest van Langdon. Een hele dikke pluim voor de gidsen die ons met zoveel enthousiasme door Parijs hebben geleid.

En of de theorieën van Brown nu een 100% weergave zijn van de werkelijkheid... Het feit dat ‘serieuze' onderzoekers als Baigent en Leigh na jaren hun eigen theorie in twijfel kunnen trekken, dat zegt toch ook wel weer iets over de waarheid.

‘Geschiedenis wordt geschreven door overwinnaars', zo begon ik dit artikel en daar wil ik ook mee eindigen. Er is hier één overwinnaar... en dat is Dan Brown zelf.



Over de auteur

Sander Verheijen

938 volgers
446 boeken
23 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: In het spoor van Robert Langdon en Sophie Neveu

 

Over

Dan Brown

Dan Brown

Dan Brown (1964) is de wereldberoemde Amerikaanse auteur van bestsellers als De...