Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Annet de Jong

Ze heeft een ideale stem voor radio en luisterboeken. Melodieus en bijzonder aangenaam om naar te luisteren. Toch is het niet in de audiovisuele sector waarin Annet de Jong (1970) werkzaam is, maar in de dagbladjournalistiek. Zij werkt op de kunstredactie van De Telegraaf, een krant waarvoor zij recensies over toneel, cabaret en film schrijft. Niet langer over musicals. “Ik was te zuur geworden voor musicals. Daar moet je eerlijk in zijn.”
Kritiek geven is iets anders dan kritiek ontvangen. Dat mocht zij meemaken na haar eerste thriller Vuurkoraal. Een boek dat lichtelijk gebaseerd was op de zaak Natalee Holloway en dat goed werd ontvangen, op een enkele nare recensie na. “Ik heb die recensie ritueel staan te verbranden op het terras, maar dat doe je één keer en daarna niet meer.” Het was ook niet nodig. Annets tweede boek Dossier Tobias mocht zich verheugen in louter positieve reacties.


Grapjes
Het is een zonnige voorjaarsdag in Amsterdam-Zuid. Het rustgevende huis in de rustgevende straat waar Annet de Jong samen met haar partner Dominique resideert, noodt tot een diep innerlijk leven. Het is een omgeving waar veel schrijvers, journalisten, schilders en docenten hun toevlucht hebben gezocht. Hier ligt de inspiratie voor het oprapen, zo lijkt het tenminste.
In werkelijkheid is creëren hard werken. Naast haar journalistieke werk, schrijft Annet de Jong vijf dagen per week 800 woorden. Vierduizend in het totaal. Goed voor één boek per jaar. Slechts twee boeken staan er nu op haar c.v., maar met haar tweede boek heeft Annet kwalitatief gezien een grote stap voorwaarts gemaakt. Een proces dat louter intuïtief tot stand is gekomen, want De Jong zou niet onder woorden kunnen brengen wat ze van haar eerste boek geleerd heeft. “Ik heb geen rijtje punten waarmee ik dat kan aangeven. Het enige is misschien dat ik bewust minder grapjes maak. Ik houd van grappen maken en die passen lang niet altijd. In Dossier Tobias, dat op zich een ernstig boek is over kinderontvoering, had mijn uitgever in de kantlijn weer een paar keer gezet, “Kill your darlings. Je hoeft niet altijd grappig te zijn.” Nee, dat klopt maar soms gaat dat vanzelf. Ik ben er nu meer op gaan letten. Humor is niet in alle boeken een voorwaarde. In Vuurkoraal zitten een aantal flauwe grappen, die ik zelf nog steeds heel grappig vind overigens (haha). Maar het hoeft niet. Dat is iets wat ik geleerd heb, maar verder zou ik het niet weten.”


Vuurkoraal
Wil elke journalist eigenlijk een boek schrijven? Volgens Annet de Jong wel. Het was in ieder geval haar droom. “Ik zat al heel lang tegen mijn vrienden te bluffen dat ik voor mijn dertigste zou debuteren. Goed, het heeft iets langer geduurd, maar dat ik het wilde stond vast. Ik dacht ook wel dat ik het zou kunnen, alleen als je een drukke baan hebt, is het natuurlijk moeilijk om een begin te maken. Ga je iets schrijven en dan leuren met een manuscript? Daar had ik helemaal geen zin in, want ik heb het nooit gedaan. Tot ik op een goed moment in gesprek kwam met Annette Portegies, die mij vertelde dat uitgeverij Querido ook Nederlandse thrillers wilde gaan uitgeven. Ze vroeg aan mij of ik het zou kunnen. Ik zei ogenblikkelijk “Ja.” En al pratende legde ik ook meteen mijn idee op tafel, want ik was erg gefascineerd door die Natalee Holloway-zaak. Ik dacht dat ik vanuit die fascinatie gemakkelijk een boek kon schrijven. Annette Portegies vond het eigenlijk meteen een goed idee. Ze zei Ga het maar proberen. Lever over een maand maar een paar hoofdstukken in. Nou. Zo is het gegaan en toen was Vuurkoraal er ineens. Het verhaal over een meisje op een zonnig eiland dat spoorloos verdwijnt. Ik sta nog steeds volledig achter het boek, maar ik had en heb niet helemaal het idee: dit is mijn boek. Het is nog niet hét boek. Dus ik was wel bang voor de reactie, maar gelukkig werd het best goed ontvangen. Het grootste pluspunt was dat ik mezelf bewees dat ik een boek kon schrijven. Kijk, artikelen en een boek zijn totaal verschillende disciplines. Het is heel fijn te ontdekken dat je iets kan.”

Sportieve jeugd
Veel auteurs hebben ouders die hen het lezen met de paplepel hebben ingegoten. Zoniet de ouders van Annet de Jong die beiden zeer sportief waren. “Mijn moeder had sportacademie gedaan in Den Haag en mijn vader had Cios gedaan en was turnleraar. Mijn moeder was ook een hele goede turnster. Ze is nog een keer reserve geweest voor de Olympische Spelen. Dus ik was vroeger gewoon gefocust op sport en niet op literatuur.”
Samen met haar oudere broer Peter zwom Annet tien uur per week met de selectie van zwemvereniging Poseidon ’56. Schrijven deed Annet alleen voor de schoolkrant. Haar liefde voor literatuur kwam pas tijdens haar studie. “Ik wist in eerste instantie totaal niet wat ik wilde gaan studeren. Mijn broer deed Nederlands. Reden voor mij om het niet te doen. Ik wilde hem niet kopiëren. Ik dacht nou, ik ga gewoon Engels doen en iets vaags erbij, Europese studies in Amsterdam. Maar ik ben in Leiden blijven hangen toen ik bij het Leidsch Dagblad stage kon gaan lopen. Daarna bij het Universitair Weekblad in Leiden en toen heb ik de postdoctorale studie journalistiek gevolgd. Een elitaire particuliere opleiding aan de Erasmus Universiteit. Ze namen twintig studenten per jaar aan. Je moet echt laten zien dat je wat kan en dat je wat hebt geschreven en dat ze met je aan durven komen bij een krant. De dagbladen, in mijn geval De Telegraaf, betalen de helft van de opleiding. Als student krijg je geen stagevergoeding en je betaalt zelf de andere helft. Ik kreeg ook geen studiebeurs. Dus je moet er echt wel wat voor overhebben om het te kunnen doen. Alles bij elkaar kost het negen maanden. Mij is het daarna gelukt om bij de De Telegraaf te blijven. En ik zit er nog steeds.”

Polen-identiteitscrisis
Na enkele jaren algemene verslaggeving te hebben gedaan, werd Annet gevraagd op de politieke redactie, waar zij ruim zeven jaar doorbracht. Later stapte zij over naar de Kunstredactie, een lang gekoesterde wens, waar zij schrijft over theater, film en cabaret.
Toen zij vorig jaar (2008) ontdekt had dat zij naast haar journalistieke werkzaamheden ook de tijd en discipline had om een boek te schrijven, was het voor Annet duidelijk dat boeken schrijven voor haar de toekomst had. Al vindt zij boeken schrijven alleen leuk in combinatie met haar journalistieke werk. Na Vuurkoraal had De Jong een aantal ideeën die zij voorlegde aan haar uitgeefster. Het werd uiteindelijk het verhaal dat ten grondslag ligt aan Dossier Tobias. Het verhaal waarin twee echtelieden van verschillende nationaliteiten, Pools en Nederlands, uit elkaar groeien en er een felle strijd ontbrandt over de zeggenschap over de kinderen. Rechtzaken en ontvoeringen zijn het gevolg. “Het verhaal ligt erg dicht bij me omdat het geïnspireerd is op een waar gebeurd verhaal. Het gaat natuurlijk over kinderontvoering. Dat is het thema. Mijn neefje, ons neefje is dat overkomen. Dus Dominique en ik hebben het van heel dichtbij meegemaakt en we zijn zelfs ook betrokken geweest bij het terughalen van het ventje uit Polen. Polen was sowieso interessant om te nemen als land voor het verhaal omdat ik op die manier heel goed de identiteitscrisis van mijn hoofdpersoon Nicolas Kozinski kon weergeven. Die is een beetje gelijk aan de identiteitscrisis die Polen gehad heeft, een land dat decennia van de landkaart geveegd is. Ik vond het allemaal heel mooi samenkomen met de psychologie van zo’n man. Het thema was volgens mijn uitgever ook mooi actueel, bovenop het nieuws. En zeker door mijn bevlogenheid en betrokkenheid bij het onderwerp was dit wat ik wilde doen.”

Kinderontvoering
In Dossier Tobias beschrijft Annet de Jong het nachtmerriescenario van kinderen die een speelbal worden in de handen van hun gescheiden ouders. De schrijfster heeft zich in het onderwerp vastgebeten en diepgaand research gepleegd. ”Ik heb ook alle dossiers en echtscheidingsdossiers bestudeerd omdat ik wilde laten zien hoe het tussen ex-echtelieden zover kan komen dat ze kinderen over en weer gaan ontvoeren. Het is ook iets afschuwelijks. Niemand wil dit. Niemand vraagt erom. Maar er gaat natuurlijk van alles aan vooraf. Dat wilde ik ook opschrijven. Er zijn in Nederland jaarlijks 60 tot 70 ontvoeringen. Soms komt er een mediator en dan komt het niet eens tot een zaak, maar ik geloof dat het in zo’n dertig gevallen echt tot een rechtzaak komt. Het zijn vaak Nederlandse vrouwen die terugkeren na een avontuur met een buitenlandse man en het gaat vaak na een echtscheiding zo dat een Nederlandse vrouw in dat buitenland niet zo heel veel meer te zoeken heeft, vaak geen werk heeft. En als je dan ook nog een man hebt die geen alimentatie betaalt, zoals in dit verhaal, je en je hele familie in Nederland woont, ja, dan wil je natuurlijk terug. En als er dan geen rechtbank is die daar aan mee wil werken, dan neem je je kinderen gewoon mee. Ik vind het een heel normale reactie.”

Eigen schuld dikke bult
“De reactie van mensen is natuurlijk vaak: had je maar niet met een buitenlander moeten trouwen. Eigen schuld, dikke bult. Dat verbaast mij zo. Dat vind ik zo kortzichtig. Het trieste is ook dat Het Kinderontvoeringsverdrag uit 1980 erg star is en onrechtvaardigheid in de hand werkt. Ik heb er met Fred Teeven over gesproken en er worden binnenkort een aantal dingen veranderd, maar ja, iedere rechtbank gaat op zijn eigen manier met de uitzonderingsregels om, dus veel vastigheid is er niet. Dat er nu gespecialiseerde rechtbanken gaan komen is wel een stap in de goede richting, maar nog geen definitieve oplossing. Als een buitenlandse vader het kind meeneemt naar het buitenland heb je plotseling weer geen poot om op te staan. In het verhaal in mijn boek hebben we niet willen wachten op een rechtzaak in het buitenland. We hebben het kind gewoon teruggehaald.
Maar in het algemeen is het zo triest dat ouders alleen maar denken: “ik heb er recht op. Tja, denk nou eens aan dat kind. In principe zou dat de basis moeten zijn van het verdrag: het belang van het kind. Het staat er natuurlijk ook wel in de wet. Maar in de praktijk blijft dat de meeste rechtzaken helemaal niet over het belang van het kind gaan, maar alleen om de ouders.“.

Kinderen de dupe
“In Polen kan je gevangenisstraf krijgen als je geen alimentatie betaalt. Maar tegelijkertijd wil een vrouw ook niet dat de vader van haar kind in de gevangenis zit. Dus je kunt het wel in de wet hebben staan, maar wat hebben de kinderen eraan. Kinderen zijn altijd de dupe.
Het is in heel moeilijk om te zien wat er in een kind omgaat en of hij ernstig lijdt onder de situatie. Er blijft altijd een loyaliteitsconflict. “Mama, ik heb papa aan de telefoon. Kan ik dan blij zijn? Of verraad ik dan mijn moeder?” Ik ben gaan praten met psychologen om te vragen wat de eventuele gevolgen zouden kunnen zijn van zoiets. Maar ja, voor kinderen blijft het verschrikkelijk. Kinderen hebben er niet om gevraagd. Die zijn het slachtoffer van wat volwassenen elkaar aandoen. Tijdens het schrijven voelde ik woede en verontwaardiging over de bestaande wetgeving die met name zorgt dat de kinderen een speelbal zijn in handen van volwassenen en een ontoereikende wetgeving. Het is een emotie waar ik niet aan ontkwam.”
Overigens heeft Annet niet overwogen om ook in de krant te schrijven over de ontvoeringszaak uit haar nabije omgeving. “Nee, De Telegraaf heeft al heel wat van dit soort zaken besproken. Het verhaal waar ik me op gebaseerd heb was zelfs nog niet schrijnend genoeg voor de krant. Ik weet trouwens ook niet of je het die kinderen moet aandoen. Die zitten nu lekker hier op school. Willen die dan hun moeder in de krant zien staan? Ik denk het niet.“

Katholicisme
De Poolse vader Nicolas in Dossier Tobias worstelt in het boek steeds meer met het geloof. Hij wordt steeds strenger in de leer. Het betekent niet dat Annet de Jong zelf ook het katholicisme van haar hoofdpersoon omarmt. “Ik ben niet katholiek, ook niet gelovig in der zin van christelijk. Wel gelovig, ik geloof in één ziel. Dat iedereen met elkaar verbonden is. Ik geloof in een hogere kracht, maar ik geloof ook dat wij dat zelf zijn, dat onze zielen dat zijn. Het wordt heel zweverig hoor als we hier op doorgaan. Maar ik heb wel research gedaan wat betreft het katholicisme. En het is wel degelijk waar dat een parochie in Polen tegen iemand kan zeggen: “Ik hoor dat u gescheiden bent. Ik heb liever niet dat u hier nog komt. Ik ben tijdens mijn research ook gestuit op een gescheiden Poolse vrouw die in Nederland weer voor de kerk wilde trouwen, maar dat dat niet kon omdat haar eerste huwelijk eerst ontbonden moest worden door het Vaticaan. Anders kon ze niet opnieuw voor de kerk trouwen. En of het Vaticaan een huwelijk ontbindt? Ik heb in ieder geval nog nooit gehoord, al zou het moeten kunnen, lijkt me.”

Schrijven en verveling
Over haar nieuwste boek wil Annet niets zeggen omdat het anders “wegloopt” maar dat het opnieuw een maatschappijkritische ondertoon krijgt, wil ze nog wel loslaten. “Ik signaleer inderdaad dingen. Ja, ik signaleer. Een serie met een vaste hoofdpersoon zal ik niet schrijven. Ik ben niet zo van series. Ik ben snel verveeld. Aan het einde van mijn boek heb ik er ook eigenlijk meer dan genoeg van. Dan wil ik naar het volgende. Dat is dagbladjournalistiek, denk ik. Ik verveel me ook snel in het dagelijks leven. Ja, dat is wel eens moeilijk. Ik heb heel veel prikkels nodig. Ik ben heel ongeduldig. Het is al heel bijzonder dat ik erin slaag om boeken te schrijven. Maar ik kan me niet langer dan een uur of drie vier concentreren op het schrijven. Dan houdt het toch op. Dan moet ik iets anders gaan doen. Naar buiten. Ik zou niet hele dagen kunnen schrijven. Ik heb het wel eens geprobeerd om hele dagen te schrijven. Ik nam me voor om heel veel woorden te schrijven. Het werd niets. Ik schreef evenveel als de keren dat ik drie uurtjes ging zitten. Maar ik schrijf nog steeds in vier, vijf maanden een boek. Omdat ik het dan wel iedere dag doe. Daar ben ik wel gedisciplineerd in.“

Eigenwijs
“Veel herschrijven? Nee, doe ik ook niet. Dat wil ik ook niet. Bij Vuurkoraal heb ik meer moeten herschrijven dan bij Dossier Tobias omdat ik toen een hele strenge persklaarmaakster had. Zij wilde dat ik allerlei zinnen omgooide. Ik dacht waar bemoei je je mee? Ik heb toen heel veel dingen ook niet aangepast. Ik ben heel eigenwijs daarin. Gewoon een algemeen voorbeeld. Het kan dat je als schrijfster twee jonge meiden tegen elkaar laat zeggen: “Waar is Anja? Waarop de ander antwoordt: “Die is neuken”. Een strenge persklaarmaakster zou dat kunnen veranderen in “Anja is uit neuken”. Ik ben niet zo naïef dat ik zoiets zomaar zou overnemen. Dan zou je een heel truttig boek krijgen. Het zou niet meer van jezelf zijn. Ik ben daar ook zeer kritisch op. Ik denk dan: jongens jullie kunnen op je kop gaan staan, maar dat ga ik gewoon niet doen. Ik ben geen mooischrijfster. Ik ga niet eindeloos zitten beeldhouwen aan een zin ofzo. Zo kan ik niet werken."



Over de auteur

Hebban Crew

1328 volgers
50 boeken
0 favorieten


Reacties op: Interview Annet de Jong

 

Gerelateerd

Over

Annet de Jong

Annet de Jong

Annet de Jong (Rotterdam, 1970) is een Nederlandse journaliste en auteur. Ze studeerde Engelse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden. Ze volgde een cursus crime fiction aan de universit...