Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Bavo Dhooge

Bavo Dhooge wordt alom geprezen. Hij won ooit de Schaduwprijs voor het beste Nederlandstalige thrillerdebuut, werd tweemaal genomineerd voor de Diamanten Kogel en kreeg als enige Nederlandstalige schrijver vijf sterren in de VN-thrillergids. Crimezone noemde hem de beste misdaadschrijver van Vlaanderen. Kenmerkend voor zijn boeken zijn de natuurlijke dialogen, zijn bijzonder originele benadering van het genre en bovenal zijn onweerstaanbare humor. De boeken van Bavo Dhooge zijn dan ook altijd een spannend en grappig leesavontuur vol verrassingen. Zijn nieuwste boek heet Stiletto Libretto, waarin voor het eerst de seks niet wordt geschuwd.

Door Diepvens & De Bree


























1. Welke ideeën lagen aan de basis van Stiletto Libretto?
De tegenstrijdige gedachte dat iemand tegen wil en dank succes heeft, maar hem dat vreemd genoeg de das omdoet. Het verhaal van iemand die een nieuw leven wil beginnen als schrijver, maar van de regen in de drop belandt door zich anders voor te doen dan hij werkelijk is. Contradictorische situaties leveren altijd spanning en humor op en deze twee componenten wilde ik deze keer echt hand in hand laten samengaan. De slogan van dit boek was dan ook: Jimmy Hendricks wilde een ghostwriter zijn, maar wanneer de realiteit de fictie inhaalt, wou hij dat hij een ghost was. Het is het eeuwenoude verhaal van een loser die een kans ruikt, iets heel stoms doet en dan, hoe meer hij de zaak tot een goed eind wil brengen, zich steeds meer in de nesten werkt. Ook de naam Jimmy Hendricks is bewust gekozen. Het idee dat een man elke dag moet uitleggen dat hij niet dé Jimi Hendrix is, werkt niet alleen komisch, maar ook symbolisch voor het misverstand over een man die voor de verkeerde wordt aanzien. Uiteindelijk draait het ook om de grens tussen fictie en non-fictie. In elk boek schuilt wel iets autobiografisch en in Stiletto Libretto zijn natuurlijk ook een paar gedachten, visies en ervaringen van mezelf binnengesijpeld, met name over literatuur, uitgeverijen, het boekenwereldje, recensenten ;-) Wat dat laatste betreft heb ik die mensen extra machtig gemaakt: een steengoeie recensie en vijf sterren kunnen in dit geval van levensbelang zijn, letterlijk. Maar, in tegenstelling tot Jimmy Hendricks, ben ik wel blij met de aandacht!

2. Je beschrijft er de auteurs- en uitgeverswereld op een behoorlijke satirische wijze in. Ligt het feit dat je recent zelf nogal van uitgever wisselde hiervan aan de basis?
Ik maakte me gewoon de bedenking dat ik al over veel thema’s had geschreven (kunst, sport, film,…), maar vreemd genoeg nog nooit over de literatuur zelf. Ontegensprekelijk kwam ik uit bij een paar komische situaties. Bij de uitreiking van de Silver Stiletto bijvoorbeeld heb ik me gebaseerd op een echte prijsuitreiking die ik echt heb meegemaakt, ook het principe van printing on demand en de kracht en gespeelde geloofwaardigheid daarvan was een leuk gegeven. Voor de rest lopen de figuren uit het boek ook werkelijk in deze maatschappij rond: mensen die geen kaas hebben gegeten van literatuur, maar er toch lekker druk over doen, de cijfers en de marketingstrategie van de boekensector, de pijnlijke kneuterigheid van lezingen, de verveling tijdens signeersessies. Het is uit het leven gegrepen! En ook hier: de botsing tussen een verheven thema als literatuur met de harde wereld van gangsters heeft ook in het verleden gewerkt, denk bijvoorbeeld maar aan ‘Bullets over Broadway’ van Woody Allen.

3. Hoewel je Pat Somers boeken erg goed ontvangen zijn, brak je er internationaal nooit mee door (al was het enkel in Nederland) omdat ze te locaal; te "Gents" waren. Stiletto Libretto lijkt een geglobaliseerde versie van de Pat Somers boeken. Hier zou je internationaal beter mee kunnen scoren. Zie jij dat ook zo?
Ik vind (en hoop) dat ik er toch een beetje op vooruit ben gegaan. Ik zou mijn Pat Somers-boeken nooit een jeugdzonde durven noemen want ze hadden hun plaats in het wereldje van de Vlaamse Misdaadliteratuur, al was het maar omdat niemand anders het deed. Maar ik ben ervan overtuigd dat ik de jongste jaren een beter schrijver ben geworden. Ik heb me verdiept in vertelstructuren, spanningsopbouw en denk dat ik verhaaltechnisch steviger in mijn schoenen sta. Ik ben dan ook opgelucht dat er al verschillende recensenten zeer positief hebben gereageerd en bevestigen wat ik stiekem hoopte: namelijk dat in dit boek de humor en spanning echt samengaan en dat er een geloofwaardig verhaal is neergezet. Ik besef nu dat logica een niet te onderschatten factor is bij het maken van een spannend verhaal. Daar wil ik niet mee zeggen dat de Pat Somers-boeken minder zijn, maar vergelijk het (als ik me even mag permitteren om heel nederig die vergelijking te maken), met Woody Allen. In het begin maakte Allen zuivere slapstickfilms waar knotsgekke situaties en dialogen de bovenhand hadden. Later maakte hij iets meer serieuze komedies, maar het bleven wel komedies. Personages en verhaal werden belangrijker. Pat Somers was eigenlijk Indiana Jones op zijn Monty Pythons. Stiletto Libretto is veel evenwichtiger, ik durf zelfs te zeggen, meer volwassen. Ik moet er ook aan toevoegen dat ik veel heb gehad aan scenariostructuur en aan andere schrijvers waaronder (ik zal de naam zelf maar laten vallen, al is er ook al sprake van geweest in een recensie van de Standaard) Elmore Leonard die ik de laatste jaren fel ben gaan bewonderen. Ik reik natuurlijk niet tot zijn enkels, maar wat ik wel van hem heb geleerd is het verhaal te laten evolueren vanuit de personages. Pat Somers moest in een paar hachelijke situaties terecht komen omdat dat van hem werd verwacht. Daardoor week ik wel eens af van de essentie van de plot. In dit boek komen de situaties vanzelf door de handelingen en acties van de personages zelf. Maw: het verhaal gaat meer een eigen leven leiden zonder dat de schrijver als een poppenspeler aan de touwtjes trekt. Er zijn nog een paar andere zaken die ik ter harte hebben genomen zoals schrappen, schrappen en nog eens schrappen zodat dialogen en humor nog snediger worden. Mijn speciale dank gaat dan ook uit naar mijn uitgeverij (Manteau) die me steengoed heeft begeleid. Het is zoals uitgever Wim Verheije zegt: we proberen van een 7 of een 8 een 9 te maken. Kortom, meestal heb ik het gevoel als een boek uit is dat dit het beste is wat ik ooit heb geschreven, maar dit keer is dat gevoel nog steeds niet geweken. Een zeer beangstigende gedachte want als ik met dit boek echt mijn ‘meesterproef’ heb geschreven zoals ergens in een recensie stond, uit welk vaatje moet ik dan voor mijn volgende boek tappen? ;-)

4. Je hebt in sommige boeken Gent verlaten en situeert Stand-in en Stiletto libretto in Los Angeles. Wat zit er achter deze relocatie? Heb je een band met LA?
Ja en nee. Na zes Pat Somers-boeken had ik genoeg van het typische Vlaamse stadsdecor. Het werd bandwerk om op den duur de verplichte Gentse cafeetjes, omgeving, straten en zelfs Gentenaars op te voeren. Bovendien denk ik echt niet dat je het succes van Pieter Aspe kan overtreffen. Ik weet dat de Vlamingen zulke thrillers maar al te graag lezen want die Heimat-literatuur werkt nog steeds en is ook zo heerlijk herkenbaar. Ik besef dan ook dat ik wellicht niet zoveel zal verkopen als die grote kanonnen, maar het is nu eenmaal niet voor mij weggelegd. Ik moet toegeven dat ik weinig echt Vlaamse thrillers lees omdat ik meestal wil ontsnappen naar een andere wereld en dan denk ik eerder: hoe verder hoe beter. Ik ben geen lezer die zichzelf wil herkennen in een boek. Plus: ik ben ook opgevoed en grootgebracht met veel Angelsaksische literatuur, ook al heb je hier natuurlijk veel talentvolle schrijvers rondlopen die net van die herkenbaarheid hun grote kracht maken. Ik dacht vroeger dat ik nooit over het buitenland kon of mocht schrijven omdat ik er nog niet was geweest, maar dat is verkeerd. Wat is er geloofwaardiger: een Gentse privédetective die praat als een typische Amerikaanse Philip Marlowe en een beroep uitoefent dat in Vlaanderen eigenlijk niet meer bestaat? Of een paar louche sympathieke en minder sympathieke schurken in L.A. die spreken zoals in een Amerikaanse film? Het is in mijn ogen een stuk geloofwaardiger om mijn verhalen in de VS te laten afspelen, ik heb nu eenmaal een zeer filmische schrijfwijze (wellicht door mijn filmopleiding), de dialogen klinken ook veel beter in die setting en de personages, kleurrijk en uitvergroot, vind je eerder terug in L.A. dan in pakweg Gentbrugge. De enige band die ik dus heb met L.A. is het decor dat ik ken uit de filmwereld. Het is een stad waar je alles kan laten gebeuren. Een andere naam die daar een rol heeft in gespeeld is mijn collega Elvin Post die ik ook ken en die ik zeer waardeer. Hij heeft me doen inzien dat je als Nederlandstalig schrijver ook over New York kan schrijven. Wel, in Vlaanderen denk ik dat ik voorlopig de enige ben die niet over Vlaanderen schrijf. Bovendien had ik met Gent het voordeel dat de stad een personage op zich werd, maar het nadeel dat het zich te zeer opdrong. Ik was er teveel mee bezig en soms zat het zelfs in de weg van het verhaal. Terwijl ik nu juist door de afstand die ik hou met L.A. een soort filter heb die maakt dat ik de setting niet al te gedetailleerd hoef weer te geven en ervoor zorgt dat het de spanning niet wegneemt.

5. Hoe voelt het om - nu Tony Coppers van genre gewisseld is - de enige Vlaamse vertegenwoordiger te zijn van het humoristische spannende boek?
Ik blijf het een beetje vreemd vinden. Enerzijds omdat er niemand anders echt komische thrillers schrijft (ik heb het nu even niet over de typische Vlaamse thriller met de vette knipoog zoals er wel veel geschreven worden). Anderzijds sta ik er tijdens het schrijven zelf ook altijd van versteld hoe snel het bij mij de komische kant opgaat. Het is blijkbaar sterker dan mezelf. Het cynisme en satirische komen altijd wel weer bovendrijven en dat heeft volgens mij te maken met mijn –laat ik even filosofisch worden- levensvisie. Ik weiger mezelf serieus te nemen en bij definitie dus ook mijn werk. Dat klinkt tegenstrijdig (een schrijver hoort voor de eeuwigheid te schrijven), maar er is altijd wel een stemmetje in mijn hoofd dat zegt: we gaan allemaal veel te snel dood, dus laten we ons maar wat amuseren voor de tijd dat ons nog rest;-) Het gebeurt meestal ook heel onbewust. Tijdens het schrijven van Stand-In dacht ik echt dat ik een serieuze roman noir aan het schrijven was, maar nadien komen een paar lezers me wel vertellen dat ze die of die scène grappig vonden. Het is natuurlijk ook niet evident, het blijft een subtiel balanceren op een slap koord. Maar zoals gezegd denk ik en hoop ik dat ik die evenwichtsoefening nu wat meer onder de knie heb. Ik zal me bij wijze van spreken niet snel meer laten verleiden om een mop dood te maken of een dialoog te lang uit te rekken om toch maar komisch uit de hoek te kunnen komen. Een goeie grap werkt ook alleen maar als hij kort en krachtig is. Niettegenstaande is dit toevallig wel mijn dikste boek;-) Het soort humor is nu ook een beetje anders, denk ik. Het allerleukste zou zijn mocht de lezer eerst luidop lachen en zich nadien bij dezelfde scène de bedenking maken dat het eigenlijk toch wel ongehoord is om daarmee te lachen, en nog een paar momenten later echt walgt van zichzelf.

6. Hoe belangrijk is humor voor je in een spannend boek?
Humor op zich is voor mij niet essentieel of superbelangrijk. Ik geniet ook van echte donkere boeken, maar ik kan niet onder stoelen of banken wegsteken dat het meer te maken heeft met een soort stijl én vooral een eigen stem. Ik moet toegeven dat ik sommige boeken heel snel uit heb omdat ze razend spannend zijn en ik heb bijvoorbeeld ook al eens een Elmore Leonard gelezen die echt vooruitkruipt, als het ware en waar ik werkelijk langer dan normaal over doe. Maar is dat dan een slecht boek? Ik denk van niet. Meer en meer heb ik het gevoel dat een goed boek meer tijd kost om te lezen, net door die eigen stem. Weer een tegenstrijdige reactie als het om spannende boeken betreft, maar ik vind die andere elementen naast spanning (humor, sfeer,…) - die zogenaamde obstakels- net leuk om even mee uit te weiden.

7. Van welk soort humor houd je? Welke komische tv-series vind je leuk? Welke cabaretiers? Waar moet je in het dagelijks leven erg om lachen?
Dat gaat heel breed. Ik zou heel hard willen zeggen dat ik van Britse humor hou en dat is ook wel zo (ik heb de klassiekers versleten zoals Monty Python, maar ook Ricky Gervais in The Office en Extras), maar wat echt blijft hangen is Amerikaanse underground humor. Een typische MacDonald hamburger gaat er altijd wel in, ook al staat het veel netter om te zeggen dat je alleen maar caviaar eet. Dus: ik hou bijvoorbeeld enorm veel van echte goeie stand-up, genre Bill Hicks of Larry David (bedenker van Seinfeld en Curb Your Enthusiasm). Een ongezouten mening: met Vlaamse stand-up kan ik helemaal niet lachen, het spijt me;-) Dat zal dan wel weer aan mezelf liggen, maar het komt me veel te geforceerd over. Dat is het gevoel dat ik heb bij Vlaamse stand-up en ook bij sommige Vlaamse films: net niet en als het net niet is, dan werkt het niet. Je mag over Amerikanen zeggen wat je wil en ze maken voor negenennegentig procent complete bullshit, maar ze hebben soms ook wel verrekt veel gevoel voor timing. Neem nu die typische vlotte gangsterkomedies à la ‘Ocean’s Eleven’ of het werk van Tarantino, dat loopt zo mooi op wieltjes dat de fun er gewoon afspat. En zelfs de meer serieuze mannen zoals de Coen Brothers of een Scorsese hebben echt hun komische talenten, zoals in ‘Goodfellas’, trouwens ook een inspiratiebron voor dit boek. Het is niet voor niets dat ik soms walg van sitcoms, maar toch blijf zitten omdat die Amerikaanse machine zo goed in elkaar steekt. Het is als een goeie reclamespot, je blijft er gewoon gebiologeerd naar kijken omdat het zo goed gemaakt is. Puur vakmanschap.

8. Welke karakters vind je leuker om te beschrijven in je boeken? De kleine criminelen of de grote bazen?
Dan kies ik natuurlijk voor de simpele underdog, de kleine straatcrimineel. Het heeft een beetje te maken met mijn afkeer voor autoriteit. Daarom – dat besef ik nu pas - heb ik nooit over flikken als helden of inspecteurs geschreven. Naarmate ik ouder word, merk ik ook dat de mens altijd wel zijn goeie en slechte kanten zal hebben. Pat Somers was nog een goeie ouwe goedzak, een antiheld weliswaar, maar ik ben erachtergekomen dat niemand perfect is. Niets is nog zwart of wit, het is meestal grijs. De vragen die ik me dus stel zijn: kan een crimineel of een moordenaar soms ook, al is het maar gedurende één nanoseconde, inzitten over het milieu (zie het personage van Armando Demon) of kan een gangsterbaas ook een goeie vader zijn (zie Roland Knox). Hamvragen zoals: wat als een moordenaar bijvoorbeeld honderd miljoen euro wegschenkt aan de Derde Wereld? Is hij dan werkelijk zo’n slecht mens? Ja, wellicht wel, denken we dan, want hij blijft een moordenaar. Maar dat zijn dus zaken die me bezighouden. Ergens staat ook in het boek: ‘Een mens wordt ouder, een mens wordt slechter.’ Dat is zo: hoe ouder je wordt, hoe meer fouten je op je actief hebt. Je gaat er niet op vooruit. Ik ken weinig mensen die kunnen zeggen dat ze nu een beter mens zijn dan toen ze acht of negen jaar waren. Het is onvermijdelijk. Je krijgt sowieso meer conflicten te verwerken, krijgt meer mensen tegen je en wordt gewoon ook harder.

9. De thriller of algemener het spanende boek is een genre dat veel clichés kent. Hoe probeer jij originaliteit in je boeken te brengen?
Door te beseffen dat alles al eens eerder is gedaan en je onmogelijk nog het warm water kan uitvinden. De benadering is alles. Je kan een situatie op een ongelooflijk clichématige manier benaderen, maar door er één simpel detail aan te veranderen, heb je ineens iets origineels. Sorry dat ik weer over de Coen Brothers begin, maar wat is de Big Lebowski (een van mijn favoriete komedies aller tijden) eigenlijk meer dan een blauwdruk van het werk van Raymond Chandler? Je hebt de femme fatale, je hebt de misverstanden, je hebt de ontvoering, de losgeldbrief, enz. Maar de held is een werkloze ex-hippie die houdt van bowlen en The Dude wordt genoemd. Gewoon een paar dingen die anders ingevuld worden en je creëert iets helemaal nieuws. Dat is volgens mij de kracht en de opdracht van een spannend boek.

10. Vrouwelijke thrillerauteurs verwerken steeds meer expliciete seks in hun boeken. Wat vind je daarvan? En, heb je zelf nooit de behoefte om dat ook te doen?
Ik heb in dit boek voor het eerst echt een stomende sexscène geschreven (ja, ik wil ook wel wat verkopen dus hierbij extra reclame), maar ik vind het niet altijd nodig. Het sluit trouwens ook naadloos aan bij de vraag hierboven want hoe kan je in hemelsnaam iets ontstellends clichématig als een liefdesscène nog origineel inpakken? Ik heb het er alvast veel moeilijker mee, net zoals ik ook nog nooit echt een geslaagd romantisch liefdesverhaal in elkaar heb kunnen steken. De liefde, dat is iets heel tricky. Wellicht kunnen vrouwelijke auteurs dat beter omdat ze een stuk gevoeliger zijn (zegt de macho seksist dan), maar vaak is ook de suggestie een stuk sterker. In mijn volgende boek heb ik de seksscène bewust geschrapt omdat het zo sterker was. Je laat het over aan de verbeelding van de lezer, gewoon een witregel en verder gaan met de orde van de dag;-)

11. Bij welke achtergrondmuziek schrijf je het liefste?
Geen. Ik kan niet schrijven met muziek omdat ik ook teveel van muziek hou en te snel afgeleid ben. Wel gebruik ik muziek als ik herschrijf en de kleine kantjes ervan begin te schaven. Dan luister ik naar de muziek die ik ook bewust in het boek vermeld, in deze reeks is dat dan vooral funk en soul omdat het goed past bij de aard van het verhaal. Ik heb iets met de seventies omdat ik vind dat men in dat decennium nog echt goeie auteurfilms voor het grote publiek kon maken en ook de muziek speelt daarin een rol.

12. Wat is voor jou de ideale ontspanning, om even te ontsnappen aan het schrijfwerk?
Als ik mijn hoofd wil leegmaken dan doe ik iets lichamelijks zoals sporten. Ik weet het: dit klinkt heel a-typisch want een schrijver hoort achter zijn bureau te zitten, met twee sigaretten tussen de lippen, hand aan een glas whisky en als het even kan ook nog een lijntje coke of een joint, maar ik haal mijn kicks uit andere dingen. Tennissen, lopen, poolen,… Gewoon even het verstand op nul zetten en blik op oneindig, of op de bal;-) Maar meestal is schrijven voor mij ook heel ontspannend, als ik dus even genoeg heb met het schrijven van een hoofdstuk, dan schrijf ik iets anders: mails, een tekst voor mijn website, het uitwerken van een nieuw idee, het nalezen van een ander manuscript, je ziet, door meer en meer te schrijven raak ik nog meer verslaafd aan het schrijven. Ik werk meestal ook aan twee of drie boeken tegelijkertijd. En te zien aan de lengte van dit interview heb ik me ook hierin kunnen ontspannen;-)

13. Waar ben je nu mee bezig? En wat is het volgende project ivm spannende lectuur/literatuur?
Uitgeverij Manteau was vragende partij om een reeks op te zetten, maar ik wist echt niet wat ik nog kon toevoegen of welke meerwaarde ik kon betekenen met een zoveelste serie over een duo Vlaamse politieinspecteurs. Dus hebben we de kerk in het midden gehouden en gekozen voor een serie, maar dan wel geen serie met dezelfde hoofdpersonages. Het zal dus een serie worden met hetzelfde soort boeken: steeds met L.A. als setting, steeds over sympathieke schurken en steeds in dezelfde laconieke stijl met veel oog voor humor, spitse dialogen en een verhaal dat zich ontspint vanuit de personages, of zoals ze in Hollywood zeggen: character driven plots. Ik heb net de laatste hand gelegd aan de eerste versie van mijn volgende thriller met dit keer (en eigenlijk de allereerste keer in mijn carrière) een vrouw in de hoofdrol.

14. Je ben fulltime schrijver. Je collega Luc Deflo deed een stapje terug en werkt deeltijds uithuizig, omdat hij het schrijverschap een te eenzaam beroep vond. Hoe ervaar jij dat en hoe vul je die leemte op?
Ik ben fulltime schrijver, maar leef natuurlijk niet alleen van mijn boeken. Ik heb de nodige afwisseling bij het schrijven van reclameteksten, scenario’s, artikels, interviews en ander werk. Ik heb eens drie maanden geprobeerd om alleen maar boeken te schrijven en ik viel, net zoals Luc wellicht, in een gat. Er bestaan heus wel nog een pak andere dingen dan schrijven. Ik wist toen dus al dat ik geen fulltime schrijver zou kunnen zijn, vandaar ook mijn grote bewondering voor mensen die dat wel doen zoals Pieter Aspe. Ik ben ook veel te wispelturig en mensen zeggen nu al dat ik veel te veel schrijf. Mocht ik vanaf nu mijn huis niet meer uitkomen en zoals Asimov veertien uur achter de computer zitten of zoals Proust gewoon in bed blijven liggen met pen en papier in de hand, ik zou het niet kunnen en indien wel, zou ik gek worden. Neen, al met al schrijf ik niet meer dan drie uur per dag, wat eigenlijk vrij weinig is. Mensen vinden me een veelschrijver, maar ik ben de enige die weet dat ik eigenlijk vrij lui van aard ben;-)



Over de auteur

Hebban Crew

1349 volgers
50 boeken
0 favorieten


Reacties op: Interview Bavo Dhooge

 

Gerelateerd

Over

Bavo Dhooge

Bavo Dhooge

Bavo Dhooge (1973) is een Vlaams schrijver. Hij schrijft veelal thrillers, maar ook de futuristische fantasyreeks over Mike Snow komt van zijn hand. Inmiddels heeft Dhooge zo'n 70 boeken en 50 verh...