Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Christiaan Alberdingk Thijm

Christiaan Alberdingk Thijm (1971) ontleent zijn naam aan zijn legendarische voorvaderen die tot de allergrootste literatoren van Nederland behoorden. Zelf maakte hij naam als belangrijke media- en internetjurist die met succes de oprichters van Kazaa, het muziekuitwisselingsprogramma verdedigde. Hij is gespecialiseerd in auteursrecht, schreef diverse boeken in zijn vakgebied, doceert aan de universiteit en heeft sinds kort ook een roman op zijn naam staan. In dit spannende fictiedebuut, Het proces van de eeuw, schetst hij de opkomst en ondergang van een jonge advocaat die, dwarsgezeten door zijn ambitie, in leugens en malversatie verstrikt raakt en tenslotte als witteboordencrimineel wordt aangeklaagd.

Door Kees de Bree

Het kantoor van Solv, het kantoor waar Christiaan Alberdingk Thijm resideert, ligt op een steenworp afstand van het Amsterdamse Centraal Station, aan een rustieke gracht waar de panden kunstig zijn gerenoveerd. Hier heerst rust, in tegenstelling tot het grote, prestigieuze, advocatenkantoor van Schwaab en Helvoeth aan de Amsterdamse Zuidas waar Alberdingk Thijms romanheld Eppo Boetselaar zijn carrière probeert vorm te geven. Het is midzomerwarm, de boorden zijn los en Christiaan Alberdingk Thijm blijkt een prettig verteller, duidelijk gewend aan het logisch opbouwen van een betoog.

Voorvaderen
Het proces van de eeuw is een zeer knap geschreven boek. Wat gevoel betreft een vage echo van Karakter van Bordewijk. Het doet bovendien vermoeden dat schrijversgenen overdraagbaar zijn. De voorvaderen van Christiaan waren namelijk grote mannen in de Nederlandse literatuur. “Mijn betovergrootvader was inderdaad J.A Alberdingk Thijm (katholiek schrijver van gedichten en historische novellen) en zijn zoon Lodewijk van Deijssel (het pseudoniem van de beroemde Tachtiger, K.J.L. Alberdingk Thijm) was mijn overgrootvader. Een rechtstreekse lijn dus.”

De jonge Christiaan groeide als jongste van 5 broers op in het authentieke kunstenaarsdorp Laren (NH) waar zijn ouders nog steeds wonen. Op zijn 18e vertrok hij naar Amsterdam, een stad waar hij zich redelijk verwant mee voelt, ook al denkt hij met weemoed terug aan het oude Laren van vroeger. “Laren is volledig veranderd. Je voelt je enorm oud als je het nu ziet. Alle winkels van vroeger zijn verdwenen. Alleen de kroegen zitten nog op dezelfde plek. Maar verder is iedere slager en bakker een kledingwinkel geworden. Het is een soort P.C.Hooftstraat in het kwadraat geworden.”

Jonge regelaar
De keuze om rechten te gaan studeren kwam geheel van Christiaan zelf af. Zijn vader werkte bij het interne reclamebureau van Ahold en gaf zijn zonen de vrijheid te worden wat zij zelf wilden. Christiaan: “Ik ben als kind altijd veel met regels bezig geweest. Ik heb een dagboek uit mijn jonge jaren, toen ik 7 of 8 jaar oud was, en dat was een wet/dagboek. Ik had een club met een clubhuis en ik had wetten gemaakt waarin stond hoe je je moest gedragen en wat de straf was als je het niet goed deed. Mijn liefde voor regels zat dus kennelijk in mijn aard. Maar zoiets realiseer je je pas als je later rechten gaat studeren. Tijdens mijn studie ben ik me gaan specialiseren in het intellectuele eigendomsrecht, wat destijds redelijk nieuw was. Daarna ben ik een jaar in Londen gaan studeren, computerlaw zoals men het toen noemde.” Na zijn terugkomst werkte Christiaan een tijdje bij een groot advocatenkantoor, waarna hij op verzoek van zijn voormalige hoogleraar aan de UVA naar de universiteit terugkeerde om onderzoek te doen naar internet en recht. De combinatie intrigeerde hem zo dat hij besloot om samen met Wanda van Kerkvoorden een advocatenkantoor te beginnen. Het kantoor behaalde diverse grote successen en Christiaan werd een alom geprezen en beroemd internetjurist. Maar het bloed van zijn literaire voorvaderen kriebelde.

Te weinig levenservaring
“Ik wilde al heel lang een boek schrijven. Ik heb in mijn jeugd veel korte verhalen geschreven en in mijn middelbare school tijd heb ik zelfs geprobeerd een boek te schrijven. In mijn studententijd heb ik o.a. voor Propria Cures geschreven. Ik heb prozalessen gevolgd bij Tonnus Oosterhoff. Maar toen ik bij het schrijven van een verhaal volledig vast kwam te zitten, besloot ik dat ik te weinig levenservaring had om goed te kunnen schrijven. Daarom besloot ik gewoon te gaan werken met het idee dat het boek er nog wel een keer zou komen. Ik was zo iemand die op feesten en partijen altijd riep dat ik ooit een boek zou gaan schrijven. Dan dronk ik nog drie glazen wijn en keken mijn gesprekspartner mij meewarig aan. Op een gegeven moment begonnen mensen mij te vragen hoe het met mijn boek ging. Toen heb ik in 2006 de afspraak met mezelf gemaakt dat ik het gewoon zou gaan doen. Ik ben naar mijn partners op kantoor gegaan en heb gevraagd of ik in 2009 een half jaar een sabbatical mocht nemen. Dat vond men prima. Van 2006 tot 2009 schreef ik een aantal hoofdstukken en sprak ik met een aantal uitgevers. In 2009 heb ik de eerste versie voltooid. Maar het was nog niet af. Ik moest het gaan herschrijven en nog eens herschrijven. Zelfs in 2010 en 2011 heb ik er nog flink hard aan moeten werken. Ik nam weer verlof, zodat iedereen een spuughekel aan het project begon te krijgen, behalve mijn uitgever. Maar uiteindelijk was Het proces van de eeuw dan toch echt klaar.”


Het proces van de eeuw
Het proces van de eeuw is een titel die, net als het Wereldtijdschrift van Willem Elsschot, enige vorm van chargering niet schuwt. Christiaan: “Het is schertsend bedoeld. De naam Het proces van de eeuw wordt tegenwoordig te pas en te onpas gebruikt. Het is grappig dat het boek net uitkwam in de periode dat de zaak Geert Wilders speelde, die in de media ook Het proces van de eeuw werd genoemd, terwijl die zaak verre van het proces van de eeuw was. Meer de schertsvertoning van de eeuw. In mijn boek wordt de hoofdpersoon Eppo na een reeks grote fouten door zijn werkgever, het grote advocatenkantoor Schwaab en Helvoeth, voor de rechter gedaagd. Dat is de eerste betekenis van de titel. Verder duidt het op het proces dat de hoofdpersoon doormaakt, tijdens zijn stageperiode van drie jaar. Het is wat dat betreft een ontwikkelingsroman of, zoals de Amerikanen zeggen, een growing-up-novel.”

Schuld aan het systeem
De hoofdpersoon Eppo Boetselaar wordt dankzij een pikante e-mail die hij aan een vrouwelijke medewerker van een advocatenkantoor stuurt, een paria in advocatenland. Toch krijgt hij later, door toeval, een baan bij een prestigieus kantoor aan de Amsterdamse Zuidas. Al snel wordt hij meegesleurd in de juristen-ratrace en wordt hij genoodzaakt “targets” te halen en veel “declarabele uren” op te voeren. Om aan die eisen te voldoen stapelt hij fout op fout, maakt zich schuldig aan valsheid in geschrifte, steelt hij uren van medewerkers en bedriegt hij een cliënt. Eppo groeit uit van hongerige jonge advocaat tot witteboordencrimineel.. Christiaan: “Ja, Eppo is slachtoffer van het systeem, van de omgeving en wat hem allemaal overkomt. Maar die jongen raakt helemaal verstrikt in zichzelf. Hij doet dingen die niet deugen. Mijn inspiratie voor het verhaal vindt zijn oorsprong bij Nick Leeson, de broker die in zijn eentje de Barings bank ten gronde richtte. Ik vind het een fascinerend gegeven dat iemand zo vast komt te zitten in zijn bedrog dat hij er niet meer uitkomt. Nick Leeson heeft een biografie geschreven over wat er is gebeurd, maar typerend is dat hij het systeem de schuld geeft. En dat was eigenlijk ook de situatie waarin ik mijn hoofdpersoon wilde brengen. Eppo heeft heel lang het gevoel dat het systeem hem dwingt de dingen te doen die hij doet, ook al zijn die fout. Het is zeker zo dat Eppo niet helemaal zuiver op de graat is. Maar daarom is hij juist interessant om over te schrijven.”

Schuld van een ander
“In het begin van het boek is Eppo inderdaad slachtoffer van het systeem maar daarna komt een kentering. Hij kopieert het gedrag van zijn bazen en daar wordt hij tamelijk onhebbelijk door. En dat is ook iets wat je in die bedrijfscultuur ziet. Wie eens een slachtoffer was tijdens zijn advocaten-stage periode, die wordt later vaak een verschrikkelijke baas. Het maakt van Eppo een minder aangenaam mens. Hij geeft zichzelf nooit de schuld. Een heel menselijke eigenschap. Het zijn altijd de buitenwereld en de omstandigheden en de andere mensen zijn die het verkeerd hebben gedaan. Ik moet zeggen dat ik dat bij mezelf ook wel herken. Je bent ergens te laat mee, je vergeet iets, oh stom, en vervolgens ga je denken, ja, maar hij had dit of dat moeten doen. En waarom is dat niet gebeurd? Je ziet het bij advocatenkantoren vaak gebeuren. Aan de top is iedereen gelijk, maar ja, er zijn altijd mensen die meer verdienen, meer cliënten hebben, een hogere omzet hebben en als de druk wat hoger wordt, dan wordt het haat en nijd en dan gaat het schuiven. Die ontwikkeling bij grote kantoren heb ik in mijn boek beschreven.”

Drie zaken
Naast de hoofdlijn, de opkomst en ondergang van Eppo Boetselaar, komen in Het proces van de eeuw drie verhaallijnen uitvoerig aan de orde: De eerste verhaallijn gaat over een pikante e-mail van Eppo die in verkeerde handen komt. De tweede lijn gaat over de zaak Braspenning ofwel de zaak van een leraar die van pedofilie wordt beschuldigd. Een zaak die door Eppo met tegenzin wordt gedaan, die hij voor zich uit schuift en verwaarloost. Hierdoor wordt hij gedwongen documenten te vervalsen en een zitting te ensceneren. De derde verhaallijn gaat over de violiste Katja Janikova die de staat een proces wil aandoen vanwege het feit dat haar minnaar, de dirigent Vladimir Pravo, inzake de Vosberger-moordzaak jaren onschuldig heeft vastgezeten. Zij eist een schadevergoeding van 30 miljoen euro. Christiaan: “Het zijn allemaal zaken die gebaseerd zijn op waargebeurde zaken. De e-mail zaak is een combinatie van 2 incidenten: een incident dat in Nederland heeft plaatsgevonden en waarin een jonge rechtenstudent die net afgestudeerd was, een sollicitatie e-mail stuurde naar het grote advocatenkantoor Houthoff. Hij dacht dat hij de e-mail naar een vriendje van hem stuurde, dus het was een nogal brallerige email maar de email kwam verkeerd aan en is rondgestuurd. Daarnaast is er een Engelse affaire die bij het advocatenkantoor Norton Rose heeft gespeeld, waarbij een meisje een seksueel getinte mail naar een jongen stuurde. Die jongen was er zo trots op dat hij de mail naar 4 vrienden doorstuurde en de rest is geschiedenis.”




Moordzaak en zedenzaak

“De tweede zaak die een grote rol speelt is de herzieningzaak rond Katja en haar minnaar, de dirigent. Die is eigenlijk gebaseerd op een aantal herzieningszaken die ik op één hoop heb gegooid: de zaak van weduwe Wittenberg (Deventer moordzaak), Lucia de B. ook nog een zaak over een Zwitserse dirigent. De Katja in mijn boek is eigenlijk een vrouwelijke Maurice de Hond die zich heel erg het lot van iemand aantrekt. In de zaak rond Katja wordt Eppo ervan beschuldigd dat hij de gedragsregels voor advocaten zou hebben geschonden. Maar hier treft hem nu juist geen verwijt.

De derde kwestie, rond Braspenning, is de zaak van de pedofiele leraar. Die zaak is ook gebaseerd op een waar gebeurd verhaal, een zaak van een docent in Amsterdam die mij zijn dossier heeft gegeven. Bepaalde delen in mijn boek zijn rechtstreeks afkomstig uit verhoren van justitie met hem. Ik heb daar een andere waargebeurde geschiedenis aan gekoppeld. Namelijk een advocaat die zo verstrikt was geraakt in zijn eigen leugens en beloften dat hij zijn cliënt meenam naar een niet bestaande zitting. De raadsman maakte zijn cliënt wijs dat zijn zaak achter gesloten deuren zou worden behandeld en dat hij er zelf niet bij mocht zijn. De advocaat ging de zaal binnen en nam plaats op de tribune bij een volstrekt andere zitting, terwijl zijn cliënt buiten in spanning zat te wachten. Als romanschrijver pak je natuurlijk alles wat je kunt gebruiken. Ik heb met een aantal dekens gesproken die tuchtrechtzaken behandelen en dit gegeven, waarbij processtukken vervalst en een zitting geënsceneerd is, dat komt echt uit de praktijk. Ja, het zijn dingen die je haast niet kan verzinnen, maar die gewoon echt zijn gebeurd.”

Stageperiode
In het boek worden een aantal stagiaires opgevoerd die door het advocatenkantoor zijn afgeschreven, en die vervolgens door Eppo worden misbruikt om een deel van zijn werk te doen terwijl hij hun uren als zijn eigen declarabele uren opvoert. Christiaan:”De stage-termijn van drie jaar is volgens mij veel te lang. Het systeem is ontstaan in de vijftiger jaren. In die tijd was een stageperiode van drie jaar ook logisch. Er was geen fax, geen e-mail, geen twitter. Cliënten waren geduldig. Je had tijd om iemand op te leiden. Tegenwoordig heb je die tijd niet meer. Het frustrerende is dat je iemand vers uit de collegebanken moet aannemen. Strikt genomen weet je niet of iemand geschikt is. Doordat je iemand voor zo’n lange periode moet aannemen is het heel lastig om er iets aan te doen als iemand niet voldoet. Die situatie heb je regelmatig tegen bij grotere kantoren, die zich kunnen permitteren om iemand zo’n stageperiode uit te laten zitten. Nu weten de grijze muizen in mijn boek, die meisjes die voor Eppo gaan werken, heel goed dat ze zijn opgegeven. Maar ze blijven toch zitten omdat ze hopen een stageverklaring te krijgen, een soort diploma. Want pas daarna kan kunnen ze zich zelfstandig vestigen als advocaat. Dus veel stagiaires denken: het zal mijn tijd wel duren, ik blijf hier gewoon zitten. Ik krijg een goed salaris, een leaseauto, een Blackberry. Na 3 jaar zie ik wel weer.”


Opbouw boek

“Ik houd zelf heel erg van een boek dat spannend is, dus ben ik een hele tijd bezig geweest met de opbouw van het boek. Ik wilde een boek waar je als lezer doorheen getrokken wordt en heb flink gepuzzeld om de opbouw in orde te krijgen. In het eerste hoofdstuk lees je dat de hoofdpersoon is ontslagen, maar je weet niet waarom. En die vraagstelling loopt dwars door het verhaal. Deels in de onvoltooid verleden tijd en deels in de tegenwoordige tijd. Verder heb ik gespeeld met de informatie. Zo weet de lezer af en toe meer dan de hoofdpersoon, maar soms ook wat minder. Dat maakt het spannend. Geen enkel hoofdstuk is erg lang. Ik houd van korte hoofdstukken. Ik heb veel aandacht besteed aan de structuur. Het ingenieus opbouwen van een boek is waar lezers veel plezier uit kunnen putten.”

Volgend boek
“Ik ben aan het nadenken over een volgend boek. Ik heb al een verhaal in mijn hoofd. Maar ja, ik hoef niet van de pen te leven. Over het proces van de eeuw heb ik vijf jaar gedaan. Dus over een volgend boek mag ik best even nadenken van mezelf. Ik moet tijd vinden om te schrijven. Maar ik vond het ongelooflijk leuk om dit boek te schrijven, dus wat mij betreft komt er zeker een vervolg.”



Over de auteur

Hebban Crew

1328 volgers
50 boeken
0 favorieten


Reacties op: Interview Christiaan Alberdingk Thijm

 

Gerelateerd

Over