Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Jac. Toes

‘Waar zullen we afspreken?’
‘Weet je, we spreken af bij de Bruna op het station.’
‘Okay, ik zal er wel eerder zijn, maar ik verveel me zelden in een boekwinkel…’
Mijn afspraak met Jac. Toes leek wel zo te komen uit een vaag misdaadverhaal. Toes, zoals men regelmatig zegt ‘een schrijver uit de Arnhemse school’ is onlangs uitgekomen met zijn zesde misdaadroman, De vrije man. Een boek waarin hij zijn liefde voor de tango niet onder stoelen of banken schuift.


Vanaf de Bruna op het Utrechtse station liepen we rustig de stad in om te zien waar we het nuttige met het aangename konden verenigen. We kozen voor de populaire ‘Winkel van Sinkel’, een locatie waar Jac recent nog de planken van de vloer danste. Afgeleid door serveersters met té korte rokjes, maar met ons eerste biertje op tafel begonnen we aan een boeiend maar uiterst gezellig gesprek. We spraken natuurlijk over zijn nieuwe misdaadroman, maar ook Appie Baantjer, de Gouden Strop, Máxima en Crimezone.nl passeerde de revue.

Jac Toes, in een vorig leven een actief lid van de Arnhemse kraakbeweging, is pas op zijn 42ste begonnen met schrijven. Met het radioprogramma ‘Geronnen bloed’ kwam Toes in aanraking met het misdaadgenre. Hier recenseerde hij, op de stadsradio, wekelijks een aantal misdaadromans. Hieruit groeide zijn ambitie om ook een spannend boek te schrijven, dat beter was dan de pulp die hij vaak onder ogen kreeg.

Samen met Jan Kremer (met een ‘K’) besloot hij een verhaal te schrijven over hun spannende tijd in de kraakbeweging. Jac.: ‘Dat werd een ramp. Aan het einde van het verhaal bleek hoe moeilijk het is om samen een boek te schrijven.’ De samenwerking liep stuk. Toes ging alleen verder met het verhaal dat uiteindelijk als Dubbelspoor verscheen en ook nog eens genomineerd werd voor een Gouden Strop in 1993. De prijs ging aan zijn neus voorbij, evenals het daaropvolgende jaar waarin hij met De afrekening, zijn tweede boek, wederom genomineerd werd voor de prestigieuze prijs.

Afknapper
‘Na twee nominaties zag ik het helemáál zitten met die Gouden Strop. Met mijn derde, Verraad, kón ik de Strop niet missen. Iedereen was razend enthousiast!’, vertelde Toes. ‘Tijdens de bekendmaking van de shortlist zat ik in de zaal hoopvol om mij heen te kijken. Voordat ik het wist waren de vijf titels genoemd.’
Verraad werd niet genomineerd. ‘Even later kwam er een journalist op mij af die mij zeker tien centimeter had zien krimpen tijdens de nominaties. Het was een echte afknapper.’

Drie jaar later, in 1997, verscheen Fotofinish waarmee Toes niet alleen werd genomineerd voor de Strop in 1998, maar tevens als winnaar uit de bus kwam. Toes: ‘Die Gouden Strop heeft veel betekend. Ik ben daarna fulltime schrijver geworden.’

Na Fotofinish verschenen Het maecenasproject (1998), Coup Zéro (2001) en onlangs dus zijn zevende misdaadroman, De vrije man. Een verhaal waarin een man iets anders probeert te zijn dan dat wat hij werkelijk is. ‘Ik heb lang getwijfeld of er nu ‘misdaadroman’ of ‘roman’ op de cover moest komen te staan. Voor beiden valt iets te zeggen.’ Het werd ‘misdaadroman’, maar wel in een heel literair jasje. Ik vroeg Toes of hij zijn eigen boeken leest zodra ze in gebonden vorm klaar zijn.
‘Ja zeker. Ik heb onlangs tot half 4 ’s nachts mijn eigen boek zitten lezen!’, antwoordde Toes. ‘Je begint met lezen op zoek naar die ene fout, die er toch in zit. En als je die dan hebt gevonden, dan denk je: ‘is dit de enige fout?’. Dan moet je doorlezen, want misschien vind je er nog wel één.’

Onrust in Buenos Aires
Voor De vrije man is Toes een aantal keren in Buenos Aires geweest, de geboortestad van de Zuid-Amerikaanse tango. Zo was hij er ook tijdens de rellen begin vorig jaar. ‘Ik heb daar wel wat meegemaakt hoor. De betogingen liepen volledig uit de hand en ik werd daar gewoon naartoe getrokken. Ik stond te popelen om het mee te maken. Samen met de dochter van de hoteleigenares ben ik gaan kijken. Zij mocht niet alleen van haar moeder vanwege het gevaar en ik mocht niet van mijn vrouw, omdat mijn Spaans niet goed genoeg was. Ik vertelde haar ‘Als jij nou met mij meegaat en ik ga met jou mee, dan is ons probleem opgelost.’ Maar de chaos die we daar troffen... Uitgebrande straten, overal resten van plunderingen. Op een bepaald moment liepen wij over een vrij brede straat, waar het normaliter gewoon druk bevolkt is. We liepen er samen en op het moment dat wij ons afvroegen ‘waarom zijn wij hier alleen?’ kwamen er ineens twee tanks om de hoek aanzetten. Het leger had ingegrepen, althans dat dachten we, en alle anderen wisten dat waarschijnlijk. Die twee tanks kwamen op ons afrijden… nou ík had absoluut niet de neiging om ze even tegen te houden. We zijn echt zo hard mogelijk weggerend… Maar, dat was spannend, joh!’

De hoofdpersoon in De vrije man raakt zelf in de ban van de Zuid-Amerikaanse tango. Toes beschrijft zijn ontdekkingstocht naar deze dans, maar ook de ritmische, opzwepende sfeer ervan in de vele danssalons die Buenos Aires rijk is. Niet alleen de hoofdpersoon, maar ook Toes zelf is verknocht geraakt aan deze dans. Vierenhalfjaar geleden nam hij zijn eerste les en dat was wel even wennen. ‘De tango is zó lichamelijk. De eerste keer dat een vreemde danspartner tegen je aan kruipt, dat is toch wel heftig. Maar na verloop van tijd raak je daar toch een beetje aan gewend. En dan is het echt prachtig!’

Ongezouten
Toes heeft tijdens zijn bezoeken aan de Argentijnse hoofdstad zelf ook de nodige danssalons bezocht. ‘De tango daar is zo ontwikkeld. Het gaat door alle lagen van de bevolking heen, en dat terwijl het militaire regime de tango een tijd lang het leven heel moeilijk heeft gemaakt.’ Toes verbaast zich er dan ook nog steeds over dat Maxima en Willem-Alexander dan ook juist deze dans hebben uitgekozen voor op hun huwelijk. ‘Ik had toen de mogelijkheid een reisartikel te schrijven, vertelde hij. ‘Haar vader behoorde tot het milieu waarin de tango werd en wordt verguisd… Mijn artikel over de tangowereld in Buenos Aires werd dan ook op de dag van het huwelijk geplaatst in de Volkskrant.’
Dit was niet de eerste keer en zeker niet de laatste keer dat Jac. Toes ongezouten zijn mening zou geven in een landelijk dagblad. ‘Op de dag dat ik hoorde dat Appie Baantjer de GNM Meesterprijs in ontvangst zou nemen, heb ik een column geschreven.’ zegt Toes: ‘Het is natuurlijk ongelofelijk dat deze man die prijs heeft gekregen. Zo’n prijs moet gaan naar iemand die zijn meesterschap heeft bewezen. Verkoopcijfers zijn niet genoeg. Je moet iets voor de ontwikkeling van het genre hebben betekend en er zelf iets aan hebben toegevoegd. Als iemand die prijs moet winnen, dan zou het Tomas Ross moeten zijn. Die heeft werkelijk iets vernieuwends gebracht, namelijk het subgenre factie.’

Ja, weer Ross. Een opmerkelijke keuze, want Toes vertelde mij aan het begin van de avond dat juist deze Tomas Ross er voor had gezorgd dat Toes’ eerste boek niet door een bepaalde uitgever werd gepubliceerd. Ross was één van de manuscriptlezers en had de uitgever laten weten dat Dubbelspoor niet de moeite waard was. Toes: ‘Later kwam ik Ross tegen tijdens de Gouden Strop, waar ik met Dubbelspoor en hij met Wachters voor Wilhelmina genomineerd was. Toen vertelde hij me dat hij het manuscript vanwege tijdsgebrek niet eens had gelezen…’ Maar Ross was wel zo sportief om daarvoor zijn excuses aan te bieden.

Uiteindelijk is alles op zijn pootjes terecht gekomen en behoort Jac. Toes tot één van de weinige Nederlandstalige misdaadauteurs die in andere talen (in de V.S en Duitsland) worden uitgegeven. Op dit moment werkt Toes aan een toneelstuk dat tijdens een grootschalig misdaadevenement, volgend jaar in Duitsland, in een kasteel zal worden opgevoerd.



Over de auteur

Sander Verheijen

938 volgers
445 boeken
23 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Interview Jac. Toes

 

Over

Jac. Toes

Jac. Toes

Jac. Toes (1950) is een Nederlandse auteur en tevens actief als scenarioschrijve...