Hebban vandaag

Interview /

Interview Johanna Spaey

Dit jaar won Dood van een soldaat van Johanna Spaey de felbegeerde Gouden Strop. De debuterende schrijfster was zelf de laatste die dit verwacht had. “Tuurlijk ben ik blij met de erkenning,” vertelde ze me toen ik haar in opdracht van Crimezone sprak, “maar iets minder met al die interviewers die steeds dezelfde vragen stellen.” Ik achtte de kans klein dat de ultieme vraag uit mijn mond zou komen, maar niet geschoten is altijd verloren. Met de moed der wanhoop dan maar.

Johanna Spaey is geen spraakwaterval. Ze wikt haar woorden, is bedachtzaam en enigszins gereserveerd. “Door de Gouden Strop kwam mijn leven als schrijfster in een stroomversnelling. De prijs zorgt voor veel aandacht, zodat je plots langs alle kanten gecontacteerd wordt voor interviews. Sommige vragen komen zo vaak terug, dat je al snel in een makkelijkheidsantwoord vervalt. En terwijl ik mezelf dat hoor geven, vraag ik me af of ik het wel echt meen. Ik probeer ook om de achterkant van mijn ziel niet te laten zien.”

Onverwachte winnaar
Ik beloof haar dat ik niet naar de achterkant van haar ziel zal vragen. En ook dat ik mijn uiterste best zal doen om spitsvondige vragen te stellen. Deze dooddoener moet ze me maar even vergeven: had ze zelf verwacht dat ze de Gouden Strop zou winnen? “Absoluut niet. Daags voor de uitreiking stond een artikel in het NRC Handelsblad met een stukje uit het juryrapport. Dat was vrijgegeven zonder de winnaar bekend te maken. De NRC-journalist kreeg door het rapport de indruk dat een literaire thriller zou winnen en had daardoor de twee pure crime-inzendingen, Verhoef en De Waal, geëlimineerd. Hij dacht dat Appel het zou worden, ook omdat die het verdiende om nog eens te winnen. Ik ging helemaal mee met die gedachtengang.”

In de show van Ivo Niehe werd Johanna dus net zo verrast als de vele kijkers die het gebeuren live volgden. Op ons Crimezoneforum werd achteraf betreurd dat de winnares tijdens de uitzending niet aan het woord kwam. Jacob Vis had opgevangen dat ze niet wou, bang als ze was dat ze overmand zou worden door emoties. “Dat klopt niet. Ze hebben mij gewoon niets gevraagd. Nu was ik inderdaad bang dat ik in tranen zou uitbarsten. Als je wint, ben je echt wel overweldigd door emoties en daarom was ik best blij dat ik geen micro onder mijn neus geduwd kreeg.”

Vijfde druk
Aan de Gouden Strop is een som geld verbonden, maar nog belangrijker is de aandacht die een boek krijgt door deze prestigieuze prijs. “Daar moeten we inderdaad niet onnozel over doen, de Gouden Strop is erg goed voor de verkoopcijfers. Mijn uitgeverij besliste een vijfde druk uit te brengen. Daarmee moeten ze de zomer doorkomen en dan zullen er 30000 exemplaren van mijn boek verkocht zijn. Ik vraag me wel eens af of mensen mijn boek kopen omdat ik die prijs won of uit waardering voor mijn werk. Ik hoop natuurlijk het laatste.”

Fossum
Johanna vertelt me dat ze de recensies op Crimezone volgt. Ik vertel haar dat haar boek daar of heel erg goed, of heel erg slecht scoort. Het verbaast haar niet. “Ik denk dat een aantal mensen mijn boek lezen met de verwachting dat het een echte thriller is. Maar het thrillerelement is ondergeschikt aan het relatie-element. Zelf zou ik het boek niet direct onder het thrillergenre geklasseerd hebben. De vermelding literaire thriller is er door de uitgeverij op gezet. Pas op, ik klaag daar niet over. Hoe je het ook draait of keert, een debuterende roman krijgt al helemaal weinig aandacht.”

Ikzelf hoor bij de groep die genoot van Dood van een soldaat. Door de setting in een kleine, ogenschijnlijk kalme dorpsgemeenschap waar de spanningen onderhuids broeien, vond ik het boek verwant aan de stijl van de Noorse Karin Fossum. Spaeys uitgever zag dezelfde gelijkenis want stopte in Fossums nieuwste een flyer die de aandacht vestigt op Johanna’s boek. “Waarom moet er altijd vergeleken worden? Maar ach, mensen mogen mij met Fossum vergelijken, ik vind haar een van de beste schrijfsters. In haar boeken is het crime-aspect ook ondergeschikt aan het psychologische. Dat soort thrillers lees ik het liefst. Liever de Scandinavische of Engelstalige dan de hardboiled Amerikaanse. Ik hou nogal van het desolate, triestige, beetje eenzame hoofdpersonage. Zoals Erlendur van de IJslandse Indridason. Of Rebus van Rankin.”

Alexander & Sara
Spaeys boek heeft twee hoofdpersonages. Dorpsdokter Sara die wel een exotisch buitenbeentje lijkt en Alexander die een arm en beide benen verloor in de Eerste Wereldoorlog. Die ligt ten tijde van het boek nog vers in het geheugen. De vraag of Sara op Johanna lijkt, ontlokt een hevige reactie. “Dat is nu zo’n vraag die mensen altijd stellen. Gek, want mijn boek is vanuit twee standpunten geschreven. Ik denk zelfs dat ik meer van Alexander heb dan van Sara. Natuurlijk is Sara een vrouw waar ik respect voor heb. Ik zou het moeilijk vinden om een verhaal te schrijven over een vrouw die ergens onderaan bungelt in de hiërarchie en die geleefd wordt of in de voetsporen van iemand anders loopt. Sara streeft duidelijk naar een zekere vorm van authenticiteit. Doen we dat niet allemaal? Onvermijdelijk zit er een stuk van mij in Sara, anders kan je geen leefbaar personage neerzetten. Maar er zit evenveel of zelfs meer van mij in Alexander. Maar goed, mensen zien mij en lezen over Sara en denken dan dat wij dezelfde persoon zijn. Dat is natuurlijk dikke zever. Sorry, onzin.” En na een kleine pauze: “Daar kan ik me soms aan ergeren. Het is niet omdat Sara in het boek extravagant gekleed is, dat ik in werkelijkheid hetzelfde doe. Dat heeft er toch allemaal niets mee te maken, Sara is een fictief personage. Mensen kunnen dat soms zo moeilijk loskoppelen. Ze denken bijna dat alles wat Sara doet ook iets is wat ik zelf in mijn leven gedaan heb. En nee hoor, ik heb nog nooit seks gehad met een man zonder benen in een rolstoel. En andere dingen. Het is natuurlijk fantasie, dat is net het leuke aan boeken schrijven.”

Ik probeer een nuance aan te brengen in de vraagstelling. Was het dan misschien makkelijker om als vrouw het vrouwelijke standpunt te beschrijven dan het mannelijke? “Nee, ik had niet meer moeite met Alexander. Die man is veel bedachtzamer. Hij zit in zijn rolstoel en observeert. Zijn gedachten zeggen meer over de essentie van de oorlog. Sara loopt maar rond en is te ongeduldig om ook maar een minuut te gaan zitten.”

Oorlogstrauma’s
Het beeld van de ongeduldige Sara herinnert me eraan dat ze als dokter de symptomen van een ernstige depressie bij minstens twee nevenpersonages niet herkent. “Dat was ook zo in die tijd. Sara gaat uit van het principe dat een dokter geneest met medicijnen en dat ziek zijn alleen lichamelijk is. Het was de tijd van de beginnende psychiatrie. Sara is daar doodsbang voor, ze wil het niet zien, ze sluit ook haar ogen voor de trauma’s die haar broer opliep in de oorlog. Deze ontkenning is haar manier om er mee om te gaan… En dan te bedenken dat je nu een traumateam over de vloer krijgt als je slachtoffer werd van een tasjesdief. Elke oorlog is vreselijk, maar die Eerste Wereldoorlog was toch wel helemaal waanzinnig. Dat kan je nu niet meer vatten, dat geweldige leed van miljoenen mensen.”

Ik vraag haar of ze Grijze zielen las, van Philippe Claudel. Dat boek speelt zich af in een fictief dorpje in Frankrijk, in de buurt van het front. Het kreeg vorige zomer heel wat Crimezonebezoekers in de ban, al is het niet direct een echte thriller. “Ik heb bewust een aantal boeken niet gelezen om me niet te laten beïnvloeden. Grijze zielen is er daar één van. Maar het ligt thuis en ik ga het zeker lezen. Ik las wel zijn ander boek, Zonder mij. Dat gaat over een man die zijn vrouw verliest maar ook een kind heeft waar hij voor moet zorgen terwijl hij helemaal verteerd is door verdriet. Het grijpt enorm naar je keel. Claudel kan heel sterk emoties verwoorden.”

Kerkhofbezoek
Grijze zielen liet mij anders kijken naar al die godverlaten plaatsjes in Frankrijk waar je in de kerk steevast een hele lijst namen van doden uit de Eerste Wereldoorlog vindt. “Daar word je inderdaad stil van. En wat ik nu wil zeggen durf ik bijna niet te zeggen omdat veel mensen dan denken dat ik raar ben. Ik bezoek graag kerkhoven. Ik vind daar rust. Rust en nederigheid. Een bezoek aan een kerkhof zet alles weer in perspectief. Je wordt geconfronteerd met je eigen sterfelijkheid…” En, de stilte met een kwinkslag verbrekend, “Dan ben je des te gemotiveerder om een boek te schrijven.”

Nieuw boek
Dat zinnetje is natuurlijk een inkopper. Zit er een nieuw boek aan te komen? “Ergens in de back of my mind. Ik moet tijd vinden om eraan te beginnen. Ik merk dat het niet evident is om werk en schrijven te combineren. Maar ik heb veel ideeën. Misschien ga ik iets doen met dingen uit mijn opleiding.” Die opleiding is Assyriologie. Een niet-alledaagse keuze. “Ik wilde iets doen met mijn interesse voor geschiedenis en archeologie en ik had ook de behoefte om iets bijzonders te studeren. Al die zaken kon ik combineren in die ene opleiding. Dus ben ik nu één van de weinige Assyriologen die er op deze aardkloot rondlopen.”

Ik merk maar niet meer op dat ze dat met Sara gemeen heeft. Sara was in het begin van de twintigste eeuw ook één van de weinige vrouwelijke dokters in de Lage Landen. Maar Sara is fictief. Johanna is echt. Een bevlogen vrouw met pit. Ik hoop haar in de nabije toekomst nog eens te mogen interviewen. Ik ga alvast oefenen op originele vragen.



Over de auteur

Gerd Boeren

105 volgers
412 boeken
15 favoriet


Reacties op: Interview Johanna Spaey

 

Gerelateerd

Over

Johanna Spaey

Johanna Spaey

Johanna Spaey (Leuven, 1966) is een Vlaamse auteur en naar eigen zeggen 'schrijf...


Gesponsorde boeken