Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Loes den Hollander

In de kop van Noord Holland, daar waar blanke windmolens hoog uittorenen boven het groene polderlandschap, daar waar mensen nog met rode koppen tegen de wind in fietsen, daar waar dorpen nog dorpen zijn, daar resideert Loes den Hollander, thrillerauteur sinds 2006 met inmiddels acht spannende boeken op haar naam. Boeken met korte titels als: Vrijdag, Zwanenzang, Naaktportret, Dwaalspoor, Broeinest, Driftleven en, vanaf half augustus 2010 haar nieuwste boek, Vluchtgedrag. Boeken ook die stuk voor stuk korte tijd na verschijning de bestsellerlijsten binnenstormden en waarvan per boek meer dan 50.000 exemplaren zijn verkocht. Kortom, Loes den Hollander behoort tot de meest gelezen en best verkochte thrillerauteurs van Nederland.

Wie tot het domein van Loes den Hollander wil doordringen moet rekening houden met fraaie maar saaie wegen door de polder en een weinig accurate bewegwijzering van de ANWB. Haar huis ligt in een pittoresk dorp, alleen door een heg en drie imposante koningslindebomen gescheiden van een gerenoveerde kerk die blinkend wit naar zon en hemel reikt. Verder zijn daar Harry en Olivier die de bezoeker eerst op waarde schatten alvorens enige vorm van audiëntie te overwegen. Harry, de sympathieke echtgenoot en manager van Loes, en Olivier, de grote, waakse herdershond. Geen hindermis is ons teveel.

Het dubbeltje dat een kwartje werd
Loes den Hollander werd zestig jaar geleden geboren in Nijmegen in een gezin van vier kinderen: twee broers, een zuster en Loes. Alleen de twee vrouwen zijn nog in leven. Beide broers stierven veel te jong, respectievelijk op hun 27e en 66e. Ook haar vader overleed op 66-jarige leeftijd. Een lichtpuntje is dat de moeder van Loes bijna 91 is geworden. “Dat onverwoestbare heb ik van haar. Tenminste het gevoel onverwoestbaar zijn.”
Hoe oud je zult worden is iets waar je als kind niet bij stilstaat, wel bij datgene wat je ouders van je verwachten. “Wij vormden een typisch doorsnee arbeidersgezin dat leefde volgens de normen die door de maatschappij werden gesteld. Geen uitspattingen. Netjes met twee woorden spreken. Dank u wel en alstublieft zeggen. Niet stelen, niet roddelen. Heel beschermd en veilig. Ik heb een goede basis. Mijn vader werkte als loodsbaas bij Van Gend & Loos (transportbedrijf). Wij werden opgevoed met de gedachte: doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg en als je voor een dubbeltje geboren bent, dan word je nooit een kwartje. Dat is er in gepeperd en daar heb ik nog altijd last van. Ik denk nog steeds vaak: dat is voor mij te hoog gegrepen of Zou ik dat wel kunnen? Zou ik wel goed genoeg zijn? Laat ik me vooral niets gaan verbeelden. Nou ja, een goed uitgangspunt hoor. Daardoor laat ik me ook niet gek maken door het succes. Ik houd constant in mijn achterhoofd: “Ik heb het ook maar gekregen”. Het is geen verdienste van mij dat ik een talent heb. De verdienste is het talent te ontwikkelen, en dat neem ik ook heel serieus.”

Leeskont
“Mijn vader en moeder lazen veel. We hadden een uitgebreide boekenkast. Ik was van de kinderen de grote lezer. Ze noemden mij een leeskont. Als ik jarig was kon je mij niet gelukkiger maken dan met een boek. Ik leefde niet in een fantasiewereld, maar ik schreef wel alles op wat ik meemaakte en wat ik dacht en wat ik voelde. Ik deed dat om alles geestelijk te verwerken. Ik schreef geen sprookjes. Gedurende mijn hele schooltijd ben ik blijven schrijven, maar altijd als zijpad. Ik heb nooit gedacht dat ik schrijfster zou worden. Ik was bij de nonnen op school en schreef veel poëzie en die werd altijd voorgelezen. Iedereen zei dat ik talent had en dat ik er iets mee moest doen, maar ja, ik moest na de middelbare school gewoon werken, de kost verdienen. Ik trouwde heel jong, voor de eerste keer. Dat had ook met de tijd te maken. Als meisje mocht je vroeger niks. Je moest op tijd thuis zijn en mocht niet met je vrijer alleen in de kamer zijn, want stel je eens voor. Ik had destijds al een enorme vrijheidsdrang en had dan ook sterk de behoefte aan een eigen leven. Toen ik achttien was wilde ik al op kamers gaan wonen. Dat mocht niet. Daar waren mijn ouders heel boos over. Op kamers wonen betekende dat je liet zien dat je het thuis niet goed had. De buurt zou dan denken dat je het huis was ontvlucht. Ik was zo braaf dat ik het daarom ook niet deed. Ik deed netjes wat van mij verwacht werd. Ik trouwde jong en ging met mijn toenmalige man in Amsterdam wonen.”

De universiteit van het leven
“Ik ging de grote wereld in, keek mijn ogen uit. Maakte kennis met de hoge school. Ik ging bij de Nederlandse Spoorwegen werken, achter het loket, waar de hele wereld langskwam: Ramses Shaffy, Hans van Mierlo in het echt. Meestal dronken. Ik was heel braaf opgevoed dus ik wist niet wat ik allemaal zag en hoorde. Heel veel van de ondeugende wendingen in mijn boeken zijn de indrukken die toen hebben postgevat”.
Op haar 24e ging jonge Loes op station Sloterdijk werken, vlak bij haar toenmalige woning. “En toen kwam er een dag dat ik dacht: ”Is dit alles?” Ik had weliswaar een goed salaris, maar ik werd onrustig. Bij toeval las ik een advertentie dat er leerling ziekenverzorgsters werden gevraagd in een verpleeghuis vlak bij mij. Ik ben toen gaan kijken in dat verpleeghuis voor demente bejaarden en pats…ik wist meteen “Hier hoor ik thuis.” Ik ben toen, rond 1975, gestart met de opleiding ziekenverzorging. Een voor anderen onbegrijpelijke keuze, want ik ging er in salaris 600 gulden per maand op achteruit. Dat was toen heel veel geld. Mijn man was heel erg boos, maar ik deed het gewoon. En toen ik eenmaal in de zorg zat, wilde ik me verder ontwikkelen. Ik wilde niet alleen verpleegkundige worden, ik had ook de drive om iets te willen toevoegen aan zorg. Ik wilde dingen veranderen omdat ik veel dingen zag waarvan ik dacht: zo moet je niet voor mensen zorgen. Niet zo eisend, dwingend, bepalend.”

Gek worden van verdriet
Vanuit haar professie raakte Loes later betrokken bij het tijdschrift Denkbeeld. Het begon met het plaatsen van een aantal columns waar Loes haar hart luchtte over toestanden in de zorg waar zij zich zorgen over maakte. Van het een kwam het ander en binnen drie jaar was Loes hoofdredactrice. In deze positie kon zij aandacht besteden aan de zaken die haar dwars zaten, in de zorg, onder andere in de zorg voor demente bejaarden. “Hoewel ik al snel in het management zat, ligt mijn basis in de uitvoerende zorg. Daardoor snapte ik goed wat de uitvoerenden bewoog, maar er zijn schrijnende gevallen die mij nog steeds heel erg raken. Dat komt omdat je te maken hebt met mensen in hun meest kwetsbare vorm. Maar als het je niet blijft raken, stomp je af. Ik heb dat gevoel dan ook altijd omarmd, op een manier dat ik ook afstand kon nemen. Als je dat niet doet heb je geen privéleven meer. Maar het is niet even gemakkelijk. In de tijd dat ik ging scheiden van mijn eerste man werkte ik op de afdeling psychiatrie en kwamen er drie vrouwen binnen die psychisch decompenseerden vanwege een scheiding. Ik schrok enorm. Ik dacht als zij gek kunnen worden door een scheiding kan het ook met mij gebeuren. Daar heb ik ook geleerd dat ieder mens de grens kan overschrijden. Ik heb er voor gewaakt dat het mij niet overkwam. Maar ik heb collega’s zien doordraaien.”

Op de grens
Nu worden veel mensen in het leven gedwongen om nieuwe situaties te aanvaarden. Daarbij is het belangrijk om oude dingen of liefdes te kunnen loslaten. Het zijn zaken waar Loes den Hollander mensen mee heeft zien worstelen. Ze heeft dat ook in haar boeken, waaronder haar nieuwste boek Vluchtgedrag, verwerkt. ”O ja, absoluut. Ik neem in mijn boeken sowieso alle ervaringen mee die ik heb opgedaan met omgaan met mensen als verzorger, als manager, als begeleider. Maar ook het feit dat mensen mij, vanaf mijn jeugd, dingen vertellen. Ik heb het pas nog meegemaakt bij een pompstation. De vrouw achter de kassa begon mij spontaan te vertellen dat haar dochter bevallen is en dat zij zo zenuwachtig is. En ik heb geen enkele aanleiding gegeven. Ik wilde alleen afrekenen. Maar ik blijf luisteren. Wie weet is het een verhaal dat ik kan gebruiken. Dat overkomt mij nu mijn hele leven. Dus alles wat je in mijn boeken leest, heeft ooit wel in de werkelijkheid plaatsgevonden. Mijn moeder zei: “Alle verdrietige dingen die je verteld worden moet je vergeten. Ik dacht dat ik dat ook kon en dat ik alles kon verwerken. Tot ik ging scheiden. Toen bleek dat alles er nog zat. Ik heb het nog steeds. Dan komen er in mijn verhalen dingen naar voren waarvan ik niet zo gauw weet waar ze vandaan komen. Maar als ik goed nadenk, weet ik dat ze uit mijn verleden komen. Het is een mix.”

Vaak belazerd
“Wat vaak terugkomt in mijn boeken is de teleurstelling van mensen ten opzichte van elkaar, wat mensen met elkaar doen, hoe ze elkaar niet trouw zijn. Ontrouw is iets waar ik vaak over schrijf en niet alleen seksueel ontrouw, maar ontrouw in relaties. Dat heb ik vaak meegemaakt in mijn leven. Ik ben vaak belazerd. Ik ben altijd goed van vertrouwen. Ik vind het een fijn gevoel om mensen te vertrouwen. Ik ben nog steeds geneigd te geloven wat mensen mij vertellen. Dat is wel een beetje een struikelblok. Dat komt omdat ik denk: mij kan je vertrouwen, ik zal jou niet belazeren. Dat verwacht je dan ook terug. Maar dat is niet iets wat per definitie in andere mensen zit. Eigenlijk zou ik kritischer moeten zijn. Wat minder op m’n gevoel moeten afgaan en wat meer mijn verstand gebruiken. Maar ja, die teleurstelling in andere mensen is beslist een thema in mijn boeken. De woede daarover, dat je wilt reageren, maar dat je dat niet kunt omdat je erin geremd wordt. Het risico is dat je teleurstellingen wegredeneert, maar niet vergeet. Je gaat dan stapelen. En als je dan uiteindelijk losbarst, doe je dat bij de verkeerde. Dat vind ik trouwens een heel mooi item voor boeken. Ja, dat zie je terugkomen in mijn werk.”

Van columns tot boeken
Het schrijven van een boek is eigenlijk iets dat zich langzaam ontwikkeld heeft. Ik ging van columns, artikelen en interviews voor Denkbeeld naar korte verhalen en vandaar lange verhalen voor Libelle. Ik had in Libelle namelijk meegedaan aan een wedstrijd. Tineke Beishuizen had drie beginzinnen geschreven en daar kon je lekker op losgaan. Als het maar niet meer dan 1500 woorden waren. Ik las de oproep aan het begin van mijn vakantie. Ik ging achter mijn computer zitten, tikte de drie zinnen in en meteen daarna rolde een heel verhaal uit mijn computer. Ik heb het verhaal ingestuurd en kreeg anderhalve maand later een telefoontje dat ik die wedstrijd gewonnen had. En toen ben ik meer korte verhalen gaan schrijven. Ze zijn gebundeld in mijn eerste verhalenbundel. Het jaar daarna vroeg Libelle mij om een zomerpocket te schrijven, een lang verhaal van 12.000 woorden. Daarnaast had ik nog twee verhalen van 5.000 en 7.000 woorden. Mijn man Harry zei toen tegen mij: waarom maak je geen boek van een van die verhalen? Kan je in een van die verhalen niet iemand lekker laten doodgaan? Laten vermoorden ofzo? Dat is tegenwoordig hartstikke in. Ik zag toen niets in boeken en ook niet in moorden, maar later vond ik het toch wel een leuk idee.
Uit dat idee is mijn eerste thriller Vrijdag voortgekomen. In de korte verhalenversie heeft de vrouwelijke hoofdpersoon een geheime liefde. En de clou is dat die geheime liefde de schoonzoon van de hoofdpersoon is. Toen ik begon na te denken over uitbreiding van het verhaal leek het me een goed idee om de schoonzoon te laten vermoorden. Ik ben gaan zitten en nog geen vier weken later was het boek klaar. Tachtigduizend woorden, ja, en toen was de beer los. Ik heb nog wel wat passages geschrapt omdat ik de neiging heb te veel uit te leggen. Dat is beroepsdeformatie. Op mijn werk wilde ik ook alles altijd goed uitleggen. Dat men begreep waarom er bezuinigd moest worden. Maar na het schrappen werd mijn boek direct aangenomen door uitgeverij Karakter.”

Drijfveren
“In schrijven kan ik me enorm uitleven. Alle verhalen die ooit bij me zijn binnengekomen moeten er toch uit, denk ik. Die zaten te dringen. Ik merk dat ik me nog steeds ontlaadt. Emoties die niet naar buiten konden komen omdat ik een positie had in mijn werk, kunnen nu onbekommerd naar buien komen. Ik voel het nog steeds als een opluchting om te kunnen loslaten wat allemaal in mij speelt. En dat draait altijd om onderlinge verhoudingen tussen mensen. Daar heb ik het meeste mee te maken gehad en dat heeft me ook het meeste geraakt. Met name als je in de chronische zorg werkt, dan krijg je te maken met het referentiekader van een patiënt. En dat is vaak heel imposant. Maar je mag nooit partij worden, ook al lukt dat niet altijd. Ik heb daar veel over mijzelf geleerd. Je leert je eigen gekte kennen, je eigen drijfveren, wat onder je manier van handelen zit. Er zit altijd iets onder. Kijk ernaar. Je moet je eigen blinde vlekken onder ogen durven te zien. Iedereen denkt dat hij de enige normale op de wereld is. Mijn vijf jaar in de psychiatrie is de basis geweest voor alles wat ik nu schrijf.”

Eerste versie Vluchtgedrag
“Ik heb altijd genoeg stof voor nieuwe boeken. De eerste versie van Vluchtgedrag heb ik al geschreven in 2007, onder de werktitel Dwaalspoor. Die titel hebben we later gebruikt voor een ander boek. Maar ik wist vanaf het begin dat dit niet de definitieve versie kon zijn, zonder te weten waarom niet. Mijn uitgever zei dat het een heel boos boek was en dat kwam omdat de diepere laag die er nu inzit, het trauma dat de vrouw te verwerken heeft en waarmee ze in het reine moet zien te komen, er nog niet inzit. Het “dood door schuld” gegeven zat er nog niet in. Het ging eigenlijk alleen maar om dat schrijversechtpaar waarbij hij weggaat en kiest voor een man, terwijl de verdrietige echtgenote belaagd wordt door de nieuwe minnaar van haar ex-man. Het waren eigenlijk alleen maar boze mensen die ten opzichte van elkaar alleen maar boosheid voelden. Er zat geen enkele verdieping in. Ik wist niet hoe ik dat op moest lossen en heb het verhaal heel lang laten liggen. Ik heb het een keer bewerkt en toen vond ik het nog niet goed. En toen heb ik eind 2009 gezegd dat ik het opnieuw ging schrijven. Vanaf het eerste moment had ik de nieuwe titel Vluchtgedrag in mijn hoofd en had ik de lijn van het verhaal te pakken. Die onderlaag van iets verschrikkelijks gedaan te hebben en daar constant voor op de vlucht zijn. Eindelijk had ik de juiste vorm gevonden. Ik heb al die jaren geweten dat hij er zou komen, en dat ik niet zwaar moest gaan nadenken over een oplossing. En ineens, met de hond op de hei, was de oplossing er. Pats. Dat gaf een goed gevoel.

Zwanger van een boek
In het boek wordt een zwangerschap vergeleken met de geboorte van een nieuw boek. “Ik ben zelf nooit zwanger geweest, dus voor mij is het alleen maar geestelijke zwangerschap. Ik heb meer het gevoel dat het proces van schrijven een isolatieproces is. Het is een wereld die van mij is en van niemand anders. In die zin is het te vergelijken met de zwangerschap van een vrouw. Maar ik voel het als een eigen wereld waarin ik me helemaal kan verliezen. Een wereld die ik op een gegeven moment niet meer los kan laten. Naar het einde toe ga ik steeds meer aarzelen en roep dat het bijna klaar is. Maar dan zoek ik steeds meer uitvluchten om het nog niet af te hoeven maken. Dan ga ik in de tuin werken, moet er ineens gepoetst worden. Vluchtgedrag, ja. Omdat ik die wereld dan niet kwijt wil. Het is een proces van isolatie dat ik heel lekker vind.”

Man & man
De man (Jan) van de hoofdpersoon (Lotte) gaat er met een andere man vandoor. Het is geen situatie die Loes uit haar nabije omgeving kent. “Ik heb er wel in artikelen over gelezen. Het lijkt wel of ik het soort artikelen dat ik voor mijn boek kan gebruiken, steeds maar vind. Zo heb ik voor mijn tweede boek Zwanenzang dat over pesten gaat, ervaren dat welk tijdschrift of welke krant ik ook opensloeg, artikelen over pesten bevatten. Of die artikelen mij opzochten. En zo ben ik de laatste jaren veel artikelen tegengekomen over mannen die hun vrouw verlaten omdat ze hun homoseksualiteit eindelijk in alle openheid durven te belijden.
Jan is ooit met Lotte getrouwd omdat ze hem deed denken aan zijn moeder. Iets wat hij nooit zou toegeven natuurlijk.

Bedriegen en bedrogen worden
Lotte is een fysiotherapeut die beneden haar stand werkt bij de supermarkt. Loes heeft lang over haar karakter nagedacht: ”Lotte is getekend door het feit dat ze al op jeugdige leeftijd de eerste belangrijke man in haar leven, haar vader, verloor. Daardoor is haar relatie met mannen verstoord geraakt. Haar verlangen blijft naar een beschermende figuur. Ze weet niet hoe ze die moet vinden. Daardoor gaat ze achter de verkeerde mannen aan. Op jonge leeftijd gaat ze een relatie aan met Ben, een foute figuur. Maar Lotte heeft iets overmoedigs en wil aantonen dat ze hem zomaar van een ander kan afpikken. Dat hebben vrouwen die zoekend zijn, die niet voldoende houvast in het leven hebben Die werpen zich op een man waarmee ze kunnen scoren. Mannen zijn jagers zeggen ze, maar vergis je niet in vrouwen. Lotte heeft gejaagd, maar dat is haar slecht bekomen. Door de dood van Ben (motorongeluk) en door de leugenachtigheid van die relatie waarin ze zich zo had vastgebeten, maakt ze een fout die de rest van haar leven bepaalt. Als haar man overlijdt, treft ze Jan, eigenlijk leraar Duits, die bij Blokker werkt. Hij is goed voor haar, totdat hij die andere man ontmoet waar hij verliefd op wordt. En Lotte? Lotte is in mijn boek zwanger, terwijl dat onmogelijk is omdat ze naar haar idee met geen man naar bed is geweest. Hoe kan dat dan? Onder invloed van drank? Ook dat is een vraag in de verhaallijn die ik pas in de tweede versie heb geïntroduceerd.”

Nieuwe boeken
“In november, voor de feestdagen komt een roman uit, Het scherventapijt. Daar werk ik momenteel aan. Voordat ik ging schrijven dacht ik dat een roman gemakkelijker zou zijn omdat ik “geen dwaalsporen hoefde uit te zetten, zoals bij een thriller. Maar ik moet toch de aandacht van de lezer zien vast te houden. Dat betekent dat ik me meer moet verdiepen in de ontwikkeling van het verhaal. Dat is dus opletten geblazen. Het boek gaat over drie vrouwen die allemaal een relatie hebben met dezelfde man die door zinloos geweld om het leven komt. De levens van de vrouwen kruisen elkaar en dan blijkt dat ze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Ik vind het heerlijk, ook omdat het weer anders is. Het is zeker niet mijn laatste roman. Zelf lees ik het liefste romans en veel van mijn lezeressen hopelijk ook. Verder komt er in het voorjaar van 2011 een nieuwe thriller van mij uit, of degene die klaarligt of een nieuwe. Ik schrijf erg gemakkelijk, twee tot drie boeken per jaar. Soms zit ik om half zeven achter de computer. Als het licht is en de man en de hond nog slapen, dan geniet ik van de onbeschrijflijk heerlijke rust in huis. Dan ga ik lekker zitten schrijven. Twee maanden staan er voor mij voor een boek. Het vliegt eruit. Heerlijk. Het is gewoon verslavend dat schrijven.”



Over de auteur

Kees de Bree

87 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview Loes den Hollander

 

Over

Loes den Hollander

Loes den Hollander

Loes den Hollander (1948) is geboren in Nijmegen. Zij schrijft al sinds ze kan lezen en er werd al werk van haar gepubliceerd toen ze tien jaar oud was. Ze bouwde een carrière op in de gezondhe...