Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Robert Harris

Als politiek verslaggever van The Observer verbaasde Robert Harris (1957) zich dagelijks over de wonderlijke en vaak onvoorspelbare mechanismen van de politiek. Hij trof idealisme, machtswellust, corruptie en hypocrisie aan, dit alles onder de verzamelnaam: ‘politiek’. In zijn nieuwste roman Imperium gaat Harrris terug naar het antieke Rome van Marcus Cicero om de hedendaagse politici een spiegel voor te houden.
“Alles wat men nu als nieuw introduceert, is een eeuw voor Christus al uitgedacht.”


Hij is het toonbeeld van kalmte en welvarendheid. Licht gebruind vriendelijk gezicht, met alerte ogen. Blond haar met enigszins wijkende haargrens. Keurig in Engels blauw pak, losse boord, broek met scherpe vouw en uiteraard keurig gepoetste zwarte schoenen. Een man in bonus. Beleefd ook Hij spreekt kalm, weloverwogen zijn woorden kiezend. Robert Harris is als verslaggever meerdere malen in Amsterdam geweest, maar hij vindt het altijd weer een genoegen om er te komen.
Terwijl Harris een tikkeltje scheef wegzakt in de hotelstoel met de pretentie van antiek, komt het gesprek op zijn fascinatie voor politiek. Harris heeft er een duidelijke verklaring voor dat politiek als een rode draad door zijn leven en zijn boeken loopt.
“Mijn vader sprak altijd over politiek. Aan de koffietafel, aan de eettafel, overal. Vanaf mijn zevende werd ik geacht mee te praten. Wat voetbal was voor andere jongens van mijn leeftijd, dat was politiek voor mij. Het nadeel is dat ik heel on-Engels weinig van voetbal weet. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat ik geen sportverslaggever ben geworden, maar politiek verslaggever en dat al mijn boeken, Fatherland, Enigma, Archangel, Pompeii en nu Imperium niet over sport maar over politiek gaan.”

Roem en geld
Het leven van Harris veranderde na zijn boek Fatherland (Vaderland) uit 1992, een boek waarin de vraag wordt gesteld “Wat… als de nazi’s de oorlog wel hadden gewonnen?” Het leverde Harris wereldwijde roem op, en een aanzienlijke hoeveelheid geld. Hij benutte het naar eigen zeggen met graagte. Hij liet een pastorie in Berkshire tot woonhuis ombouwen, kocht een huis in Frankrijk, een Aston Martin DB7 (James Bond-auto), een aantal schilderijen van Jack Yeats, en een goed gevulde wijnkelder. Toen zijn bestseller-carrière een nog grotere vlucht nam, overwoog hij zelfs Toddington Manor te kopen, het 300 kamers tellende kasteel met landgoed. Kosten 3 miljoen Engelse ponden. “Ik geef het toe,” zegt hij, “ik heb ordinaire trekjes. Maar ik werk zo hard, zit zo vaak en zo lang met mijn neus in de boeken en achter mijn computer dat ik de behoefte heb aan de goede dingen des levens als ik een keer niet werk. Ik compenseer op die manier het gebrek aan aandacht voor mijn vrouw (Gill Hornby, de zuster van de beroemde popcriticus Nick Hornby) en vier kinderen. Bovendien vind ik dat het zo gemakkelijk is om net zoals ieder ander te leven. Waarom niet af en toe eens gek doen? Het leven is kort.”

Politiek als drug
De boeken van Harris verschillen totaal van elkaar wat tijd en locatie betreft. Maar of het nu gaat om het Engeland tijdens W.O.II, het 20e eeuwse Rusland of het antieke Rome van voor de jaartelling, ze hebben wel degelijk een aantal dingen met elkaar gemeen. De grondige en tijdrovende research bijvoorbeeld, de vernuftige plots, de goed uitgewerkte personages, de beeldende taal en realistische en sfeervolle couleur locale. Opvallend is dat de hoofdpersonen het altijd meer van hun intellect moeten hebben dan van hun spierkracht. Zo ook in Imperium waarin het leven en de opzienbarende politieke carrière wordt beschreven van de beroemde advocaat en staatsgeleerde Marcus Cicero, ten tijde van de Romeinse Republiek.
“Jawel, opnieuw een boek over politiek,” zegt Harris glimlachend, “maar politiek in het Romeinse rijk van voor de jaartelling was bijna Kunst. En voor de politici van toen gold dat het interessante mensen waren. Ze leefden op adrenaline. Het was een opwindend gevoel dat ze vast wilden houden. Cicero, maar ook de personages om hem heen zoals Caesar, Verres, Pompeius, Crassus en Spartacus, waren politici en strijders met sterke zenuwen. Velen hadden een dramatisch leven vol hoogtepunten en dieptepunten. Voor Cicero was het beroep van politicus een drug, met een sterk verslavende werking. Natuurlijk wilde hij het beste voor het Romeinse rijk. Hij wilde het beste voor het volk en hij had een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Maar bovenal was het zijn brandende ambitie, zijn politieke verslaving die hem ertoe dreef de strijd aan te gaan met machtige politici. Hij wilde hogerop, helemaal tot aan de top. Met minder nam hij geen genoegen. Hij wilde zelf aan het roer staan van de republiek. Hij wilde bepalen wat goed was en slecht was voor de mensen.”

Cynisme en applaus
In de loop van het verhaal lijkt het of Cicero cynischer wordt. Is het de ex-journalist Harris wiens cynisme hier doorschemert of dat van Cicero zelf? Harris schudt heftig met zijn hoofd om zijn ontkennende woorden extra te benadrukken. “Nee, geen cynisme van mij. Kijk, ik heb me bijna twee jaar verdiept in het leven van Cicero. Ik heb alles wat ik van zijn hand te pakken kon krijgen gelezen. Hij begon als een klein advocaatje. Hij was niet rijk van geboorte. In die tijd kregen alleen de rijke advocaten van goede afkomst, rijke en invloedrijke klanten. Gelukkig voor hem was hij een begenadigde debater. Hij nam ook lessen in het houden van redevoeringen. Door zijn welsprekendheid en door zijn huwelijk met een vrouw uit een hogere klasse kwam hij al snel hogerop. Cicero was een briljant lobbyist en debater. Hij was ook een fantastisch acteur. Hij kon een publiek bespelen als geen ander. Hij kon ze laten lachen en huilen. Hij kon krom recht praten. Hij kon anderen overtuigen en hij geloofde zichzelf. Hij zette de wereld naar zijn hand. Maar toen hij nog meer macht wilde, kwamen er allerlei krachten los die hij niet kende, van corruptie tot moord aan toe. En dat betekent inderdaad dat hij cynischer werd. Cynisme komt met de jaren. Je hoeft er alleen maar ouder voor te worden. Bij iemand als Cicero werd dat cynisme versterkt doordat zijn ambitie niet snel genoeg naar zijn zin vorm kreeg. Maar ik moet erbij zeggen dat hij tegelijkertijd ook idealistischer werd. Het is erg dualistisch. Cicero wilde het beste voor het Romeinse Rijk maar hij wilde ook erkend en herkend worden. Hij wilde applaus. Hij wilde dat latere generaties zich hem zouden herinneren. ”

Geen John Wayne
In de eerste helft van het Imperium doet Cicero me een beetje denken aan John Wayne. Hij is van onbesproken gedrag, hij weigert zaken te doen met foute mensen en hij komt op voor de zwakkeren. Robert Harris fronst zijn wenkbrauwen bij mijn vergelijking. Hij is het er niet helemaal mee eens. “Cicero was absoluut geen heilige. Als je het goed bekijkt, was hij een gokker. Hij gokte vaak op de afloop van bepaalde zaken en hij won. Dat was deels door zijn behendige manipulaties, maar deels ook door geluk Verder was hij op een onschuldige manier niet helemaal eerlijk. Als hij zijn huis uitkomt, kust hij zijn dochtertje opzichtig. Natuurlijk uit liefde, maar meer nog omdat er veel volk staat toe te kijken. Potentiële kiezers. En op een gegeven ogenblik verdedigt hij, inderdaad in de tweede helft van het boek, heel opportunistisch een foute senator. Hij heeft daar geen zin in, maar het zou zijn carrière schaden als hij de man niet zou verdedigen. Hij gaat ook bewust niet in een duur huis wonen, omdat hij een imago heeft opgebouwd van “gewone man die in zijn oude volkse buurt blijft wonen. Cicero heeft principes, maar hij is geen onkreukbare held.”

Geweld en wreedheid
In Imperium worden barbaarse wreedheden beschreven. Machthebbers laten met het grootste gemak mensen gevangen zetten, martelen en vermoorden als zij dwars worden gezeten. Zoniet Marcus Cicero. Harris: “Cicero was niet wreed. Hij geloofde in de macht van het woord, in democratie. Hij was een voorstander van gekozen leiders, van een Romeinse republiek. Maar hij leefde in een wrede tijd. Cicero was een mens zoals jij en ik. Eigenlijk was hij een moderne mens in een gruwelijk gewelddadige tijd. Qua fysiek kon hij ook niet anders. Cicero betekent eigenlijk kikkererwt. Lichamelijk was hij zwak, mager, pathetisch.
Cicero was een dandy die hield van mooie kleren. Hij hield van filosofie. In essentie was hij een stoïcijn. Hij geloofde in Aristoteles, niet in Jupiter. Hij had ook een enorme hekel aan de spelen in de arena’s waar gladiatoren elkaar op leven en dood bevochten. Hij vond het nonsens. Hij was geen man die geloofde in offers en dergelijke. Hij was niet bijgelovig. Maar goed, toen hij later hogere posten mocht bekleden, speelde hij als een ware staatsman het spel mee en zat hij in de arena op de tribunes. Alles was ondergeschikt aan zijn politieke carrière.”

Authenticiteit
Ik herinner Harris eraan dat een van de personages in het boek zegt dat politiek saai en vervelend is. Harris lacht, hoe on-Engels, nu hardop. “Ja,” zegt hij “en dan zegt Cicero verbijsterd en boos dat je dan net zo goed kunt zeggen dat het leven zelf saai is, dat politiek de geschiedenis in vogelvlucht is. Ik laat hem ook nog zeggen dat politiek een beroep is!”
Een filosofie van Harris zelf opper ik. “Nee,” zegt hij nog steeds lachend, “Bij hoge uitzondering geen uitspraak van Cicero, maar van Francois Mitterand. Ik vond dat hier wel passen. Overigens is het een van de weinige uitstapjes die ik me permitteer. Ik gebruik veel citaten en de speeches van Cicero zelf. Vrijwel alles wat ik beschrijf is authentiek. Het is opvallend hoeveel de staatsvorm van toen, een halve eeuw voor Christus, lijkt op de situatie van nu. Je had toen jaarlijkse verkiezingen, zeggenschap van het volk, een soort eerste en tweede kamer. De meeste mensen herinneren zich die tijd als de bloeddoorlopen tijd van Jukius Caesar. Maar dat was in wezen iets later. Tijdens Cicero was het echt een democratie, met net als nu zorgen over de veiligheid, sociale voorzieningen en arbeidsvoorwaarden. En vergis je niet, er waren in die tijd meer dan 1 miljoen kiezers. De meeste research die ik heb gedaan komt uit boeken. Ik ben wel in Rome en Napels en op Sicilië geweest, maar dat was meer om de sfeer goed te kunnen weergeven. Om het klimaat, de geur, de panorama’s, het licht te kunnen zien en beschrijven. Maar toch, de boeken hebben me meer geleerd dan Italië.”

Roman of thriller
Samen met Harris kijk ik naar de cover van zijn boek. Op de voorflap staat ‘roman’ op de achterflap ‘literaire thriller.’ Harris knikt schuldbewust. “Eerlijk gezegd, heb ik risico genomen. Imperium is geen thriller. Er is geen mysterie. Er wordt niet achtervolgd. Het boek houdt zich niet aan de conventies van wat men algemeen als thriller beschouwd. Natuurlijk zit er meer dan genoeg spanning in. Er zijn diverse personages die iets willen bereiken. Andere personages willen dat tegenhouden. Er vloeit bloed. Er is corruptie. Men verraadt elkaar. Men vermoordt elkaar. Er worden complotten gesmeed. Cicero wil ook een moordenaar ontmaskeren en laten terechtstellen. Het is allemaal spannend, maar nog steeds geen traditionele thriller. Ik zou de eerste helft willen omschrijven als een rechtbankdrama en het tweede deel van het boek als een politiek drama.
Ik heb overigens nog geaarzeld of ik Imperium vanuit het point of view van Cicero zou beschrijven. Maar tijdens de research stuitte ik op Tiro, de slaaf en onafscheidelijke privé-secretaris van Cicero. Dat was de oplossing. Een genie als Cicero kan je het beste van buitenaf beschrijven. Tiro was een insider en outsider tegelijkertijd. Hij was een observator, net als ik. Ik ben ook een observator. We begrepen elkaar.”

Schrijven is sterven
Harris houdt van boeken die ergens over gaan. Het nadeel daarvan is dat je enorm veel research moet plegen. Bovendien is het verwerken van veel gegevens in je boek een lastige zaak. Schrijven is een mooi vak, maar schrijven is ook vechten. Als je vastzit, moet je doorgaan en dan wordt schrijven soms sterven. Normaal doe ik drie jaar over een boek. Ik doe twee jaar over de research en een jaar over het schrijven. Ik ben nu 49 jaar. Ik heb besloten dan ik mijn tempo ga opschroeven. Wat betreft de volgende boeken kan dat ook. Ik kan wel honderd boeken schrijven met de informatie die ik nu heb over het oude Rome en over Cicero. Mijn grootste probleem is focussen. Ik wil drie romans aan Cicero wijden Een ervan, Imperium, is af, de research voor de volgende twee is klaar. Die kunnen dus snel geschreven worden. Als je ouder wordt, leer je je eigen kracht en je zwakte kennen. Mijn grootste kracht is de structuur van mijn boeken. Ik kan heel goed een verhaal vertellen. Bij mij zit structuur in alles. Structuur in de zinnen, de alinea’s, het einde van de pagina en het einde van een hoofdstuk, die allemaal naar een climax leiden.
Het maakt mij niet uit of ik de moderne tijd beschrijf of het verleden, met fantasie kan je hele nieuwe werelden scheppen. En als ochtendmens doe ik dat het liefste ’s ochtends van 8 tot 12 uur. Dan lunch ik rustig, ga met de hond wandelen en schrijf dan nog een paar uur. Hooguit tot een uur of vier in de middag. Gemiddeld schrijf ik zo’n 5.000 woorden per week. Ik hoef niet veel verbeteringen aan te brengen. Nadat mijn vrouw en uitgevers er als scherprechters overheen zijn gegaan, is het klaar.”

Boodschap
“Natuurlijk is Imperium in eerste instantie een roman, maar ik hoop de lezers ook wat te leren, namelijk dat democratie een perfect gereedschap is voor een tiran. Kijk maar naar Amerika. Dat wil andere landen en culturen met geweld de Amerikaanse manier van democratie opdringen. Kijk eens hoeveel levens dat kost. De mensheid zou een wijze les van het oude Rome kunnen leren, namelijk dat decentralisatie van de macht de beste oplossing is om excessen te vermijden. De wereld stopt niet met draaien als de grote leiders een stukje van hun macht inleveren. Het is jammer dat de mensheid op de een of andere manier nooit lering trekt uit de lessen van het verleden. Misschien weten ze ook domweg te weinig van het verleden af.”



Over de auteur

Kees de Bree

99 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview Robert Harris

 

Gerelateerd

Over

Robert Harris

Robert Harris

De Britse auteur Robert Harris (1957) werkte, na zijn studies Engelse Literatuur...