Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Roel Janssen

Roel Janssen leidt een schrijvend leven. Als redacteur van NRC Handelsblad scherpt hij dagelijks de pen, om in zijn vrije uren goed onderbouwde financiële thrillers te schrijven. Vanaf zijn debuutroman De struisvogelcode (1997) schreef hij zes spannende boeken. Roel Janssen behoort tot de kleine groep topauteurs van thrillers die Nederland kent. Voor zijn boek De tiende vrouw kreeg hij in 2007 terecht De Gouden Strop. Recentelijk verscheen zijn zevende boek, De stem van het volk, een actuele thriller over manipulatie van politiek en media.




























(c) Tom de Bree

De stem van het volk is een boek dat stevig leunt op zaken als het populistische verschijnsel Rita Verdonk, witwassende projectontwikkelaars, kleine Marokkaanse straatcriminelen en blaaskakende media die ‘nobodies’ zonder inhoud tot ‘somebodies’ verheffen.
Rumoer wordt gecreëerd, bevolkingsgroepen aan de schandpaal genageld en de oplossing moet komen van de winnares van een niemendallige talentenjacht op tv. Het gevolg is dat een voormalige schoenenverkoopster uit de Achterhoek wordt gepromoveerd tot spraakmakend en sexy politicus die geacht wordt de stem van het volk te vertolken. Want de stem van het volk moet worden gehoord. Koste wat het kost. De belangen zijn groot.

1. Was er een directe aanleiding/inspiratiebron om dit boek te gaan schrijven?
“Er was niet direct een aanleiding. Maar doordat ik lang in Zuid-Amerika gewoond heb, ben ik gefascineerd geraakt door het verschijnsel van het populisme. Zeg maar een politieke beweging bestaande uit één persoon die zich beroept op zijn/haar band met het volk. Nederland heeft daar nooit zoveel mee te maken gehad, maar sinds de komeetachtige opkomst van Pim Fortuyn is het ook een Nederlands verschijnsel geworden. De SP van Jan Marijnissen, Rita Verdonk en haar beweging TON en natuurlijk Geert Wilders met zijn PVV zijn er voorbeelden van.
De inspiratiebron om iets te verzinnen met Eva Perdon was de televisieshow ‘Op zoek naar Evita’ die in de tweede helft van 2007 werd uitgezonden. Het ging om de ster voor de musical Evita, maar die musical is gebaseerd op het leven van Eva Perón in Argentinië. Het was een kleine stap om te verzinnen: waarom zou je de musicalster met een tv-show kiezen, en niet een politica die is gemodelleerd naar de echte Evita.”

2. Welk verhaal heb je in basis willen vertellen?
“Ik probeer de politieke actualiteit van Nederland en de reuring in de samenleving over immigratie, straatgeweld en politieke onvrede te vertalen in een spannend verhaal. Zonder me daarbij uitdrukkelijk te baseren op de echte politici van dit moment, al zitten er wel veel verwijzingen in die voor geïnteresseerden in de huidige politiek bekend moeten zijn. De stem van het volk is geen literaire thriller, al staat dat op het kaft, maar een politieke thriller. Geen Whodunnit, maar een How’s gone it.”

3. In je boek zeg je dat televisie van een eenvoudig personage iemand met invloed kan maken. Geloof je werkelijk in een blijvende beroemdheid?
“Ja, daar geloof ik zeker in. Toen ik midden in het schrijven zat, verscheen, uit de sneeuw van Alaska, Sarah Palin op het Amerikaanse politieke toneel. Niemand had ooit van haar gehoord en ze had geen snars verstand van politiek, maar ze was bijna de vice-president van de Verenigde Staten geworden en instant was ze wereldberoemd. Hetzelfde zag je met Susan Boyle, die onbekende zangeres uit Schotland. Ondanks haar psychische inzinking gaat haar beroemdheid niet meer voorbij. Wat de populariteit van politici in Nederland betreft: ik vond het ongelooflijk wat Herman Meijer, de eindredacteur van Pauw & Witteman, een keer zei in een interview (met de Volkskrant): “Politici hebben in een democratie de plicht acte de présence te geven in fora die ertoe doen. Zoals talkshows waar een miljoen kiezers naar kijkt. Het is de omgekeerde wereld: de televisiemaker eist dat politici verschijnen in hun shows, omdat ze anders niet meetellen.”

4. Is tv beroemdheid niet per definitie vluchtig?
“Televisie is een vluchtig medium en televisie is in hoge mate vermaak en entertainment. Maar in Nederland hebben de omroepen de kunst om van een mug een olifant te maken wel tot heel grote hoogte opgepimpt. Ze zijn er in geslaagd om van politiek een vorm van entertainment te maken. Dat heb ik omgezet in de show ‘Wie wil het volk?’ Ik wacht eigenlijk tot een omroepbaas me belt en zegt dat hij het idee van een tv-show om de politicus van het volk te kiezen, het volgende seizoen wil gaan uitzenden. Ik ben ervan overtuigd dat het een spannend programma zal opleveren.”

5. Je laat je somber uit over de toekomst van de gedrukte media. Hoe zie je de toekomst van de kranten?
“De toekomst van kranten in Nederland is somber. Het is een combinatie van factoren. De ontlezing onder jongeren, de opkomst van internet en gratis nieuwssites, de toegenomen macht van elektronische media (de NOS combineert tv, radio en internet en biedt nu aan om kranten ‘te helpen’). Het allerergste is de schaamteloze manier waarop de eigenaren en directies van krantenconcerns hun producten hebben verkwanseld. Zonder een greintje gevoel voor de maatschappelijke betekenis van kranten als cultuurdragers hebben ze de bedrijven verkocht aan private investeerders die er alleen maar geld uit hebben gezogen. Je moet vrezen voor de toekomst van een aantal kranten in Nederland.”

6. In De stem van het volk komt alle chaos voort uit een leugen. De leugen komt voort uit overspel en het overspel komt voort uit een saai huwelijk. Een boodschap?
“Ha, ja. Zo heb ik dat nog niet gezien, maar het klopt. Wat zou de boodschap zijn? Zorg dat je huwelijk spannend blijft? Bij het schrijven redeneer je vanuit het plot en dat is eigenlijk omgekeerd: het begint met de ‘chaos’ die moet ontstaan, en dan werk je terug via een leugen en overspel naar een saai huwelijk.”

7. Het boek heeft af en toe een satirische kijk op o.a. mensen van de golfclub, invloed van media, het maken van sterren. Is dat satirische heel bewust gebruikt of is het verkapte venijnige kritiek?
“Jazeker, dat gebruik ik bewust en ik beleef er veel lol aan om dat bij het schrijven te doen. Natuurlijk heeft het een element van kritiek, maar ik probeer daarnaast ook een sfeer te scheppen van een omgeving waarin botte platheid gebruikelijk is. Ik geloof trouwens dat recensenten dat niet altijd zo oppakken: ze vinden dat plat, maar de platheid is meer dan een stijlfiguur. De wijze waarop mensen met elkaar omgaan, zoals in mijn boek op de golfclub, is vrij plat.”

8. Is humor voor jou een absolute noodzaak in je boeken?
“Ik vind het belangrijk dat lezers zich amuseren. Het genre spannende boeken dient niet alleen ter lering maar ook ter vermaak. Eén van mijn favoriete auteurs is Carl Hiaasen, een Amerikaanse journalist/schrijver uit Miami. Hij hanteert heel bewust een dosis humor in zijn verhalen. Het is ook een manier om de absurditeit van veel dingen te relativeren.”

Roel Janssen en Heleen Niele ((c) Tom de Bree)

9. Het personage uit je boek, Eva Perdon, winnares van de talentenjacht, heeft veel gemeen met Evita Perron, maar er zijn ook parallellen met Rita Verdonk, een politica zonder partij. Een kruising? “De naam Eva Perdon is niet toevallig: een verhaspeling van Perón en Verdonk. Ruim twee jaar geleden kwam Verdonk met haar ‘perdon-regeling’ (voor uitgeprocedeerde asielzoekers) in de problemen. Dat was dus wel toepasselijk. Maar overigens is Eva Perdon een verzonnen personage. Ik denk niet dat
Rita Verdonk ook ‘Yes wie kunn’t’ zal zeggen. Ik heb elementen ontleend aan Ilse de Lange, Sarah Palin en aan Wilders, zoals de ophef over de verklaring van de AIVD. Van de ‘echte’ Eva Perón heeft Eva Perdon de erotische manier waarop ze met de microfoon en de camera omgaat en de massa’s bespeelt.”

10. Voor jouw doen zijn er weinig financiële elementen in het verhaal verwerkt. Pasten die niet in het verhaal?
“Klopt. Ik heb het er een beetje in verwerkt door de televisiezender MediaNed (zoals het Italiaanse MediaSet van Berlusconi) eigendom te laten zijn van een Private Equity fonds. Daarbij ging het meer om de macht áchter de zender dan om de financiële constructies.”

11. Zijn het de media die de mensen bang maken voor datgene wat slechts enkele honderden allochtone herrieschoppers uithalen of vind je de politiek de schuld van de bangmakerij?
“Als ik eerlijk ben: met die vraag worstel ik ook. Je kunt het ‘de media’ niet kwalijk nemen dat ze erover berichten als straattuig het werk van ambulancepersoneel onmogelijk maakt, als een buschauffeur in elkaar wordt geslagen of politie wordt beschimpt. En dat politici daar dan weer verontwaardigd over zijn hoort er ook bij. Maar het wordt wel meteen zo opgeblazen. En het gaat maar door. Overigens zijn de problemen met ‘autochtone’(ik heb enorm de pest aan dat woord en gebruik het ook niet) jongeren minstens zo groot. En heibel met jongeren is er altijd. Denk maar aan de krakersrellen van de jaren tachtig.”


12. Vind je de beeldvorming en de vooroordelen t.o.v. allochtone mensen in ons land redelijk of zwaar vertekend?
“Zwaar vertekend. Er zijn grote problemen in achterstandwijken, er is veel te lang weggekeken, er zijn jaren verloren gegaan door politieke correctheid, we hebben een kansloze onderklasse van arme immigranten in Nederland laten ontstaan. Wat mij betreft mag de leeftijd voor importbruiden omhoog en moet Turkije geen lid van de Europese Unie worden. Maar je moet niet voortdurend een schrikbeeld hanteren dat oudere mensen de straat niet meer op durven (de criminaliteit neemt af), dat we aan de vooravond van een nieuwe aanslag staan (IKEA was een vergissing van de politie) of dat radicale imams bezig zijn de macht in Nederland te grijpen. Vandaar trouwens ook dat Eva Perdon in De Stem van het Volk zich niet afzet tegen de islam, maar tegen straatgeweld van immigrantenjongeren.”

13. In je boek wordt door de jongeren veel straattaal gebezigd. Van wie heb je een cursus straattaal gekregen?
“Ha! Ja, nou deels door goed op te letten en uitdrukkingen te verzamelen. Ik ontdekte daarbij dat er op internet wel woordenboeken bestaan van ‘straattaal’ naar Nederlands, maar jammer genoeg niet van Nederlands naar straattaal. Dus het was wel behoorlijk zoeken. Verder heb ik advies gehad van een criminoloog die jarenlang onderzoek heeft gedaan onder Marokkaanse jongeren in Amsterdam-West. Dat was heel leerzaam. Robert Vuijsje hanteert in Alleen maar nette mensen ook veelvuldig (zwarte) straattaal. Erg aan te bevelen.”

14. Was het moeilijk om na een boek dat de Gouden Strop heeft gekregen opnieuw een boek te schrijven? Had je het idee dat je nu ook aan verwachtingen moest voldoen?
“Ieder nieuw boek is moeilijk. Schrijven is een complex proces: je moet een idee hebben, een plot ontwikkelen, personages verzinnen, én als het even kan ook nog goed schrijven. Een spannend boek is eigenlijk een sudoku. Soms ben ik wel eens jaloers op auteurs die met dezelfde hoofdpersoon werken, dat scheelt in ieder geval één factor in de puzzel. De Gouden Strop is ook een inspiratiebron en temidden van die stapels nieuwe titels bij de boekhandel scheelt het in naamsbekendheid. Maar bij ieder nieuw boek moet je weer vechten om aandacht, afwachten of de recensies een beetje aardig zijn en er het beste van hopen. Schrijver zijn is hartstikke leuk, maar het is vooral een hard ambacht.”




Over de auteur

Kees de Bree

87 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview Roel Janssen

 

Gerelateerd

Over

Roel Janssen

Roel Janssen

Roel Janssen (Enschede, 1947) is een financieel-economisch journalist en schrijver. Hij maakte zijn thrillerdebuut in 1997 met De struisvogelcode. Daarna volgden onder andere Het M...