Advertentie

Hebban vandaag

Dossier /

Reisverslag Donna Leon

De Amerikaanse schrijfster Donna Leon (1942) woont en werkt al geruime tijd in Venetië, de stad waar ze haar hart aan verloren heeft. Als oorspronkelijke buitenstaander ziet ze nog steeds met verwonderde ogen hoe de Italianen, van wie ze volgens eigen zeggen al zo’n dertig jaar houdt, onverstoorbaar blijven steken in corruptie en bureaucratie. Hoe ze het leven met een ongekende passie beleven, het begrip ‘haast’ in hun vocabulaire niet voorkomt en hoe ze eten en drinken tot een Kunstvorm hebben verheven.
Donna Leon houdt van Venetië. Ze houdt van de afwezigheid van de auto in haar prachtige dogestad, in haar woorden een provinciestad met nog geen 70.000 inwoners, waar een van de belangrijkste bronnen van vermaak roddelen is en waar dus ook geen geheimen zijn.
“Om iets te weten te komen, over wie dan ook, hoef je alleen maar die terloopse ochtendontmoetingen te benutten, dan ontdek je gauw genoeg iemand die je kan waarschuwen tegen de antiquair, de dermatoloog, of een zekere ambtenaar op een zeker overheidskantoor. In positieve zin kunnen die vluchtige gesprekjes evengoed die eerlijke meubelmaker of het beste visstalletje in Rialto opleveren.”
Donna Leon schrijft niet alleen sfeervolle thrillers rond commissaris Guido Brunetti, maar schrijft ook korte verhalen waarin Venetië en haar inwoners de hoofdrolspelers zijn. In onderstaande verhaal “Italiaanse bureaucratie” biedt zij de lezer een van die typische Donna Leon- observaties waarmee ze de eigenaardigheden van de Italianen mild becommentarieert.

Door Donna Leon


Italiaanse bureaucratie
Er zijn tijden dat het leven in Italië een soort gekkenhuis is, dat bureaucratische inertie of incompetentie een mens tot het randje van de waanzin drijven. Er zijn tijden dat niets lijkt te functioneren of ooit te kunnen functioneren, en je gaat geloven dat alles wat wél van de grond is gekomen slechts bewijst dat wonderen bestaan, want niets wijst erop dat menselijke interventie ooit ook maar enig effect zou sorteren. Soms lijkt het erop of iedere Italiaan met een officiële functie zijn enige levensvreugde ontleent aan het dwarsbomen van anderen, en alleen maar aandacht heeft voor de kleinste lettertjes van regels of wetten. Beloftes worden gedaan en verbroken en vooruitgang lijkt een illusie. Maar dan, net als op een bewolkte dag wanneer opeens een zuidenwind opsteekt die de bewolking aan stukken scheurt, klaart de lucht op en straalt Italië weer in al zijn wanordelijke, menselijke schoonheid. Het zijn zulke momenten die mij eraan herinneren dat Italië, met al zijn gigantische problemen, nog altijd het enige land is waar ik wil wonen.
Dit najaar was ik in de Verenigde Staten. Tijdens mijn bezoek daar stuurde ik een bureautje van mijn moeder per luchtvracht naar Venetië. Het was een meubelstuk waarmee ik was opgegroeid, mijn moeder had het voor haar zestiende verjaardag gekregen. Bij aankomst ging ik naar de expediteur op het vliegveld, waar ik de papieren kreeg en werd doorverwezen naar de douane.
Daar bestudeerde een jonge douanier met Siciliaans accent en een op maat gesneden uniform de factuur en de vrachtbrief. Toen hij zag dat ik – alleen voor de verzekering – een waarde van driehonderd dollar had aangegeven, maakte hij een snelle berekening en liet hij me weten dat ik 280.000 lire invoerrechten moest betalen. Ik legde uit dat ik de aangegeven waarde uit mijn duim had gezogen en dat het bureautje slechts sentimentele waarde had. Dat leek hem niet te interesseren. Hij herhaalde dat ik 280.000 lire moest betalen. Ik dempte mijn stem, legde er wat sentiment in en kneep mijn ogen dicht, alsof ik aan een overweldigend verdriet werd herinnerd. ‘Maar het was van… mia madre.’
Hij keek op, alsof hij stomverbaasd was dat iemand die bij de douane kwam überhaupt een moeder kon hebben.
‘Sua madre?’
‘Si.’
Hij keek weer naar de papieren die ik hem voorhield, maar daar stond nog steeds dat bedrag. Ik vroeg of het zou helpen als ik de aangegeven waarde van het bureautje veranderde. Het enige wat ik hoefde te doen, opperde ik, terwijl ik hem het document voorhield en naar het bedrag wees, was de komma naar links opschuiven en een nul toevoegen. Dan werd die $300,- opeens $30,00.
Hij bestudeerde het document, dacht na over wat hij net gehoord had, keek op en bestudeerde akelig langdurig mijn gezicht. Toen schudde hij zijn hoofd, ongetwijfeld over het intens brutale – zeg maar gerust misdadige – van mijn suggestie. Hij nam het document van me over, verontschuldigde zich en verdween in het kantoor waar hij uit was gekomen. Ik bleef staan en vroeg me af wat voor boete er stond op frauderen bij de douane en of ze me ook zouden pakken voor poging tot corrumperen van een overheidsdienaar.
Na enkele minuten kwam hij weer tevoorschijn, het document nog in zijn hand. Ik keek op en glimlachte flauwtjes, er helemaal van overtuigd dat ik niet alleen de invoerrechten, maar ook een fikse boete zou moeten betalen. Hij hield het document voor zijn gezicht in de lucht en scheurde het, met een even galant als elegant gebaar, in de lengte doormidden.
‘Dat bureau was van uw moeder, signora, en dus hoeft u geen invoerrechten te betalen,’ zei hij, met zijn armen gespreid. De twee helften van het document wapperden in zijn handen als de doormidden gescheurde vlag van een vijand die in een eerlijke strijd is buitgemaakt.



Meer korte verhalen van Donna Leon zijn te vinden in de bundel Mijn Venetië.
Uitg. Cargo/De Bezige Bij. ISBN 978 90 234 2842 8. Bij deze uitgeverij verschijnen ook de thrillers in de Guido Brunetti-reeks.



Over de auteur

Hebban Crew

1330 volgers
50 boeken
0 favorieten


Reacties op: Reisverslag Donna Leon

 

Gerelateerd

Over

Donna Leon

Donna Leon

De Ierse overgrootouders van de Amerikaanse auteur Donna Leon (Montclair, New Jersey, 1942) emigreerden van Europa naar de Verenigde Staten. Na haar studie Engelse literatuur vertrok ze met ...