Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Sarah Pinborough: 'Ik wilde de andere kant van liefde belichten'

door Hebban Crew 3 reacties
Thrillerschrijvers duiken maar wat graag in de duistere gedachten van hun personages en stellen hen voor uitdagingen. Thrillerschrijfster Isa Maron ontmoette haar Britse collega-auteur Sarah Pinborough in Antwerpen en interviewde haar over de succesvolle thriller 'Wat jij niet ziet'.


Pagina 2 van 3

Zelf las ik als elfjarige In de Ban van de Ring. Als ik daar nu over nadenk vind ik mezelf wel jong voor die boeken. Als ik in deze tijd elf jaar was geweest, denk ik niet dat ik geduld had gehad voor Tolkiens schrijfstijl.

‘Alles is sneller en misschien ook grootser. We zijn veel meer gewend. Door televisie, film. Als je nu van die lange beschrijvingen hebt dan heb je al snel de neiging om door te bladeren tot het verhaal weer verdergaat. En er zijn ook dingen die je als kind niet door hebt natuurlijk. Ik was gek op The lion, the witch and the wardrobe (Narnia, red.). Dat er zomaar een hele andere wereld achter die kast zat vond ik machtig. Als volwassene besef je je dat het allemaal religieus is, gebaseerd op christelijke verhalen. Als kind krijg je die extra laag eigenlijk niet mee.’  

Wat was die jonge Sarah, die Peter Pan en Narnia las, voor een meisje?

‘Vooral ondeugend. Toen ik acht jaar oud was moest ik naar kostschool in Engeland. Mijn zus en ik gingen in Syrië naar internationale scholen, maar mijn ouders vonden het onderwijs in Engeland toch beter. Ze dachten ook dat een chique kostschool mijn zus en mij een goede basis voor het leven zou geven, een springplank. Zelf kwamen ze uit de ‘working class’, dus dit soort mogelijkheden vonden ze voor hun kinderen erg belangrijk. Voor mijn zus en mij was het een heel grote overgang. Het was beangstigend. De andere meisjes waren wel leuk. Uiteindelijk heb ik acht jaar op die kostschool gezeten en in feite krijg je er een heleboel surrogaat zusjes bij. Ik heb daar wel vriendschappen voor het leven gesloten. Toch was het ook moeilijk.

Er was een behoorlijke hiërarchie. En dan bedoel ik vooral in de leiding. De manier van communiceren van de leiding naar de meisjes was vaak intimiderend. De school was groot, er zaten wel duizend leerlingen, maar slechts een deel zat intern, met groepen van enkele tientallen meisjes in een huis. De vrouwen die de leiding hadden in die huizen waren niet erg vriendelijk. In al die tijd was er maar één die echt leuk was, maar die bleef maar een jaar. Je kon weinig tegen de leiding en hun gedrag ondernemen. Tegenwoordig is er meer inspraak en is het evenwichtiger, maar toen kon je eigenlijk niet klagen – je kon niet even je ouders een appje sturen of zo. En je ouders woonden in het buitenland, ver weg dus. Als je een klacht uitte, dan kreeg jouw ‘matron’ dat te horen natuurlijk en dat maakte het er voor jezelf niet gemakkelijker op.

Op een dag had ik gepraat nadat het licht uit was en mijn matron had dat gehoord. Ze zette me voor straf in de kelder. Ik mocht het licht daar onder geen beding aan doen. Vervolgens vergat ze me. Midden in de nacht hoorde iemand gesnik en pas toen werd ik uit de kelder gehaald. Ik riep meteen dat ik echt het licht niet aangedaan had. Zo sterk was dat dus ingeprent, dat je je moest gedragen. Ik werd er opstandig van. Ondeugend. Ik was altijd kattenkwaad aan het uithalen. Mijn oudere zus – ze belandde in een andere kostschool – reageerde anders op de omstandigheden. Ze is wat nerveuser van aard en die tijd was heel ingrijpend voor haar. Uiteindelijk is mijn moeder teruggekomen naar Engeland en ging mijn zus bij haar wonen. Ik moest op de kostschool blijven. Daar begreep ik als kind natuurlijk niks van. Na de kostschool moest ik even uitrazen, daarna kwam ik in rustiger vaarwater. Die hele periode heeft me gevormd en ik put er uit als ik schrijf.’  

Peter Pan en Narnia waren jouw vroege inspiratiebronnen. Welke boeken of auteurs inspireerden jou later als volwassene?

Rebecca (Daphne du Maurier, red.). Heel bijzonder vond ik dat: personages die je niet kon vertrouwen, die een geheim hadden of een mysterie verborgen hielden. John Connolly vond ik mooi. De trilogie van Justin Cronin. Doordat je zelf schrijft, lees je vaak technisch. Je let op de keuzes die een auteur maakt: vorm, structuur, stemmen. Bij de boeken van Justin Cronin vergat ik dat allemaal. Ik was ineens weer gewoon lezer. Het is heerlijk om jezelf helemaal te verliezen in een verhaal. En de verhalen van Stephen King moet ik natuurlijk noemen. Geweldig. Meer recent las ik Gone Girl en Het meisje in de trein. Die boeken spraken me aan. Toen ik aan Wat jij niet ziet begon te werken had ik net 13 minuten geschreven, ook een spannend boek. Ik wilde een thriller schrijven, met vrouwen in de hoofdrol, maar wel een thriller met iets extra’s. Sommige mensen denken dat ik het mezelf makkelijk gemaakt heb door bepaalde plotwendingen in Wat jij niet ziet, alsof ik geen oplossing wist voor het raadsel en het ‘dan maar zo’ gedaan heb. Dat is juist niet zo. Het is allemaal van te voren zo bedacht. Het staat er allemaal in, vanaf pagina 1. Toen ik op tour was in Amerika begon ik vaak met het voorlezen van de eerste pagina’s van het boek en dan hoorde ik vaak de verzuchtingen in het publiek: ah, ja, nu begrijp ik die zin beter…’  

Wat was je inspiratiebron voor Wat jij niet ziet? Waarom heb je de overstap van Young Adult en Horror naar Thriller gemaakt?

'Ik werd benaderd door een editor van HarperCollins. Ik ontmoette hen op een conventie. Ze wilden dat ik iets voor hen ging schrijven, iets wat minder in een niche zat en wat meer main stream was, maar wel bijzonder. Ik wilde het wel proberen, en legde de lat meteen hoog. De uitgever moest mijn idee wel goed kunnen pitchen natuurlijk. Ik begon met mijn personages, met het idee van een affaire, en de interactie tussen twee vrouwen en hun fascinatie voor elkaar. Ik had van alles opgeschreven en allerlei aantekeningen gemaakt, maar ik vond het niet goed genoeg. Ik zat in het huis van een vriendin te schrijven en op dat moment gingen er een paar dingen mis. De oppashond moest ik laten afmaken. En later die week stierf een vriend van me. En ik zat ook al helemaal vast met mijn verhaal, dus ik besloot de kroeg in te gaan. Daar zat ik met mijn glas wijn te somberen en ineens kreeg ik de ingeving voor Wat jij niet ziet. Door de achtergrond van de uitgever, door een paar persoonlijke interesses, door de dingen die ik die week meemaakte. Alles viel op zijn plek.'



Over de auteur

Hebban Crew

1956 volgers
3 boeken
3 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Sarah Pinborough: 'Ik wilde de andere kant van liefde belichten'

 

Gerelateerd

Over

Sarah Pinborough

Sarah Pinborough

Sarah Pinborough (1972) is prijswinnend schrijver van boeken en televisieseries,...