Advertentie

Hebban vandaag

Column /

Startschot #4 - Wielrennen: om lyrisch van te worden

Verdween met de intrede van de televisieregistratie de lyriek uit de wielerliteratuur? Nog altijd verschijnen er in aan loop naar de Tour de France fraaie wielerboeken.

Ergens halverwege de vuistdikke bundel De Nederlandse wielerliteratuur in 60 en enige verhalen (samengesteld door Arthur van den Boogaard) staat het te lezen in een zin van Benjo Maso: “De steeds verdere perfectionering van de televisieregistraties heeft een einde gemaakt aan het tijdperk van de epische verhalen, de monumentale vetes, de heldenlevens.” De opmars van de live-uitzendingen op tv met de ontnuchterende objectieve blik van de camera’s zou het romantiseren van de wielerkampioenen en hun heldendaden hebben verdrongen.

Met nu, traditioneel enkele weken vooraf aan de Tourstart, ook weer een flinke stapel wielerboeken in de winkel, is er in ieder geval geen einde gekomen aan het schrijven over de koers. Sterker nog, meer dan ooit laat de wielersport zich in al zijn facetten door het geschreven woord vangen, al gaat dat tegenwoordig anders dan in de lyrische beschrijvingen van lange ontsnappingen van grote kampioenen. “Langzamerhand wordt de heel wat minder romantische wereld die achter de façade schuilgaat steeds zichtbaarder. Of deze het publiek op den duur evenzeer zal boeien, is niet zeker”, aldus Maso in een artikel dat oorspronkelijk in 1989 in Vrij Nederland verscheen. De verkoopcijfers van wielerboeken en de na 1989 verschenen verhalen die in de bundel zijn opgenomen bewijzen dat het met die aandacht wel goed kwam en dat ook lyrische verhalen over de grote kampioenen blijven bestaan. Lees daarvoor uit de bundel het verhaal van Wiep Idzenga waarvan alleen al de titel pure poëzie is: Luis Ocaña koopt een hond: ‘Hierrr komen Merckx, hierrr. Braaf, en nu zit. Zit!’  

De laatste grote Franse kampioen Bernard Hinault verdient vanzelfsprekend zijn eigen biografie en wel door wielerschrijver William Fotheringham. Zo verschijnen er met Bernard Hinault: De renner, zijn tegenstanders, zijn opvolgers nog steeds boeiende verhalen over de wielerhelden van weleer, al gaat het er minder lyrisch aan toe dan bij Buzzati of Malaparte, die destijds de haast epische strijd tussen Coppi en Bartali beschreven. De herdruk van Heldenlevens van Martin Ros is er om tegemoet te komen aan de romantici die graag willen lezen over de grootse daden van de grote kampioenen in de vorige eeuw. “... de idylle met de dame in het wit heeft Coppi op een gevaarlijk breekpunt in zijn carrière de dynamische reuzenkrachten gegeven om nog eenmaal door te stoten naar het zenit van zijn roem”, zo klinkt het als een symfonie bij Ros.  

Fotheringham houdt het een stuk aardser en zoekt in het karakter van Hinault naar die niet te stoppen wil om de strijd aan te gaan én te winnen. Hij deed immers zijn bijnaam De Das eer aan door de agressieve wijze waarop hij zich kon terug knokken – en ook echt kon knokken tegen wilde stakers die de route blokkeerden. Maar de auteur kijkt vooral ook naar de leegte de Hinault achterliet en het boek is zo ook een zoektocht in het heden en toekomst naar de mogelijke Franse opvolgers van Hinault. En al hopen de Fransen vurig op die opvolger, een type Hinault - woest, strijdbaar en eigengereid - zal het niet snel worden.

Lyrisch en romantisch worden van de wielersport. Het kan nog steeds, maar ergens is er iets veranderd. Van den Boogaard noemt in het voorwoord van zijn bundel dat één schrijver zijn verhalen niet vrijgaf voor de bundel. Desondanks is Tim Krabbé en zijn magnum opus uit de Nederlandse wielerliteratuur De renner zeker aanwezig in de bundel. De Renner veranderde het schrijven over het wielrennen fundamenteel. Ineens was het ook niet meer alleen de journalist die de heldendaden uit het koersverloop in woorden probeerde te vatten. Krabbé was de wielrenner - zij het amateur - die in zijn literaire stijl de lezer het gevoel probeerde te geven wat het was om in een koers te zitten. Bert Wagendorp vertelt in ‘Krabbé.. Krabbé… De Renner… De Renner!’ hoe passages en uitdrukkingen uit het boek school hebben gemaakt in de wielerjournalistiek en in de wielerliteratuur. Krabbé bundelde zelf zijn wielerverhalen dit voorjaar in De veertiende etappe en vooral het artikel ‘De geest van de sport’, eerder verschenen in De Muur, is een scharnierpunt in het schrijven over de edele en onedele wielersport. Met rake observaties laat de auteur je na alle dopingonthullingen (het USADA-rapport over Lance Armstrong) en de bekenbio’s (van onder meer Tyler Hamilton en David Millar) zelf nadenken over het o zo verfoeide dopinggebruik. Krabbé is zeker geen aanhanger van ‘alle gebruikers zijn per definitie fout’ en komt tot de volgende conclusie: “Het dopingverbod heeft niet tot een schoon wielrennen geleid, maar tot een vies vinden van het wielrennen.” Gelukkig hebben we het lyrische wielerverleden nog.

Ook verschenen:

Lees de eerdere Startschot sportcolumns van Luc Wierts:
Lees Startschot #1: Willen winnen tegen elke prijs
Lees Startschot #2: Boekies en een biecht

Lees Startschot #3: Gelijk hebben en gelijk halen



Over de auteur

Luc Wierts

94 volgers
70 boeken
2 favoriet
Hebban Recensent


Reacties op: Startschot #4 - Wielrennen: om lyrisch van te worden

 

Gerelateerd

Over

Arthur van den Boogaard

Arthur van den Boogaard

Schrijver en journalist Arthur van den Boogaard (1969) besprak vijftien jaar lang wekelijks een sportboek. Eerder publiceerde hij de bloemlezing Sport. De 142 beste Nederlandse en Vlaamse sportverhale...