Advertentie

Hebban vandaag

Column /

Vertalersgeluktournee: Bedrieglijke eenvoud. Notities bij het vertalen

In 2020 viert het Letterenfonds het tienjarig jubileum van de Europese Literatuurprijs. Op Hebban vind je de lezingenreeks van de voor deze prijs genomineerde vertalers. Frans Denissen vertaalde 'S.S. Proleterka' van de Italiaans-Zwitserse auteur Fleur Jaeggy. 'Intrigerend. Zelfs de spaarzaamste Italiaanse dichter schrijft langere zinnen.'

Door: Frans Denissen

Het begon allemaal met een mailtje op 5 februari 2018: 'Koppernik gaat Fleur Jaeggy uitgeven. We zijn op zoek naar een vertaler. Weet jij iemand die daar specifiek geschikt voor zou zijn? Of misschien ben jij zelf al de juiste kandidaat? Ken jij trouwens Fleur Jaeggy? We staan open voor suggesties. Met hartelijke groet, Chris de Jong.'

Of ik Fleur Jaeggy kende? Ik moest diep in mijn geheugen graven en mijn lectuurdagboek erbij halen, maar helemaal vreemd was ze me niet: in het verre 1989 bleek ik haar roman I beati anni del castigo gelezen te hebben, die het jaar daarop door het duo Leontine Bijman & Annegret Böttner in het Nederlands vertaald werd als De gelukzalige jaren van tucht. Aan mijn bibliografische notitie bleek ik maar een paar woorden te hebben toegevoegd: 'Intrigerend. Zelfs de spaarzaamste Italiaanse dichter schrijft langere zinnen.' Met een gelukje wist ik het exemplaar weer op te diepen uit een kartonnen doos in mijn garage. Intussen had ik Koppernik laten weten dat 'ik er wel over wilde nadenken' en kreeg ik de teksten van Proleterka én de verhalenbundel Sono il fratello di XX in pdf toegestuurd, want de uitgeverij wilde de twee titels gelijktijdig uitbrengen.

Ik las Proleterka dus voor het eerst terwijl ik I beati anni del castigo herlas, en zag meteen een aantal opvallende overeenkomsten. In beide gevallen is de (naamloze) protagoniste een adolescente die op een Zwitserse kostschool zit, met een afwezige moeder (die naar Latijns-Amerika is geëmigreerd maar van daaruit toch een greep wil behouden op het leven van haar dochter), en een al even afwezige, bejaarde vader (die in beide korte romans permanent in een hotel verblijft). In de twee gevallen treedt ook een hartsvriendin op die het hoofdpersonage de weg naar maatschappelijke en seksuele bevrijding wijst.

Terwijl ik op het internet naar recensies van Proleterka speurde, kreeg ik een aha-erlebnis. Ik ontdekte – wat ik in geen enkel commentaar tot dan toe had teruggevonden – dat de Proleterka een bestaand schip was geweest. Gebouwd in 1913 als het passagiersschip Visegrád, was het in 1955 opgekalefaterd tot het cruiseschip Proleterka, dat vanaf april van dat jaar op en neer zou varen tussen Venetië en Piraeus. En laat 1955 nu net het (nooit genoemde) jaar zijn waarin volgens alle indiciën het verhaal zich afspeelt. Een extra argument voor wie in het boek een autobiografische bekentenis meent te zien, of heeft de schrijfster bij het voorbereiden ervan ook met vrucht het internet geconsulteerd?

Hoezeer Fleur Jaeggy in haar spaarzame interviews ook beweert dat haar teksten niet als autobiografisch mogen worden gelezen, en hoe zuinig ze ook is omgesprongen met het vrijgeven van biografische details, toch kun je niet naast een aantal intussen bekende gegevens kijken. Ze is in 1940 in Zürich geboren uit een Duitstalige vader en een Italiaanse moeder, die al in een vroege fase uit elkaar zijn gegaan, en ze heeft haar opvoeding grotendeels gekregen op Zwitserse internaten. Na een paar jaar als fotomodel in de Verenigde Staten te hebben gewerkt, vestigt ze zich eerst in Rome en daarna in Milaan. In Rome leert ze Roberto Calasso kennen, een erudiet essayist en oprichter van uitgeverij Adelphi, die Jaeggy’s werk zal publiceren en met wie ze in 1968 trouwt.

Van mijn uitgever heb ik dan wel de tekst in pdf gekregen – wat buitengewoon handig is omdat ik zo op elk moment kan nagaan of en wanneer een bepaald woord nog vaker voorkomt – maar tegelijk wil ik ook, ouderwets als ik ben, het boek als materieel object hebben: ik wil eraan kunnen snuffelen en het doorbladeren. Ik vind nog een exemplaar van de eerste druk. Op de omslag staat een foto van een meisje en een oudere man, allebei in de klederdracht die in het tweede hoofdstuk omstandig wordt beschreven. Vanaf de tweede druk is die foto verdwenen en ze komt ook in de vertalingen niet terug. Het gezicht van het meisje lijkt verdacht veel op dat van de weinige jeugdige foto’s van Jaeggy die ik ken. Is zij het, samen met haar oudere vader? In een interview heeft ze dat met klem ontkend. Maar ik weet niet of ik haar op dit punt moet geloven. Misschien is ze gewoon geschrokken van de interpretatie die sommige recensenten eraan hebben gegeven.

Voor ik aan de slag ga, heb ik ook de gewoonte om op zoek te gaan naar eventuele vertalingen in de talen die ik (min of meer) kan lezen: Frans, Engels en Duits. Ze blijken alle drie te bestaan en al vrij snel na de Italiaanse publicatie (2001) te zijn uitgebracht: de Duitse van Barbara Schaden in 2002, de Engelse van Alistair McEwen en de Franse van Jean-Paul Manganaro allebei in 2003. Een paar weken later liggen ze op mijn werktafel. Ik hou ervan om er af en toe wat in te grasduinen en te kijken hoe mijn vakgenoten bepaalde vertaalproblemen te lijf zijn gegaan.

Ik laat Koppernik weten dat ik alleen Proleterka wil 'doen'. Sono il fratello di XX gaat naar Hilda Schraa, met wie ik een paar jaar geleden in duo Candido van Leonardo Sciascia heb vertaald. We spreken af dat we elkaars vertaling zullen lezen en van suggesties voorzien. Twee paar ogen zien altijd meer dan één. En bij Jaeggy moet je soms héél goed kijken wat er staat.

Een les die ik in de loop der jaren, soms door schade en schande, heb geleerd, luidt: je kunt de moeilijkheidsgraad van een vertaling niet inschatten door het origineel alleen maar te lezen. Een proefvertaling van een bladzij of twee vertelt je daarover veel meer. Ditmaal was ik er bijna weer ingetuind: de stijl van Jaeggy oogt zo simpel, met al die alledaagse woorden en die korte, nevenschikkende zinnetjes. Pas als je je aan het vertalen zet, merk je dat dit het resultaat is van heel veel schrappen tot enkel de essentie overblijft. Je zult als vertaler even woordarm moeten worden als je auteur. De valkuilen die je moet ontwijken, heten dan ook: 'fraai woord', 'plastische uitdrukking'. Ga niet op zoek naar een synoniem wanneer Jaeggy twee of drie keer kort na elkaar hetzelfde woord gebruikt.

Mijn woordprogramma heeft berekend dat Jaeggy’s zinnen gemiddeld 5,5 woorden lang zijn, wat verbijsterend kort is. Probeer zo weinig mogelijk uit te lopen, maar maak er ook weer geen wiskunde-oefening van, houd ik mezelf voor. Het Nederlands heeft in dit soort minimalistische stijl immers altijd net iets meer woorden nodig. Bijvoorbeeld omdat het Italiaans bij een vervoegd werkwoord geen persoonlijk voornaamwoord nodig heeft: de uitgang van het werkwoord geeft wel aan om wie het gaat. Het Nederlands kan zoiets niet. Neem het doodgewone zinnetje 'vado a casa'. Dat kan in het Nederlands alleen 'ik ga naar huis' worden: een kwart méér woorden!

Le dico che vorrei stare un momento sola. Pochi minuti. La cella era gelida. In quei pochi minuti ho messo il chiodo nella tasca del vestito grigio di Johannes. Non volevo guardarlo. Il suo viso è nella mia mente, nei miei occhi. Non ho bisogno di guardarlo. Invece facevo l’opposto.

Ik zeg haar dat ik even alleen zou willen blijven. Een paar minuten maar. De cel was ijzig. In die weinige minuten heb ik de spijker in een zak van Johannes’ grijze pak gestopt. Ik wilde niet naar hem kijken. Zijn gezicht zit in mijn geest, in mijn ogen. Ik hoef niet naar hem te kijken. En toch deed ik het omgekeerde.

Er is nóg een eigenaardigheid die Jaeggy’s vertelstijl heel herkenbaar maakt: ze springt voortdurend, ook binnen één alinea, van een verleden tijd naar een historisch praesens en terug, wat een heel nerveus effect geeft. Nu zou je kunnen zeggen: dat neem je als vertaler toch gewoon over. Was het maar zo simpel! In de praktijk gaat het Nederlands daar minder soepel mee om en dreigt het procedé zelfs ergernis op te wekken als het te vaak wordt ingezet. Er gaat bij mij nooit een vertaling de deur uit zonder dat minstens een deel ervan is bekeken door een drietal proeflezers uit mijn vriendenkring, en in dit geval signaleerden ze alle drie los van elkaar hetzelfde probleem: ik zat op dat punt nog te dicht op het Italiaans. En dat betekende: in een volgende versie geval per geval herbekijken en afwegen in hoeverre Jaeggy’s eigenzinnige stijl verzoenbaar was met het Nederlandse taalgevoel.

Zo blijkt een op het eerste gezicht doodeenvoudige tekst uiteindelijk een aartsmoeilijke te zijn. En dat is nu net het fascinerende aan literair vertalen: nooit kun je terugvallen op routine, elk nieuw boek vormt weer een nieuwe uitdaging.

Frans Denissen (1947) is auteur en literair vertaler uit het Italiaans en Frans. Hij maakte naam met zijn versie van de middeleeuwse klassieker Decamerone van Giovanni Boccaccio. Van André Baillon (1875-1932) vertaalde hij acht romans en schreef diens biografie De gigolo van Irma Ideaal. Uit het Italiaans vertaalde hij poëzie van Eugenio Montale en Cesare Pavese en verhalend proza van Leonardo Sciascia en vooral Carlo Emilio Gadda (Die gore klerezooi in de Via Merulana, 2000 en De leerschool van het lijden, 2011). In 2012 werd hij bekroond met de Martinus Nijhoff Prijs.

Fleur Jaeggy (1940) werd geboren in Zürich. Na het voltooien van haar studie in Zwitserland, verhuisde Jaeggy naar Rome, waar ze Ingeborg Bachmann en Thomas Bernhard ontmoette. In 1968 ging ze naar Milaan om te werken voor de uitgeverij Adelphi en trouwde met Roberto Calasso. Haar eerste meesterwerk was de roman De gelukzalige jaren van tucht (1989). The Times Literary Supplement noemde haar roman Proleterka het beste boek van 2003. Ze vertaalde werk van Marcel Schwob en Thomas de Quincey in het Italiaans. Bij uitgeverij Koppernik verschenen de roman SS Proleterka en de verhalenbundel Ik ben de broer van XX.

 Naar het vertalerskanaal



Over de auteur

Nederlands Letterenfonds

14 volgers
0 boeken
0 favorieten
Specialist


Reacties op: Vertalersgeluktournee: Bedrieglijke eenvoud. Notities bij het vertalen

 

Gerelateerd

Over

Fleur Jaeggy

Fleur Jaeggy

FLeur Jaeggy werd geboren in Zürich. Na het voltooien van haar studie in Zwitse...