Hebban vandaag

Column /

Vertalersgeluktournee: Caroline Meijer over een vrouwelijke tekst

Twintig romans, afkomstig uit dertien landen en vertaald uit elf talen, zijn genomineerd voor de Europese Literatuurprijs 2022. De prijs bekroont zowel auteur als vertaler(s) van de beste hedendaagse Europese roman die in het afgelopen jaar in Nederlandse vertaling is verschenen. Tot aan de bekendmaking van de shortlist eind juni vertellen de vertalers van deze romans over hun werk.

Genomineerd Europese Literatuurprijs 2022

Een geest in de keel

Auteur: Doireann Ní Ghríofa
Taal: Engels
Vertaler: Caroline Meijer

Na de geboorte van haar vierde kind vullen eindeloze lijsten vol taken de dagen van een jonge schrijfster. Terwijl ze worstelt met dat repetitieve bestaan, dringt zich een stem uit het verleden op: die van de achttiende-eeuwse dichteres Eibhlín Dubh Ní Chonaill. Het gedicht dat zij schreef na de moord op haar echtgenoot wordt beschouwd als een van de belangrijkste in de Ierse literatuur.

Doireann Ní Ghríofa verweeft knap twee vrouwenlevens: dat van een Ierse edelvrouw die al knielend een handvol bloed van het levenloze lichaam van haar man drinkt, en dat van een jonge vrouw die zich, tussen het stofzuigen en kolven door, de ambitieuze taak stelt het gedicht van haar voorgangster te vertalen. Gaandeweg transformeert de schrijfster steeds meer in een detective die een historisch vrouwenleven probeert te reconstrueren.

Een vrouwelijke tekst en een hommage aan het vertalen

Door Caroline Meijer

Ga er maar aan staan – net bevallen, twee kleuters die aan je benen hangen, druk aan het kolven, wassen en stofzuigen, maar met je hoofd zit je bij een indrukwekkende rouwklacht die te boek staat als het belangrijkste Iers-Gaelische gedicht uit de achttiende eeuw: de zogenaamde 'Caoineadh Airt Uí Laoghaire'. Je wilt het doorgronden, vertalen in modern Engels, alles te weten komen wat er te weten valt over de jonge auteur ervan, Eibhlín Dubh Ní Chonaill (1743-1800). Zij was op haar drieëntwintigste smoorverliefd geworden op genoemde Art, een prachtman in dienst bij de Hongaarse huzaren. Ze trouwde met hem, kreeg al snel twee kinderen, en dan raakt Art in conflict met een Anglo-Ierse magistraat en wordt gedood. Als zijn paard bebloed thuiskomt, springt Eibhlín bij de merrie op de rug en galoppeert terug naar Carraig an Ime, waar ze haar man vermoord aantreft. Dit is het verhaal van het lange gedicht van 36 strofen, maar de kracht zit in de verwoording en de gevoelens die erin zijn gestopt – de verliefdheid, het geluk, de ontembare woede, de intens diepe rouw.

De jonge Ierse schrijfster Doireann Ní Ghríofa (1981), de vrouw die tussen het kolven door babybraaksel uit haar paardenstaart wast en voor ze de kinderen van school haalt naar de bieb rent voor nog een studie over de rouwklacht, die schrijfster levert aan het eind van haar boek een nieuwe Engelse vertaling van het lange gedicht af. Eraan vooraf gaat het Iers-Gaelische origineel uit 1773. En daaraan vooraf gaat 'de vrouwelijke tekst' waarin verteld wordt waarom en hoe ze ertoe kwam. Want het vertalen van de rouwklacht en de zoektocht naar Eibhlín Dubh groeien uit tot een ware obsessie. Ze ploetert en vertaalt, of vertaalt en ploetert.

In de Nederlandse uitgave staat ook de (eerste) Nederlandse vertaling van de rouwklacht. Die is uiteraard gebaseerd op het Engels van Ní Ghríofa en niet op de Gaelische brontekst. Dat had gekund, en het had ook gekund op basis van de vier andere Engelse vertalingen die er zijn, maar het gaat nu juist om de manier waarop zíj de tekst ziet en beleeft. Eigenlijk is dat de kern van het boek dat hier Een geest in de keel heet: de intensiteit van hoe het leven van een ander – een andere vrouw – vermengd raakt met jouw leven. Wat je beleeft als je een tekst leest die je raakt. Hier wordt verteld hoe dat met de auteur gebeurde. Vandaar de noodzaak om de eigen versie van de auteur te vertalen – overigens een discussie die ook met de Nederlandse uitgever gevoerd werd, met het gelukkige resultaat dat het gedicht nu in drie versies achterin opgenomen is.

'Eigenlijk is dat de kern van het boek dat hier Een geest in de keel heet: de intensiteit van hoe het leven van een ander – een andere vrouw – vermengd raakt met jouw leven.'

Een geest in de keel is een uitgesproken talig boek, ritmisch en stilistisch verfijnd, typisch een tekst van een dichter en vertaler die zich bewust is van elke komma die gebruikt wordt of ontbreekt. Doireann Ní Ghríofa is een veelbekroonde dichteres in zowel het Engels als het Iers die haar eigen gedichten vertaalt. Zij speelt met woorden, motieven en thema’s, associeert en verbindt, neemt bijvoorbeeld elke gelegenheid te baat om al wat wit is te accentueren. Wit waren al de handschoenen van de geliefde huzaar of het eiderdons op het echtelijke liefdesbed, maar wit zijn ook de rijkelijk vloeiende moedermelk, de spaties tussen woorden, de inkt van haar tattoo, de koplampen die op haar afkomen, de bladzijden waarop zij haar vrouwelijke tekst schrijft en meer. Ik werd er al vertalende door aangestoken en maakte ook opzettelijk een fout door de 'blankets' van het liefdesbed niet te vertalen met dekens zoals het hoort, maar met lakens – daar zit toch meer in van het wit dat ook in het woord 'blankets' verscholen zit. Om nog maar te zwijgen van al het wit waarvoor zij het woord pale gebruikt. Hoe moet je dat vertalen: bleek, blank (valt dat woord nog te gebruiken?), blanco, wit? Dat zijn leuke hoofdbrekens voor een vertaler.

De Oudierse tekst zit vol passie, het paard zit niet gewoon onder het bloed, maar de manen van de merrie zijn besmeurd met zijn hartenbloed; als Arts schoonheid beschreven wordt, wordt gewezen op zijn sabel, zijn kolbak met goudgalon, zijn 'ranke laarzen van uitheems leer' en ga zo maar door. En net als de passie spat ook het verdriet van de bladzijden of de woede als ze uitbarst tegen de magistraat die opdracht gaf tot de moord. Daar was het al vertalende interessant om de ernst van het schelden na te gaan. Toen ik de regels 'Mar cloisim á luachaint / Gur boidichín fuail tu' tegenkwam en zag hoe Doireann dat 'boidichín' vertaalde met 'you’re a right pissy bodkin', wilde ik toch graag afgaan op een kenner van het Gaelic, de keltoloog Mícheál O Flaithearta van de Universiteit Utrecht. Hij wees op een andere vertaling die spreekt van een 'piddling lout' (Seán Ó Tuama), maar zou zelf dichter bij het Iers blijven en de moordenaar uitschelden met 'you are an insignificant piece of piss' (mail 28 mei 2021):

So the original does not contain the Irish version of 'bodkin' which would be bóidicín (with long ó) but rather boidichín (with short o), a diminutive form derived from bodach 'a burly, clumsy man, countryman, churl'. Ó Tuama’s translation as 'lout' is quite accurate. 'piddling' (= pissing) is an accurate translation of fuail 'of piss/urine'. So I think your poet/translator used bodkin because of its meaning (awl, prick) and the similarity in sound with Irish bod 'penis'.

Het werd bij mij uiteindelijk geen volledige lul maar 'een vreselijke eikel'.

Uiteraard was de lopende tekst van het boek de zwaarste vertaalklus. Het is goed dat het ook een spannend verhaal is, de zoektocht naar de 'echte' vrouw achter de achttiende-eeuwse tekst die vloeiend overgaat in de vrouw die zich op haar stort, zwanger en wel. Ze bezoekt de plaatsen van Eibhlín en haar eigen plaatsen van herinnering, bijvoorbeeld de snijzaal van toen ze nog tandheelkunde studeerde. Alles komt met een enorme intensiteit op haar af, wordt met een enorme intensiteit verwoord. Telkens komen flarden uit het gedicht terug en worden betrokken op wat ze doet. Zo dichtbij kan literatuur komen. En het is mooi dat Doireann Ní Ghríofa, dichteres en kolvende moeder, zichzelf ook ziet als vertaler – niet alleen als vertaler sec, maar ook als vertaler van de gevoelens die je hebt als je talloze ballen in de lucht moet houden. Maar eerst en vooral is ze vertaler omdat ze haar ziel en zaligheid steekt in de tekst van een ander – iemand die haar na komt en die ze echt wil leren kennen. Een geest in de keel is behalve een vrouwelijke tekst ook een hommage aan het vertalen.

Auteur en vertaler


Doireann Ní Ghríofa

Doireann Ní Ghríofa (1981) is dichteres en essayiste. Haar poëzie werd veelvuldig bekroond. Een geest in de keel is haar prozadebuut en werd verkozen tot Boek van het Jaar door zowel de Irish Book Awards als door Foyles (non-fictie). Het boek werd alom bejubeld in de pers en stond wekenlang in de bestsellerlijsten.

Foto: © Bríd O'Donovan via Letterenfonds


Caroline Meijer

Caroline Meijer studeerde vertaalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en vertaalde solo of in duo werk van onder meer Siri Hustvedt, Rachel Cusk, Maggie Shipstead en Tim Parks. Daarnaast is ze eindredacteur van Filter, tijdschrift over vertalen en VNLex. Voor de website Athenaeum.nl schreef ze eerder over de vertaling van de eerste zin in Een geest in de keel (Van Oorschot).

Foto: via Letterenfonds

Naar het vertalerskanaal



Over de auteur

Nederlands Letterenfonds

19 volgers
0 boeken
0 favorieten
Specialist


Reacties op: Vertalersgeluktournee: Caroline Meijer over een vrouwelijke tekst

 

Gerelateerd

Over

Doireann Ní Ghríofa

Doireann Ní Ghríofa

Doireann Ní Ghríofa (1981) is dichteres en essayiste. Haar poëzie werd veelvu...

Caroline Meijer

Caroline Meijer

Caroline Meijer studeerde vertaalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam e...