Hebban vandaag

Column /

Vertalersgeluktournee: Paula Stevens over het huisje dat verhuisde

Twintig romans vertaald uit negen talen maken kans op de Europese Literatuurprijs 2021. De prijs bekroont zowel auteur als vertaler(s) van de beste hedendaagse Europese roman die in het afgelopen jaar in Nederlandse vertaling is verschenen. De longlist is samengesteld door 17 boekhandels. Tot aan de bekendmaking van de shortlist eind juni vertellen de vertalers van deze romans over hun werk.

De onzichtbaren

Roy Jacobsen, vertaald door Paula Stevens

Op een eiland vlak voor de adembenemende kust van Noorwegen groeit Ingrid Barrøy op. Het ruwe eilandleven verloopt volgens zijn eigen wetten, met zware winters en heldere zomers. Een leven dat, net als het landschap zelf, van een grootse, broze schoonheid is, met in de verte de rest van de wereld. Ingrids vader droomt ervan een kade te bouwen die hen verbindt met het vasteland, maar zo dicht bij de rest van de wereld zijn blijft niet zonder gevolgen. Haar moeder heeft haar eigen dromen: meer kinderen, een kleiner eiland, een ander leven. En er blijft altijd één vraag die Ingrid haar nooit mag stellen. Wanneer Ingrid oud genoeg is, wordt ze naar het vasteland gestuurd om voor een van de rijke families aan de kust te werken. Maar dan gebeurt er iets tragisch en moet ze noodgedwongen terugkeren naar de plek die ze dacht achter zich gelaten te hebben.

Het huisje dat verhuisde

Door: Paula Stevens

Ooit nam ik tijdens een internationaal vertaalsymposium in Oslo deel aan een workshop onder de titel: 'Waarom is het zo verdomde moeilijk om Roy Jacobsen te vertalen?' Achter de tafel vlogen de voorbeelden van zijn vertalers uit de hele wereld over en weer, in de zaal werd fanatiek en instemmend geknikt. En te midden van dat alles zat de aanstichter, Roy Jacobsen, totaal niet onder de indruk van de frustraties van zijn herdichters. Integendeel, hij leek het uiterst vermakelijk te vinden.

Waaróm is het zo moeilijk om Jacobsen te vertalen? Mijn Engelse collega Don Bartlett beschrijft Jacobsens stijl als volgt: 'onsentimenteel, gestript tot op het bot, gebeeldhouwd, beknopt, secuur, gekalibreerd, geen woord te veel, geen woord te weinig, lange zinnen die hun eigen regels en ritme volgen, poëtisch.' En dat klopt. Sommige schrijvers hebben een pagina nodig om een scène, een sfeer te beschrijven, Jacobsen doet dat vaak in één enkele zin. Dat is fijn voor de lezer. Maar niet voor de vertaler. Jacobsen beheerst de kunst van het weglaten als geen ander, maar als vertaler moet je eigenlijk weten wát er dan weggelaten wordt, om grip te krijgen op de tekst. Je bent altijd bang dat je iets niet begrepen hebt, bang dat je het verkeerde weglaat, of juist te veel toevoegt. Wat uiteraard voor elke vertaling geldt, geldt daarom bij Jacobsen in overtreffende trap: je moet uiterst nauwkeurig lezen, zelfs áchter de woorden, de compacte zinnen en beelden uit elkaar halen, ontleden en weer reconstrueren. Dan kijken hoe het eruitziet, luisteren hoe het klinkt, het ritme uittesten… 'Translating you is never a walk in the park, Roy,' zei voornoemde Don Bartlett met veel gevoel voor understatement.

Is Jacobsen dus altijd al lastig te vertalen, in De onzichtbaren kwam daar nog een extra uitdaging bij: het verhaal speelt zich af langs de kust van Noord-Noorwegen en beschrijft een bestaan dat niet meer bestaat, in een vervlogen tijd. Jacobsen kent deze streek, Helgeland, maar al te goed: zijn moeder kwam er vandaan en elke zomervakantie keerde het gezin vanuit Oslo terug naar haar ouderlijk huis op het eiland Dønna. Jacobsen was naar eigen zeggen al vanaf zijn tweede gefascineerd door de verandering die zijn moeder dan doormaakte: opeens sprak ze dialect, droeg andere kleren en bleek ze allerlei vaardigheden te bezitten die hij in de grote stad nooit had vermoed. Als kind begreep hij niet hoe zijn moeder zo ontroerd kon zijn door het leven dat ze zo graag achter zich had gelaten toen ze naar de hoofdstad verhuisde.

Op zijn achttiende kwam Jacobsen naar Dønna, nadat hij in Oslo in de jeugdgevangenis was beland wegens betrokkenheid bij een jeugdbende: de verhuizing was de beste manier om aan dat milieu te ontkomen. Hij woonde bij zijn grootouders en werkte onder andere als visser, onderwijzer, seizoensarbeider en grafdelver en werd, toen een bemanningslid wegens verregaande dronkenschap van boord gestuurd was, prompt door een oom meegenomen op walvisvaart.

Er woonde een oude dame naast zijn grootouders: toen Jacobsen haar ooit als achtjarig jongetje vroeg hoe een eilandje aan de horizon heette, noemde ze de naam en zei: 'Dat is de mooiste plek op aarde.' Een vreemde opmerking tegen een kind, een opmerking die bleef hangen. Toen hij op Dønna kwam wonen, werd de oude dame weer zijn buurvrouw en praatte hij veel met haar. Ze vertelde dat zij haar hele leven op dat kleine eilandje aan de horizon gewoond had, zonder elektriciteit of welke andere moderne voorziening dan ook: op het laatst woonde ze er alleen met haar moeder, tot in 1963 de autoriteiten besloten dat dat onverantwoord was en de twee vrouwen, toen 53 en 89 jaar oud, werden overgebracht naar het grotere eiland Dønna – met huis en al: dat werd afgebroken, overgevaren en weer opgebouwd naast het huis van Jacobsens grootouders: het huisje dat verhuisde, zogezegd. Dat kleine, nu verlaten eiland en de verhalen van de oude buurvrouw en van zijn moeders familie vormen de basis voor De onzichtbaren.

Jacobsen kent het leven daar dus door en door, uit eigen ervaring: vissen, grond bewerken, noem het maar op, hij heeft het zelf gedaan. Dat betekent dat hij veel specialistische en/of lokale termen gebruikt, die ook Noren vaak niet begrijpen. Gelukkig had hij een verklarende woordenlijst bijgevoegd, maar al wist ik wat hij bedoelde, hoe vertaal je dat dan in het Nederlands? Een voorbeeld: om kabeljauw tot stokvis te kunnen verwerken (wat wij hier ook al niet doen) wordt die op een speciale manier schoongemaakt: je snijdt de buikholte open, haalt alle ingewanden eruit maar laat staart en rug intact, zodat je de vis open kunt klappen – dat proces heb ik alleen beschreven gezien bij Midas Dekkers, die ergens het recept voor opengeklapte cavia beschrijft. De kabeljauwen worden dan in paren aan hun staarten bijeengebonden en op de droogrekken gehangen. Ik heb stad en land afgebeld, visafslagen, visverwerkingsbedrijven, beroeps- en amateurvissers, hobbykoks met een voorliefde voor vis: iedereen wist wat ik bedoelde, maar niemand had er een Nederlands woord voor. Wel heb ik ontdekt dat de fans van stokvis in Nederland op één hand te tellen zijn… Uiteindelijk, na veel interessante maar niet altijd even nuttige telefoongesprekken kwam ik terecht bij een visfileerder die me kon vertellen dat het proces 'vlinderen' heet (bedankt, Arie!) – althans, dat woord kwam het dichtst in de buurt. Maar ik heb, zoals bij elke vertaling, weer veel nieuwe dingen geleerd – weet u wat kieuwwammen zijn? Ik nu wel – dingen die me misschien niet meteen een betere vertaler maken, maar wel een geliefd lid van het pubquizteam…


De auteur

Roy Jacobsen (Oslo, 1954) schrijft romans, korte verhalen en kinderboeken en wordt gezien als een van de belangrijkste auteurs uit Noorwegen. De onzichtbaren is in meer dan twintig landen vertaald en stond op de shortlist van de Man Booker International Prize en de International Dublin Literary Award. In juni verschijnt bij uitgeverij De Bezige Bij Witte zee, wederom in vertaling van Paula Stevens.

Afbeelding © Agnete Brun


De vertaler

Paula Stevens studeerde Scandinavische taal- en letterkunde en is sinds 1982 werkzaam als vertaalster Noors. Ze heeft inmiddels meer dan 75 romans vertaald, waaronder werk van Karl Ove Knausgård, Lars Saabye Christensen, Johan Harstad, Herbjørg Wassmo, Lars Mytting en Roy Jacobsen. Van hem vertaalde ze onder meer Vorst, Wonderkinderen, Grenzen en Het nieuwe water.

Vanwege haar inspanningen voor de promotie van de Noorse literatuur in Nederland en België werd ze in 2006 benoemd tot Commandeur in de Noorse Koninklijke Orde van Verdienste, in 2010 ontving ze de Amy van Marken-prijs voor haar gehele vertaaloeuvre. In 2018 ontving ze samen met Edith Koenders de Europese Literatuurprijs voor de vertaling van Johan Harstads Max, Mischa en het Tet-offensief.

Stevens geeft lezingen en vertaalworkshops in binnen- en buitenland en organiseert onder andere literaire lunches om de Noorse literatuur onder de aandacht van Nederlandse uitgevers te brengen, in samenwerking met NORLA en de Noorse ambassade in Den Haag.

Naar het vertalerskanaal



Over de auteur

Nederlands Letterenfonds

19 volgers
0 boeken
0 favorieten
Specialist


Reacties op: Vertalersgeluktournee: Paula Stevens over het huisje dat verhuisde

 

Gerelateerd

Over

Roy Jacobsen

Roy Jacobsen

Roy Jacobsen (Oslo, 1954) schrijft romans, korte verhalen en kinderboeken en wor...

Paula Stevens

Paula Stevens

Paula Stevens studeerde Scandinavische taal- en letterkunde en is sinds 198...