Advertentie

Hebban vandaag

Dossier /

Waarom lezen jongeren niet? Het boekenvak vs. de overheid

door Enno 46 reacties
Uit het pas verschenen PISA-rapport kwam naar voren dat jongeren schrikbarend minder lezen. Hun leesplezier is lager dan in alle andere landen, en leesvaardigheid zakt voor het eerst tot onder het gemiddelde van de EU-landen. Het boekenvak protesteert harder dan ooit; Enno de Witt trok er voor Hebban.nl op uit voor een confrontatie tussen overheid en uitgevers.

Een schok ging vorige week door de boekenwereld: Nederlandse – en Vlaamse – jongeren lezen niet meer, hun leesvaardigheid zit in een duikvlucht, het einde der tijden is nabij. Opmerkelijk, want de overheid en een heleboel stichtingen en aanverwante organisaties hebben de afgelopen decennia vele miljoenen verspijkerd juist aan leesbevordering.

Investeren op school

'Standaard in iedere klas een bibliotheek met minimaal vijftig boeken.'

Voor Jean Christophe Boele van Hensbroek van uitgeverij Lemniscaat was het aanleiding om in een felle open brief minister Slob (ChristenUnie) en diens voorgangers verantwoordelijk te stellen voor de huidige ellende: ‘Uw eigen ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap besteedt geen cent aan kinderboeken op school. Jazeker, er wordt geïnvesteerd in lesmethoden en leerboeken, maar niet in kinderboeken, terwijl iedereen weet dat die essentieel zijn: niet alleen voor de leescultuur, maar ook voor de algemene ontwikkeling van kinderen.’  

De uitgever vraagt zich af hoe het kan dat, terwijl er allerlei hoogdravende idealen over goed onderwijs dat opleidt tot mondig burgerschap worden beleden, het toch zo slecht gaat. ‘Terwijl voor tien euro per kind iedere school een bibliotheek in de klas kan hebben. En dan is er nog een probleem: een leraar kan zijn leerlingen pas boeken aanraden als hij ze zelf gelezen heeft, als hij weet welk boek bij welk kind en bij welk vakonderdeel past. Op dit moment is het vak Jeugdliteratuur (…) slechts een keuzevak op de Pabo – op andere pedagogische opleidingen is er vaak helemaal geen aandacht voor kinderboeken – en zo stroomt er een hele generatie leraren het onderwijs in, die de rijke wereld van de kinder- en jeugdboeken niet of nauwelijks kent. En hoe moet een leraar zijn leerlingen aan het lezen brengen als hij zelf tijdens zijn opleiding niet met kinderboeken in aanraking is geweest?'

Hij pleit voor standaard in iedere klas een bibliotheek met minimaal vijftig boeken ‘die voor de helft bestaat uit mooie, voor die leeftijd geschikte kinderboeken en voor de andere helft uit leesboeken die aansluiten bij de vakken die er dat jaar worden gegeven. Boeken waarin kinderen dagelijks kunnen lezen.’  

Ook uitgever Myrthe Spiteri van YA-specialist Blossom Books wijst naar het onderwijs, en dus de overheid: ‘Het is gelukkig aan het veranderen, maar nog steeds wordt veel volgens lijsten gelezen. Hou je dan niet van lezen, maar bijvoorbeeld wel heel veel van voetbal en er staat een voetbalboek op, dan kan je misschien tóch ervaren dat er boeken zijn die bij je passen. Helaas komt dat bijna nooit voor en zijn lijsten eigenlijk alleen maar een belemmering. Op veel scholen mag je ook alleen oorspronkelijk Nederlands werk lezen. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen, maar als kinderen dan op sociale media iets zien over een internationale hype willen ze dat boek ook lezen. En waarom niet, er is net zoveel aandacht aan de redactie besteed, de zinnen zijn net zo goed als die van een Nederlandse auteur.’

Elitair vs. toegankelijk 

'De tegenstelling tussen elitair en toegankelijk is vals.'

Kinder- en jeugdboekenuitgever Thille Dop van Luitingh-Sijthoff wijst naast het verdwijnen van Jeugdliteratuur uit het curriculum van de Pabo ook op de verminderde status van de docent als factor, maar volgens haar zijn er meer, zoals de veranderende samenstelling van de bevolking, waardoor onze voorleestraditie dreigt te verdwijnen. En dat er steeds meer tweeverdieners zijn en wellicht minder tijd is om voor te lezen. 

Ze ziet ook kansen voor een mentaliteitsverandering bij de boekhandel: ‘In de tijd dat ik Carry Slee uitgaf kwam ik een boekhandelaar tegen die haar boeken achterin de winkel zette. Hij schaamde zich ervoor. Terwijl dat de boeken zijn die worden gelezen. Pers, onderwijs en iedereen die aan leesbevordering doet: geef niet alleen de literaire boeken aandacht maar ook de goed geschreven toegankelijke en humoristische boeken. Je moet kinderen een mix aanreiken en ze zelf laten kiezen. Niet terugvallen op lijsten. Boekhandel, pers, uitgevers en iedereen die aan leesbevordering doet: ga naar scholen en kijk wat er leeft onder de kinderen. Laten we met elkaar het kinderboek promoten.’  

De tegenstelling tussen elitair en toegankelijk is volgens Dop vals: ‘Ik snap wel dat als je in de jury zit die Griffels uitdeelt je let op originaliteit en goed geschreven, maar je hebt net zo goed goede en slechte toegankelijke boeken. Wij geven bijvoorbeeld Julius Zebra van Gary Northfield uit omdat het toegankelijk en humoristisch is, maar bovendien goed geschreven en kinderen steken iets op van de Oudheid maar daarnaast geven wij ook een gedichtenbundel voor 15+ uit van Kees Spiering.’ 

Een kinderboek voor iedereen

'Ik denk dat iedereen wel zijn verantwoordelijkheid voelt.'

Uitgeefdirecteur Carine van Wijk van Gottmer noemt de cijfers ‘schrikbarend’, zeker ook omdat ze een gestage neergang laten zien. Om zoveel mogelijk kinderen aan te spreken kijkt ze goed naar de opbouw van het kinder- en jeugdboekenfonds, dat boeken bevat voor de leeftijden nul tot en met achttien. ‘Zo divers mogelijk, voor de ontwikkelde én de minder geoefende lezer, fictie en non-fictie, maar ook divers in de prijsstelling.’  

Het idee is dat jongeren die eenmaal begonnen zijn met lezen ze daar dankzij een voldoende aansprekend aanbod ook mee door kunnen en willen gaan. ‘Het leeft behoorlijk bij uitgevers, ik denk dat iedereen wel zijn verantwoordelijkheid voelt. Wij hebben onlangs uitgeverij Big Balloon overgenomen, juist ook omdat die sterk aanwezig is in het supermarkt- en tijdschriftenkanaal. We werken actief samen met scholen. Maar er is niet één factor aan te wijzen en dat maakt het moeilijk. Aan de andere kant komen bij onze Grijze Jager-evenementen nog steeds duizenden kinderen, dus de behoefte aan mooie verhalen bestaat nog steeds.’   

Bij uitgeverij Meis & Maas en zusje BILLY BONES zetten ze al enige tijd in op aansluiting bij de doelgroepen. De missie, schrijft Saskia Zwiers op Facebook, ‘zoveel mogelijk kids – ook juist diegenen die NIET van lezen houden – (meer) aan het lezen krijgen.’ Meis & Maas doet dat door samenwerking met bekende merken als Minecraft en Lego, BILLY BONES maakt grappige boeken. Uitgever Luna Wong Lun Hing van Overamstel-imprint Moon, ooit opgericht door Dop: ‘Net als alle uitgevers van kinder- en jeugdboeken proberen we mooie boeken te maken die iedereen wil lezen. Pas als we daarmee zouden stoppen zouden we onze verantwoordelijkheid ontlopen.’ Dat vindt ook Spiteri: ‘We doen er alles aan om toegankelijke boeken te maken voor jongeren. Het ligt niet aan ons dat die zo slecht lezen, integendeel.’

Uitgever Joris van de Leur van De Fontein, onderdeel van VBK Uitgeversgroep, lijkt het een goed idee als alle uitgeverijen een krachtig signaal richting Den Haag gaan geven over de meest effectieve besteding van de leesbevorderingsgmiljoenen: ‘Ik verbaas me erover dat we zoveel geld uitgeven aan het bevorderen van lezen en dan dit resultaat zien.’ Een deel van de verklaring zit hem volgens Van de Leur in de gerichtheid op literatuur: ‘Wij zetten juist heel sterk in op leesplezier. Op toegankelijk en laagdrempelig. Dagboek van een muts. Het leven van een loser. Door een andere verhouding van beeld en tekst verleiden we de lezer. Het is de eerste stap op weg naar Dostojevski. Juist jongetjes van een jaar of tien, die normaal stoppen, krijgen wij met Jeff Kinney aan het lezen. Maar alle campagnes zijn veel te elitair. Ik blijf dat benadrukken. Ook omdat als het zo doorgaat, uitgeverijen hun deur wel kunnen sluiten.’ Kinney is sinds kort officier in de Franse Ordre des Arts et des Lettres. Bij de aanvaarding van die eer zei hij het stimuleren van leesvaardigheid als een grote verantwoordelijk te voelen.

Duurzaam veranderen

'Dit betekent durven experimenteren en kijken wat werkt en wat niet.’

‘Auteurs als Jeff Kinney moeten we altijd omarmen’, zegt CPNB-directeur Eveline Aendekerk, ‘en elitair gedrag werkt nooit als je de (jonge) lezer wil bereiken.. De vraag is hoe het zou zijn geweest als we al die tijd niets hadden gedaan. Dat zullen we natuurlijk nooit weten. Interessant is te snappen wat landen die beter scoren anders en dus beter doen. Daar kunnen de beleidsmakers van OCW misschien eens induiken.’  

‘Het is belangrijk ons te realiseren dat, willen we echt iets duurzaam veranderen, we het hele systeem moeten bekijken. De rol van ouders, zorgverleners - van consultatiebureaus tot huisartsen -, docenten, sociale omgeving, aanbod van boeken en ja, ook de promotie. We zijn in Nederland met vele partijen en vele programma’s op deze gebieden actief. We werken al steeds beter samen, maar dit zouden we nog kunnen intensiveren. Consistent de krachten bundelen en activiteiten afstemmen is wat mij betreft cruciaal. Dan pas kunnen we echt de witte vlekken zien.’ Als voorbeeld van samenwerking noemt ze de Leescoalitie, opgericht in 2012, waarin de CPNB samen optrekt met Stichting Lezen, Stichting Lezen & Schrijven, het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum, de bibliotheken en het Nederlands Letterenfonds.. 

‘Vanuit ons geredeneerd, als marketingcommunicatiebureau van de sector, gaat het om gedragsverandering, om het stimuleren van leesgedrag. Een vast leesmoment inbouwen in je dag bijvoorbeeld. Dat is altijd een traject van lange adem en niet van speldenprikjes. De grote en bewezen les hierbij is: eerst aansluiten, dan kun je pas ombuigen. Niet zenden en vertellen maar vanuit de belevingswereld van de lezer redeneren. En ja, dan moeten we op andere plekken en andere manieren campagne voeren, andere boodschappen verkondigen en met mensen en partners werken die dichtbij de lezer staan. Dit betekent de komende tijd durven experimenteren en kijken wat werkt en wat niet.’

Leesoffensief

'De wil om als boekenvak zelf de handschoen op te pakken lijkt groter dan ooit.'

Aendekerk denkt niet dat de oplossing in het aanbod zit: ‘Er is zo veel aanbod van prachtige boeken. Er is een boek voor iedereen en voor iedereen is er een boek. Lezers helpen kiezen is daarom cruciaal. Gelukkig is de boekhandelaar daar expert in, en ook Hebban is om die reden heel belangrijk. Wij zullen hier in onze campagnes ook meer op inzetten.’  

Een woordvoerder van minister Slob verwijst naar een persbericht dat vorige week werd uitgebracht, waarin hij en zijn collega Van Engelshoven oproepen tot een leesoffensief, ‘als aanvulling op andere bestaande manieren om lezen te stimuleren.’ ‘Lezen is prachtig!’ roept Van Engelshoven uit. Op korte termijn komt er een publicatie aan alle scholen over wat werkt om het leesonderwijs te verbeteren. ‘Ook gaan de ministers samen met onderwijs- en leesorganisaties in gesprek hoe het leesplezier vergroot kan worden.(…) Bovendien roepen de ministers ouders en grootouders op hun kinderen of kleinkinderen regelmatig voor te lezen.’ De regering gooit verder nog wat meer geld tegen het probleem aan en maakt lezen en leesplezier tot vast onderdeel van het curriculum.

Wil de situatie ten goede keren en kunnen de uitgeverijen over een generatie hun boeken nog verkopen, dan lijkt wachten tot de overheid iets doet een heilloze weg. De wil om als boekenvak zelf de handschoen op te pakken lijkt daarentegen groter dan ooit. Wat er moet gebeuren – meer op de doelgroep gericht, breed beschikbaar aanbod dat overtuigend onder de aandacht wordt gebracht – is duidelijk. De vraag is nu alleen nog wie de regie gaat nemen in de wirwar van grote en kleine partijen en hun deelbelangen.

Enno de Witt is werkzaam bij Boekblad en auteur van de boeken Ruzie en Over de grens



Over de auteur

Enno

8 volgers
0 boeken
0 favorieten


Reacties op: Waarom lezen jongeren niet? Het boekenvak vs. de overheid