Blogpost: Nico van der Sijde

Aleksandar Tisma, gruwelijk groot schrijver over het grijze gebied tussen 'goed' en 'fout'

In 2010 werd ik helemaal lyrisch over Aleksandar Tisma, aanleiding van een paar van zijn boeken (zie de recensie bij "Het boek Blam"). In datzelfde jaar heb ik ook Argwaan en vertrouwen, De school van de goddeloosheid en De Kapo gelezen. Schitterend wederom, en reden genoeg voor deze blog, temeer omdat deze boeken helaas niet op Hebban staan. In mijn eerdere stuk (de zojuist genoemde recensie) schreef ik al dat Tišma heel genuanceerd en invoelbaar schrijft over zowel beulen als slachtoffers, zodat 'goed' en 'kwaad' uitermate relatieve begrippen worden. In vooral De school van de goddeloosheid en De Kapo doet hij dat opnieuw, met werkelijk genadeloze precisie en diepgang.

Het titelverhaal uit De school van de goddeloosheid is zo'n beetje het meest ijzingwekkende verhaal dat ik ken, omdat het een martelaar en beul van binnenuit beschrijft en ons helemaal onderdompelt in de gruwelen die hij veroorzaakt en de vertwijfeling in zijn eigen hoofd. Vertwijfeling die culmineert in een barok gebed tot God, waarin hij Hem dankt dat Hij niet bestaat. Een enorme opluchting, want er is dus ook geen opperrechter die ervoor zorgt dat beulen hun gerechtvaardigde straf niet ontlopen, maar tegelijk een bijzonder ontnuchterend besef: er IS geen God, er IS geen rechtvaardigheid, alleen de redeloosheid regeert. Die combinatie van opluchting en ontnuchtering vind ik echt geniaal beschreven, en nog genialer vind ik hoe Tišma ons allerlei nuances laat zien in het gevoelsleven van een beul ZONDER over dat gevoelsleven te oordelen.

Dat laatste doet Tišma in De Kapo misschien zelfs nog briljanter. Deze roman gaat over Lamian, een Jood die vlak voor en tijdens WO II steeds probeerde te ontsnappen aan zijn Joodse identiteit, puur om te overleven. In Auschwitz doet hij dat door 'Kapo' te worden: een gevangene die net als alle anderen elk moment gedood kan worden, maar die als een soort bediende van de SS wel extra rechten heeft. Rechten die hij verdient door medegevangenen te martelen, te verkrachten en te vermoorden. Tišma laat op echt briljante wijze zien hoe Lamian geleidelijk aan op dit 'slechte pad' terechtkomt, en ook hoe sluipenderwijs dit gebeurt. Tišma oordeelt wederom niet: hij toont en analyseert. En wel zo precies dat je, tot je grote schrik, ergens ook BEGRIJPT hoe Lamian tot zijn gruweldaden is gekomen. 'Begrijpen' is zeker niet hetzelfde als 'goedpraten': daarvoor zijn de gruweldaden te gruwelijk, en daarvoor zijn de gefrustreerde machtsfantasieen van Lamian te weerzinwekkend, hoe begrijpelijk de achterliggende frustratie ook is. Maar Tišma beschrijft de doodsangst en de 'Joodse zelfhaat' van Lamian zo precies dat je het als lezer, ondanks al je weerzin, ook gelooft. En hij beschrijft de naakte overlevingsdrift zo overtuigend dat je ook die, ondanks al je afschuw, kunt navoelen. Ook schetst Tišma op bloedstollende wijze de wurgende wroeging van Lamian na WO II: wroeging vermengd met zelfhaat vermengd met panische terugkerende angst, en vooral ook met het besef dat hij nooit van zijn wroeging zal worden verlost.

In discussies over 'goed' en 'fout' tijdens WO II wordt wel vaker gezegd dat we niet te snel moeten oordelen. En ook dat we nooit zeker weten of we zelf in bepaalde situaties niet ook 'foute' keuzes zouden kunnen maken. Volgens mij zijn dat waarheden als koeien. Maar tegelijk blijven dit soort waarheden vaak nogal abstract. De verdienste van Tišma is dan dat hij deze waarheden concreet maakt, door alle diepten en nuances te peilen in een personage dat vreselijk 'fout' is en door tegelijk te laten zien hoe begrijpelijk het helaas is dat dit personage zo enorm in de fout gaat. Hij laat ons meevoelen met iemand die we liever niet zouden willen kennen, hij wekt ons begrip voor een gedachtewereld die we eigenlijk niet willen begrijpen, hij nodigt ons uit onbevooroordeeld te kijken naar iemand die we met alle kracht zouden willen veroordelen. We vergeven Lamian niet - logisch ook, want Lamian vergeeft zichzelf niet-, en voelen ook geen sympathie voor hem - logisch ook, want hij is een abjecte zak. Maar we kunnen hem deels wel begrijpen en aanvoelen. Ondanks onszelf.

Een groot schrijver, die Tišma. Gruwelijk, maar groot. Ik ben blij dat ik hem gelezen heb.

Reacties op: Aleksandar Tisma, gruwelijk groot schrijver over het grijze gebied tussen 'goed' en 'fout'