Annemieke de Schepper Auteur

Blogpost: Annemieke de Schepper

Bang voor Nico Dijkshoorn

april 2020 
                                    
fdbbfa0c155535024a09a9adc55b8d14.jpg6fdc52edb424e89d564ee52a06c23b56.jpg
DWDD is niet meer. ‘Tot zover’, zei Matthijs vrijdag 27 maart en hij trommelde daarbij niet meer op tafel.  Ik mis het programma. Ik mis ook Nico Dijkshoorn die iedere woensdagvond zijn column daar schreef en voordroeg. De columnist met wie ik een paar weken geleden eigenlijk had mogen optreden in Schiedam. Maar het ging niet door. 

 Ik zou meedoen met ‘Schrijvers aan de toog’, een ludiek evenement ter ere van het 100-jarig bestaan van de Schiedamse bibliotheek. In oktober had ik deze uitnodiging aangenomen met een licht gevoel van  spanning. Ik, die me ternauwernood ‘schrijver’ durfde te noemen, zei stoer ‘ja, natuurlijk’op de vraag of ik wilde voordragen aan de bars in plaatselijke cafés. Het was een kans op publiciteit voor mijn roman ‘De stille oorlog van mijn vader’. En ach, tegen die tijd zou ik wel zien.  

In de maanden die volgden, voelde ik mijn spanning toenemen als ik dacht aan 19 maart. Maar ik had het nog onder controle. Tot ik op een dag eind februari de ‘line-up’ van het programma onder ogen kreeg. Ik kreeg het acuut benauwd. Op de aankondiging van ‘Schrijvers aan de toog’ prijkten namen als Eva Hoeke, columniste uit het Volkskrant Magazine, Vrouwkje Tuinman en Nico Dijkshoorn. Ik googlede nog even voor de zekerheid, maar, het was echt dè Nico Dijkshoorn die iedere week bij Matthijs van Nieuwkerk in de studio zijn column voordroeg. De columnist die mij elke keer had weten te boeien en vaak had weten te ontroeren. Met zijn volumineuze stem en bombastische voordracht wist hij hoe hij met pathos zijn column tot leven moest wekken. Hij was al door een van de Schiedamse café-restaurants gereserveerd om in hun etablissement op te treden, hoorde ik uit betrouwbare bron. Niemand had nog een reservering op mij gedaan, naar mijn weten… 

Ik sliep er slechter van. Wie zou er, wanneer er ook schrijvers van dit formaat hun spitsvondige stukjes zouden voordragen, in vredesnaam afkomen op ene Annemieke de Schepper. Een Schiedamse schrijfster met een debuutroman over een onbekende Zeeuwse familie in een vergeten Zeeuws-Vlaamse oorlog? Vrienden en gezinsleden spraken mij vermanend toe: ‘Doe niet zo onzeker.’ En: ‘He, het zijn gewoon mensen, hè.’ En: ‘Jij hebt gewoon je eigen stijl.’ Stuk voor stuk ware uitspraken, maar vooral geruststellend voor diegenen die er zelf niet hoefden te staan. 

Ik zocht naar de wortels van mijn angst voor de concurrentie met een groepje BN’ers. Ik onderzocht het schrikbeeld dat ik daar zou staan met slechts een handjevol mensen om me heen. Slechts intimi om precies te zijn, die me bemoedigend glimlachend aan zouden kijken terwijl ik met bibberende handen mijn boek op de juiste pagina zou openslaan, en aarzelend zou beginnen met lezen. De intimi die me na afloop, vluchtig zouden zoenden en na een ‘Goed gedaan joh’ zich niet te opvallend maar wel zo rap mogelijk uit de voeten zouden maken op weg naar de volgende kroeg waar over vijf minuten, nou ja, u-weet-wel-wie, zou gaan optreden. Mij achterlatend in een leeg café met de kroegbaas, mijn buddy en mijn uitgerolde banner.  

Angst dus. Angst om niet te schitteren. Angst om niet te voldoen aan de verwachtingen van anderen. Angst om te moeten constateren dat iemand uit medelijden naar jou komt luisteren in plaats van uit intrinsieke belangstelling voor jouw werk.  En toen kwam Corona. Ik hoef waarschijnlijk niets verder uit te leggen. Want u begrijpt het: het evenement waar ik een half jaar geleden met zoveel aplomb ‘ja’ op had gezegd en waar ik zo tegenop was gaan zien, ging niet door. Vanwege Corona. Afgelast zoals zoveel andere evenementen.

Ik voelde niet veel, geen opluchting, geen teleurstelling, slechts een lichte gêne voor wat ik zo had opgeblazen in mijn geest. 
 Het leven ging door. In de dagen die volgden waren er steeds meer bezigheden die werden gecanceld. Mijn optreden aan ‘Schrijvers aan de toog’ werd een goede grap zoals die van ‘Ken je die van Sam en Moos die op vakantie gingen? Nee? Nou, ze gingen niet.’  

Het verdween op de achtergrond in alle Corona-hectiek. 
Tot woensdag 25 maart. Op tv keek ik naar een van de laatste afleveringen van DWDD. Matthijs van Nieuwkerk was druk in gesprek met zijn tafeldame tot hij zich plots wendde tot de bijna lege tribune en het woord gaf aan Nico Dijkshoorn. Daar zat hij: mijn held, de BN’er met wie ik eigenlijk vorige week donderdag aan de toog had mogen zitten, die in mijn hoofd de belangrijkste veroorzaker was geworden van het ontbrekend publiek bij mijn voordracht. Daar zat hij. Op de vierde of vijfde rij van een lege tribune. De bevlogen columnist die elf jaar lang elke woensdag bij Matthijs zijn column voordroeg. Elf jaar lang omgeven door de energie van een enthousiast publiek en tegenover een volle tafel met geanimeerde gasten. Met elke woensdag een luid applaus als beloning. Daar zat hij nu. Niemand om hem heen. Geen enkel mens voor, naast of achter hem. Op meer dan 1,5 meter afstand van de tafel met Matthijs en zijn twee gasten. 

Het overviel hem dat hij nu al de beurt kreeg. Hij zette zijn leesbril op. Verweesd en verward begon hij met voordragen. Zijn woorden weergalmden in de verder lege studio. Hij versprak zich een keer. Sloeg zijn schriftje dicht. Improviseerde. Bedankte Matthijs voor al die mooie jaren: ‘Ik vond het weergaloos’, benadrukte hij. Het bleef stil. Geen publiek dat applaudisseerde. Matthijs knikte hem toe: ‘Jij ook bedankt, Nico.’ En ging verder met zijn volgende gast.  

Toen de camera wegdraaide, zag ik nog ik nog net de knieën van Nico in beeld. Zijn handen met de pen erin er wat hulpeloos en vruchteloos bovenop. Hij bleef zitten tot het bittere eind.  

Door: Annemieke de Schepper  

Lees verder op mijn site

Reacties op: Bang voor Nico Dijkshoorn

De stille oorlog van mijn vader - Annemieke de Schepper Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners