Blogpost: Bohse

Brainstormen (2)

‘Heb je even?’ vroeg ik terwijl ik ging zitten.
‘Eigenlijk niet, nee,’ zei mijn vrouw, ‘de aardappelen beginnen te pruttelen en ik wou nog snel twee taken verbeteren.’
‘Dit duurt niet lang,’ veegde ik de aardappelen en taken resoluut van ons kookeiland. ‘Het gaat om een idee voor een verhaal.’
Mijn vrouw keek me wantrouwig aan.
‘Dit heeft toch niks te maken met een hoop kristallen voor Flurk van de planeet Flork? Daar heeft onze zoon me vanochtend namelijk nog voor gewaarschuwd.’
‘Nee nee, hiermee sla ik een totaal nieuwe weg in: Roald Dahl meets Monty Python meets Stieg Larsson, maar dan geflambeerd met een averechts scheutje #metoo. Ik zie het helemaal zitten.’
‘Hoever sta je precies met dat verhaal?’
‘Nergens.’
‘Nergens? Wat kom je hier dan aan mijn kop zeuren?’
‘Ik bedoel, ik heb nog maar enkele dialogen op papier, maar ik wou de insteek en de pointe alvast voorleggen. Aan jou. In primeur.’
‘Waarom? En waarom ik - wat heb ík misdaan?’
‘Heel grappig. Maar luister, het gaat om een man met een lijk aan zijn voordeur. Dat lijk is van zijn vrouw. Heel dramatisch. Behoorlijk goor ook, daar kom ik dadelijk nog op terug. De man zit ineengedoken in een zetel in zijn eigen woonkamer met voor hem op een stoel een belegen rechercheur die álles heeft meegemaakt in zijn vak. Die rechercheur is echt een ouwe rot in het vak, hij kent elke leugen, elk motief, elk moordwapen en elke staat van ontbinding. De echtgenoot in de zetel heeft de politie zelf gebeld. Het is een puinhoop van een vent, trillend en snikkend en op het randje van een definitieve instorting want hij is werkelijk de wanhoop nabij. Dat lijk - zijn vrouw dus - heeft hij doodgeschoten met behulp van twee jachtpatronen met grove hagel uit een dubbelloops geweer en dat vanop een afstand van minder dan twee meter. Dus zoals ik daarnet al aangaf: het is een behoorlijke ravage geworden daar aan die voordeur. Alles zit onder de smurrie en de hagelgaten.’
‘Gezellig verhaal tot nu toe,’ klonk het van boven de kookplaat. ‘Mooie manier ook om een relatie af te sluiten.’
‘Die dingen gebeuren,’ zei ik verstrooid terwijl ik door enkele A4-tjes rommelde. ‘Je zou er versteld van staan hoeveel huwelijken zo eindigen.’
Toen ik geen reactie kreeg, keek ik op.
‘O, niet in ons geval. Wij hebben geen vuurwapen in huis. Of  hagelpatronen met chevrotines.’
‘Hm, je schijnt er meer van af te weten dan ik dacht. Maar ga verder: de echtgenote voelt niks meer en de man is een snotterig hoopje ellende, daar kan ik me wel iets bij voorstellen. En dan?’
‘Goed, waar was ik? O ja, de man zit dus zijn relaas te doen, met horten en stoten. En op het eind - en nu moet je bij de les blijven, want hier begin ik voor te lezen uit eigen werk - verklaart hij: 

“Toen ze daar zo voor me stond, kwam het allemaal weer terug: haar vriendjes, de ruzies, telkens weer dat misselijke, misplaatste zelfbeklag. En op het ogenblik dat ze die verdomde reistas tevoorschijn haalde, werd ik volslagen gek! Ik wist niet hoe ik haar zo gauw kon tegenhouden! Want toen ze er drie maanden geleden vandoor ging…” 

Waarop de rechercheur, van zijn stuk gebracht, de man onderbreekt: 

“Wat, drie maanden geleden? Luistert u eens hier, als u uw vrouw heeft omgebracht drie maanden nadat zij u verliet voor een ander, dan wijst dat op voorbedachte rade. Gezien het tijdsverloop tussen oorzaak en gevolg is een impulsieve daad in dat geval uitgesloten.” 

En dan de man weer tegen de rechercheur:  

“U heeft het helemaal mis! Ze had met hem gebroken! “Een fout” noemde ze het, “een vergissing”!” 

En wanneer hij de niet-begrijpende blik van de rechercheur opvangt:  

“Snapt u het dan niet?! Ze wou me niet verlaten, maar bij me terugkomen! Dat vond ze nota bene de beste oplossing voor ons allebei!”’ 

Ik keek op, ten volle voorbereid op klaterend applaus. Ik zou het plechtig en voornaam in ontvangst nemen - nederig, maar met een vleugje ingehouden trots. Dat had ik al ingestudeerd voor de spiegel.
Maar ik zag of hoorde niks van idolate bewondering.
‘Wel, wat denk je ervan?’
Mijn vrouw keek terug, met open mond.
‘En wat is de titel van dat verhaal van jou?’ wou ze nog weten.
De Wanhoopsdaad,’ antwoordde ik gretig.
Mijn vrouw bleef me maar aanstaren.
‘Ik zou mijn dagtaak nog niet opgeven als ik jou was,’ zuchtte ze dan, terwijl ze zich met een vork in de hand over de weerloze aardappelen in de dampende kookpot boog.

Reacties op: Brainstormen (2)

Gesponsorde boeken