Blogpost: Vincent Baumgart

Geen thriller

Zojuist had de kerel met de snor hem gevraagd of hij Chinees lustte. Dit zou de good cop kunnen zijn. Maar de agent droeg wel een holster onder zijn oksel. De andere was kalend, te dik en droeg een blouse met grote ruiten die hij pas in de uitverkoop van C&A gekocht had. Vincent wist dit, omdat hijzelf had getwijfeld. Maar nee, die grote ruiten waren grof. De dikke tegenover hem had er anders over gedacht. Misschien had diens vrouw de blouse gekozen, en aangereikt in de paskamer, samen met een jeans XXL.

‘Dus die nieuwe roman van je,’ begon de dikke, met Amsterdamse tongval, ‘die nieuwe romanjjjjjjjj, dat is dus geen thriller?’

Niet antwoorden, schreeuwde het in zijn binnenste. Alles wat je zegt geeft ze houvast om je verder in het nauw te drijven. Doe als Volkert van der G, die brak ook niet.

‘Het is bedoeld als literatuur,' hoorde hij zijn stem. Hij verwenste zichzelf. Zijn trots speelde hem parten. ‘Literatuur, in de traditie van Vestdijk of... eeh...’ Hij zocht een naam die ze ook zouden kennen. Wat las een gemiddelde Amsterdamse agent?

‘Arnon Grunberg!’ Hij schreeuwde de naam, waar hij juist zo'n hekel aan had.

De dikke keerde zich naar de snor. ‘Ken jij die?’

‘De enige reden dat we u voor een ondervraging hebben opgehokt, is dat we willen weten waarom u 'literatuur', – ik hoop dat ik het goed uitspreek –, heeft geschreven. U kunt ook zwijgen, maar dat is niet gunstig. Maakt u zich geen zorgen, uw verklaring is pas geldig als u die ondertekend heeft.’

De good cop inderdaad. De vent keek afwachtend, zijn wijsvinger gereed boven het toetsenbord.

‘Het is niet zo dat ik een hekel heb aan politie, of aan moorden of zo.,.’ Hoe kon hij eerlijk zijn, en de dienders niet rechtstreeks beledigen? Het bloed steeg naar zijn gezicht. ‘Maar..., ehh, het is altijd zo... hetzelfde. Ik wil graag over het échte leven schrijven, ik bedoel... ik ben blij dat jullie bestaan, daar niet van, maar jullie nemen gewoon teveel plaats in in al die breinen van mensen die boeken lezen. Er moet meer diversiteit komen.’

Zo, dat was er uit, en met een mooi woord dat hij verder kon gebruiken om zijn zaak te bepleiten.

‘DUS WIJ ZIJN NIET HET ECHTE LEVEN?’ De dikke schoot op van zijn stoel en boog zich over tafel. Zijn bungelende das raakte bijna het tafelblad.

‘Rustig nou Sjon,’ vermaande de snor. ‘Meneer was net aan zijn verhaal begonnen.’ En tot Vincent: ‘Sjon heeft last van posttraumatische stress. Gisteren heeft hij twee ontbindende lijken bij elkaar gezocht in een Bijlmerflat. Ik hoop op uw begrip.’

‘Gekotst dat ik heb, godverd...’ De dikke wreef met zijn arm over zijn voorhoofd.

‘Ik heb nu staan: 'ik wil over het échte leven schrijven.' Kunt u dat toelichten? Denkt u rustig na.’ De snor keek hem aan als een psychiater, vorsend en vriendelijk.

Hij rilde. Was het mogelijk, om hier, in dit kille bureau, te verklaren dat hij had geprobeerd om problematische seks te beschrijven? Dus geen hint naar toekomstige seks, of seks waar de auteur zich met een paar gemeenplaatsen van afmaakt, maar mislukte seks, die nog gekocht was ook? En dat met een hoofdpersoon die aan het eind van het boek een collega mishandelt?

'Ik was vergeten te zeggen dat er wel politie in mijn roman voorkomt, maar enkel in de fantasie van de hoofdpersoon. Hij is bang voor de politie omdat hij een strafbaar feit heeft gepleegd. Dus indirect spelen jullie wel een rol, al is het geen thriller.’

Het duo tegenover hem keek elkaar aan. ‘Geen thriller, maar wel politie,’ mompelde de dikke voor zich uit.

De snor kantelde traag zijn hoofd van links naar rechts, alsof hij een afweging maakte.

‘En hoe heet die 'literaire' romanjjjjjjjj van je, waar mislukte seks in voorkomt?’ Bij 'mislukte' maakte de dikke koddig bedoelde hoofdbewegingen met rollende ogen.

‘De Groene Sprinkhaan,’ antwoordde hij. Zijn mond was droog en hij snakte naar een slok water.

‘Laten we het dan maar door de vingers zien,’ zei de good cop.

‘Op voorwaarde dat we ook in je volgende 'literaire romanjjjs' – de dikke liet weer de ogen rollen – voorkomen. Ik zal je schoenveters gaan halen, dan kan je naar huis.’

Aan de balie overhandigde de dikke agent hem het plastic zakje met zijn sleutels, telefoon en schoenveters. Vincent bedankte de man, die hem plotseling niet meer zo kwaad leek. Toen hij de draaideur wilde binnengaan, klonk achter hem opnieuw de Amsterdamse stem:

‘Dat woord 'literatuur', dat zou ik voortaan maar niet te vaak gebruiken, als ik jou was.’

Lees verder op mijn site

Reacties op: Geen thriller