Blogpost: Nico van der Sijde

Infinite Jest van David Foster Wallace: een van mijn meest favoriete boeken

Het meest overweldigende boek dat ik in jaren heb gelezen: even hilarisch als tragisch, even onoverzichtelijk en complex als ontroerend, even grotesk-komisch als horrorachtig en walgingverwekkend. Je vindt David Foster Wallace OF helemaal geweldig OF helemaal niks: ik vind hem dus helemaal geweldig, net als Hanneke en Prowisorio met wie ik dit boek samen las, wat tot veel enthousiast gekrabbel leidde. Ik heb hem zelfs direct aan mijn top 10 aller tijden toegevoegd. En hij gaat daar voorlopig ook niet meer uit!

Eigenlijk is het een onmogelijk boek: 1079 (!!) pagina's vol bizar origineel en daardoor voortdurend concentratie-eisend proza, met een wirwar aan vaak nauwelijks verbonden verhalen zonder plot, met ellenlange onorthodoxe zinnen die worden toegelicht in ellenlange onorthodoxe eindnoten, waarbij die eindnoten dan weer een volkomen onverwachte draai geven aan de tekst die je eerst las. Proza van een hyperactieve en hypergevoelige geest, proza ook van iemand die de volle chaos van het moderne leven - waarin je gebombardeerd wordt met informatie door TV, internet, krant en straatrumoer- poogt te vangen, in proza dat net als onze zo chaotische wereld alle kanten op schiet. Een soort mix ook van Kafka (door alle personages die gevangen zijn in hun eigen hoofd: hun leven is hun gevangenis, hun worsteling is hun lot), David Lynch (je wordt meegesleept in een soort surrealistische wereld, die niettemin verontrustende overeenkomsten heeft met de onze) en Dostojevsky (door de waanzin en obsessies van vele personages: uitvergrotingen van ons normale gedrag, maar tegelijkertijd verontrustend herkenbaar). En tegelijk is David Foster Wallace volkomen origineel. Ik ken niemand die liposuctie beschrijft als 'hyperbolic hoovering'. Ik ken niemand die de abnormale weerbaarheid van een bepaald type kakkerlak verklaart door het feit dat ze geboren en getogen zijn in ´Hobbesian sewers´. Ik ken niemand die zo vaak erin slaagt mij in een enkele zin LETTERLIJK van de bank te laten vallen van de lach EN TEGELIJK te laten verkrampen van walging of ook medegevoel. Ik ken ook niemand die zoveel verschillende stijlen combineert: intellectualisme met platte 'slang' en straattaal; dialoog (waarbij vooral veel tussen de regels door wordt gezegd: werelden van verdrongen droefheid die schuilgaan onder bizarre en briljante grappen) met manische monoloog (eveneens met veel emotie tussen de regels); beschrijvingen van hallucinaties met geniale essays over niet bestaande maar erg diepzinnige films; pure jool en satire met totale horror; filosofie met slapstick; hilarische humor met totale desillusie; parodie op FBI-films met groteske passages over als vrouw verklede junks; verhoren waarin de vragen wegvallen en de ondervraagden totaal leeglopen in barokke en furieuze monologen.... en ga zo maar door.

Het is bijna niet te geloven dat zoveel bizarre fantasie en zoveel variatie afkomstig kan zijn uit één hoofd. En toch is het zo. De verhalen spelen in een soort toekomstig Amerika, dat inmiddels een unie vormt met Canada en Mexico, een unie die afgekort wordt als O.N.A.N. Ja, Wallace kan ook heel melig zijn. President is de oude crooner George Gentle, wie kent hem niet. Bijna iedereen in O.N.A.N. jaagt op kicks, amusement, verdoving. De commercialisering is totaal doorgeslagen: elk jaar is gesponsord en naar die sponsor vernoemd, het 'statue of liberty' wordt 'libertine statue' genoemd en draagt producten ip.v. een fakkel, en iedereen heeft een 'TP'(teleputer) waarop een stuwmeer aan geestdodende amusementsfilmpjes kan worden afgedraaid. Een bepaalde regio in O.N.A.N. is zo vervuild dat de hele natuur erdoor muteert. Wallace beschrijft deze bizarre wereld op geniale en hilarische wijze, met een wirwar van fictieve cultuurhistorische essays, fictieve protestfilmpjes en maffe dialogen (bijvoorbeeld over het juiste rolmodel voor de jeugd: is dat de ´prancing ass´ of juist de ´singing Kleenex´ ). Er is ook verzet tegen de O.N.A.N., van een groepering verzetstrijders uit Quebec in, jawel, rolstoelen. Het meesterlijke vind ik dan dat een van die verzetstrijders OOK een uitermate invoelbaar personage is, en dat zijn bizarre gesprekken met, jawel, een Amerikaanse geheim agent in travestie, OOK uitermate intrigerend, filosofisch en zelfs ontroerend zijn. Veel passages in het boek gaan over de familie Incandeza. De vader, James Incandenza, is een excentrieke en uiterst ontoegankelijke filmer die (volgens geruchten) een film gemaakt heeft die iedere toeschouwer meteen helemaal voor eeuwig verdooft. Het ultieme einddoel van elk amusemenent: totale verdoving van alle kijkers. Gek genoeg echter is James Incandenza tegelijk een heel avantgardistische filmer, die met zijn tegendraadse films de platte mechanismen van het amusement juist aan de kaak wil stellen en bestrijden. In diverse echt prachtige (maar dus fictieve) film-essays wordt heel meeslepend beschreven hoe hij dat doet. Het geniale hier vind ik dan weer dat die films, zoals ze hier worden beschreven, mij volkomen overtuigen als parodie en als experiment, maar tegelijk ook als een poging om te communiceren op een niet-commerciele manier. Dus niet alleen maar parodie en spot op ons al te platte kapitalisme, maar ook een zoektocht naar een uitweg. Een wanhopige zoektocht weliswaar: we lezen al snel dat James Incandenza op onorthodoxe wijze en deels mysterieuze redenen zelfmoord gepleegd heeft. Maar dat maakt de zoektocht niet minder belangrijk. Integendeel zelfs. Willen maar niet kunnen communiceren, vergeefs vechten tegen de gevangenis van je eigen hoofd, zo gevangen raken in je eigen wereld dat je niet meer weet wat je voelt en wat je veinst te voelen, jezelf bedwelmen uit pure wanhoop tegen de leegte en dan vechten tegen die bedwelming: dat is waar veel van de verhalen over gaan. Zo verliezen allerlei leden van een tennisklinkiek, opgericht door (wederom) James Incandenza, zich in de monomanie van de sport en tegelijk in drugs en depressies. En in een nabij gelegen drugskliniek is verslaving en geestelijke instorting al helemaal schering en inslag.

Zodra Wallace de totale ontmenselijking en verloedering door drugs en/of depressie beschrijft, is hij werkelijk een monsterlijk goede stylist. De zinnen en metaforen die hij voor die toestanden bedenkt doen bijna letterlijk pijn aan je ogen, en timmerden er bij mij echt keihard in. Maar even imponerend is hoe hij in die sferen van verloedering soms ook glimpen van hoop schetst. Hij maakt bijvoorbeeld aannemelijk hoe bepaalde standaardstappen van de 'Alcoholics Anonymous', zoals jezelf voorhouden 'one day at the time' en ook openlijk met anderen delen van je problematiek, gewoon kunnen werken. Ik had deze stappen altijd voor platte clichés versleten, maar Wallace (die deze problematiek overigens van nabij kende) overtuigde mij van het tegendeel. Bovendien laat hij in werkelijk hallucinerende taferelen zien hoe sommige personages helemaal de bodem bereiken en toch blijven knokken tegen hun lot. Wallace schetst dus niet alleen maar de liederlijke kanten van drugsverslaving en depressie (hoewel hij dat op zich al briljant genoeg doet), maar ook de innerlijke kracht om je daartegen te verzetten. Zoals hij in de verhalen over de tenniskliniek niet alleen maar de monomanie van de sporter beschrijft, maar ook (en m.i. op prachtige wijze) hoe je als topsporter de grenzen van je beperkte 'ik' kunt opzoeken en overwinnen. Zowel de jeugdige tennissers als (vooral) de drugsverslaafden zijn volgens mij bedoeld als uitvergrotingen van 'normale' Westerse mensen als wij: sterk levend voor de kicks, levend zonder grijpbaar hoger doel, en daardoor des te vatbaarder voor verslaving aan die kicks en voor depresssieve wanhoop aan de leegte. En tegelijk zijn ze ook invoelbaar, herkenbaar, ontroerend soms, een enkele keer zelfs bijzonder heldhaftig. Het zijn dus soms groteske lachspiegels en TEGELIJK ook herkenbare, soms zelfs heldhaftige personages. Hoe die David Foster Wallace die combinatie voor elkaar krijgt weet ik niet, maar DAT hij het voor elkaar krijgt heb ik zelf gezien. Tot mijn eigen ongeloof.

En ja, dan is er dus die voortdurend briljante en steeds volkomen originele stijl. 'Bruce Green fell dreadfully in love with the classmate who had the unlikely name of Mildred Bonk. She was the kind of fatally pretty and nubile wraithlike figure who glides through the sweaty junior/high corridors of every nocturnal emitter´s dreamscape´. De tweede zin vind ik echt geweldig, vooral omdat de intense verliefdheid van Bruce zo onalledaags wordt beschreven. Maar de maffe eerste zin wekt al de suggestie dat het vast niets wordt, al wordt dat verder niet verteld omdat zijn verhaal hier afbreekt. Vele pagina´s later gaat het over allerlei verslaafden met ook voor henzelf onbegrijpelijke, want door pure verstandsverbijstering en delirium ingegeven tattoos. En dan duikt Bruce Green weer op: ´It emerges that the male tattoos with women´s names on them end, in their irrevocability, to be equally disastrous and regretful, given the extremely provisional nature of most addict´s relationships. Bruce Green will have MILDRED BONK on his jilted right triceps forever´. Zo schetst Wallace ook de teloorgang van deze liefde op originele wijze: niet met een conventioneel verhaal, maar via het treurige beeld van een onuitwisbare maar op voorbijgaande impulsen berustende tattoo. Alles is dus origineel en onverwacht bij David Foster Wallace: niets is eenvoudig en rechttoe rechtaan bij hem. Zelfs een gewone natuurbeschriijving loopt bij hem uit de hand: 'Cacti in queer tortured shapes. The tops of the palms like Rod Steward's hair, from days gone by'.

Zoals David Lynch op alle mogelijke manieren probeert te ontkomen aan de conventies van TV en film, zo probeert Wallace te ontsnappen aan alle conventies van normale literatuur of amusementsliteratuur. Dat is ongetwijfeld omdat hij normale literatuur te simpel vond, te makkelijk, te weinig ´nieuw´. Hij wil dat zijn lezers meer moeite doen dan bij amusement in boeken of op TV. In een normaal boek of een normale film krijgen we volgens Wallace vaak te veel dingen voorgeschoteld die we al verwachtten, en worden we te veel in slaap gesust en verdoofd. We worden te veel uitgenodigd tot passiviteit. Dat wilde David Foster Wallace dus echt TOTAAL anders doen. Zoals zijn personage James Incandenza heel andere films wilde maken dan anderen. Elke zin bij Wallace is daardoor een gratis training van ons brein, een extra oefening in soepelheid, activiteit en lenigheid. Misschien heeft Wallace overdreven, en het veel lezers TE moeilijk gemaakt. Dit soort bizarre literatuur is zeker niet naar ieders smaak, en soms werd ik er wel eens gek van dat ALLE zinnen op zijn minst ongewoon en vaak zelfs buitensporig zijn. Maar zelf heb ik juist door die buitensporigheid ook extreem genoten van dit boek. David, bedankt!

Reacties op: Infinite Jest van David Foster Wallace: een van mijn meest favoriete boeken