Renée Olsthoorn Auteur

Blogpost: Renée Olsthoorn

Je verliezen in bals bij kaarslicht en ruisende zijde

Blog geschreven op verzoek van de Feelgood Club en gepubliceerd als Feelgood Friday column op 23 februari 2018

Het verschijnsel `historische roman' is niet van vandaag of gisteren. Het genre ontstond in de negentiende eeuw, in het tijdperk van de Romantiek, toen men hunkerde naar lang vervlogen tijden uit een soort van onvrede met de eigen tijd. Denk hierbij aan schrijvers als Sir Walter Scott met zijn Ivanhoe of Alexandre Dumas père, auteur van De drie musketiers. Ook Nederlandse schrijvers waagden zich destijds aan het genre, onder wie Jacob van Lennep met zijn Roos van Dekama.

Het genre is eigenlijk nooit meer `uit de mode' geweest. Ook grote twintigste-eeuwse Nederlandse schrijvers, zoals Aart van der Leeuw, Hella Haasse of Theun de Vries hebben prachtige historische romans geschreven die de tand des tijds ongetwijfeld zullen doorstaan.Het begrip `historische roman' is overigens niet eenduidig.

Aan de ene kant heb je de zuiver fictionele kasteelromans, de superromantische liefdesverhalen waarin het decor een specifieke periode uit de geschiedenis is, maar waarin de beschreven personages en gebeurtenissen zijn voortgesproten uit de fantasie van de auteur, de structuur van de verhalen veelal in een format te vatten zijn en... waarin de erotiek meestal een niet onbelangrijke rol speelt. Aan de andere kant kun je spreken van `semi-fictionele' historische romans, waarin personen en/of gebeurtenissen worden beschreven die hebben bestaan, respectievelijk hebben plaatsgevonden, of waarin de hoofdpersonen níét hebben bestaan maar worden geplaatst in een waargebeurde situatie. In dit genre veroorlooft de auteur zich zekere vrijheden, c.q. laat hij of zij zijn of haar fantasie de vrije loop om het boek tot een roman te maken. In het laatstgenoemde genre kun je dan nog onderscheid maken tussen literatuur en ontspannende lectuur.

Het zal mijn onverbeterlijk romantische inborst zijn die van mij, al in mijn vroege tienerjaren, niet alleen een fan van historische romans heeft gemaakt, ongeacht de periode waarin ze zijn geschreven, ongeacht het type en ongeacht het tijdperk. Daarnaast heb ik een voorliefde voor negentiende-eeuwse auteurs, met als grootste liefde Jane Austen.Geen wonder dus dat ik spontaan `ja, graag!' antwoordde, toen ik ergens in het jaar 2006 van Harlequin Holland - tegenwoordig HarperCollins Holland - het verzoek kreeg een roman van Stephanie Laurens te vertalen. Ik kende Stephanie Laurens als bestsellerschrijfster van historische romans, maar had nog nooit een boek van haar gelezen. Een goed moment dus om ermee te beginnen! Bovendien had ik voor Harlequin Holland tot dan toe alleen modern romance vertaald, dus zou ik met deze opdracht een voor mij nieuw `vertaalgebied' aanboren. Ik greep die kans met beide handen aan.

Na de vertaling van mijn eerste Stephanie Laurens zijn er meer gevolgd, maar niet alleen van haar. Ook Nicola Cornick, Courtney Milan en Susan Wiggs hebben mij menig heerlijk vertaaluurtje bezorgd, waarin ik me kon verliezen in bals bij kaarslicht, fonkelende juwelen, ruisende zijde, knappe lords en lieftallige ladies.

Anders dan bij modern romance, moet je bij het vertalen van historische romans een aantal aspecten zorgvuldig in acht nemen: de `toon' van de dialogen, de taal van de narratieve gedeelten en de etymologie.De dialogen mogen niet te modern klinken, maar ook weer niet stijf overkomen. Je mag best hier en daar een ouderwetse uitdrukking gebruiken, maar het is en blijft een romantische roman voor fans van het genre van nú, dus het moet wel lekker leesbaar blijven.
In beschrijvingen moet je je juist weer zo modern mogelijk uitdrukken, deze moeten dus niet lezen alsof ze overgenomen zijn uit een roman van Multatuli, om maar een dwarsstraat te noemen.

Ten slotte het etymologisch aspect. Ik zie er altijd zorgvuldig op toe geen termen of uitdrukkingen te gebruiken, die men in de bewuste periode nog niet kende. Een begrip als `oké' is uit den boze, evenals zoiets hips als `cool' of `te gek'.Ooit kwam ik in een kasteelromannetje dat in de middeleeuwen speelde de term `slipje' tegen... Als je bedenkt dat de dames vanaf het tweede decennium van de negentiende eeuw pas drawers (hele grote onderbroeken) gingen dragen en daarvóór helemaal niets (echt waar), slaat een term als `slipje' natuurlijk nergens op.Kortom, zoals het iedere serieuze vertaler betaamt, streef ik naar een vertaling die in alle opzichten recht doet aan het origineel. En dat vereist tijd, creativiteit en soms ook fantasie of, liever gezegd, een behoorlijke dosis inlevings- en voorstellingsvermogen. Daarnaast mag de lezer niet het gevoel krijgen een vertáling te lezen, want dat is natuurlijk dodelijk voor de magische wereld die de auteur heeft willen scheppen.



Reacties op: Je verliezen in bals bij kaarslicht en ruisende zijde