Blogpost: Evi F. Verhasselt

Koning IJzewijs en de Palmbomenprinses - Fijne Kerst iedereen!

Ver, ver in het noorden, nog voorbij het huis van de Kerstman, helemaal op het uiterste, noordelijke puntje van de wereld, daar staat het paleis van Koning IJzewijs. Hij is een knappe kerel met ijsblauwe ogen en witte, piekerige haren, maar bovenal is hij een goedlachse en wijze koning. Vanuit zijn paleis van kristal regeert hij over ijsberen, Eskimo’s, sneeuwheksen en sneeuwmannen, maar dat doet hij natuurlijk niet alleen. In en rond het paleis wonen de IJzige IJvertjes, blauwe kobolden met lange puntoren en donzige, grijze wenkbrauwen die van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat bezig zijn met het maken van de winter. De mannetjes hakken met hun priegelige vingertjes nieuwe sneeuwvlokken uit en de vrouwtjes weven op hun getouwen van eenhoornhaar dikke wolkendekens en af en toe ook het prachtige noorderlicht dat Koning IJzewijs gebruikt om de koude hemel van zijn rijk mee te versieren.
 
En als het noorderlicht de kristallen koepels en muren van zijn paleis oplicht, de sneeuwheksen met hun gezangen de eeuwige dag beëindigen en de ijsberen zich te slapen leggen, dan rust Koning IJzewijs uit aan de rand van zijn betoverde, glazen meer in de grote Zaal der Verwondering. Vaak krijgt hij gezelschap van zijn IJzige IJvertjes die graag met hem meekijken in het meer naar wat er zoal gebeurd beneden de koudegrens. Hij gunt hen dan een blik in de huiskamers van de mensen, neemt hen mee op een tochtje door een bos of stadspark en laat hen kennis maken met dieren die in het verre noorden nog nooit gezien zijn.
 
Op één van zulke avonden was Koning IJzewijs bijzonder goed gezind. Zijn IJvertjes hadden prachtig werk geleverd en hij wilde hen belonen door ze zelf te laten kiezen wat het glazen meer hen moest tonen.
“Een zandkasteel!” riep een blauw kereltje dat van enthousiasme amper op zijn kussen kon blijven zitten.
“Nee, een roos!” smeekte een teer vrouwtje met bleekroze wangetjes.
“Of de schubben van een gouden draak,” droomde het IJvertje dat naast de koning zat hardop.
IJzewijs lachte vrolijk en weefde met zijn handen boven het spiegelende oppervlak een web van toverij waarmee hij het glazen meer beval om al het gevraagde te laten zien.
 
Maar, er verscheen geen roos, geen gouden draak, geen kabbelend zeewater aan de voet van een kinderlijk zandkasteel, nee...
Voor de ogen van Koning IJzewijs en zijn IJzige IJvertjes ontrolde zich een nooit gezien panorama van eindeloze zandgolven, duinen hoog als bergen en een brandende zon die onbarmhartig elk ontluikend sprietje groen weer in de bloedhete grond hamerde. Te midden van de trillende hitte stond een goudgeel paleis van zand met torens die opvlamden als vuur, omgeven door wuivende palmbomen die schaduw verleenden aan salamanders met ogen als juwelen en een schubbige huid die schitterde in duizend kleuren.
Plots openden de zware deuren van het paleis zich en er verscheen een jonge vrouw met een gebronsde huid, die de warmte leek in te ademen. Ze was gehuld in ragfijne zijde, haar polsen en hals bekleed met vloeibaar goud en haar door de zon gebleekte haren hingen als een mantel om haar heen. Koning IJzewijs werd op slag verliefd.
“Haar wil ik trouwen,” zei hij vurig en zijn IJzige IJvertjes konden daar alleen maar mee instemmen, want nooit eerder hadden zij in het glazen meer een schonere vrouw gezien.
 
Nog diezelfde avond riep Koning IJzewijs enkele sneeuwheksen naar het paleis en hij beval hen uit te zoeken wie de vrouw was die hij gezien had.
De heksen pendelden met kristallen van het zuiverste blauwe ijs boven het meer, ze dobbelden met zeldzame sneeuwvlokken en zochten naar aanwijzingen in de muil van een grauwende gletsjer.
“Ze is een prinses,” besloot de eerste heks.
“Ze is de jongere zuster van Koningin Zomer,” voegde de tweede eraan toe.
“Haar hittegolven zijn vernietigend,” waarschuwde de derde. “U kan niet met haar huwen.”
Daar schrok Koning IJzewijs wel van. Hij kende Koningin Zomer erg goed en wist dat ze een zuster had, maar hij had geen van beiden ooit ontmoet. Hij wist maar al te goed hoe gevaarlijk dat voor hem en de hele wereld kon zijn. Toch liet het beeld van de gouden prinses die tussen de palmbomen wandelde hem niet los.
“Er moet een manier zijn,” mompelde hij vastbesloten.
 
Weken gingen voorbij. Koning IJzewijs was er niet bij met zijn gedachten en dat werd alras duidelijk. De winter heerste maar matig in de wereld. Er viel nauwelijks sneeuw en de vorst verhardde de grond slechts weinig, waardoor bloemen en planten veel te vroeg begonnen te ontluiken.
Het werd zelfs zo erg, dat prinses Ogentel hem met een luchtnimf een boodschap stuurde met de vraag waarom ze nu reeds gewekt was en of ze al met de lenteschoonmaak diende te beginnen?
“Hoe laat is het dan?” vroeg Koning IJzewijs verbaasd.
“Het is eind december, edele vorst, de Kerstman is net weergekeerd naar zijn woonst,” antwoordde het luchtwezen eerbiedig.
Dat opende de ogen van de Koning en hij begreep dat het zo niet langer verder kon. Hij had nooit eerder zijn taken verwaarloosd!
“Ik heb twee boodschappen voor je,” zei IJzewijs aan de nimf. “Ten eerste breng je mijn verontschuldigingen over aan prinses Ogentel en wens je haar een fijne nachtrust toe in mijn naam. En ten tweede wil ik dat je haar vraagt waar de zuster van Koningin Zomer verblijft.”
 
De nimf vertrok. Er ging een winterstorm voorbij en de wereld werd bedekt onder een dikke laag sneeuw, aleer de luchtnimf eindelijk weerkeerde naar het paleis van de vorst.
“Ze woont in het verre, verre zuiden, diep in de woestijn, waar ze zich omringt met dadelpalmen en veelkleurige salamanders. Ze komt slechts zelden buiten haar domein en zelfs dan alleen wanneer haar zuster, Koningin Zomer, over de wereld regeert.”
“Ken je haar naam?” vroeg IJzewijs ademloos, maar de nimf schudde het hoofd.
“Ze wordt de Palmbomenprinses genoemd. Dat is alles wat ik weet.”
“Wil je haar een boodschap van me brengen?”
De luchtnimf boog diep.
“Het zou me een eer zijn, edele vorst.”
 
Daarop zocht Koning IJzewijs in zijn sneeuwtuin persoonlijk de mooiste ijsrozen uit en bond ze samen met een blauwe strik van geweven noorderlicht. Vervolgens schreef hij enkele verliefde woorden op helderste stuk ijs dat hij kon vinden en gaf alles aan de nimf.
“Ik vlieg met de noordenwind en kom zo snel mogelijk terug met haar antwoord,” zei de nimf vastberaden.
 
Een nieuwe winterstorm trok over de wereld. Het hagelde, ijzelde en vroor dat het kraakte. De IJzige IJvertjes werkten hele eindeloze dagen door om genoeg sneeuwvlokken te maken. Ze werkten zo hard dat zelfs het weven van noorderlicht vergeten werd.
 
Maar de nimf keerde niet weer.
 
Teneinde raad zocht Koning IJzewijs in het glazen meer naar antwoorden, maar hij vond niets en dus riep hij de sneeuwheksen weer bij zich. De wijze vrouwen begrepen meteen wat er gebeurd was.
“De ijsrozen smolten,” verzuchtte de eerste.
“Net zoals de brief,” voegde de tweede eraan toe.
“En de hitte verdampte de nimf,” sprak de derde tenslotte. “Laat dit een wijze les voor u zijn, mijn vorst. U kan nimmer met de Palmbomenprinses huwen.”
“Nimmer?” vroeg IJzewijs diep teleurgesteld.
“Nimmer,” antwoordden de heksen in koor.
 
Koning IJzewijs gaf het echter niet op. Hij stuurde drie van zijn sterkste en slimste IJzige IJvertjes, gezeten op de snelste ijsberen, naar de enige man die hem nog raad kon geven. Het duurde niet lang of ze keerden weer naar het ijspaleis met een opgerolde brief die versierd werd met rode en groene linten.
 
Hoogstedele Koning IJzewijs,
 
Uw liefde voor de Palmbomenprinses heeft me diep ontroerd, maar hulp kan ik u niet bieden. Het lijkt mij dat u haar slechts ten huwelijk kan vragen op de dag dat het sneeuwt in de woestijn en er zonnebloemen bloeien met Kerst.
 
Met spijt, de Kerstman
 
Ver, ver in het noorden, nog voorbij het huis van de Kerstman, helemaal op het uiterste noordelijk puntje van de wereld, daar zit Koning IJzewijs op zijn troon in de Zaal der Verwondering. Zijn IJzige IJvertjes zitten om hem heen, terwijl het noorderlicht haar kleurige licht laat dwalen over de muren van het paleis en de sneeuwheksen met hun gezangen de eindeloze dag beëindigen. In het glazen meer danst de Palmbomenprinses in de schaduw van haar bomen en salamanders, onwetend van de liefde van de Vorst, alleen in de gloeiende zon. Er lopen ijzige tranen over de wangen van de koning, want hij weet dat zij onbereikbaar is voor hem. Maar hij is een geduldig man en dus wacht hij nog steeds op die ene bijzondere dag.


Lees verder op mijn site

Reacties op: Koning IJzewijs en de Palmbomenprinses - Fijne Kerst iedereen!