Blogpost: Birgit_1989

Mooie fragmenten: Een vrolijke dood

Zoals al bijna veertig jaar – alleen onderbroken door een paar storende gebeurtenissen, zoals de Eerste Wereldoorlog of de uitslaande brand in de zagerij – had Alois Preininger ook deze zondagochtend aan zijn stamtafel in de herberg Zum Goldenen Leopold doorgebracht, had reerug met rode kool en servettenknoedels, plus acht kroezen bier en vier dubbel gedistilleerde borrels genuttigd en met zijn diepe, tremulerende basstem van allerlei belangrijks ten beste gegeven over de instandhouding van het Opper-Oostenrijkse volkseigen, het zich als schurft over heel Europa uitbreidende bolsjewisme, de achterlijke Joden, de nog achterlijker Fransen en de welhaast onbeperkte ontwikkelingsmogelijkheden van de toeristenindustrie. Toen hij ten slotte rond twaalven wat slaperig over de oeverweg naar huis wankelde, was het om hem heen merkwaardig stil. Geen vogel was er te zien, geen insect te horen, en zelfs de bromvliegen die in de herberg nog rond zijn van zweet glanzende nek hadden gegonsd, waren verdwenen. De hemel hing zwaar boven het meer, het wateroppervlak lag er volkomen glad bij. Zelfs het riet bewoog niet. Het was of de lucht was gestold en het hele landschap met haar stille roerloosheid omgaf. Alois dacht aan de varkenszult in Zum Goldenen Leopold die hij had moeten bestellen, in plaats van de reerug, die hem nu ondanks de dubbel gedistilleerde borrels als een baksteen op de maag lag. Met zijn hemdsmouw veegde hij het zweet van zijn voorhoofd en hij keek over het wateroppervlak, dat zich fluweelzacht en zwartblauw voor hem uitstrekte. Toen kleedde hij zich uit.

Het water was aangenaam koel. Alois zwom met rustige slagen en ademde uit in de geheimzinnige, donkere diepte onder hem. Toen hij ongeveer in het midden van het meer was gekomen, vielen de eerste druppels en na nog eens vijftig meter kwam het al met bakken uit de hemel. Het petste gelijkmatig op het wateroppervlak, zware druppels sloegen in, dikke snoeren regen, die de verbinding vormden tussen het zwart van de hemel en het zwart van het meer. Wind stak op en werd al snel een storm, die de golfkammen tot schuim sloeg. Een eerste bliksemschicht hulde het meer een ogenblik in een onwerkelijk, zilver licht. De donder was oorverdovend. Een dreunen dat de wereld uit elkaar leek te scheuren. Alois begon te lachen en plonsde wild met zijn armen en benen. Hij schreeuwde van genot. Nog nooit had hij zich zo levend gevoeld. Het water om hem heen borrelde, de hemel boven hem stortte in elkaar, maar hij leefde. Hij leefde! Hij hief zijn bovenlichaam op uit het water en jubelde naar de wolken boven hem. Precies op dat moment trof de bliksem zijn hoofd. Een stralend licht vervulde zijn schedel en gedurende een fractie van een seconde voelde hij iets als een vermoeden van eeuwigheid in zich opwellen. Toen stond zijn hart stil, en met een verbaasde uitdrukking op zijn gezicht zonk hij gehuld in een sluier van zacht glinsterende luchtbelletjes naar de bodem.

(Uit: De Weense sigarenboer van Robert Seethaler, vertaald door Liesbeth van Nes)

Lees verder op mijn site

Reacties op: Mooie fragmenten: Een vrolijke dood

Gesponsorde boeken