Vincent Baumgart Auteur

Blogpost: Vincent Baumgart

Motief X (deel 2)

‘Heb je dat gelezen, Arie? Ze motten ons niet meer!’ De dikke, die trouwe lezers in de vorige afleveringen reeds leerden kennen als Sjon, droeg ditmaal een blouse met geel-zwarte ruiten, dezelfde giftige kleuren als een wesp.
‘Nou ben ik al weer met een PV'tje bezig. Laat me effe uittypen voor je opnieuw aan een verhaal begint,’ morde de snor, waarvan inmiddels bekend is dat hij Arie heet.
‘Stop er dan maar mee, want dit is belangrijk,’ baste Sjon.
Het liep in de namiddag, en achter de balie van Bureau Warmoesstraat was de heksenketel van die dag eindelijk geluwd. De laatste junk was opgehokt. Zijn schoenen, met hippe plateauzolen die door onze landgenoten over zee worden gedragen, stonden nog op de balie omdat de diender van dienst ze vergeten was bij het bewijs te voegen.
Arie stopte met typen. Onder zijn snor vertoonden de lippen een verbaasde grijns. Zo stellig kwam Sjon zelden voor de dag, en hij kende hem al van toen ze als jongens over de Zeedijk schuimden. Ze hadden heel wat kwartjes gekregen van tante Aag, als ze weer eens een verdwaalde zeeman langsbrachten. Hij duwde zijn stoel achteruit en gooide zijn gelaarsde benen op het bureau naast de typemachine. ‘Ok, Sjon. Sigaretje dan maar?’ Hij presenteerde.
Sjon nam de Caballero zonder filter en gaf zichzelf vuur. Hij draaide zich naar het venster en blies een wolk tegen de ruitjes. De hitte had de stopverf in de sponningen zacht gemaakt.
‘Die thrillerschrijvers Arie. Die MOTTEN ONS NIET MEER!’ Het was duidelijk dat Sjon probeerde zich te beheersen, maar een hoge uithaal verried dat er tranen in zijn ogen stonden.
‘Ik snap nog steeds niet waar je naar toe wil,’ zei Arie. Hij kende de buien van zijn vriend. Een grote kerel met het spreekwoordelijke kleine hart. ‘Vertel nou 'ns rustig wat je op je lever hebt.’
Sjon wreef over zijn ogen. ‘Op Hebban las ik net een interview met die Zweed, Stefan Ahnhem. Weet je wat die zegt?’
‘Nou...?’ Arie veinsde interesse. Hij had wel eens signalen opgevangen van Sjons literaire belangstelling, maar hoe diep dat ging? Hij zoog aan zijn Caballero. De ongefilterde rook drong behagelijk diep in zijn longen.
Sjon plofte op zijn stoel, rammelde op zijn toetsenbord. ‘Hier. Ik zal het voorlezen: 'Ik was wel een beetje klaar met de oude, chagrijnige rechercheurs die te veel drinken, alleen door het leven gaan, omdat ze hun familie verloren zijn en een expert zijn in hun gebied.'’
‘Ja, nou?’ repliceerde Arie opnieuw.
‘Begrijp het dan Arie!’ Sjon drukte zich omhoog, zijn giftige ruiten waren uit zijn broek gesprongen en bungelden boven het bureaublad. ‘Onze rol is uitgespeeld. Die thrillerschrijvers hebben ons niet meer nodig. We zijn klaar, passé, done, kassiewijle.’ Zijn vlakke hand, met grote zegelring, vloog onder zijn kin langs zijn hals. ‘Ze laten ons verrotten op ons oude bureautje, met onze smerige celletjes, onze zwijgende blikken, onze binnenvettende harde koppen, onze good cop bad cop spelletjes. We zijn ongeloofwaardige clichés geworden. Geen lezer die er nog intrapt!’
Arie staarde enige ogenblikken zwijgend de kring na die hij door zijn rookwolk liet opstijgen. Een vaardigheid die hij in zijn dertig dienstjaren op het bureau geperfectioneerd had.
‘Dat Hebban...,’ zei hij tenslotte peinzend, ‘is een nieuwe partij in de scene. Ik heb het een en ander van mijn mannetjes gehoord. Bruna is doodsbang voor ze. Ik voorspel je dat ze binnenkort met hun eigen distributie beginnen. Cut out the middle man, zo deed Capone het ook. Ze kunnen die ouderwetse uitgevers missen als kiespijn. Bruna zal proberen ze op te kopen, maar zo'n 'content marketing' platform is in wezen al de uitgeverij zelf tegenwoordig. Wat houdt Hebban nog tegen hun eigen spul in de markt te zetten?’
‘Wwwat bedoel je Arie?’ De dikke keek hem met lodderige ogen niet begrijpend aan.
Aries ogen begonnen te twinkelen. ‘Een ouderwetse undercover operatie Sjon, daar heb ik het over. Twee vliegen in een klap. De IRT-affaire is er niks bij.’
Een vage lach gleed over Sjons gelaat. ‘Je bedoelt... zoals vroeger?’
‘Wis en zeker, Sjon. Wis en zeker! Het enige wat we nu nog nodig hebben is goed spul, om ze te overtuigen.’
‘Dus je bedoelt... Onze eigen thrillers aan ze verkopen, die ze dan zelf aan hun verslaafde lezers doorverkopen?’
‘Nou ken ik je weer Sjon. En dan is dat probleempje van jou ook meteen de wereld uit. Want wij worden weer de hoofdrolspelers, en niemand anders. We kunnen weer lekker met onze regenjassen aan in de regen in onze auto gaan observeren en rood vlees eten. En dagenlang voor niks ergens rondhangen en whiskey drinken op het bureau.’ Tevreden vormde Arie zijn mond tot een O en een grijze kring verscheen onder de snor die kalm de reis aanving naar het plafond, waar de kale TL buis knipperde.
‘Maar een ding zit me nog niet lekker.’ Sjon krabde op zijn kruin. ‘Hoe komen we aan goed spul, eh..., thrillers bedoel ik.’
‘Jahaa, nou ben ik je wéér voor!’ klonk de snor triomfantelijk. ‘Dat schrijvertje, die Baumgart, die zo stellig beweerde dat hij geen thriller had geschreven. Je begon er gisteren zelf nog over.’
Sjon lachte. ‘Dat mannetje blijft me dwarszitten, daar heb je gelijk in.’
‘Zo'n ranzig schrijvertje is chanteerbaar. Als ik de inhoud van zijn blurbs mag geloven zit er enkel geperverteerde smerigheid in die kop van 'm.’ De snor zwaaide zijn laarzen van het bureau en stond op. ‘Er is werk aan de winkel. Trek je regenjas aan Sjon, we gaan op pad.’
‘Maar Arie, het is dertig graden, de mussen vallen van het dak!’
‘Niets mee te maken Sjon, de plicht roept. Die Baumgart gaat ons spul bezorgen. Eerst ophokken en dan kijken wat we tegen hem kunnen vinden. Hij gaat ons weer de thriller in schrijven.’ Arie sleurde zijn ruitjescolbert met elleboogstukken van de kapstok.
‘Trek je regenjas aan en zet je gleufhoed op. Dan start ik vast de Citroën.’

Lees verder op mijn site

Reacties op: Motief X (deel 2)

De Groene Sprinkhaan - Vincent Baumgart Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
Gesponsorde boeken