Blogpost: Annerieke de Vries

OK SPOT 3

Wil je alle blog uit mijn begintijd als leidinggevende volgen? Begin dan bij blog 1.Iedereen gelijk
WoestHaar is in de contramine. Zijn harde stem en nog luidere lach zijn vandaag zoek. Wanneer iemand hem iets vraagt lijkt hij het niet te horen en ik merk dat anderen, net als ik, niet goed weten wat ze met hem aan moeten.
Als alle operatiekamers zijn gestart en het rustig is op de gang, in de koffiekamer en in ons kantoor, haal ik thee voor hem en koffie voor mezelf. Op mijn vraag wat er aan scheelt, volgt een ondefinieerbare grom. Een teken dat hij met rust gelaten wil worden, denk ik.

De hele ochtend werken we naast en niet met elkaar. Nu zijn stem de boventoon niet voert, valt het op dat hij met alles wat hij doet veel kabaal maakt. Hij smijt met ordners, knalt met zijn stoel tegen mijn bureau waardoor ik ongewild mee schud, hoest zijn droge rokershoest en rommelt luid in een lade op zoek naar een pen.
Rond half een gaan we, zoals gewoonlijk, lunchen in het personeelsrestaurant. We zitten net als ik ineens zijn ogen zie glimmen en er een brede grijns op zijn gezicht verschijnt.
‘Wacht, even wat regelen,’ zegt hij.
Hij loopt naar het tafeltje waar de directeur luncht met een aantal mannen die door hun maatpak en stropdas opvallen tussen de medewerkers in uniform.
‘Hallo Cees.’ De stem van WoestHaar is ondanks de afstand goed te verstaan. ‘Ik heb een groot probleem. Mijn vrouw wil dat ik spelletjes met de kinderen doe omdat onze tv kapot is. Mag ik een voorschot op mijn loon?’
De directeur lacht wat ongemakkelijk en kijkt zoekend om zich heen. ‘Dat is inderdaad een vervelend probleem, WoestHaar, maar daar ga ik niet over. Je moet bij de financiële man zijn.’
WoestHaar laat zich niet uit het veld slaan en kijkt ook rond. ‘OK, ik zie hem daar.’
De directeur kijkt lachend naar mij en ik haal met plaatsvervangende schaamte mijn schouders op. WoestHaar is ondertussen bij het andere tafeltje aangekomen. ‘Cees zegt dat ik bij jou moet zijn. Ik heb een voorschot nodig.’
‘Tja, dat gaat zomaar niet. Ik moet een handtekening zetten,’ probeert de man van het geld zich eruit te draaien. WoestHaar pakt een papieren servet en schrijft er zijn naam en het bedrag dat hij wil hebben op. Hij steekt zijn hand uit en de financiële man pakt aarzelend de pen aan. Hij kijkt nog even naar de directeur die met zijn gasten het schouwspel geamuseerd gadeslaat en zet zijn handtekening.

’s Middags is het humeur van WoestHaar hersteld. Triomfantelijk houdt hij een stapeltje papieren geld omhoog. ‘Hebbes,’ zegt hij en bergt het op in de zak van zijn OK-pak.
Dan horen we een zachte kuch en draaien we ons om. De dame die er onder andere voor zorgt dat de koffiekamer netjes blijft, staat in de deuropening. Haar anders vrolijke gezicht staat serieus. Ze heeft een briefje van tien in haar hand en steekt het uit naar WoestHaar. ‘Je vertelde me vanochtend dat je geldproblemen hebt,’ zegt ze, ‘Hier, neem maar aan, dan kunnen je kinderen in ieder geval eten.’

Ik heb WoestHaar leren kennen als iemand die met iedereen, welke rang of stand dan ook, hetzelfde omgaat. Een prachtige eigenschap. Uiteraard heeft hij het tientje niet aangenomen. Hij vertelde de lieve vrouw, toch wat beschaamd, dat zijn chagrijn van die ochtend eigenlijk een luxe probleem was.

Reacties op: OK SPOT 3