Blogpost: Treesje Bannenberg

Recensie door Gertjan Broek, historicus bij de Anne Frank Stichting

Wij ontmoetten elkaar onlangs op Linkedin en deelden enkele berichten over Zebra. Een paar dagen terug werd ik door Gertjan Broek uitgenodigd bij Anne, wijlen mijn buurmeisje en ingebeelde redder. Gisteren ontving ik deze pracht recensie, waarvoor dank!

ZEBRA. Een hels geheim.

‘Píep zei de muis in het vóóóórhuis’

Meteen beginnen met een parafrase: het is voor iemand als ik een heel eigenaardige gewaarwording om een boekrecensie te schrijven. Er zijn echter redenen genoeg het toch te doen. Dit boek komt me om heel uiteenlopende redenen nabij. Ook ik heb me tegen katholieke opdringerigheid, zij het van geheel andere aard, moeten verweren. Dat mij dat lukte heeft veel met de ontwrichtende tussenkomst van de jaren zestig te maken. Niet veel later werd de omgeving van de Posthoorn onderdeel van ook mijn habitat, zij het alweer van heel andere aard. Zelfs aan het kelderluikje van de bakker in de Prinsenstraat heb ik in het holst van meer dan een nacht staan krabbelen. En sinds ruim vijftien jaar is dagboekschrijfster Anne Frank een prominente aanwezige in mijn beroepsleven.

Het is goed gebruik auteur en hoofdpersoon van elkaar te onderscheiden. In dit geval is dat niet eenvoudig. Toch ga ik het doen, in de hoop dat het zal lukken ze uiteindelijk weer te herenigen.

Zebra is een asymmetrisch boek. De inhoudsopgave laat dat direct zien. Twee hoofdstukken, een van 176 en een van 39 bladzijden. Maar de asymmetrie zit ook in de essentie, in de hoofdpersoon versus wat ik maar eufemistisch omschrijf als haar antagonist. Het meisje, een machteloos kind. De volwassene, een kapelaan met onbegrensde autoriteit binnen elk facet van haar leven. Behalve haar verbeelding. De dissociaties, het ‘outsourcen’ van angst en pijn, hebben als basale overlevingsstrategie hun effect. In het rijk van de verbeelding is alles mogelijk, ook het mobiliseren van denkbeeldige hulptroepen.

Meer asymmetrie is er tussen de gruwelijke en de grappige passages. Dat zit niet zozeer in de verhouding tussen de twee, of überhaupt in het tekstuele. Dit is een kwestie van receptie. De eerste categorie ligt een stuk zwaarder op de lezersmaag. De passage waarin een plankenkast en een verdwaalde toeristenbus figureren is onbedaarlijk grappig. Aan vrolijke passages gelukkig geen gebrek, al kunnen ze het donkere wolkje niet geheel verdrijven.

Onvermijdelijk zijn een paar woorden over de kapelaan, die onder verschillende bijnamen zijn ellendige rol speelt. Hij komt in naar ik aanneem authentieke brieven aan het woord. Storend is vooral, afgezien natuurlijk van zijn geweld, zijn flierefluiterig negeren van de – hoeksteen van het priesterschap – celibataire geloften. Kennelijk verhinderde het hem niet zijn herderlijk gezag onder de parochianen te laten gelden. Dat hij zich voor zijn zelfrechtvaardiging gelegenheidsargumenten laat aanreiken door een jezuïet, dat zal dan weer voor geen enkele goede verstaander een verrassing zijn.

En dan de helpsters, gestreepte Samantha en dagboekschrijfster Anne. Ontroerend zijn de passages waarin zij de hoofdpersoon te hulp komen. Soms te laat, soms ook achteraf. Maar ze doen het, beiden op hun eigen wijze, terwijl ik vermoed dat ze van verschillend en toch gelijk belang zijn. Deze onverwachte symmetrie geeft het grotere geheel dan opnieuw een asymmetrisch aspect mee. Paradoxen, wie is er niet groot mee geworden? En waar het aankomt op de rol van deze ‘noodhelpsters’, daar komt het punt waar hoofdpersoon en schrijfster eigenlijk niet meer te scheiden zijn.

Het is nergens voor nodig dat een boek als dit alle kantjes voor alle lezers netjes afhecht. Dat gebeurt dan ook niet, waardoor ik soms wel even het spoor verlies. De kunsten spelen duidelijk een rol in het geheel, ook al kost de verbinding zien mij moeite. Binnen de context van het boek worden zowel beeldtaal als titels van de spaarzame afbeeldingen licht verontrustend. Wellicht is dat meteen de verklaring. Onmiskenbaar pijnlijk is het moeizame proces waarin zij, hoofdpersoon én schrijfster, haar leven terugkrijgt. Of beter gezegd, herovert. ‘Dit gaat lukken’, dat is desondanks de overheersende sfeer in deze relatief korte passages. Ik weet inmiddels wel uit goede bron dat het een langdurige kwestie is geweest. Ik realiseer me dat ik menig goed karakter onder de personages veronachtzaam, maar het wordt al veel te lang. Ik ben blij dat ik de schrijfster heb leren kennen. Minpuntje is dat nu Triootje op mijn tafel ligt en ik wel aan mijn goed fatsoen verplicht ben daar eerdaags aan te beginnen. Gelukkig zijn er ergere dingen. Daar laat Zebra geen twijfel over bestaan.

Gertjan Broek, Historisch onderzoeker at Anne Frank Stichting
6fe239a240e89d799584a83718543d91.jpg

Reacties op: Recensie door Gertjan Broek, historicus bij de Anne Frank Stichting