Vincent Baumgart Auteur

Blogpost: Vincent Baumgart

Schrijvershel


De duivel leidde het schrijvertje rond. Hij zag er uit als een oude hippie, de jaren zestig al ver voorbij, in spijkerpak met lang grijs haar en een groen rond brilletje. ‘Ik neem altijd de gedaante aan van de persoon waar iemand zich het meest op zijn gemak bij voelt,’ had de duivel gezegd. Er wordt hier proportioneel gestraft, zoals Dante heeft uitgelegd, dus geen reden om mensen die het niet verdienen schrik aan te jagen.’

Ze bevonden zich in een Grand Café waar zwartgerokte obers met witte schorten lenig bestellingen uitserveerden. Toffeepijptabak geurde aangenaam, op een achtergrond van jenever en iets vochtig schimmeligs. Uit de jukebox klonk jazz.
Het schrijvertje herkende Harry Mulisch, half verscholen achter pijpdampen. En daar, ja daar zat waarachtig Sartre, ook met pijp. En daarginds dat was toch...? Ja, het was Godfried Bomans, juist bezig zijn pijp te stoppen.
‘Je zult je hier proportioneel op je gemak voelen,’ zei de duivel.
Wantrouwen maakte zich meester van het schrijvertje. Dit kon de hel niet zijn, dit was de hemel! Waar zat de catch?
De mop over de jazzhel kwam hem voor de geest, zoals ooit beschreven door Jules Deelder. Charlie Parker komt in de hel. Daar speelt een knettergoede bigband. Thad Jones op trompet, Mel Lewis op drums, you name it, ze zijn er allemaal. Charlie mag op de stoel van de eerste altsax. De band swingt als een wervelwind. Maar na een kwartiertje begint hem iets op te vallen. ‘Wanneer komen nou eens de geïmproviseerde solo's?’ vraagt Charlie aan zijn collega Johnny Hodges. Deze antwoordt: ‘Dat doen we hier natuurlijk niet, dit is de hel.’
Het schrijvertje rilde. ‘Ik neem aan dat er iets aan de hand is met de manuscripten. Worden die gepubliceerd?’ Hij zei het stoutmoedig, triomfantelijk haast. Hij had de duivel door.
‘Je bent warm, – excuses voor dit grapje,’ antwoordde de duivel. ‘De manuscripten worden wel degelijk uitgegeven, – met behulp van de uitgevershel uiteraard – maar ze dienen vervolgens als brandstof voor onze eigen energiebehoefte. Er zitten er hier ook een paar die veel ervaring hebben met boekverbranding, dat begrijp je.’
Nou ja, dacht het schrijvertje. Voor mij als moderne schrijver is dit geen verrassing, ik werd toch al niet gelezen, dus wat maakt het uit.
‘Clever thinking!’ riep de duivel. ‘Ik kan je gedachten lezen, maar dat je er hier genadig van af komt, valt nog te bezien.’
Nu sloeg het schrijvertje werkelijk de schrik om het hart. ‘Maar... als ik in dit café mag zitten, en er altijd drank en heerlijke pijpgeur is en ik af en toe een praatje mag maken met Harry Mulisch, dan is het lijden toch zeer beperkt?’ Die laatste woorden hadden haast smekend geklonken.
‘Kijk nog maar eens goed,’ zei de duivel. ‘Dante heeft het goed begrepen; ik straf door de mens datgene te onthouden waar hij tijdens het aardse leven het meest naar verlangde.’
Een misselijkmakende paniek sloeg de benen onder het schrijvertje vandaan, zodat hij op de hem toegewezen stoel aan zijn tafeltje zeeg. Onmiddellijk schoot een ober toe die een jenevertje voor hem neerzette.
‘Ja kijk nog maar eens goed rond,’ vervolgde de duivel. ‘Je begrijpt het al.’
En dat was zo. Het besef van de weerzinwekkende werkelijkheid zakte omlaag in het schrijvertje als dikke havermoutpap om half zeven 's ochtends.
‘Nergens vrouwen,’ kreunde het schrijvertje. Hij bestudeerde Sartre, die maniakaal maar eenzaam zonder zijn Simone aan een sequel en een prequel van Walging werkte.
‘En bekijk onze Harry maar eens,’ sneerde de duivel. ‘Harry heeft duizend vrouwen gehad – zegt ie zelf -, maar dat gaan er nooit 1001 worden, hahahhahahhhahaha...’ De treiterende lach vulde het lokaal, maar geen van de schrijvers keek op. Waarschijnlijk kwam de duivel elke dag wel even sarren, als hij zijn rondje hel deed.
Ondanks dit verschrikkelijk besef dat het schrijvertje verscheurde, schoot een gedachtensprankje op als een klein groen knopje dat op het punt van ontbloesemen stond. ‘Mag ik mijn inschrijving nog veranderen?’ vroeg hij smekend.
‘Vooruit dan maar,’ zei de duivel. ‘Je hebt het tijdens je leven niet al te bont gemaakt, had als schrijver geen enkele status, en met vrouwen heb je, vergeleken met de heren hier, nog iets in te halen. Ik noteer je wel als jazzmuzikant.’

Lees verder op mijn site

Reacties op: Schrijvershel

De Groene Sprinkhaan - Vincent Baumgart Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
Gesponsorde boeken