De heldin van dit boek is Hélène Grandjean, dochter van Ursule Macquart en de hoedenmaker Mouret. Op 17-jarige leeftijd trouwt ze met Grandjean met wie ze een dochter heeft, Jeanne, ziekelijk en in de greep van gewone 'crises'. Het gezin gaat naar Parijs, waar Grandjean sterft kort na zijn aankomst. Als weduwe van een man van wie ze nooit echt heeft gehouden, heeft Hélène een gewelddadige passie voor dokter Deberle, haar buurman, die haar heeft gered tijdens een van de crises van haar dochter.