Lezersrecensie
Opmerkelijk reis door het leven van vroeger
Bezit van archieven, dozen en albums vol foto’s, brieven en familieoverleveringen inspireerde Caspar Visser ’t Hooft tot onderzoek naar de geschiedenis van zijn familie. Hij neemt ons mee naar zeven buitenplaatsen, waar meerdere generaties leefden, waar in elk huis een eigen familiesfeer heerste. Een historische roman met kostelijke, aandoenlijke en emotionele verhalen.
De auteur opent het archief, pakt vergeelde foto’s, ontcijfert brieven, bestudeert plattegronden: ‘ik kijk… ik blader… ik lees, ik zie, ik stel me voor, ik vermoed, ik constateer. Dan interpreteert hij en concludeert. De woorden herhalen zich en geven ritme aan het verhaal. Meesterlijk verzonnen. Wij, lezers worden daardoor meegesleurd in zijn zoekactie. We speuren mee, ontdekken, stellen ons voor, verwonderen ons, willen met hem het waarom begrijpen.
Een enkele keer hebben wij ook zin hem toe te spreken: ‘Is daarover geen brief, bezit je van hem geen afbeelding?’ We bestuderen gevels, zingen mee aan huwelijksdiners, krijgen zin om een familielid te omarmen, luisteren naar de verhalen van Oom Jan of staan met een strooien hoed tussen lachende vriendinnen te kijken hoe oudoom Godard Adriaan in zijn plusfour zijn zelfgemaakte vliegtuigje in de lucht probeert te krijgen. Door de speelse toon in de roman leven we mee, maar herkennen we sommige situaties, gebruiken of gezegden niet van onze eigen voorouders?
De karakters zijn sterk, soms hilarische of duister. Ook hier zijn taboes, zoals in vele families, worden feiten verzwegen en duikt er een geheimzinnige neef in Amerika op. Weinig families kunnen evenwel pretenderen bloedverwant te zijn van het Germaanse volk de Brunharigen, of hadden een achterneef met Louis Couperus in de klas. Overgrootvader Emile doet hem denken aan de vader van Edgar Perron, beschreven in 'Het land van herkomst'.
In de meeste gevallen weet Caspar Visser ‘t Hooft op een passende manier afstand te nemen en niet te oordelen. Maar onverwacht richt hij zich dan rechtstreeks naar de lezer: ‘Op mij maakt het een indruk van mufheid en vergane glorie’.
Heerlijke is de droge humor als hij ineens afstand neemt: ‘Kon zij weten dat een verre nazaat in haar boekje zou snuffelen? Ze had het niet vernietigd…’. Maar een enkele keer blijft de auteur in zijn verleden hangen: ‘Het water heeft de kleur van ongepoetst zilver’. Je moet er maar op komen!
Ik genoot van de prachtige beschrijving van de ruiters, vrouwen en kinderen aan de ‘openbare zee’ en de uiteenzetting waarom de half-Colombiaanse vrouw van Johan Herbert zeker niet in ons Overijssel kon aarden. Hoewel…
We leren over het stedelijk en landelijk erfgoed van Zeeland, Overijssel, Gelderland en Zuid-Holland, over de vaderlandse en internationale geschiedenis en krijgen stukjes filosofie te lezen, zoals over de waarde van traditie of waarom schone schijn niet altijd valse schijn hoeft te zijn. We komen iets minder relevante maar wel interessante zaken te weten: het verschil tussen een netjournaal en een kladjournaal aan boord of we krijgen aanstootgevende beweringen naar ons hoofd: ‘Nederlanders waren niet zulke zeelui als wel wordt beweerd.’ De auteur heeft zich grondig gedocumenteerd, over alles nagedacht en blijft zijn mening behouden.
Na elk hoofdstuk over een buitenplaats gaan we ter plekke kijken naar het huis, gluren door struiken en menen sporen van paden, een vijver of oude bomen te herkennen. We raken geëmotioneerd door een stratenbord: het enige overblijfsel van ’het hof tot ons gerief’. En toch… staan deze buitenplaatsen nu weer overeind? Zijn ze door deze roman weer in hun glorie verheven?
Wie denkt niet: ooit zal ik familiefoto’s en papieren uitzoeken? Helaas wordt door gebrek aan tijd, aan belangstelling of het niet willen mengen in andermans leven dit ooit nooit. Caspar heeft het wel gedaan. Met afstand en liefde, met discretie en respect. Slechts een heel enkele keer permitteert hij een oordeel, een lichte spot. Zijn voorouders blijven leven.
De zeven buitenplaatsen, indertijd vele malen verbouwd, zijn inmiddels gesloopt of verkocht. Twee bestaan er nog. Het slot van Rossum staat te koop. Ik wees erop. Visser ‘t Hooft antwoordde alleen: ‘ik hoop dat de nieuwe bewoners even welwillend als de voorgaande zijn en het huis voor het publiek openstellen.’
Hij heeft duidelijk afstand gedaan.
De geschiedenis van de zeven buitenplaatsen leeft voort dankzij deze historische roman. Het zal niet alleen eeuwenlang waardevol zijn voor de nakomelingen van de families die erin voorkomen, het is geschreven voor ons allen. Tante Marie, Oom Paspoort, neef Johan… Het zijn ook onze voorouders, het is onze geschiedenis.
Dank, Caspar Visser ’t Hooft, dat je ons hebt meegenomen in je prachtige roman.