Advertentie

In de jaren dertig van de vorige eeuw groeide Simon Vestdijk uit tot een van de belangrijkste Nederlandse literaire schrijvers. Zijn tweede gepubliceerde roman “Else Böhler, Duits dienstmeisje” uit 1935 heeft zeker bijgedragen aan Vestdijks reputatie al is deze roman tegenwoordig veel minder bekend dan zijn debuut “Terug tot Ina Damman” uit 1934. In “Else Böhler” is Vestdijk een van de eerste, zo niet de eerste, Nederlandse romancier die intensief gebruik maakt van de Freudiaanse psychoanalyse. Vestdijk speelt ermee, door op het ene moment de Freudiaanse psychoanalyse serieus te nemen om het een paar alinea’s verder volledig onder uit te halen.

Dit spelen met Freud doet Vestdijk in een verhaal met een eenvoudige plot. Het Duitse dienstmeisje Else Böhler weet de aandacht te trekken van de weer thuiswonende ouderejaarsstudent Johan Roodenhuis. Hij is op slag verliefd. Een liefde die al snel een obsessie voor hem wordt en uiteindelijk tot zijn dood leidt. In “Else Böhler” gaat het dan ook niet om de plot van het verhaal, maar staat de geestelijke neergang van Johan Roodenhuis centraal. De kracht van de roman zit in de wijze waarop Vestdijk deze gestage neergang beschrijft. De keuze van Vestdijk om dit te doen door Roodhuis zittend in de gevangenis een terugblik op zijn leven van het afgelopen jaar te laten schrijven komt ongeloofwaardig over. Iemand die in de gevangenis zit te wachten op zijn executie is niet in staat om zijn levensverhaal te schrijven in een stijl en met een gedetailleerdheid zoals Vestdijk dit door Roodenhuis laat doen.Vrijwel vanaf het begin van het boek weet je hoe en waar Roodenhuis zal eindigen, alleen hoe hij er terecht is gekomen is nog een openstaande vraag.

De ondergang van Roodenhuis begint op het moment dat zijn ouders gedwongen door de financiële crisis niet meer in staat zijn om zijn studentenleven op kamers in Leiden te betalen. Hij moet weer thuis komen wonen in een nieuwbouwwijk in Den Haag. De beschrijving die Vestdijk van het gezin Roodhuis (vader, moeder, jonger broertje) en hun sociaal leven met buurtgenoten geeft lijkt een voorbode te zijn van wat Reve ruim tien jaar later in “De Avonden” beschrijft. Het lege, nietszeggende, niets betekende, conformistische bekrompen kleinburgerlijke de schijn op houden voor de buren en zichzelf, wordt bij Vestdijk een hilarische groteske. Vestdijk weet in een paar regels door fysieke kenmerken en gedragingen van iemand uit te lichten direct zijn of haar karkater neer te zetten. Vestdijk hoeft geen doopceel te lichten om een karakter neer te zetten. Het beste voorbeeld hiervan is de wijze waarop Vestdijk beschrijft hoe de moeder van Roodhuis iedere avond na afloop van het diner de lepels aflikt. Naar de buitenwereld toe een nette goed opgevoede vrouw die weet hoe het hoort, maar van binnen een loeder. De dubbelheid in het karakter en uiteindelijk ook in het gedrag van de moeder geeft Vestdijk de ruimte voor de bijna vanzelfsprekende flirt met het Freudiaanse Oedipus complex.

Roodenhuis is geen aanhanger van de theorieën van Freud. Dat zegt hij toch tegen zijn vriend, kunstschilder Peter van Herwaarden, die wel met Freud koketteert. Het “dubbelspel” van Roodenhuis en Van Herwaarden met de theorieën van Freud als speelbal zijn om van te smullen. Beide veranderen meerdere keren van uitgangspunt, liegen vooral tegen zichzelf over wat ze wel en niet geloven van de opvattingen van Freud. Ze begrijpen nog niet de helft van Freud. Het resultaat van dit alles is dat Roodenhuis zijn haat-liefde verhouding met Else meer en meer gaat duiden in Freudiaanse terminologie en er ook naar gaat handelen. Zijn obsessie voor Else Böhler wordt alleen maar groter. Hij besluit dan ook haar achterna te reizen, nadat ze vrij plotseling terug gegaan is naar haar moeder in Keulen.

Vanaf het moment dat Roodenhuis in Duitsland aankomt verandert de roman van karakter. In het eerste deel was Roodenhuis vooral met zijn eigen kleine leefwereld bezig vanaf dit moment komt er ook een fascinatie voor het Nazi regime bij. Vestdijk koppelt die twee werelden met: “Het Duitse volk bestaat niet. Het is uit vertegenwoordigers van alle rassen samengesteld en tracht het de smartelijke homogeniteit te acteren van een huisgezin waarvan geen enkel lid op het andere lijkt”. Een tweede koppeling die Vestdijk maakt, maar veel implicieter, is die tussen het geloven in en handelen naar de inzichten van Freud én het geloven in en handelen naar de inzichten van een totalitaire politieke ideologie.

In zijn maniakale zoektocht naar Else wordt zij steeds groter, grootser en grotesker in het hoofd van Roodenhuis. Op een gegeven moment is ze een samensmelting van Germania, De Heilige Maagd Maria (Else is devoot katholiek) en de Hoer van Babylon geworden. Dat kan niet goed eindigen. Wanneer Roodenhuis op een feestavond van de SA in Berlijn toevallig Else Böhler eindelijk treft slaan bij hem de stoppen door en loopt het uit de hand en wordt Johan Roodenhuis ‘de Freudiaanse Marinus van der Lubbe’.

Waarom Vestdijk in korte tijd uitgroeit tot een van de bekendste en beste schrijvers van zijn generatie wordt duidelijker na lezing van “Else Böhler, Duits dienstmeisje”. Door de haarscherpe beschrijvingen van karakters, het soepel spelen met het Freudiaanse gedachtegoed, de koppeling met de politieke actualiteit van de dag slaagt Vestdijk er in om van een flinterdunne plot een gelaagde roman vol groteske humor te maken die ook decennia later nog steeds heel goed te lezen is.

Reacties op: Eenvoudige plot in een gelaagde en gewaagde roman

23
Else Bohler Duits dienstmeisje - Simon Vestdijk
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker