Lezersrecensie
Op een tweesprong staan
Wat zou je doen als je in een gat van een dorp nabij Milaan woont en je thuis kille, saaie ouders hebt? Ettore, de hoofdpersoon van deze roman, zoekt zijn toevlucht in de liefde en de vriendschap. Hij wordt verliefd op Olimpia, hoewel de relatie in de loop van de roman maar niet van de grond wil komen (ze zijn nog erg jong en Ettore beleeft een pijnlijke avond als hij op bezoek is bij Olimpia’s ouders), en raakt bevriend met Guilio, een foute vriend die hem introduceert bij de Federatie, een neofascistische organisatie, waardoor Ettore op het verkeerde pad terechtkomt.
De auteur schrijft hierover in een prachtige stijl: ‘Een leven bestaat uit talloze tweesprongen, uit een veelheid aan onomkeerbare keuzes die, als je er later vanaf een afstandje naar kijkt, de vorm bepalen die je bestaan heeft aangenomen.’ De padmetaforiek blijft tot het einde van het boek terugkeren, waardoor de titel voor de hand ligt. Vanaf het begin wordt het verloop van zijn leven als zodanig gethematiseerd.
Ettore wordt opgenomen in de Federatie, krijgt de bijnaam ‘De intellectueel’ en leest heel veel verkeerde boeken over het oorlogsverleden van de 20ste eeuw. Daarbij raakt hij gefascineerd door een foto van zijn opa, die in de tijd van Mussolini in krijgstenue in een groep staat opgesteld. Hij ontmoet daarna de ene foute jongeman na de andere. Als Ettore ook deel gaat nemen aan demonstraties en geweld niet schuwt, dreigt alles uit de hand te lopen…
Het verhaal speelt zich af gedurende een aantal jaren aan het begin van deze eeuw op een Italiaans gymnasium. Ettore zoeft op zijn scooter heen en weer door de regio van Milaan, ook tijdens druilerige avonden, terwijl de regen recht naar beneden komt. Zo beschrijft de auteur ook de lange zomervakanties, een Italiaanse schooltijd en het gehang van de jeugd – eerst maakt Ettore hier onderdeel vanuit, daarna krijg hij langdurig huisarrest en hij kijkt aan het begin van de roman uit op een groep jongeren die maar rondhangt, vertrekt, terugkomt en herrie blijft schoppen, totdat de omwonenden er gek van worden.
Davide Coppo heeft een interessante vorm van autofictie geschreven; het is gebaseerd op het leven van de auteur, maar niet feitelijk omgezet. De auteur geeft aan dat het boek fictie is ‘maar het werpt zijn schaduw uit over een waargebeurd verleden’. Met de opkomst van radicaal-rechts in ons eigen decennium, zowel in Nederland als in Italië, is het een zeer actueel en spannend verhaal, prachtig uit het Italiaans vertaald door Hilda Schraa.
Het leerzame verhaal doet denken aan de Netflix-hitserie 'Adolescence' en zou een grotere rol in het Voortgezet Onderwijs kunnen spelen, omdat het verhaal op aannemelijke wijze het sluipende gevaar van radicalisering toont. Het laat zien hoe een falend systeem van niet-betrokken ouders, afwezige zorg zoals jongerenwerkers en tekortschietend onderwijs bepaalde jongeren niet op het rechte pad weet te houden. Opvoeders en onderwijzers kunnen veel opsteken van deze vertelling uit het buitenland.