Lezersrecensie

De engelen van Elisabeth


ElisabethGerharda ElisabethGerharda
16 mrt 2020

In De engelen van Elisabeth neemt Els Florijn je mee naar Dordrecht eind 19e eeuw. De straten zijn smerig, gorigheid spoelt door de goten en het armenhuisje komt blank te staan als het regent. Elisabeth groeit op in armoede en poverheid, in een huishouden, geregeerd door een dominantie en autoritaire vader. Samen met haar moeder klost ze kant en verkoopt ze dat, om toch inkomsten te hebben en de huur te betalen. We volgen Elisabeth tijdens haar trieste jeugd en vanaf het moment dat ze opgehaald wordt om naar een krankzinnigengesticht gebracht te worden.
Wat mij vooral trof was de mooie taal. Een paar grepen: 'Grillige takken grijpen boven de koets als reuzenhanden in elkaar. Voor ons uit zie ik plassen water als vloeibaar lood de grijze lucht en de kale takken weerspiegelen.'
Of: 'Als beesten hadden al die vrouwen in de drek gewerkt, in kelders waar amper licht in binnendrong, in holen hadden ze geboesterd en gesloofd voor hun kinderen en langzaam was hun leven opgelost in de schemer en de schimmel, hun hoop op een beter leven sijpelde iedere dag een beetje verder weg.'
Of: 'In vlagen van helderheid rook ik zaagsel, zag ik zijn rossige hoofd over het bloedende hout gebogen.'
Of: 'Ik zie ze voor me, hoe ze daar op het witte katoen lagen in de door Julius getimmerde doodskistjes; wit en stil lagen ze, met het mooiste kant dat ik had kunnen klossen aan hun kleertjes, dood te wezen. Ze gingen zoveel doder dan ik dacht.'
Nou ja, zomaar een greep. Ik vond het een doorwrocht, prachtig verhaal.

Reacties

Meer recensies van ElisabethGerharda

Boeken van dezelfde auteur