Lezersrecensie
niemand is een dertien in een dozijn
Nog steeds hebben buitenstaanders nauwelijks een goed beeld
van wat vele kinderen (ook / juist) in internaten hebben moeten
doormaken. Fysiek en geestelijk mishandeld, (sexueel) misbruikt,
vernederd, domgehouden. Frans Houben vertelt heel
indrukkwekkend over deze onvergeeflijke misstanden. Vanaf voorwoord
tot de laatste bladzijde neemt hij de lezer bij de hand. Wat een
indrukwekkend relaas! Gruwelijk ook. Niets werd Frans bespaard.
Als er al letterlijk een hand naar hem werd uitgestoken,
verdween die persoon in kwestie vaak ook weer snel uit zijn leven.
De beruchte “georganiseerde ontrouw” binnen instellingen. Het boek
maakt je tot bondgenoot van Frans tijdens zijn ontwikkeling. Een
jongen om van te houden. Een handvol personen deed dit tijdens
die beperkende omgeving van dat verschrikkelijke Rooms
Katholieke jongensinternaat. Zij zagen wel wie Frans was en
hebben hem kunnen raken. Frans’ sterke persoonlijkheid werd
door deze mensen op cruciale momenten geïnspireerd. Zij lieten hem
voelen dat hij de moeite waard was. Hij werd en bleef de grote
jongen die zelf wel uitmaakte wanneer, waar en om wie hij huilde.
Dat is het sterke van dit boek. dat hoewel niet in de
ik-vorm zich wel als zodanig laat lezen. Daardoor is het
ongelooflijk intiem. De realistische beschrijvingen van (ook) zijn
meest intieme belevingen worden nergens voyeurisme. De lezer raakt
daardoor meer en meer onder de indruk van Frans, die in staat en
bereid blijkt zó openhartig zijn memoires te delen. Hoe echt zal
zijn eerste manuscript geweest zijn! Toen hij dit na een jaar
herlas, maakte het hem zó verschrikkelijk boos dat hij het
verbrandde. We doen het nu met een herschreven tekst. Wat heeft
Frans veel te verwerken gehad! Met hulp van Pim Kisjes kon
het boek in zijn huidige vorm verschijnen. In zijn voorwoord
schrijft Houben: “ik realiseer me dat het boek bij een aantal
mensen emoties zal losmaken en dat er ook lezers zullen zijn die
zich die gekwetst zullen voelen”. Gelukkig dat Frans geen rekening
meer heeft willen houden met gevoelens van anderen door nu het
verhaal eindelijk te vertellen. Emoties roept het boek zeker op!
Alleen maar! Bij welke lezer niet?! Medelijden, diepe woede ,
schaamte voor wat hem en andere kinderen werd (en nog wordt)
aangedaan. Vooral veel begrip voor de persoon van Frans in al
zijn (re)acties, woedeaanvallen, zijn ferme beslissingen om zijn
eigen weg te gaan. En zij die zich diep gekwetst voelen? Zij zitten
kennelijk nog knel in de doofpot waarvan zij krampachtig het deksel
proberen vast te houden. Laat ze van Frans leren om sterren te
kijken. “Hij had dan vaak het gevoel dat hij dingen steeds beter
ging begrijpen omdat hij er dan niet over nadacht en omdat het zo
stil was” (pag. 172). Stilte voor gekwetsten vooral om naar
slachtoffer te luisteren en na te denken over hoe voorkómen kan
worden er opnieuw daders vrij spel kunnen krijgen.