Lezersrecensie

Obsessie en vergane glorie subliem verwoord


Ine Jacet Ine Jacet
13 mrt 2014

Gwendolen Chawcer is een oude vrouw die haar eenzame dagen slijt in een huis in Londen. De stof heeft er vrij spel, de tijd lijkt stil te staan. Ze heeft een huurder, Mix Cellini. Hij is een eenzelvige jongeman die idolaat is van Nerissa, een fotomodel. Daarnaast is hij geobsedeerd door een seriemoordenaar, John Christie (Reggie) die in het verre verleden bij hen in de buurt woonde. Mix verslindt boeken om de feiten over deze Reggie te achterhalen. Ook Gwendolen, de oude vrouw, leest continue en ze heeft een oude liefde waarover ze dagdroomt en fantaseert. Het was een arts, haar enige huwelijkskandidaat. Gwendolen heeft het oude pand, dat deels leeg staat, geërfd en ze is de huisbaas van Mix. Samen met een kat die te pas en te onpas opduikt, wonen ze in dit vervallen pand. Toch zijn hun ontmoetingen schaars. Wel neemt Gwendolen soms stiekem een kijkje in het appartement van haar huurder als hij weg is. Omgekeerd is dit ook het geval. En dan valt het een en ander op. .

Ik vond dit weer een typische Rendell. Een boek van Ruth Rendell kenmerkt zich voor mij door de beschrijving van eenzame, contactgestoorde mensen met een obsessie. Gaandeweg het verhaal wordt deze geobsedeerdheid groter en raakt het contact met de werkelijkheid steeds verder verstoord. Ze voeden zelf hun obsessie door overal aanwijzingen te zien die hun gedachten bevestigen en ze kunnen niet naar zichzelf kijken of hun gedrag relativeren. Langzaamaan raken ze dan steeds verder verwijderd van de realiteit.

In De dertien treden beschrijft Rendell onze huidige tijd door de ogen van Gwendolen. De tijd is voor haar stil blijven staan en hierdoor kijkt ze met ‘vervreemde’ ogen naar allerlei eigentijdse verschijnselen. Mix Cellini is een soort stalker. Hij staat symbool voor de huidige tijd, repareert fitness-apparatuur en heeft een fotomodel tot idool verheven. Anderzijds leeft ook hij in het verleden door zijn overdreven verering van Reggie, de seriemoordenaar.
Zoals altijd geeft Ruth Rendell beschrijvingen van straten en plekken in Londen. Deze keer schetst ze ook vol overtuiging de sfeer van een oud en vervallen gebouw: krakende trappen, leegstaande kamers, pluchen gordijnen en bovenal heel veel stofnesten. Deze beschrijvingen zijn dermate beeldend dat je de mufheid en vergane glorie als het ware ruikt. Ruth Rendell moet het niet hebben van groots en meeslepend. Het gaat veel meer om: gestoorde personen, gestoorde contacten, hersenspinsels, angst voor ontmaskering en morbide fantasie. En je voelt aankomen dat dit uit moet lopen op een catastrofe. Dit levert spanning op en haar prachtige schrijfstijl maakt het extra beeldend.

Het enige kritiekpunt is wat mij betreft dat het einde niet echt verrassend is. De allerlaatste alinea is overigens weer briljant en maakt dat de lezer zich kan verzoenen met het lot van Gwendolen. Veertig jaar geleden schreef Ruth Rendell haar eerste boek. We zijn nu meer dan zestig boeken verder (de meningen verschillen over het aantal). In De dertien treden laat ze zien dat ze nog steeds een fenomeen is in de wereld van de psychologische misdaadroman.

Reacties

Meer recensies van Ine Jacet

Boeken van dezelfde auteur