Lezersrecensie
leven in het nu
Tom Hannes begint zijn boek met:
Ik stel me vaak een Engels kaartje voor. Zwart, met een klein wit kroontje en daaronder het opschrift ‘Stay calm, the surface will save you’. Als we eenvoudige wezens waren, zou dit volstaan. Dan zou je nu een boek in handen hebben met één pagina. Dat had ik wel stoer gevonden. Maar het feit is dat wij verre van eenvoudige wezens zijn. Daarom is dit een dik boek geworden. Toch zal het altijd over die twee zinnetjes gaan: ‘Blijf kalm. De oppervlakte zal u redden’.
Vervolgens vertelt hij over de levensbeschouwelijke scharnierpunten in zijn leven. Een gedicht bij een in memoriam: ‘het leven is zo!veel dunner dan het omslaan van een blad met een kort gedicht op’. Als kind vraagt Hannes zich af: ‘wat als er geen hemel is?’ In zijn puberteit sterft het christelijk geloof in hem ‘een geruisloze dood’. Hij begint zich te verdiepen in New age, maar in 1989 spat de esoterische zeepbel uiteen. Zenboeddhisme. ‘Is het mogelijk om hier en nu in de afgrond te leven met een licht gemoed, een rechte rug en een gezonde dosis humor?’ Later ontdekt hij dat esoterie ook in het zenboeddhisme voorkomt. Zo ontstaat zijn verlangen naar een nieuw verhaal.
Fundamenteel in zijn analyse van de geschiedenis van de filosofie is wat Hannes noemt het diepte-denken. Het diepte-denken maakt onderscheid tussen feitelijke ervaringen van onze wereld en een diepere absolute waarheid, die meer doorslaggevend is. Die dieptewaarheid is spiritueel ook onmisbaar. Anders verval je tot nihilisme. Je kunt als voorbeeld de monotheïstische godsdiensten noemen: Oppervlakkig bezien is er veel zinloosheid in deze wereld, maar als diepste grond in ons bestaan is er God die deze wereld geschapen heeft en bestuurt. Als je daarvan doordrongen bent, dan ben je een verlost mens.
Hannes wijst het diepte-denken af. ‘Durven we te kijken naar de verschijnselen of laten we ons weer neerhalen door bijgelovige constructies?’ (210)
Maar hoe kun je positief leven als het bestaan flinterdun is?
Boeddha heeft het over de drie zegels van het bestaan:
- elk verschijnsel is totaal vergankelijk: bij moeilijke ervaringen zeg je: dit gaat voorbij.
- elk verschijnsel is radicaal afhankelijk
- elk verschijnsel is onvermijdelijk onvolmaakt.
Hannes voegt er een vierde zegel aan toe: aanvaarding en verzet. Beide moeten een plaats krijgen in een weloverwogen evenwicht. ‘Het weerwerk van de vogel heft de zwaartekracht niet op, maar maakt er gebruik van.’ (25).
Een groot deel van het boek gaat over hoe het diepte-denken wortel geschoten heeft in ons denken. Het oud-tijdse denken was animistisch, lokaal, groepsgericht, conservatief en tragisch. Men streefde naar apechugar of ataraxia (onverstoordheid) om een mentaal evenwicht te vinden in moeilijke situaties.
Door de opkomst van de landbouw ontstaat er een nieuwe cultuur, die universalistisch, individualistisch en kritisch is. Men gelooft in de bevrijding uit het tragische levensgevoel. Men gelooft in vooruitgang.
Het diepte-denken vinden we bij Parmenides voor wie alleen het onveranderlijke en niet veroorzaakte bestaat. Maar ook bij Plato die zegt dat de dood alleen maar een overgang is naar een andere wereld. We vinden het ook in het boeddhisme wanneer het meditatieve bewustzijn wordt gezien als de toegangspoort naar een andere leefwereld. En we vinden het zoals reeds gezegd in de monotheïstische godsdiensten, die uitgaan van God die in het verborgene deze wereld bestuurt.
De Griekse tragedieschrijvers zijn ‘de rebellen van de flinterdunheid’. Ze verwijten de diepte-denkers dat ze voorbij gaan het leed. Die brabbelen maar wat vanuit hun wensdenken. Hannes noemt dit pompidom. Zever zouden we in het Vlaams zeggen. Andere voorbeelden van flinterdun denken vinden we in het bijbelboek Prediker en bij Epicurus, die een hiernamaals ontkent. Boeddha is niet vrij van metafysica. Hij gelooft in Karma en Reïncarnatie. Maar het gaat bij hem vooral om onverschrokken te observeren, om mentaal onthecht te worden. Het zwijgen van Boeddha slaat op het afwijzen van speculatie over metafysische onderwerpen (135,136).
We kunnen niet alles aanhalen wat deel uitmaakt van Hannes’ analyse. Leerzaam vond ik zijn interpretaties van Michel de Montaigne, Leibniz, Alexander Pope, Kant, Jean Jacques Rousseau en Sartre. Hannes is enorm belezen en doorlopend is hij aan het interpreteren. Hij houdt de vaart in zijn betoog.
Hij is ook kritisch over de spirituele wereld waar hij zelf bij betrokken is: ‘navelstaren, waarin het eigen welbevinden het alfa en omega is van alle zingeving’ (227). ‘De aaicultuur: ik moet mij altijd zen voelen’ (366). De varkensroze kitsch: ‘alles is verbonden…. zo leef je in een ongestoorde zaligheid’ (369). Het extreme individualisme dat zegt: ‘ik kan worden wat ik wil’ (235).
En naar zichzelf toe: De boodschap ‘leven in het nu’ kan eveneens verloederen tot een dieptewaarheid, waarin niets ons kan deren (369).
De hoofdvraag:
Geen enkel filosofisch of religieus kader neemt de woordeloze absurditeit van het bestaan, de peilloze afgrond onder onze voeten weg. Waar kan hij zijn toevlucht vinden zonder in pompidom of kwade trouw verstrikt te raken? Hoe kan hij de flinterdunheid omarmen zonder in Nietzsches zelfgenoegzame laatste mens te veranderen? (339)
Hannes komt tot ’twaalf werken van flinterdunheid’.
Het eerste wat nodige is verwijst naar wat op de tempel van Delphi stond: ‘Ken jezelf’. Zelfkennis is het begin van wijsheid. Erkennen dat je weinig weet is wijsheid. Wij mensen zijn zoals reeds gezegd: radicaal vergankelijk, radicaal afhankelijk en ons bestaan is onvermijdelijk onbevredigend.
(354 ev) We moeten eerst doordrongen zijn van onze verlorenheid. Keizer Marcus Aurelius werd voortdurend door zijn vrouw bedrogen. Als therapie schreef zijn Meditaties. Het is een zwarte tekst. De wereld gaat niet vooruit. Het mooie en het lelijke was er vroeger, is er nu en zal er zijn.
Montaigne zegt: filosoferen is leren sterven. De dood op voorhand beschouwen voert naar vrijheid.
Maar wat blijft er over als we mentaal ons eigen maken dat alles vergankelijk, afhankelijk en onbevredigend is? Het antwoord van Boeddha is: ‘alles’. (356)
Leedbeschouwing is een stimulerende ijskoude douche (371).
Nog kritiek?
Hannes’ beschouwing over geluk is voornamelijk filosofisch van aard. Hij gaat voorbij aan het vele wetenschappelijke onderzoek dat in dit opzicht is verricht en door zijn stadsgenoot Leo Borremans is gebundeld in zijn boek The World Book of Happiness.
Hoe moeten we de boodschap van dit boek nu evalueren?
Ik heb zelf een christelijke achtergrond. Het christelijk geloof heeft een heel ander concept van verlossing dan het Boeddhisme. Zoveel is wel duidelijk. Toch moet ik erkennen dat het niet altijd helpt om te troosten met ‘God zal voorzien’ of ‘uw man/zus/… is in de hemel’. Er zijn christenen met een sterk geloof die zich door grote beproevingen weten te slaan. Maar meer gematigden lukt dat minder. Waarom niet? Omdat de moderniteit in de christelijke wereld ook stevig aan het huishouden is. Ik heb gezien dat heel gewone dingen, vriendschap, iets moois met elkaar doen, een goede invulling van je agenda…, vaak veel meer helpen dan citaten uit de Bijbel. Dit komt dicht bij het betoog van Hannes.
Hannes heeft een meeslepende en inspirerende analyse aan het papier toevertrouwd. Maar ondanks zijn bij vlagen artistieke presentatie blijft zijn uiteindelijke boodschap onbevredigend.
Hannes zal dit laatste waarschijnlijk direct erkennen.
Misschien wel met een grijns.
Tom Hannes, Leven in het nu, een filosofische zoektocht, Polis 2019, 443 pag.
Ik schreef de auteur: ‘ik ben benieuwd wat u van mijn laatste zin vindt’.
Zijn reactie was: Neen, ik ben het niet eens met je laatste zin. Ik ervaar mijn antwoord enkel als onbevredigend (althans in de manier waarop je het woord hier gebruikt) als ik in de praktijk vergeet me aan mijn eigen leefregels te houden. Dat gebeurt best vaak, maar ik word met de jaren beter in het terugvinden van de weg.
https://opengeloven.net/category/recensies/