Advertentie
    Koen Driessens Hebban Recensent

Met het confronterende Zwanendrifters heeft illustratrice Dido Drachman een opmerkelijk debuut gemaakt op het podium van de graphic novel. In een stijl die sterk aanleunt bij haar mentor Judith Vanistendael vertelt dit boek over een jong meisje in een disfunctioneel gezin dat wil ontsnappen aan haar treurige lot.

De Amsterdamse Drachman studeerde vijf jaar geleden af aan kunsthogeschool HKU in Utrecht en verhuisde naar stripmekka Brussel om daar 'master in de graphic storytelling' (vroeger zei men gewoon 'striptekenaar') te worden aan het bekende Sint-Lucas. De Luca School of Arts heeft al heel wat stripmasters afgeleverd, onder wie lesgeefster  Vanistendael zelf, die met onder meer met De maagd en de neger, Toen David zijn stem verloor en Penelope enkele kanjers van beeldromans heeft geproduceerd, die ook over de taalgrens bijval kennen. De intense begeleiding door Vanistendael, die het boek zelf ‘poëtisch’ en ‘subtiel’ noemt, is duidelijk zichtbaar in Drachmans werkstuk, van het gebruik van sfeervol aquarel en zowel kleine als paginagrote tekeningen zonder kaders tot de tekstballonnen in lopend schrift.

Maar ook inhoudelijk heeft Zwanendrifters gelijkenissen met het oeuvre van de dochter van schrijver-journalist Geert Van Istendael: gewone mensen zijn het onderwerp, herkenning en ontroering het doel. In Zwanendrifters is het marginale gezin te herkennen van Bettie, een leuk meisje van een jaar of 12, dat het huishouden in hun sociale woning (een bungalow op een park in Garderen, bij Apeldoorn) in haar eentje moet rechthouden. Haar brommige vader zit de hele dag in kamerjas op de bank, zeurt om bier en wil dat zij voor het eten zorgt. Bettie moet het stellen met afdankertjes en wordt er op school om gepest. Haar grote broer Lukas woont ook bij hen, maar is duidelijk op het verkeerde pad aan het verzeilen. Bettie en Lukas kibbelen vaak – hij noemt haar ‘monster’ – maar dat is eerder speels. Luuk komt voor de buitenwereld wel over als tuig, maar ondanks zijn ruwe gedrag tegenover Bettie is hij op haar gesteld. Hij heeft echter geen goed woord over voor hun afwezige moeder.

Bettie heeft geen idee waar haar moeder, Zwaantje, is. Eerst beweert Lukas dat ze dood is, maar later verwijt hij haar dat zij hen liet stikken. Bettie hoorde inmiddels van vroegere buren dat ze ‘ervandoor is met een vent’. Van de vriendin van haar oom leert Bettie dat haar moeder van reizen droomde, naar grote steden: Rome, Berlijn, New York, Londen… Een kronkel – door het kinderliedje ‘Witte zwanen, zwarte zwanen’ dat Bettie kent, allicht door haar moeder – doet haar besluiten dat haar moeder naar Engeland is vertrokken. Een waangedachte, maar niet voor het meisje, dat zo een uitweg ziet uit het marginale bestaan dat ze leidt en naar een open einde voert, dat tragisch aanvoelt.

Het verhaal speelt in 1995. Waarom dat is, is niet helemaal duidelijk, maar het verhoogt wel de perceptie dat het hier om een (auto)biografische vertelling gaat. Vandaag, 25 jaar later, zijn er nog altijd – en misschien zelfs méér – kansarme gezinnen die zich met moeite staande houden in een onverbiddelijke wereld. Drachman is erin geslaagd de situatie van zo’n gezin doorleefd en geloofwaardig weer te geven. Zonder er veel woorden aan vuil te maken, maar in des te meer tedere tekeningen schetst ze de lastige leefomstandigheden van Bettie en hoe het meisje eronder lijdt, zelfs onbewust. Het schrijnende gemis van haar moeder is voor haar de druppel.

Inderdaad subtiel weeft de auteur het driften van overtollige zwanen (die gevangen en geknipt worden) in het boek, een verwijzing naar hoe moeder Zwaantje zich gevangen voelde en, voordat haar vleugels beknot werden, op de vlucht sloeg. Dat ze daarbij haar kinderen achterliet, zegt alleen maar hoe erg haar situatie moet geweest zijn. Zwanendrift is een mooie, impliciete aanklacht tegen het lot van de overtolligen in onze maatschappij.

Reacties op: Zwaangedachten