Lezersrecensie
Recensie De nieuwkomers
Bubi van tien is de verteller van dit verhaal, en Bubi vertelt zo als een kind dat doet...met korte zinnen, en van de hak op de tak, met heel veel opsommingen en uitwijdingen, en op een gegeven moment gaat dat helaas ergeren. Alleen al in deze zin zijn er wel drie opsommingen:
Een hele stoet van mensen...vrouwen, mannen, kinderen...met houwelen, schoppen en schoffels in hun handen, met hoeden op, hoofddoeken om en met bonte wollen babymutsen...stond op de akkers te graven en te hakken...ze gooiden de slechte aardappels op de stenige grond...en riepen over de velden naar elkaar.”
Toch zijn er ook mooie stukken, zoals:
Als er een onweer over de streek raasde en het boven de stal weerlichtte, als de wind karren voor zich uit duwde, manden omkieperde en hele ladingen pas gemaaid gras naar het water meevoerde...kon je maar het best tussen de koeien blijven wachten. Zij waren nergens bang voor. Ze knabbelden zacht ritselend aan het hooi en lagen te herkauwen of te slapen, met gesloten ogen. Daaruit bestond hun dagelijks bestaan, wat God buiten...met de wolken aan de hemel, de appelbomen , de karren...ook aanrichtte. Zij waren voor hem ontoegankelijk. Zij kenden hem niet.
Helaas was het voornamelijk doorploeteren om bij de mooie stukken te komen, en weet ik nu al, dat ik niet aan de twee vervolgboeken toe zal komen.