Lezersrecensie
Hoe kan iemand toch zoiets doen?
Het lukt Bo Svernström niet om zijn karakters op een geloofwaardige manier neer te zetten, de moorden en dodelijke martelingen stapelen zich razendsnel op in een nogal chaotische plot. Ook worden schaarse momenten van spanning tenietgedaan door vloekende en tierende of verbijsterde (“hoe kan iemand toch zoiets doen?”) rechercheurs.
Bo laat een van de mannen over zichzelf filosoferen: “Hij wist dat hij geen slechte politieman was. Hij was slim en snel. Maar hij was impulsief en heetgebakerd, en kon binnen een seconde razend worden. Bovendien was hij grofgebouwd. Hij merkte vaak dat mensen bang voor hem waren. Dat was niet erg. Wanneer hij dat nodig vond, maakte hij gebruik van zijn angstaanjagende verschijning om in het voordeel te zijn tegenover collega’s of het gespuis op straat.” (p.177) Vast een reuze aanwinst voor het corps, denk je dan als lezer.
En Bo laat de inspecteur denken: “slimme meid” als zijn vrouwelijke rechercheur in zijn ogen een niet al te domme opmerking maakt.
Zo krijgen de karakters de diepgang van een platbodem en vergaat je langzaam maar zeker de lust nog veel verder te lezen.