Lezersrecensie
Op de grens van proza en poëzie
De Canadese dichter Mark Strand (1934-2014) verzamelde in ‘Bijna onzichtbaar / Almost invisible’ zevenenveertig korte teksten. De bundel bevat behalve de vertalingen ook de Engelse teksten. Strand schreef ‘proems’, prozagedichten. Volgens Wikipedia is een prozagedicht ‘een gedicht dat niet in versvorm is geschreven. Het heeft dus het uiterlijk van een "gewone" tekst.’ Strands ‘proems’ bevinden zich op het grensvlak tussen proza en poëzie, of misschien kan ik beter zeggen: in het niemandsland tussen proza en poëzie, waar deze tekstsoorten in elkaar overvloeien. Want waar proza en poëzie elkaar raken, vind je aan de ene kant prozagedichten (poëzie) en aan de andere kant de zogenaamde zkv’s: ‘zeer korte verhalen’ (proza).
Je zou kunnen zeggen dat een (proza)gedicht een soort cadans heeft, die je door het gedicht heen sleept en ervoor zorgt dat je ongeschonden het einde haalt, ook al begrijp je niet volledig wat er staat. Bij de zkv’s ontbreekt die cadans en wordt gewoon iets verteld. Ook onttrekt de taal zich bij gedichten aan het alledaagse, terwijl het taalgebruik bij proza ‘gewoon’ is.
Al lezende bekroop me steeds meer het gevoel dat sommige van Strands ‘proems’ prozagedichten waren en andere zkv’s. In een (ondoenlijke, subjectieve) poging om alle tekstjes of als prozagedicht of als zkv te benoemen, kwam ik tot negentien gedichten en achtentwintig verhaaltjes, met hier en daar wat twijfelgevallen. Zo balanceert Strand voortdurend op de scheidslijn tussen proza en poëzie en lijkt het minder belangrijk te vinden dat de tekstjes ergens over gaan.
De titels van de afzonderlijke tekstjes verdienen speciale aandacht. Wat te denken van ‘Het raadsel van het oneindig kleine’, ‘Over de verborgen schoonheid van mijn ziekte’, ‘De studenten van het onzegbare’ of ‘Niemand weet wat iedereen weet’?
Waarom de hele bundel als titel ‘Bijna onzichtbaar’ heeft gekregen, weet ik niet. Ik vind de titel vooral van toepassing op de grens van prozagedichten en zkv’s: die grens is bijna onzichtbaar. Of het zou kunnen slaan op p(r)oëzie in het algemeen: haast terloopse teksten die bijna onzichtbaar zijn.